Terug naar Home

DE ONDERGANG
VAN NEDERLAND

land der naïeve dwazen

door Mohamed Rasoel

Ingekort door de
generaal P.Pardon

INLEIDING

Mijn kennis van het menselijk gedrag en het verschil tussen diverse volkeren is niet alleen te danken aan twintig jaar belangstelling en evenveel bereisde landen, maar ook aan een aap die ik vroeger had. Een metgezel die me leerde dat er voor sommige dingen geen ingewikkelde verklaring bestaat. Een makker die, voor een spiegel neergezet, eerst blij was een andere aap te zien en dan achter de spiegel keek om te zien waar hij was, niet in staat zich te realiseren hoe leeg spiegels eigenlijk zijn. Hoewel ik, wat betreft het genoemde inzicht en het schrijven van dit boek, het vermoedelijke voordeel heb dat ik geen Nederlander ben, schrijf ik gesterkt door de wetenschap dat het boek alleen maar verwoordt wat menig onderdrukte en monddood gemaakte Nederlander denkt. Al moet ik daaraan toevoegen dat ik, als volstrekt onafhankelijke, geen enkele binding heb met welke Nederlandse, islamitische of wat voor andere organisatie ook.

Terug naar Home

MIJN VROEGSTE JAREN

Ik ben geboren uit gemiddelde moslimouders in een gemiddeld islamitisch land om een leven te gaan leiden en dingen te doen die niet uitzonderlijk waren voor een willekeurige in de islam verdwaalde halve blinde, om me heen meppend, schoppend, duwend en biggend net als de andere moslims. Ik viel op mijn knieën om gebeden te zeggen waarin woorden voorkwamen die ik begreep en nam deel aan activiteiten zoals met de geit, die ik langzaam de keel afsneed terwijl mijn ouders haar op de vloer drukten tegen het spartelen. Mijn zuster, thuis de enige jonger dan ik, was nog te klein om mee te helpen en ik met al mijn oudere broers kende het gevoel bazen boven me te hebben. Zij vroeg aan mij of ze naar buiten mocht, ik vroeg het aan de volgende enzovoort helemaal tot aan mijn oudste broer van vijfentwintig, die het mijn vader vroeg.

Toen ik een jaar of twaalf was, kocht mijn vader, een echte He-Man, het luchtdrukpistool voor me waarom ik al zo lang vroeg. Ik ging ermee oefenen en na een ritje door de omliggende dorpen, waar de kinderen met me meeliepen, kwam ik thuis met een hele tros mussen, kraaien, eekhoorns en hagedissen aan een touw achter mijn fiets aan. Mijn pistool was beter dan dat van mijn vriendjes, maar toch niet krachtig genoeg om wilde katten en honden te doden. Wel kon je zo’n kat een hoge luchtsprong laten maken of de hond hard laten janken, tot vermaak van de buurt die lachend stond toe te kijken. Daarna kreeg ik van mijn vader een compliment voor mijn trefzekerheid, maar van mijn moeder een poedelprijs: een paar draaien om mijn oren omdat ik mijn kleren vuil had gemaakt. Ze had niet zo moeilijk hoeven doen, want we hadden een wasvrouw en die kreeg niet eens iedere dag met de stok als ze niet goed waste.

Op school braken ze menig rietje op mijn knokkels, en thuis misschien nog meer, tot mijn vader er op een dag achter kwam dat ik had geprobeerd te roken en hij me zo erg wilde straffen dat hij iemand anders inhuurde voor het extra pak slaag. Maar waar klaag ik over? Mijn buurjongen hoorde mij niet vier huizen ver schreeuwen zoals ik hem, toen hij slaag kreeg voor het stelen van vlees uit de pan. En ook had ik het minder zwaar dan die christenman die in zichzelf Engels liep te spreken, wat de kinderen zo amusant vonden dat ze hem met stenen gooiden waar hij maar ging. Hij bloedde altijd, niet ik. Maar aan de andere kant was hij maar een van de vele uitzonderingen zoals kreupelen, mongolen en blinden, die het allemaal moesten ontgelden.

De gemeente, die tot taak had de zwerfhonden op te pakken, had geen stenen nodig. Toegerust met zware ijzeren klemmen die eruit zagen als ijstangen omsingelden de hondenvangers zo’n hond. Eén besloop hem van achteren en sloeg dan met een snelle beweging de klem in zijn heupen. Het gillen van de hond was amusant, maar niet verwonderlijk, want die hond vroeg zich af wat hij toch had misdaan om zo’n lot te verdienen. Dan werd hij over straat gesleurd, met een rood spoor achter zich aan, en op een vrachtauto gegooid waar al een stapel collega’s van hem lag, en voort ging het, naar waar ze een eind zouden maken aan zijn hondenleven.

Honden die bezig waren met de geslachtsgemeenschap en dus aan elkaar vast zaten, kwamen zelden aan deze gezellige rit toe: zij werden aan de mannen, vrouwen en kinderen van de buurt overgelaten, die het schouwspel zo stuitend vonden dat ze de honden gewoon met stokken de hersens insloegen.

Hoeveel meelij kan een jankende hond verwachten van een volk dat het net zo druk met janken heeft? Een keer op een zondagmiddag, als ik me goed herinner, zat ik op een stoel naast mijn zusje en mijn moeder, omringd door driehonderd andere zittende mensen, die allemaal huilden. Een kind, zijn moeders enige, was omgekomen bij een auto-ongeluk, ten aanschouwen van nog meer huilende mensen in nog dertig andere bioscopen in de stad.
Intussen stond de intercity-trein op het punt te vertrekken en aan tranen geen gebrek: het hele station huilde. Niet onvoorstelbaar, er gingen beminden vertrekken, soms voor wel drie maanden.
Zeker, er reden treinen, net zoals er wegen en auto’s waren, en ik was ongeveer tien jaar toen ik leerde fietsen, vaart kreeg op een helling, de macht over het stuur verloor en tegen een voetganger opreed, zodat we allebei kwamen te vallen. Het moet de aanblik van mijn bloed zijn geweest die hem al na een paar klappen deed ophouden, en dan was dit nog maar een peulenschil vergeleken bij de aanrijdingen, waarbij minder botten werden gebroken dan bij de ruzies tussen de chauffeurs.
Het enige soort ongelukken met ernstige gevolgen waren frontale botsingen tussen bussen op de smalle, stoffige wegen, waar geen van beide chauffeurs zich wilde laten kennen door als eerste uit te wijken.

Met een van de bussen die hun bestemming bereikten, kwam eens een neef logeren voor de duur van de vakantie. Hij bezat occulte krachten, zei hij, en soms raakte zijn lichaam bezeten en ging hij uit zijn bol en begon te spartelen. Al na een paar dagen was het zover en zagen we hem op spijkers kauwen en bloeden. Een weekje later werd onze zuster bedreigd door dezelfde geest, die liever háár ziel wilde bezitten, zei hij, en hij vroeg ons te bidden en alle deuren te bewaken terwijl hij haar bewaakte. Die nacht probeerde hij haar in bed te krijgen, en dat was het eind van zijn vakantie.

Mijn vakantie eindigde ook eens abrupt, en haast voorgoed. Toen ik op een dag met schoenen aan door een steegje liep zonder te merken dat het een moskee was, greep een grote hand me bij mijn kraag en voor ik het wist stonden er dertig mannen om me heen die me stijf vasthielden onder een boom, tot een van hen zou terugkomen met een touw dat als strop kon dienen. Ik bofte dat er toevallig een rijke vriend van me voorbijkwam, die ze waarschuwde me te laten gaan, anders zou hij de politie sturen om hun huis in de as te leggen. En zo ging er weer een dag voorbij. Na dit te hebben overleefd, maar bijna bezwijkend onder de tot 50° opgelopen zonnehitte, bezocht ik eens een heilige plaats waar mensen kwamen om een heilige krokodil te voeren en zo aflaat van hun zonden te krijgen. Ik zou een dag eerder zijn aangekomen als een politieman me niet had gearresteerd wegens het in bezit hebben van geheime documenten: een wegenkaart van het land. Enfin, elke man stopte de krokodil een stukje vlees in zijn bek, die de oppasser open hield. Ik kwam erachter dat er eerst twee krokodillen waren geweest. Meestal had de krokodil geen honger, zodat het vlees met een stok zijn keelgat in moest worden gepropt. Dus daarom ontbrak de tweede krokodil. Een dode krokodil was natuurlijk ongewoner dan alle ezels, honden, katten en af en toe een baby die in de sloppen lagen te rotten.

Maar wat altijd fris en alert bleef was ons vermogen om te liegen. Op school, thuis of op straat overal was de leugen de basis van het dagelijks leven. Of ons nu werd gevraagd naar de weg of naar onze naam, wat voor werk onze vader deed, hoeveel we voor iets hadden betaald, of we met de bus waren gekomen, of we honger hadden, zelfs al vroeg een arts of het ergens pijn deed: op iedere vraag verzon je een passende leugen. Niet alleen omdat we het liegen zo gewend waren dat we vaak in onze eigen leugens gingen geloven zonder te beseffen dat we logen, maar ook uit vrees ons prestige te verliezen.

We raakten door onze familieleden heen doordat we hun overlijden op school gebruikten als excuus omdat we te laat waren. Maar achteraf prezen de zogenaamd dode familieleden ons voor onze vindingrijkheid in het liegen. De enige keer dat ze onze leugens niet wisten te waarderen was toen de uitslag van het schoolexamen moest worden overgelegd, en de slechte cijfers weer een hele serie harde handen, schoenen en stokken beloofden. Voor zo’n geval bestonden alternatieve methoden, zoals een die mijn broer gebruikte: die kocht zich met smeergeld door vijf leerjaren heen zonder één keer te slagen.

