Geen enkel Duits strafvoorschrift verbiedt uitdrukkelijk het afsnijden van externe geslachtsorganen. Daaraan zal niet snel iets veranderen. De strijd tegen het onrecht van genitaliënverminking ontbreekt het aan consequentie.

 

Goede ouders geven aandacht, waardering en zorg aan hun kinderen. Lichamelijk letsel vanwege sociale of religieuze redenen zou taboe moeten zijn. Over tatoeages, piercings, schoonheidsoperaties of besnijdenissen in het geslachtsgebied of elders kunnen kinderen, zodra ze meerderjarig zijn, zelf beslissen.

Meestal onschuldig is het prikken van gaatjes in de oren van de niet zelden nog maar 2-jarige dochtertjes om oorknopjes te dragen. Zwaarder weegt het besnijden van de voorhuid van de penis bij jongens, die enkele dagen ouder zijn dan 13 jaar; vaatknopen en vergroeiingen, evenals posttraumatische stoornissen kunnen hiervan het gevolg zijn. De mannelijke besnijdenis van minderjarigen, een lichamelijk letsel in de zin van § 224 van het Duitse wetboek van strafrecht, wordt door onze samenleving ongestraft geduld, omdat deze religieus, vooral joods, gemotiveerd en ongevaarlijk zou zijn.

Daarentegen is de besnijdenis van de clitoris nooit te rechtvaardigen, zelfs niet bij meerderjarigen. Gedupeerden zijn dochters van ouders met een bijvoorbeeld Egyptische of West- tot Oost-Afrikaanse afkomst. Dit gebruik is in 1997 wereldberoemd geworden door het boek “Woestijnbloem” van Waris Dirie. Bij de dochters in de leeftijd van meestal één tot 14 jaar worden de clitoris en, geheel of gedeeltelijk, de kleine en grote schaamlippen afgesneden. Zonder narcose.

Het afsnijden van de clitoris komt overeen met het afsnijden van de penis. Hoewel dit laatste volgens § 226 van het Duitse wetboek van strafrecht het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel is, geldt het verwijderen van de clitoris niet als zodanig. En dit in de wetenschap van de kennis en daarmee van het onwaardigheidgehalte van de daad: het slachtoffer raakt onherstelbaar het seksuele gevoel kwijt en krijgt, omdat het in de steek wordt gelaten door de eigen ouders, een trauma, dat vergelijkbaar is met het trauma van slachtoffers van een verkrachting (§ 177 van het Duitse wetboek van strafrecht). Er wordt met twee maten gemeten!

Tien veroordelingen in Frankrijk

Dirie heeft in haar boek het haar aangedane leed in Somalië beschreven. Ayaan Hirsi Ali, ook het slachtoffer van Somalische genitaliënverminking, berichtte in haar in het jaar 2005 verschenen islamkritische boek “Ik klaag aan!”, dat als gevolg van de immigratie de geslachtsdelen nu ook in Nederland en Frankrijk vaker worden afgesneden. Een daadkrachtige conclusie wat betreft de daden in Duitsland ligt voor de hand, maar er ontbreken wetenschappelijk gefundeerde cijfers. De daders en de slachtoffers zwijgen. Tot nu toe heeft er nog geen strafrechtelijke veroordeling in Duitsland plaatsgevonden. Ook niet in Oostenrijk. Uit Zwitserland is slechts het vonnis van het hooggerechtshof in Zürich van 26 juni 2008 bekend. In Frankrijk hebben al meer dan tien veroordelingen plaatsgevonden.

De in Hamburg gevestigde vereniging Plan International Deutschland heeft eind 2010 geprobeerd om d.m.v. het ondervragen van immigranten cijfers voor de stad Hamburg te verkrijgen. In  dit rapport, “Listening to African Voices – Female Genital Mutilation/cutting among immigrants in Hamburg” uit februari 2011, staat, dat vier ondervraagden van in Hamburg, Kassel, Frankfurt am Main en Berlijn begane daden hebben toegegeven. Er is dus sprake van vrouwelijke genitaliënverminking in Duitsland.

Een ingedutte werkgroep

Uit angst voor dreigende genitaliënverminking op in Duitsland wonende meisjes zijn in de jaren 1994 tot 2011 minstens tien familierechtprocessen gestart met het doel om het zorg- respectievelijk omgangsrecht van de ouders te beperken – gedeeltelijk met succes. Zelfs het hoogste federaal gerechtshof moest een keer oordelen.