Maar ach, omkopen en slim zijn was één en hetzelfde, en alleen een dwaas zou een politieagent niet omkopen als hij celstraf kon ontlopen voor wat kleingeld. Rijke mensen kwamen niet in zulke situaties, want een politieagent die de vergissing beging een rijke te bekeuren wegens bijvoorbeeld te hard rijden, kon kiezen: op zijn knieën vallen en zijn excuses maken, zijn baan kwijtraken of zijn neus. Wie niet rijk hoefden te zijn om over de hele linie meer status te genieten, dat waren de Europese toeristen die, doordat ze zo vlug van vertrouwen waren, een gemakkelijk doelwit vormden. Bij ons bestond de truc eruit dat we op ze afgingen en ze waarschuwden niemand te vertrouwen en goed op hun bagage te passen. Zo wonnen we automatisch nog wat extra vertrouwen, en bij de eerste gelegenheid: foetsie bagage. Maar dat waren allemaal kwajongenstreken, de grotere slagen sloeg de politie zelf.

Hun methode bestond erin hasj in de bagage van de toeristen te stoppen, als het tenminste een stel was, en dan de man te arresteren en op te sluiten totdat de vrouw hem vrij kreeg door de inspecteur ter wille te zijn, op de bekende manier.

Tot de toeristen behoorden ook de hippies, die in de jaren ‘60 op sjouw waren in het Oosten. Ze brachten nieuwe woorden mee en een nieuwe manier van denken: ‘Vrede,’ ‘flower power’, ‘love,’ ‘good vibrations,’ ‘ban de bom,’ ‘make love not war.’ "Je hoeft niet te vechten om een man te zijn," enz. Daar hadden wij nog nooit van gehoord. En hoewel het in die tijd holle woorden bleven, hielpen ze me toch te beseffen dat er nog een wereld bestond buiten de enge wereld waarin ik altijd had geleefd.

In de dagen voordat ik uit mijn land weg trok op zoek naar een zinvoller wereld begon niet alleen ik, maar ook mijn vader zijn hooggeplaatste vrienden te verliezen, doordat ik de misstap had begaan me af te geven met de fietsenmaker en de schoenmaker, die op grond van hun armoede tot een lagere klasse werden gerekend. De tijd om te vertrekken was aangebroken.

Terug naar Home

VAN LAND TOT LAND

Na mijn familie, vrienden en bezittingen te hebben achtergelaten trok ik vervuld van hoop mijn allereerste grens over, naar het buurland, om daar mensen te ontmoeten die nauwelijks anders waren dan waar ik vandaan kwam, althans qua godsdienst en mentaliteit. En zo ging het verder, tot mijn grote teleurstelling, het ene land na het andere, totdat ik me ging afvragen of dat nu alles was.

Uit nieuwsgierigheid naar de wereld had ik over de weg gereisd, maar dat betekende overnachten in honderden dorpen en de merkwaardigste belevenissen. De reis duurde lang; er was al een jaar voorbij en nog altijd was er geen spoor van het beloofde land te bekennen.

Met de blik op het kompas hield ik een noordwestelijke koers aan en arriveerde aan de eerste Europese grens, die van Griekenland, om opnieuw een teleurstelling te moeten incasseren, de ontmoeting met een soort mensen wier gevoel voor humor leek te variëren van schelden tot bagage overrijden. Van hier uit reisde ik kris-kras door Europa, zonder al te veel genoegen over wat ik zag. ‘Je moet naar Amsterdam,’ zeiden ze, vooral in Istanbul, en op een dag stond ik er. De enige stad die me niet weg wilde hebben, al hield ik me eerst angstvallig schuil voor de politie, tot ik erachter kwam dat die het te druk had met er fraai uitzien en de weg naar het Rijksmuseum wijzen, om zich met illegale buitenlanders te bemoeien.
De maanden daarop wist ik vaste voet te krijgen in Nederland en vrienden te maken, en dank zij alle illegale hulp van de ambassade wist ik dat ik het land nu probleemloos in en uit kon reizen. Dus, gedreven door het verlangen meer van de wereld te weten, begon ik opnieuw aan een reis, die dit keer enkele jaren zou duren, onderbroken door bezoeken aan Amsterdam, om ten slotte weer in Nederland te eindigen.

Terug naar Home

DE BOTSING

Mijn reis door de tijd, een tocht door vijf eeuwen, eindigde behalve in Nederland ook in verwarring. Maar ja, het is ook gemakkelijk om niet verward te raken als je te dom bent om verschillen te zien. Ik had geen idee dat er een volk zoals de Nederlanders bestond. Ze waren vreedzaam en onluidruchtig, beleefd en vriendelijk, en in conflicten erkenden ze hun fouten. ‘Sorry, mijn schuld,’ zeiden ze, ook als ik iets fout deed.

Als ze verschil van mening hadden, zeiden ze dat gewoon, of anders ging het van: ‘Ach wel nee, kom nou, ga weg,’ terwijl ze het in wezen roerend eens waren; en als ik boos uitviel, gingen hun ogen op en neer met mijn gebarende handen. Op andere momenten kritiseerden ze zichzelf -‘Stom van mij’- zonder dat te zien als een gebrek aan zelfrespect, trots of mannelijkheid. Ze spraken rustig en ze luisterden zowaar, zodat ik me in een wonderland waande.

Maar naast die wonderen bracht de overgang ook pijn. Als een vis op het droge die niet meer thuishoorde in het water maar ook niet meteen op het land kon lopen, begon ik me dom te voelen en me voortdurend te ergeren, terwijl het ene incident op het andere volgde en me confronteerde met een spiegel die me naar mijn identiteit vroeg. Was ik in de V.S. terechtgekomen, dan was de overgang grijpbaarder geweest. De Nederlandse leefwijze was iets waar ik totaal niet bij kon. Vooral het kalme optreden van de mensen had een irriterende uitwerking. Geweld van stemmen en handen was de enige vorm van communicatie die ik kende en nu werd er van me verlangd dat ik me zou beheersen, me zou aanpassen aan de Nederlandse omgangsvormen. Binnen enkele weken na mijn definitieve aankomst in Nederland ontmoette ik een Nederlands meisje dat, ondanks de barre kou van die winter, moet zijn gesmolten bij de aanblik van mijn verkleumde toestand en me te logeren vroeg. ‘Onderdak, gratis seks en het begin van een verblijfsvergunning’ hadden raadgevers me geadviseerd te zoeken, en dat alles had ik nu gevonden. Gezeten bij de kachel vertelde ik haar interessante verhalen en zij reageerde van: ‘Ach ja’ of ‘Tja’ wat me woedend maakte en tot eindeloze ruzies leidde. Ik, die nog nooit zulke dooddoeners had gehoord, vond ze heel beledigend klinken, en dat kon zij zich weer niet voorstellen. Andere ruzies ontstonden om de dingen die ze weigerde te doen uit principe, wat mij ook totaal onbekend was.

Haar eerlijkheid was net zo ongeëvenaard als mijn wantrouwen tegen haar, en als zij naar haar mannelijke huisarts moest, ging ik mee en liet haar geen minuut met hem alleen. Ik verweet haar voortdurend dat ze loog, omdat ik me het tegendeel niet voor kon stellen, dus daar zaten we, zij met haar zo diep wortelende gevoelens, wol spinnend die niet in de winter geschoren was, en ik met de mijne, zo oppervlakkig en egocentrisch dat het geen maanden meer duurde of ze kreeg pal voor mijn stekeblinde ogen een zenuwinzinking. Ze probeerde eindeloos me dingen te leren, me te veranderen, en wachtte geduldig af, in het vertrouwen en de hoop dat ik haar ooit tegemoet zou treden zoals zij mij. Toen haar hoop op een dag was uitgeput, en ze nog net genoeg energie had om weer tot zichzelf te komen, maar niet om mij het huis uit te zetten, zette ze zichzelf eruit.

Terug naar Home

KENNISMAKING MET DE NAÏEVE DWAZEN

Bestonden er geen Scandinaviërs, van wie ik overigens niet veel weet, dan zou ik zonder een spoor van twijfel in mijn stem de Nederlanders het aardigste, meest gewetensvolle, maatschappelijk hoogst ontwikkelde, eerlijkste, objectiefste en openhartigste volk ter wereld noemen, terwijl mijn dunk van hun sociale stelsel, hun politie, hun rechtspraak, hun onderwijs enzovoort al even hoog is. Ik sta soms nóg verbaasd over het leven in Nederland en de manier van doen van de Nederlanders, al vormen ze in mijn dagelijks leven ook een rijke bron van vermaak en geluk. Maar als iemand het niet met me eens is of niet begrijpt waar ik het over heb, dan is het een onbenul of zo’n zelfde Nederlander, terwijl ze in andere landen in hun meest idyllische dromen wensen dat ze daar hetzelfde zouden kunnen bereiken als hier, of althans grotendeels hetzelfde, want ook de Nederlanders zijn niet volmaakt.

Hoe kan een volk dat in zijn denken zo vergevorderd is tegelijk zo naïef zijn? Of andersom: hoe kan een volk dat even slim is als de drugsbaronnen van Colombia of de meesterbreinen van de mafia toch zo dom zijn om voorbij te gaan aan de vele levens die ze te gronde richten? Het antwoord is simpel: we ontwikkelen immers onze hersenen alleen op die terreinen waar we ze in trainen.

Het verhaal van de Nederlanders is eenvoudig het verhaal van een volk dat zo lang in een keurig opgeruimde maatschappij heeft geleefd en zijn goedaardigheid zo ver heeft ontwikkeld dat het niet alleen vergeten is hoe rotzooi eruitziet, maar ook nooit de benodigde slimheid heeft ontwikkeld om zichzelf schoon te houden: de Nederlander ziet de rommel om zich heen niet en ziet dus ook geen reden om zich ertegen te beschermen.

Gezien de steun aan grote instituten zoals het Pieter Baan Centrum, en ondanks de ontelbare werkloze psychologen en sociaal werkers, lijkt de nieuwste mode in Nederland psychologie te zijn. Alles wat er gebeurt is spitten in achtergronden op zoek naar een verantwoording, wat ze ook heel goed uitkomt, omdat al die vrij zwevende intelligentie toch ergens voor moet worden gebruikt. En zo zien de Nederlanders over het hoofd dat er niet voor alles een ingewikkelde verklaring hoeft te zijn.

Als een hond overmatig blaft, kan dat zijn omdat hij te vaak wordt opgesloten, maar over zijn instinct om achter katten aan te zitten hoeft niemand zich te verwonderen. Als een Nederlandse jongen tot zijn twaalfde probleemloos opgroeit en dan opeens gaat stelen of agressief wordt, dan heeft het zin om de reden van de afwijking in zijn normale gedragspatroon na te gaan. Maar als ik agressie vertoon, is dat mijn normale reactie. Voor mij zou beheerst gedrag een afwijking van het normale patroon zijn. Kortom, sommige mensen doen iets puur gedreven door de omstandigheden, terwijl anderen hetzelfde van nature doen. Sommige mensen worden gek, anderen zijn gek. Een worm die boven op de Himalaya leeft, is daar niet helemaal heen geklommen.

Toch komen mensen als Cevjet, de Turk die zes Nederlanders doodschoot in een Delfts café, enkel omdat ze tegen hem zeiden dat een Nederlands paspoort hem nog niet tot een Nederlander maakte (hij leverde zelf het bewijs), terecht in het Pieter Baan Centrum, waar hij wordt onderzocht à raison van f 60.000
Opgebracht door hetzelfde publiek dat zijn slachtoffer was, maar ook dat van hun eigen al maar grotere mond over rechtvaardigheid.

Hoog op de vleugelen van hun goede wil en voortgedreven door een gedesoriënteerd instinct voor verantwoording, zien de Nederlanders de wereld onder een scheve hoek: ze maken de fout handelingen van mensen uit andere landen te beoordelen door zich rechtstreeks in hen te verplaatsen. Dit is een typisch Nederlandse werkwijze, waarop een Nederlandse vriend van me, die onlangs uit India terugkeerde, geen uitzondering vormde. Hij vertelde met gedempte stem dat hij daar vaak homoseksuelen achter zich aan had gehad.

‘Wel nee,’ dacht ik bij mezelf, en ik legde hem uit dat het gewoon om zijn blanke huid was geweest, waarmee hij in hun visie al voor de helft een blanke vrouw was, in die seksueel ontzaglijk gefrustreerde maatschappij.

Wat ons nog een keer terugvoert naar onze aap, die in geen eeuwigheid een vrouwtje had gezien. Op een dag kwam er een veel grotere mannetjesaap voorbij. Kleine aap rukte zich los en sprong boven op grote aap, ongeacht geslacht of deel. (Hij ging zowaar echt aan de gang op die rug.) Een aanwezige Nederlander zou die aap niet alleen voor homofiel hebben gehouden, maar ook nog voor ruggofiel. En dan ga ik nog niet in op gevallen van mensen die ezelinnen, paarden, honden en zelfs kippen naaien, omdat ze geen keus hebben, althans niet veel meer dan zoveel anderen die met de armen om elkaars schouder of hand in hand lopen.

In mijn eigen straat, in een met de vorige vergelijkbare situatie, werd een Marokkaanse vrouw, die kort daarvoor thuis moederziel alleen haar kind had gebaard, omringd door Nederlandse buurvrouwen die allemaal met haar te doen hadden. ‘Wat een afschuwelijke ervaring moet dat zijn geweest,’ zeiden ze, zich verplaatsend in haar situatie, zonder zich in te denken hoe normaal zoiets in derde-wereld-landen is. Zo werden buitenlandse arbeiders, die vroeger in groepen leefden en zich gezien hun leefomstandigheden in hun eigen land de koning te rijk voelden, door sociaal werkers tot de overtuiging gedwongen dat ze niet gelukkig waren, omdat de Nederlanders in zulke omstandigheden niet gelukkig zouden zijn.

Geleerden hebben al ontdekt dat sommige dieren niet zien zoals mensen, maar in het infrarood. Het wordt tijd dat de Nederlanders inzien dat andere mensen met andere ogen kijken dan zij. Of, meer ter zake, het wordt tijd dat de Nederlanders beseffen dat al die bloedige politieke incidenten, die burgeroorlogen, die grensgeschillen, in het Midden-Oosten, het Verre Oosten of elders, die voortdurend in het nieuws komen, wel eens tamelijk rechtstreeks zouden kunnen voortvloeien uit een agressieve natuur, zonder dat er een ingewikkelde verklaring voor is. En dat er, als een pro-Iraanse Hezbollah-beweging of welke andere extremistische moslimgroep ook haar fanatieke leger formeert, onder het roepen van ’Allah-u-Akber,’ geen sprake is van een beredeneerd beleid of een ideologie, maar gewoon van een stel idioten, psychopaten en imbecielen die doen waar ze zin in hebben. Nu ziet de Nederlandse duif ook weer niet alles scheef, er zijn ten slotte situaties waarin dat oog wel scherp ziet. Zo weten de Nederlanders dat ze in Bangladesh geen bamboehuisjes bouwen omdat het daar van die natuurminnaars zijn, en dat de bevolking van Ethiopië niet in hongerstaking is.

Terug naar Home

HOEDT U VOOR DISCRIMINATIE

Uit welk land een verse immigrant in Nederland ook komt, hij zal er jaren over doen om erachter te komen hoe de Nederlander in elkaar zit, tenzij hij een paar gulden spendeert aan de Nederlandse grondwet die bij de meeste grote boekhandels te krijgen is, en waaruit hij althans enige basiskennis over de Nederlanders kan puren, inclusief hun gevoel voor humor. Hij slaat het open, met een blik vol gespannen verwachting, en pats! daar staat het, het allereerste artikel van het eerste hoofdstuk: waar anders zou het over kunnen gaan? ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.‘ Het pronkstuk van deze bepaling is de zinsnede ‘op welke grond dan ook’.

We komen hier nog op terug.

Intussen wordt sinds lang over weinig onderwerpen meer gekletst dan over discriminatie, een woord dat vooral dienst doet als wachtwoord van de Club van Goede Mensen terwijl de paranoia die het buiten de club aanricht wordt genegeerd.

Het lijdt geen twijfel dat de geschiedenis van de discriminatie afschuwelijk is en niet mag worden vergeten. Maar ergens in de campagne ertegen, met alle eindeloze tv-series over slaven in Amerika, joden in de tweede wereldoorlog, Zuid- Afrika, de Ku Klux Klan enz. zijn de Nederlanders van hun koers geraakt, hebben ze hun hersenen kortgesloten, zodat allerlei afzonderlijke verschijnselen zijn versmolten tot één groot monster. Daarbij zagen ze over het hoofd dat ze, hetzij bewust hetzij onbewust, het woord over en weer gebruikten als pistolen tegen elkaars slaap.

Alle Nederlanders met wie ik over dit onderwerp heb gepraat, reageerden volgens een vast patroon: eerst kwam de ontkenning van hun gevoelens, dan, als ik bleef aandringen, begonnen ze los te komen, tot ten slotte de woorden en de woede hun de mond uitstroomden, alsof het deksel van hun opgepotte grieven was afgehaald. Anderen, die openlijk over discriminatie praten, proberen alles op huidskleur te schuiven, als willen ze de aandacht afleiden van de echt schrijnende factoren. Huidskleur en discriminatie zijn de laatste tijd, zo schijnt het, dikke maatjes geworden: ze gaan hand in hand, dag en nacht, van ontbijt tot bedtijd, en wee degene die ze probeert te scheiden. Ik, ocharm, geloof dat de twee noch een legitieme relatie hebben noch bij elkaar horen. Een zwarte kraai is schuw, een witte zwaan agressief en een zebra snel, niet door hun kleur maar omdat ze gewoon zo zijn, waarbij de kleur maar een bijverschijnsel is. En hoewel huidskleur er niet toe doet, smeren alle blanken hun lijven met zonnebrandolie in om bruin te worden en smeren alle zwarten zich met een ander goedje in om blank te worden, maar ten slotte, als al die lege plastic flesjes in rook zijn opgegaan en met de regen weer zijn neergedaald, worden we allemaal toch geel met zwarte en witte vlekken.

Al dat misbaar, al dat geklets en al die dramatiek... En dan te bedenken dat niemand eraan heeft gedacht dat er wel eens meer kanten aan het woord discriminatie zouden kunnen zitten.

  1. Directe discriminatie: Een schip is gestrand aan de pool. Een helikopter komt te hulp met warme maaltijden voor de blanken en brood voor de zwarten.

  2. Indirecte discriminatie: Wie Amerikaanse mensen aardig noemt, noemt daarmee ten minste één ander volk niet aardig.

  3. Subjectieve discriminatie: Een oude Nederlandse vrouw is bang voor buitenlanders, en gaat hen uit de weg.

  4. Objectieve discriminatie: Een Nederlandse regisseur wil zuiver Nederlandse acteurs voor zijn Nederlandse film, hij wil geen Marokkanen.