Op 26 juni 2008 heeft de Duitse Bondsdag een motie aangenomen, waarin de regering ertoe werd opgeroepen de in andere landen ingevoerde methodes van de bestrijding van genitaliënverminking door onderzoekers te laten controleren en eventueel over te nemen. Een werkgroep o.l.v. het ministerie voor wetenschappelijke samenwerking dient de inspanningen van de staat, de deelstaten en de NGO´s te coördineren om de “landelijke doelgroepgevoelige informatie te bevorderen.” Na het besluit is er bijna niets gebeurd. Mij is niets bekend van onderzoeksopdrachten van de staat met het doel om succesvolle methodes te vinden om een gedragsverandering te bereiken van de kant van de daders. En de in 2009 opgerichte werkgroep, die tweemaal in Bonn bij elkaar kwam, is na de regeringswissel in november 2009 in slaap gesukkeld.

Vooruitgang in Afrika

Anders dan in Frankrijk en Oostenrijk kunnen de mensen, die in Duitsland andere ouders willen overtuigen van het onrecht van het afsnijden van de clitoris en de schaamlippen, niet verwijzen naar een strafvoorschrift, dat het verminken van de externe geslachtsdelen nadrukkelijk verbiedt. Bij ons gaat het alleen om “toebrengen van lichamelijk letsel”. Een duidelijk omschrijving van dit misdrijf in § 226 van het Duitse wetboek van strafrecht zou zowel het onwaardigheidgehalte van de daad in vergelijking met het afsnijden van de penis en het verkrachten van een mens doeltreffend weerspiegelen en ook een duidelijk signaal afgeven wat wij van immigranten verwachten.

In het Duitse parlement zijn tot nu toe alle moties betreffende een herziening of controle van § 226 van het Duitse wetboek van strafrecht afgewezen, omdat zij door oppositiefracties werden ingediend: in 1997 door de SPD, in 2006 door de Groenen respectievelijk de FDP. De actuele nieuwe ideeën zijn afkomstig van de Bondsraad en van de Groenen.

Wat moet er gebeuren? Het doel kan alleen maar de collectieve gedragsverandering zijn. Want tradities, die leiden tot lichamelijk letsel, zijn in de desbetreffende samenlevingen diep gewortelde gedragswijzen, waaraan niet mag worden getornd. Het onrechtbewustzijn van traditioneel levende mensen moet eerst worden wakker geschud, zodat ze begrijpen, dat hun hier illegale handelingen verwerpelijk zijn. Men doet het, omdat men het doet. Het individu, dat desondanks vragen stelt en weigert mee te doen, wordt door de samenleving buitengesloten en daarmee wegens het niet genitaal verminken sociaal bestraft. Het ontbreekt hem meestal aan de noodzakelijke kracht om vol te houden en door te zetten; de grote familie en de samenleving drukken hun ideeën betreffende het kinderwelzijn er desnoods met geweld door. Alle groepsleden moeten dus worden overtuigd, in de eerste plaats – hoewel hier bijna uitsluitend vrouwen de directe daders zijn – de mannen, vooral mannen met maatschappelijke autoriteit. De betrokkenheid van mannen tegen vrouwelijke genitaliënverminking is (mede) een mannenzaak.

Aanbieden van kennis alleen is niet voldoende

Wat is een probaat middel? De doelgroepengevoelige informatie aan individuele moeders of vaders, bijvoorbeeld door medewerkers van het bureau voor jeugdzorg of kinderartsen in individuele gesprekken of door religieuze leiders in preken, in ieder geval niet. De basis van de traditionele genitaliënverminkingen is een patriarchaal begrip van de rol van de seksen, dat we ook kennen van de onderwerpen eermoord en gedwongen huwelijken. Dit begrip kan daardoor worden doorbroken, dat de man en de vrouw in een ontspannen groepssfeer onder deelname van een gekwalificeerde maatschappelijk werker hierover vragen stellen en nieuwe gedragswijzen uitproberen en beleven. Het aanbieden van kennis alleen is niet voldoende. Veelmeer moeten de gevoelens en de ontwikkelingsperspectieven van het individu worden aangesproken. De mens weet, dat het afsnijden van geslachtsdelen ongezond is. En doet het toch.

We hebben een onderzoeksproject nodig met het doel om het geweld-in-de-familie-gedrag van de in Duitsland wonende leden van de desbetreffende bevolkingsgroepen te beïnvloeden. Zulke projecten bestaan al – in vooruitstrevende regio´s in Afrika. We hebben iemand nodig, die zo´n onderzoeksopdracht bijvoorbeeld aan een pedagogische hogeschool uitdeelt. Dat zou een belangrijke bijdrage aan de integratie zijn. Als lid van de meerderheidssamenleving zouden wij op de volwassenen van de minderheidssamenlevingen moeten toegaan. Met aandacht en waardering. Onze kinderen hebben onze zorg nodig.

Bron: hier
Auteur: Dirk Wüstenberg

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron (www.ejbron.wordpress.com)