  5. Averechtse discriminatie: Een Turk die alleen kamers verhuurt aan Nederlanders.

  6. Tegengestelde discriminatie: Een Nederlander die niet wordt toegelaten in een bar voor donkerhuidige mensen.

  7. Omgekeerde discriminatie: Buitenlanders die beter worden behandeld en veel meer kansen krijgen dan Nederlanders.

Ik laat de diverse vormen van discriminatie voor wat ze zijn, want de natie behoudt zich liefst het recht voor ze samen te bundelen tot één enkele dikke knuppel. Eén verkeerd woord (‘Marokkanen leven vies’) en de tv, de linkse organisaties, de politie, de ministers, en niet te vergeten een groep pas van hun gesteriliseerde school gekomen, vers gehersenspoelde studenten die het geleerde zo graag in de praktijk willen brengen, staan bij u op de deur te bonzen. ‘Wat heb jij gezegd? Meekomen, je moet terechtstaan.’ (In de rechtszaal:) ‘We zullen jou eens ten voorbeeld stellen en de wereld tonen hoe goed we hier in Nederland zijn,’ zegt de rechter met zijn diepe stem. ‘Pardon, edelachtbare,’ interrumpeert de advocaat, ‘u zegt net: "hoe goed wij hier in Nederland zijn", en ingevolge de strafwet, artikel 2 sub 2, inzake indirecte discriminatie, verklaart u daarmee tevens dat de rest van de wereld slecht is.’ Een maand later staat de rechter terecht.

Intussen vallen andere situaties op de blinde vlek van de ogen van de rechter: terwijl de regering groot misbaar maakt over meer werkgelegenheid voor buitenlanders en voorstellen doet om Nederlandse ondernemers te verplichten ze in dienst te nemen, stellen buitenlandse ondernemers alleen eigen mensen aan, en niemand die er iets van merkt. En over werk gesproken: ene Venloo, hoofdbestuurslid van de PvdA, vindt dat ten minste tien of elf van de kamerzetels naar buitenlanders zouden moeten gaan, iets wat VVD, CDA en ook de PvdA hebben verworpen omdat het niet om herkomst ging maar om ‘kwaliteiten’. Om te beginnen is Venlo’s voorstel indirecte averechtse discriminatie, en bovendien wekt het door de partijen gebruikte woord ‘kwaliteiten’ de indruk als zouden de buitenlandse sollicitanten van geringere kwaliteit zijn en dat heb ik niet gezegd. Wat ik wel zeg is: waarom zitten er niet ten minste evenredig veel islamitische vrouwen, met of zonder bikini, op het Nederlandse strand?

En dan nu die openingszin van de grondwet, en het ‘op welke grond dan ook’.

Iemand zal van het ministerie van justitie celvloeren moeten schrobben als gevolg van discriminatie op lichamelijke gronden, want de Nederlandse politie neemt geen sollicitanten aan die kleiner zijn dan 1,70 m. Hoe het ook zij, we kunnen stellen dat alleen het woord ‘discriminatie’ al een belangrijke rol speelt en in onze maatschappij een nuttig doel dient.

Want hoe kan een man met een donkere huid die terechtstaat voor geweldpleging, of die dreigt te worden gearresteerd wegens het verkopen van drugs, zich nu beter verdedigen dan door te schreeuwen: ‘Discriminatie.

Ze moeten mij hebben omdat ik zwart ben!’ Van de diverse vormen van discriminatie is de objectieve waarschijnlijk de belangrijkste en de meest precaire, omdat we dagelijks worden gedwongen ons er aan te onderwerpen. Zoals we uit ondervinding weten, onder andere door de dood van een driejarig meisje, dat een pitbull- terriër gevaarlijker is dan de gemiddelde huishond, en daarom is er, op basis van objectieve discriminatie, een wet die alleen eigenaren van pitbulls verplicht om hun hond te muilkorven, en niet alleen eigenaren van pitbulls die al eens hebben gebeten, of alle hondeneigenaren. Want zo liggen de feiten nu eenmaal. De keuze gaat dan nog tussen het onderkennen of het negeren van feiten. Kiest men het laatste, dan zouden er autisten in de regering kunnen zitten en stotteraars bij de 008.

Discriminatie van de verkeerde is zeer verkeerd, maar niet verkeerder dan een verkeerd begrip van het woord, en niet verkeerder dan het botweg beschuldigen van anderen wegens verkeerde discriminatie als daar geen sprake van is. Het woord discriminatie zou zelf opnieuw moeten worden gewogen en hergewaardeerd, en er zou moeten worden uitgemaakt welke soorten discriminatie misschien toch niet zo heel verkeerd zijn. Denk eens aan alle contactadvertenties in de kranten, waar gevraagd wordt naar haarkleur, lengte, temperament, scholing, intelligentie, oogkleur...Oogkleur? Dat komt me bekend voor.

Terug naar Home

IS DE NEDERLANDER DOR?

Het eerste wat een immigrant die niet stekeblind is kan zien zonder nog een brochure te kopen is hoe dor de Nederlanders eigenlijk zijn, niet dat de Nederlanders ( of ik) dat overigens ontkennen. Je moet tenslotte geluk hebben wil je een Nederlandse man ooit zien lachen of huilen, of hem zelfs opgewonden of boos zien. Vertel ze een mop, en ze roepen halverwege:

‘Ken ik al;’ vertel ze een interessant verhaal en je hoort: ‘]a, ja;’ vertel ze iets droevigs en er komt: ‘Kan gebeuren.’ Hun stem blijft op één frequentie, zonder toonverschil. Het is aan de telefoon moeilijk te horen of iemand zeventien is of zeventig. Ze lopen en werken zonder enige haast, ‘rustig aan,’ denken ze. Toch bestaat er een merkbaar verschil tussen een wakkere en een die slaapt. Al bij hun geboorte zien ze eruit als levende poppen; hun ogen bewegen van links naar rechts en soms, als de batterij vol is, hun hals ook, maar verder liggen ze er maar bewegingloos bij en worden nerveus van hun eigen hartslag.

Het zou niet fair zijn alleen deze ene kant van de Nederlanders te belichten en zo de indruk te wekken dat ze alleen maar ‘dor’ zijn, want onzichtbaar onder het dorre oppervlak zijn ze wel degelijk ‘mals’, als ik het zo noemen mag. Maar om het verschil tussen mals en dor bij de Nederlanders goed te begrijpen, moeten we ons in gedachten verplaatsen naar lang geleden, toen een heerlijke nieuwe wereld met gloeilampen, machines, treinen, theaters en zijden kleren aan het ontstaan was. Hele gezinnen zaten bij de kachel naar de radio te luisteren, hele dagen van een enorm opwindend leven lang. De wereld, althans het westen, is sindsdien afgekoeld, en de verjaardag van je zoontje is pas een feest als de stereo-set een ingebouwde CD-speler en kleuren-televisie heeft. Maar die zelfde wet van de verminderende meeropbrengsten, die ook opgaat in de levenscyclus van het individu, is daarnaast duidelijk van toepassing op het Nederlandse volk als geheel.

Echter niet zonder voorbehoud, daar het ook een kwestie van instelling is die abusievelijk voor dorheid wordt aangezien. Want als een kind valt en de ouders springen niet in paniek overeind om het te helpen, dan is dat alleen maar omdat zij vinden dat zo’n kind onafhankelijk moet leren worden, en niet omdat het ze niet kan schelen.

Maar wat bedoel ik dan met ‘mals’? Als een Nederlander uit Utrecht in Amsterdam een andere Utrechter ontmoet, dan zeggen ze: ‘Hallo, kom jij ook uit Utrecht? ‘Hee, te gek!’ Ze bieden elkaar verbaasd en opgewonden een drankje aan, gaan vervolgens terug naar Utrecht en stellen hun naaste en verre families aan elkaar voor. ‘Wat een toeval! Dat moet gevierd worden! , Zijn ze daarom ‘mals’? En als ik ze nu een mop vertel over iemand die moeite had met het lezen omdat hij zijn boek ondersteboven hield en ze rollen over de grond van het lachen, zijn ze dan ‘mals’?

De verklaring is dat de Nederlanders zoveel verder ontwikkeld zijn dan de rest van de wereld dat er evenredig veel meer voor nodig is om ze uit hun evenwicht te brengen. En wat betreft humor: achter die neutrale gezichten gaat een gevoel voor humor schuil dat dat van de Engelsen en de Amerikanen nog overtreft, wat misschien dom klinkt, omdat die de leukste films maken, maar een film maken is niet hetzelfde als erin wonen. Waar je ook komt, de Nederlanders lijken niet op te kunnen houden met grappen maken. Of het nu op het postkantoor is, bij de politie, op het belastingkantoor, in een winkel of zo maar op straat, iedereen lijkt verslaafd aan humor. En die humor is niet alleen zo vergezocht dat andere westerlingen er niets van snappen, maar ook meer dan een dun vernisje, want al doe je je best om ze te beledigen of uit te schelden, ze blijven vriendelijk en geamuseerd lachen.

De dorheid van de Nederlanders in de dagelijkse omgang is de prijs die ze betalen voor hun zeer bewuste levenswijze, omdat iemand nu eenmaal niet tegelijk zeer bewust en zeer spontaan kan zijn, en omdat het één evenredig ten koste gaat van het ander. Sommigen menen misschien dat het beter is om spontaan te zijn, en dan maar iets minder dor dan de Nederlanders, en misschien hebben ze gelijk, maar juist die dorheid maakt de Nederlanders zo ongevaarlijk. Als de rest van de wereld niet zo hyperig, zo reactief, zo emotioneel, zo spontaan, kortom zo ‘mals’ was, dan zouden al die oorlogen er niet zijn.

Terug naar Home

VARIABELE INHOUD

Het kan interessant zijn om te zien hoe de islamitische cultuur verschilt van de Nederlandse, maar het kan gevaarlijk zijn om niet te zien dat uiterlijk overeenkomstige zeden en gewoonten soms qua intentie en effect des te sterker van elkaar verschillen. In Nederland lopen de belangrijkste en rijkste mensen vaak rond in de goedkoopste, sjofelste kleren, waarmee ze in hun Audi van een halve ton of, afhankelijk van het weer, op hun knarsende oude fiets stappen. Als ze een pak dragen, dan doen ze dat alleen voor hun werk of omdat ze het prettig vinden. In islamitische landen daarentegen, waar men een pak draagt om zich superieur te voelen tegenover anderen, zou niemand met enige status zich ooit op een fiets durven vertonen. Het ‘Dank u,’ ‘Sorry,’ ‘Sorry,’ ‘Dank u,’ dat de Nederlander in de mond bestorven ligt, waarbij hij je recht aankijkt, wordt in islamitische landen beschouwd als zelfvernedering en is trouwens een holle frase.

Nederlandse bushaltes en andere openbare lokaliteiten klinken als begrafenisstoeten, namelijk niet, en dat doen ook hun restaurants niet, waar de Nederlanders in alle rust zachtjes converseren en worden bediend door andere Nederlanders die hen als mensen beschouwen en zich daarnaar gedragen, met een bepaald contact via de blik en een heel natuurlijke vriendelijkheid. Heel anders gaat het toe in islamitische landen, waar de klanten hun best doen om zich voor de duur van de maaltijd in te houden, terwijl ze worden bediend door kelners die een zuiver uiterlijke voorkomendheid uitstralen, maar in feite niet in staat zijn de klant als mens te zien en te respecteren. Ten slotte: een gesprek met een Nederlander is nooit compleet zonder een dozijn waaroms. De vraag waarom geeft in islamitische landen aanstoot en kan tot moeilijkheden leiden.

Gezien de grote verschillen onder alle oppervlakkige gelijkenissen ik heb nog maar een fractie genoemd, gevoegd bij de vanzelfsprekendheid waarmee moslims liegen en bij de verwarring die ontstaat doordat Nederlandse onderzoekers eerst allerlei voor moslims volstrekt onbegrijpelijke vragen in de oren van de moslims pompen, om hun vervolgens de antwoorden uit hun mond te trekken die ze graag willen horen, valt het niet moeilijk voor te stellen hoeveel misverstanden er over de moslims zullen blijven bestaan. Ik zelf loop hun moskeeën in en uit, zit te midden van hen in hun clubs als hun ‘kameraad’ en hoor ze vertellen hoe verdorven de Nederlanders zijn en hoe mooi ze de Nederlanders ertussen nemen, om nog te zwijgen over de gevaarlijker dingen die ze zeggen zonder dat ze weten wat ik denk.

Terug naar Home

KENT U DE KORAN?

De stem van de koran lijkt bij de Nederlanders steeds meer nieuwsgierigheid op te wekken, en af en toe levert zelfs een vrouw zich uit aan de islam en laat een natie achter die zich verwonderd afvraagt wat die koran toch te bieden heeft, dat een intelligente vrouw haar eigen godsdienst van de hand doet en overgaat tot een andere ( terwijl de vraag of ze zich ooit weer kan herbekeren blijkbaar geen televisietijd waard is) .Ik bedoel er niets kwaads mee, maar volgens mij is het een bepaald type mensen dat bij de Bhagwan of bij de Hare Krishna’s gaat, zich laat opsluiten in de Scientology-kerk, het laatste gifmaal gebruikt met dominee Jones of moslim wordt.

Dan verschijnt daar het enige licht dat de duisternis verdrijft, het enige wat je innerlijke leegte kan vullen: de koran. Opeens ben je weer gelukkig, je leven is zo veranderd, net als je kleren, je haar, je vriendenkring, je feestjes. Alles is veranderd: je bent een nieuw iemand geworden. Je bent omringd door je enthousiaste malse moslim-vrienden die je gelukwensen omdat je te midden van hen zit en allerlei spannende spelletjes uitprobeert, zoals ramadan, vijf keer per dag bidden en het dorre Nederlandse leven vaarwel zeggen.

Als we de moslims echt willen begrijpen, moeten we een blik in de koran werpen. En hoewel ik dat boek uit mijn hoofd heb geleerd met behulp van zweepslagen, heb ik er laatst in zitten lezen om mijn geheugen op te frissen, me afvragend of de moslims nu de koran misbruiken of andersom, of allebei. De volgende citaten uit de koran zijn afkomstig uit de vertaling van prof. dr. J.H.Kramers en kunnen de Nederlanders een globale indruk geven van de overtuigingen en de geestelijke bagage van zijn medeburger.

Sura 2, 191: ‘Bestrijdt hen [de ongelovigen-MR] niet bij het Gewijde Bedehuis, zolang zij u niet daarin bestrijden. Doch indien zij u bestrijden, doodt hen dan.

Sura 5, 38: ‘En de dief en de dievegge, houwt hun handen af tot vergelding van wat zij verdiend hebben, als een voorbeeld van kastijding van Allah.’ Als de moslims in Nederland zo veel gelegen is aan hun godsdienst, moeten ze ook de straffen die Allah wenst maar accepteren.

Sura 24, 2: ‘De overspelige vrouw en de overspelige man, geselt een ieder hunner met honderd geselslagen.’

Sura 24,31: ‘En zeg tot de gelovige vrouwen, dat zij haar blikken neerslaan en haar eerbaarheden wel bewaren, en dat zij haar tooi niet tonen. ...en laten zij niet met haar voeten stampen, opdat kenbaar wordt wat zij van haar tooi verborgen houden. ‘ (Het blikken neerslaan geldt ook voor mannen. )

Sura 24, 4: ‘En zij die de eerbare vrouwen betichten en daarna niet vier getuigen bijbrengen, geselt hen met tachtig geselslagen...’

Sura 4, 15: ‘En die van uw vrouwen, welke zedeloosheid bedrijven, verlangt tegen haar als getuigen vier uwer; indien deze dan getuigen, houdt haar dan terug in de huizen, totdat de dood haar schuld invordert of Allah voor haar een weg aangeeft.

Voorafgaand aan een vergelijking tussen koran en bijbel, moet worden opgemerkt dat ik met de bijbel niet het oude testament bedoel, dat niet minder belachelijk is dan de koran, maar het nieuwe testament (N.T.). En al hebben koran en bijbel hetzelfde doel, verspreiding van het geloof, het verschil tussen beide is aanzienlijk. Terwijl het christendom (N.T.) dat verspreidt met vriendschap en liefde, zonder dwang, oproept tot bidden voor de ongelovige en hem te helpen bij zijn bekering of hem anders te vergeven, enz., is de islam hard, dwingend, bestraffend en agressief. Of, met één woord: primitief, want het is al in geen veertien eeuwen veranderd. Zo’n verschil leidt onvermijdelijk tot botsingen en ook zonder dat bestaat er al een duidelijk sociaal conflict tussen wat Nederlanders en wat moslims mogen. De islam verbiedt honden in huis te laten, een huis te betreden waar een hond woont of iemand de hand te schudden die een hond heeft aangeraakt. Dat maakt sociaal contact en vriendschap tussen Nederlanders en moslims erg onpraktisch, helemaal als moslims niet aan tafel mogen met Nederlanders die lekker boterhammen met varkensreet zitten te eten.

Dan is er nog de kledingkwestie, die dieper gaat dan oppervlakkig lijkt. Een punker verft zijn haar, een hippie doet er bloemen in, een soldaat knipt het kort en discogangers smeren het vol gel. Iedereen doet waar hij zin in heeft. Moslimvrouwen echter houden zich aan de ‘hizjab’ en bedekken hun hoofd, niet omdat ze dat graag willen of omdat hun klederdracht zo is, maar omdat het ontbloten van hun hoofd ze onrein maakt, vies en verachtelijk. Hun ‘hizjab’ is dus een gebaar, een manifest, dat een oordeel inhoudt over de Nederlandse vrouwen die ze tegemoet treden met een beleefd glimlach die minder onschuldig is dan hij lijkt. Deze mening, die islamitische vrouwen onder de ‘hizjab’ met zich meedragen, is overigens al met de paplepel ingegoten, want moslimvrouwen vinden iedere blanke vrouw nu eenmaal verachtelijk. De blanke vrouwen lopen in het openbaar met hun benen en schouders zichtbaar, gaan naar het café en zitten daar te midden van mannen, drinken alcohol en doen aan seks voor het huwelijk. Een Turkse jongen vatte het eens openlijk samen op de tv toen hij de Nederlandse vrouwen hoeren noemde, waarin hij werd bijgevallen door een islamitisch meisje dat ook openlijk op de tv verklaarde (24 februari 1987, IKON) dat ze nooit met een Nederlandse jongen zou trouwen. Een fraaie eenzijdige toestand levert dat op, waarin de Nederlanders liefde schenken en er alleen maar verachting voor terugkrijgen. De vraag blijft alleen: als de Nederlanders zo verachtelijk zijn, wat doen al die moslims dan in Nederland? Allah kan het er toch nooit mee eens zijn dat zo’n halal (‘reine’) moslim-beschaving op zo’n haram (‘onreine’) bodem leeft. Terug naar de inhoud van bijbel en koran. Sommige mensen beweren dat de bijbel ook laakbare teksten bevat of dat de koran ook zijn goede kanten heeft. In de bijbel die ik heb gelezen (N.T.) moeten pagina’s ontbreken met instructies over geselen en verminken of teksten van gelijke strekking. En wat betreft de goede kant van de koran, de advocaat van Ferdy E. zei niets over alle familieleden van Albert Heijn die Ferdy niet had ontvoerd, en Khomeiny kon ook niet zeggen: ‘Zeg, waarom heeft iedereen het op mij gemunt? Hoeveel schrijvers zijn er niet die ik niet ter dood heb veroordeeld?’ De goede kant van de koran neutraliseert niet zijn slechte kant. Dus waar haalt Fred Leemhuis de moed vandaan om op 13 mei 1989 een halve Telegraaf-pagina en later ook nog het tv-scherm in beslag te nemen, het merendeel met een grijns en de rest met een koran in zijn hand, trots verklarend dat de koran ‘uitermate tolerant’ is, om de volgende nacht rustig te gaan slapen in de wetenschap dat hij al die lezers en kijkers heeft bedrogen?

Na deze gedegen kennismaking met de koran kunnen we de vraag beantwoorden of de moslims de koran misbruikt hebben, of althans wat de onderlinge relatie tussen beiden is. Beweringen dat de koran schuldig is aan het gedrag van de moslims, of dat de moslims de koran hebben misbruikt, rechtvaardigen beide abusievelijk de andere partij. In werkelijkheid versterken de twee elkaar. Alleen is het woord misbruiken onterecht, want koran en moslims hebben elkaar juist heel goed weten te gebruiken, en ze horen ook bij elkaar. Het softe Nieuwe Testament zou de moslims niet bevallen, en de koran zou de Nederlander na één blik afwijzen

De wederkerige relatie tussen moslims en koran betekent niet dat de moslims zonder koran hulpeloos of uitgeblust zouden zijn. Wie een slang zijn gif aftapt, tapt immers niet ook zijn agressie af. En toen de Amerikanen hun bezorgdheid uitten over het bezoek van Rafsanjani aan Rusland, een bezoek dat boven op Gorbatsjovs toch al groeiende zorg om de vijftien miljoen moslims in zijn land kwam toen sprak iedereen, ook in Europa, over het fundamentalisme van de islam. Geen woord over het fundamentalisme van de moslims. Alsof de moslims allemaal willoos gehoorzamen aan de bevelen van een donderstem uit de hemel. Pak een man die razend is zijn vuurwapen af, en hij zal in plaats daarvan een stok of een steen pakken. De islam is alleen maar het vuurwapen, de razende man is de fundamentalistische moslim zelf. Maar in onze wereld met zijn complexe politieke structuren is er voor zo’n logische wijze van redeneren duidelijk geen ruimte. En nu er weer een nieuwe gek onze planeet opschrikt door zijn buurland te annexeren, waarbij hij zichzelf heeft verschanst in een fort van menselijke zandzakken, denken westerse optimisten dat ‘s mans aftreden de zaak volledig zou oplossen. En dat terwijl dezelfde fundamentalistische moslims die onze zogenaamde dictator met miljoenen toejuichen, heel goed in staat zijn om regelmatig een soortgelijke aap uit hun mouw te laten komen. Zo niet in Irak dan wel elders en zo niet met mosterdgas dan wel met atomen.

Terug naar Home

EVOLUTIE

Of het onderwerp nu kinderen is of oorlog, het milieu, seks of hartaanvallen, als ik er dieper op in wil gaan, zie ik mezelf vaak gedwongen te verwijzen naar de evolutie van de menselijke beschaving. De moslims zijn hierop geen uitzondering, maar dat zijn mensen in het algemeen ook niet. En de stadia die een kind doormaakt tot het geheel volwassen is, vormen evenzeer een evolutie-proces als de ontwikkeling van aap tot mens. Maar kinderen ontwikkelen zich niet allemaal in hetzelfde tempo en ze gaan er ook niet allemaal even lang mee door, dus waarom de verschillende volkeren op onze planeet dan wél? Er zijn zelfs vele voorbeelden te geven van mensen, zoals de Biami’s die onlangs voor het eerst in contact kwamen met de buitenwereld, die nu nog ongeveer zo leven als in het stenen tijdperk - en dat niet omdat ze niet wíllen moderniseren, maar meer omdat ze niet beter weten. Misschien is er eenvoudig sprake van een evolutiekloof, hoewel ik er in dit verband bij wil zeggen dat de evolutie waarover ik het heb uitsluitend een culturele ontwikkeling betreft, de ontwikkeling van sociaal gedrag en mentaliteit; het lijkt mij even onwaarschijnlijk en onlogisch dat alle volkeren dezelfde ontwikkeling zouden hebben doorgemaakt als dat twee vingers dezelfde afdruk zouden geven, of dat twee sterren of twee bladeren precies eender zouden zijn. Overigens hoeft een hogere trap van ontwikkeling geen verdienste te zijn, zoals blijkt uit onze zo goed als verwoeste planeet.

Het blijkt dat we nooit uit onze holen hadden moeten komen. Maar minder ontwikkeling betekent uit de aard der zaak meer temperament, meer impulsiviteit, meer agressie, kortom: meer van alle eigenschappen waarmee we als apen zijn begonnen.

 

DREMPELS EN GRENZEN

Hoewel de aapmensen, de minder beschaafde en de hoger beschaafde mensen allemaal maar emotionele wezens zijn, is het onderscheid tot op grote hoogte een kwestie van drempels en grenzen: van drempels waarboven ze besluiten te reageren en de grenzen die ze aan hun acties of reacties stellen. Echter, zowel deze twee factoren als het bewustzijn en de daarop uitgeoefende controle hangen rechtstreeks af van de graad van ontwikkeling van een volk. Het is dit besef, of de afwezigheid ervan, waardoor in derde-wereld- landen haast alles aanleiding kan worden tot eer handgemeen en waardoor de Nederlanders vrijwel niet te beledigen zijn. In de eerste plaats komen ze al niet in actie, als een oude aansteker met een versleten vuursteentje dat geen vonk geeft, en in de tweede plaats voorkomt hun besef van grenzen haast altijd dat ze te sterk reageren te ver gaan.

Het komt voor dat een Nederlands meisje wel wil zoenen maar niet dat je aan haar lichaam komt, wel meegaat maar niet haar kleren uittrek. Het kan zo ver gaan dat ze wel samen naakt wil liggen maar geen gemeenschap wil. Of, in een meer algemene situatie, een Nederlands meisje zal wel als fotomodel in ondergoed willen poseren maar zich niet lenen voor prostitutie. Een meisje in Marokko kust om seks te hebben, of helemaal niet; en als ze zo dwaas is om in haar ondergoed te poseren, kan ze zich net zo goed prostitueren want al doet ze dat niet, haar familie zal haar niet geloven en haar verstoten. Amsterdamse meisjes laten het inmiddels wel uit hun hoofd om tegen moslimjongens te lachen, want die vatten dat op als een wenk en zuigen zich aan hen vast, totdat ze ‘lesbisch’ zeggen en weglopen. De trap van evolutie waarop een volk staat bepaalt de ligging van zijn grenzen. Hoe meer twee volkeren verschillen wat betreft die ligging, hoe eerder het tot botsingen zal komen. Dit verschil is tussen de Nederlanders en de moslims zo extreem als het maar kan. Bepaalde dingen die je in Nederland nog kunt zeggen, zullen zelfs in andere westerse landen tot conflicten leiden. Als de Nederlanders op hun voorhoofd wijzen en elkaar stom en gek noemen, zien ze dat als een opinie, en niet als een belediging. Maar het valt ten zeerste af te raden dit in een ander land te proberen. Een botsing ontstaat dus op het moment dat een Nederlander die op zijn woord een woord, of op zijn scheldwoord een scheldwoord terug verwacht, opeens in elkaar wordt geslagen zonder dat hij weet dat dat voor de ander misschien heel normaal is, en zonder te beseffen dat die ander geen remmen weet te hanteren. Die situatie doet zich nogal eens voor bij aanrijdingen. Nederlanders zijn in zo’n geval gewend kalm te blijven, en om eerst de ander te vragen of hij ongedeerd is, voordat er naar schade wordt gekeken. Een Marokkaan, een Turk, een Surinamer of een andere buitenlander begint na een aanrijding met schreeuwen en agressief te worden, en ik heb zelf wel meegemaakt dat ze een Nederlander met fysiek geweld wilden beletten de politie te bellen. Wat mensen door elkaar halen zijn aard en reikwijdte van een handeling: de vraag waarom het gaat is niet óf een handeling enthousiast is of niet, agressief of niet, maar in hoeverre. Want als niet de reikwijdte maar alleen de aard van een handeling van belang was, zoals sommige mensen menen, dan zou tegen de handel in koffie een verslavend middel even hard moeten worden opgetreden als tegen de cocaïnehandel. Zeker, ook Nederlanders zijn menselijk en dus in staat tot lachen en tot agressie. De vraag is alleen op welk punt ze in actie komen en hoe ver ze zullen gaan. Zullen ze een scheldwoord alleen maar denken of ook binnensmonds uitspreken? Zullen ze het hardop roepen of een mes trekken?

Iedereen kan tot een punt worden gebracht waar hij bereid is te doden. Een Nederlander die bij thuiskomst een kerel bezig ziet zijn vrouw te wurgen, een keukenmes grijpt en die man daarmee steekt, zal vermoedelijk niet voor gek worden verklaard of in de gevangenis komen. Maar hij zou wél gek zijn als hij een man die in het café zijn vrouw zoent, dood zou schieten of de man van de wasserij in elkaar zou slaan als hij zijn theedoeken niet goed schoon krijgt.

Een andere kijk op drempels en grenzen zou een antwoord kunnen zijn op het argument dat toch niet alle moslims voortdurend mensen in cafés doodschieten en dat niet iedere Turk zover gaat om zijn zuster lood toe te dienen als ze niet trouwt met de man aan wie haar ouders haar hebben beloofd. Als we zinnigheid en krankzinnigheid beschouwen als een VU-meter met een schaalverdeling van nul tot tien, en als we aannemen dat stand negen het punt is waarop iemand handtastelijk wordt en stand tien het punt waarop iemand krankzinnig genoeg wordt om te moorden, dan is het logisch dat iemand wiens normale gedrag dichter bij de tien ligt, laten we zeggen op acht, veel gemakkelijker de tien bereikt dan iemand wiens normale gedrag bij twee ligt.

Als elk van hen twee graden opschuift, zou de ene al aan zijn plafond zitten {gek genoeg om te moorden) , terwijl de ander van twee naar vier zou stijgen. Water van 80 graden is veel gauwer aan de kook te brengen dan het ijskoude.

Deze zelfde krankzinnigheidsschaalverdeling is ook van toepassing op het gemiddelde gedrag van een natie. Het gemiddelde van het Nederlandse volk is waarschijnlijk 2, dat van Scandinavië 1, het Iraanse gemiddelde is een dikke 9 en dat in veel moslimlanden waarschijnlijk 8. Dat betekent niet dat er geen rustige of fatsoenlijke moslims zijn. Natuurlijk zijn die er, misschien zijn ze wel fatsoenlijker dan de Nederlanders, maar een volk dat bestaat uit een handjevol verstandige mensen en voor de rest uit fanaten is daarom nog niet hetzelfde als het andere volk dat een handjevol fanaten telt. Eén explosie tijdens een voetbalwedstrijd maakt de Nederlanders als volk nog niet tot terroristen, en één vechtpartij in een disco stelt de Nederlanders nog niet gelijk aan het Zuid-Amerikaanse Indianenvolk waar ze elkaar bij een jaarlijkse ceremonie doodstompen en doodschoppen en daar trots op zijn. Maar het kan nog ernstiger: als er in Amerika of Azië een onderzoek zou worden gedaan naar de motieven waarom een man in een gevecht zijn tegenstander niet zou doden, dan zou waarschijnlijk 99% het gevaar van gevangenisstraf als motief geven, en niet hun onwil om een medemens dat aan te doen. En niet dat de uitslag bij de moslims in Nederland minder dramatisch zou zijn.

Terug naar Home

SALMANIC VERSDIE

Intussen is Rushdie op toernee door Europa. Zijn CD ‘Satanic Tunes’ heeft de verkoop van zijn boek overtroffen. Zijn volgende concert is in de Stopera, waar minister Hirsch Ballin en mevrouw Torture op de eerste rij apenootjes zitten te eten. Rushdie komt op in zijn kogelvrije pak en er wordt geapplaudisseerd. Rafsan en Gaddafi, die vermomd als monniken naar binnen zijn geglipt, hebben een paar gram van hun voor 150 jaar toereikende voorraad Semtex bij zich. Eerst ontstaat er een ruzie, een oorlog bijna, over wie van tweeën hem mag gooien. Dan wordt er getost en Rafsan wint. De Semtex komt het toneel op en Rushdie’s been gaat af, vliegend door de zaal, rakelings over de hoofden van het publiek.

Gaddafi staat te grijnzen. Er is een Nederlandse verpleegster in de zaal en zij heeft morfine bij de hand, en Rushdie ligt te krijsen van de pijn. ‘Nee, ik geef je geen injectie, want dat doet pijn, en bovendien is morfine niet goed voor je, het is tegen mijn principes.’ zegt ze. Intussen is de politie gekomen, en Gaddafi en Rafsanjani worden gearresteerd. Hirsch Ballin beveelt: ‘Laat ze gaan, we moeten tolerant zijn, anders kunnen wij ook geen tolerantie van hen verwachten.’

We zouden Rushdie allemaal dankbaar moeten zijn omdat hij de moslims zo heeft geprovoceerd dat ze zich hebben laten kennen. Zonder dit incident zou de ijsberg ongemerkt zijn doorgegroeid en later voor een des te grotere botsing hebben gezorgd. Nu leidde de botsing tot discussies over hoe geschokt het westen was door de protesten, en door Khomeini’s gevaarlijke dreigementen, terwijl men het er eigenlijk over had moeten hebben hoe gevaarlijk geschokt het westen was door Khomeini’s dreigementen. Wie een defect koffiezet-apparaat aanraakt kan twee soorten schokken krijgen: 1) de 1 elektrische schok; 2) de schok van het onverwachte. Wie opzettelijk een blote draad aanraakt kan alleen 1) de elektrische schok krijgen. Het grootste gevaar is eerder gelegen in de schok die het westen heeft gekregen dan in Khomeini’s dreigementen. Wie zich in een schaakpartij laat verrassen, verliest. Het westen had dit moeten zien aankomen. Want van een schok kun je herstellen, maar onwetendheid en de verrassingsfactor betekent een permanent gevaar. Wat betreft de botsing tussen de islam en de vrijheid van meningsuiting, hebben de moslims evenveel recht om hun godsdienst te beschermen of zelfs om agressief te zijn, als de blanke man heeft om zijn vrijheid van meningsuiting te beschermen of zijn flegma. Maar beide rechten kunnen voor elk van beide partijen slechts gelden in het eigen land. Daarom kan een Nederlander niet eisen dat De Duivelsverzen in Turkije of Marokko wordt verkocht, zo min als de moslims in Nederland verwachten hun islamitische recht te kunnen afdwingen. En moslims zouden onze lof verdienen als ze trouw naar hun eigen land teruggingen om daar hun longen uit hun lijf te schreeuwen. Over schreeuwen gesproken, het kleine aantal van 5.000 moslims dat, verzameld in Den Haag, ‘Dood aan Rushdie’ schreeuwde, komt getalsmatig overeen met een schamele 150.000 protesterende Nederlanders. We hebben het dan over één betoging, en alleen over de mensen die daadwerkelijk kwamen betogen, dus niet over allen die het huis niet uit mochten of niet mochten demonstreren. De betogers betoogden niet uit principe, zelfs niet uit woede, maar uit pure agressie. Agressie omwille van de agressie. En laat niemand zeggen dat Nostradamus ons niet gewaarschuwd heeft.

Het moet wel politieke druk zijn geweest, of een zak met goud, die Rushdie er toe heeft gebracht om min of meer zijn excuses aan te bieden dat hij de moslims heeft beledigd. Want het valt moeilijk voor te stellen dat hij het meende. En mevrouw Thatcher heeft ook toegegeven dat het boek aanstootgevend was, wat dat ook moge betekenen. Een Nederlandse jongen die op straat zijn vriendin een lekkere lange zoen geeft in het toevallige bijzijn van een moslimvrouw en haar kinderen, geeft daarmee aanstoot en moet achteraf zijn excuses aanbieden.

Aanstoot nemen is soms puur een vorm van agressie. En als de agressie ervoor kiest om op die manier naar buiten te treden, dan zij dat zo. Maar ten koste van zichzelf. Hoe dan ook, lava stroomde over de hele wereld uit, en toen Rushdie bekoelde, vloeide de lava naar een seksboekje in China en weer iets later over de zool van een Bata-schoen in Bangladesh. Zolang de hitte in de aarde zit, blijven er vulkanen uitbarsten.

Zoals aanstoot nemen een vorm van agressie kan zijn, zo kan fundamentalisme een vorm van stompzinnigheid en bekrompenheid zijn. Dat verklaart waarom de mensen in de middeleeuwen zo fundamentalistisch waren, en bovendien waarom zoveel godsdiensten in de V.S. dat zijn, en in Nederland niet. Of het nu in een huwelijk is, kleding, een bedrijf, een gezin, een school of een rechtbank, fundamentalisme vindt altijd een voedingsbodem. Dus laten we het pure fanatisme en de stompzinnigheid van de moslims niet toedekken met schone, nette woorden zoals fundamentalisme zolang ze Rushdie blijven opjagen.

Sommige mensen menen ongetwijfeld dat Rushdie de moslims heeft geprovoceerd, of dat het in het algemeen niet raadzaam is hen nog verder te provoceren. Maar ten eerste is het geen provocatie als iemand in zijn eigen land zijn eigen vrijheden en manier van doen geniet; en ten tweede zouden we, als provoceren verkeerd is, ook de banken wel kunnen verbieden om geld te bewaren of mensen verbieden stereo-installaties in hun auto te nemen, omdat dat dieven provoceert. De hoofddoekenkwestie laat ik hier buiten beschouwing. Het is de vraag of Rushdie psycholoog is dan wel bij toeval in de roos heeft geschoten, maar hij verdient erkenning als sociaal werker. De moslims mogen Rushdie eigenlijk wel dankbaar zijn dat hij hun zo’n mooi doelwit heeft geboden, en hem een vaste aanstelling geven ter uitoefening van zijn ontladingstherapie. Zonder hem zou al die hitte van binnen opgehoopt zijn gebleven, sissend en kolkend in hun lijven. Misschien had Rushdie zijn boek ‘The Vulcanic Verses’ moeten noemen. Zo kwetste één man miljoenen mensen over de hele wereld. En ook mijn moeder vroeg me hoe hij toch zo’n boek had kunnen schrijven, ook al had ze, net als al die anderen, het boek noch gezien noch gelezen. Het is dan ook niet Rushdie die de moslim, maar de moslim die zichzelf heeft gekwetst. En wat de prijs op Rushdie’s hoofd aangaat: het westen blijft zijn tijd verdoen met eisen dat Iran die oproep intrekt. Oproep of geen oproep: Rushdie is er toch geweest. Want alle moslim-agressie samen kan misschien op een dag Rushdie doden. Maar alle Rushdies samen kunnen nooit de moslim-agressie doden.

Terug naar Home

BLUNDERDESKUNDIGEN

De grote blunder, zoals inmiddels heel algemeen wordt erkend, werd nog maar vrij kort geleden begaan, toen jan en alleman nog het land in mocht omdat de Nederlanders geen zin hadden in het vuile werk. (Nu zitten ze met een nog veel vuiler werk, dat ze ook aan anderen overlaten.)

Deze blunder was des te groter omdat er van tevoren geen gedegen onderzoek naar hun gewoonten, hun godsdienst of hun mentaliteit werd verricht. En ook ging het niet zo: ‘Nou, kamerleden, wat vindt u ervan: het zal de oplagen van onze kranten alleen maar verhogen, onze televisie krijgt meer om over te leuteren, onze luie politie krijgt iets te doen, onze schrijvers en uitgevers zullen voelen wat ze nog nooit gevoeld hebben: angst, en we krijgen een gegarandeerde toelevering van problemen voor de eerstkomende tweehonderd jaar.

Dus kom op, jongens, hand opstekend wie voor is. ‘ En daar gingen honderdvijftig handen de lucht in. Veel gevaarlijker dan beoordelingsfouten zijn mentaliteitsfouten, omdat die zich steeds kunnen herhalen. Iemand die per abuis een misdaad begaat is veel gemakkelijker op het rechte pad terug te brengen dan iemand met een crimineel karakter. De verkeerde mentaliteit van de Nederlanders was vele jaren geleden al volkomen duidelijk, toen een Pakistani, die jarenlang bij een zeer streng bewaakte nucleaire fabriek had gewerkt, het voltallige personeel bedotte met zijn onschuldige gezicht en met behulp van zijn ambassade alle grondstoffen zoals uranium en kilo’s geheime documenten via nep-bv’s naar Pakistan uitvoerde, zodat Pakistan in staat werd gesteld om kernwapens te maken.

Nederlands kwetsbaarheid ligt niet in het gevaar dat er een raket uit Karachi naar Amsterdam komt vliegen, want Bombay en Delhi liggen als doelwit meer voor de hand (dank zij Nederland), maar in de naïviteit van de mensen, het gemak waarmee ze te bedonderen zijn, het gemak waarmee je hun vertrouwen wint. En dat alles dan nog gevoegd bij het feit dat een buitenlander al nooit in zo’n geheime fabriek had mogen werken.

Grappig overigens dat ik ten tijde van dit incident - en ik weet nog dat Canada toen krachtig bij Nederland heeft geprotesteerd - dacht dat de Nederlandse regering nooit zo slordig kon zijn geweest. Mijn conclusie was dat de regering van deze Pakistaan had geweten, maar hem had laten doorgaan met het kopen van grondstoffen, die ze immers graag verkocht, en het smokkelen van valse, hem opzettelijk toegespeelde documenten.

Daarin had ik Nederland dus overschat. Toch is de aanwezigheid van de moslims in Nederland niet geheel zonder nut. Van zichzelf uit heeft de gemiddelde Nederlander voor zijn vierentwintigste alles al gezien, gedronken en gedaan, zodat hij geen interessante vooruitzichten meer heeft. En daar katten en honden niet echt voldeden als pispaaltje, hadden de Nederlanders gewoon behoefte aan buitenlanders, of zelfs vluchtelingen, om ‘Och gossie, och gossie.’ ‘O, wat zielig’ te kunnen zeggen, en bovendien heb je een leuk speeltje aan ze: ze giechelen, ze blozen, ze zijn brutaal, ze worden zelfs boos en gaan schreeuwen en als je geluk hebt krijg je misschien je eerste draai om je oren, heel ongewoon en verfrissend allemaal.

Terug naar Home

BEZOEK DE ARGUMENTEN-WATERVALLEN

Nu de Moslims hier eenmaal zijn, is er ook een stortvloed aan argumenten voor hun aanwezigheid. Al moet ik toegeven dat ik heel zeker weet dat er meer moslims in Nederland zijn dan argumenten. Zeker: er moeten wel zo’n vijfentwintig moslims per argument zijn. Zoals iedereen weet is het eerste argument om de ontstane problemen te verklaren dat de moslims in Nederland worden gediscrimineerd en niet worden geaccepteerd in de samenleving. Ikzelf, ook een donkere moslim, ben in al de jaren dat ik nu in Nederland ben, niet één keer gediscrimineerd, behalve door buitenlanders. Het ergste wat me overkomt is dat een vrouw haar portemonnee wegstopt of dat een bewakingsman in een winkel me in de gaten houdt, wat ik kan respecteren, want dat ze zo argwanend zijn, is in laatste instantie te wijten aan de jatgewoonten van mijn eigen soort. Wat betreft het geaccepteerd worden: ik heb duizenden Nederlanders ontmoet en heb tientallen Nederlandse vrienden, en nooit is me het gevoel gegeven dat ik niet welkom was of werd genegeerd. Integendeel: ik erger me er wel eens aan dat ik extra beleefd word behandeld. De waarheid is dat alleen wie zelf een situatie creëert waarin hij wordt afgewezen, wie zichzelf wegcijfert en ontoegankelijk maakt, zich gediscrimineerd zal voelen. In werkelijkheid zijn het de moslims die de Nederlanders afwijzen, en hun klachten over discriminatie zijn alleen maar een handige afleidingsmanoeuvre.

‘Maar de discriminatie en soortgelijke sociale problemen zijn toch alleen maar een kwestie van aanpassing,’ argumenteren de sociologen. Ze leggen ons uit dat de moslims, kinderen zowel als volwassenen, moeite hebben met het overschakelen van hun cultuur naar de Nederlandse, en dat ze, zolang ze het daar druk mee hebben (inmiddels vele jaren) , niets anders vragen dan te worden getolereerd. Daar zit waarschijnlijk meer, en oudere, waarheid in dan de sociologen hebben onderzocht. Misschien hadden de moslims in hun eigen land, waar ze aan een stuk door vochten, en waar ze ook voor hun komst naar Nederland al agressief waren, ook wel aanpassingsproblemen. Misschien hebben ze het er al eeuwen druk mee, maar wil het ze nog altijd, doordat de zon in het westen ondergaat, of door het ontbreken van een Oost-pool, niet lukken. Als het aanpassingsargument ook maar enigszins steekhoudend was, dan zouden de Nederlanders die naar Canada en Australië emigreren ook vanzelf agressief worden, onderwijsproblemen krijgen, misdaden begaan enzovoort.

‘Maar onze problemen zijn immers de prijs die je betaalt voor het samenleven, en is samen leven niet een kwestie van geven en nemen?,’ zeggen de Nederlanders. Maar in dit geval geldt dat niet. Want als er sprake was van een gemeenschap van Syriërs en een van Nederlanders, allebei in Tokio, dan zou het logisch zijn als beiden elkaar even ver tegemoet zouden komen. Maar de moslims zijn nu in Nederland, het moederland van de Nederlanders, hun thuis, en eventuele aanpassing moet geheel van de kant van de moslims komen, zonder enige verplichting voor de Nederlanders. Ik kan niet in iemands huis gaan wonen, het anders inrichten, de televisie roze verven alvorens hem te mollen, sigaren roken, de kat eruit smijten en verwachten dat hij dat zal accepteren. Trouwens, als de Nederlanders elke buitenlandse nationaliteit voor 10% tegemoet zouden komen, dan zouden ze in stukken worden gereten.

‘Ja, maar de Nederlanders hadden toch ook koloniën, en dat is ook niet eerlijk,’ brengen sommigen in het midden. Ten eerste kunnen we niet zeggen: ‘Hoor eens, jij hebt mijn familie omgebracht, dus breng ik nu de jouwe om,’ oftewel: het ene onrecht maakt het andere niet goed. Ter tweede moeten we bedenken dat de Nederlandse aanwezigheid in de koloniën waarover we het hebben er een was op regeringsniveau. Het moet worden erkend dat de Amerikanen in de Filippijnen, de Engelsen in India, de Nederlanders in Indonesië of Suriname, allemaal, ondanks het kwaad dat ze hebben aangericht, die landen hebben helpen opbouwen, er spoorwegen hebben aangelegd, industrieën en scholen gesticht en zelfs de cultuur hebben helpen in stand houden door historische monumenten en gebouwen te beschermen tegen het publiek dat ze als toilet gebruikte.

En toen de tijd daar was, en hun aanwezigheid niet langer op prijs werd gesteld,vertrokken ze, zij het misschien wat later en wat minder gemoedelijk dan had gemoeten. Toen ze weg waren, was dat alles verleden tijd. Met de aanwezigheid van de moslims in het westen ligt het wel even anders. ‘Je zaait onnodig paniek. Een soortgelijke situatie als die van de moslims in Nederland bestond al in de zeventiende eeuw, toen de immigranten zich wél wisten aan te passen. Die immigratiegolf hebben de Nederlanders overleefd,’ hoor ik sommigen denken. Dat is allemaal waar, op het woord soortgelijk na. Anders dan driehonderd jaar geleden zijn de immigranten dit keer de moslims, en daar zit hem het voornaamste verschil in, afgezien van andere belangrijke factoren zoals olie, militaire expansie, lange-afstandsraketten, tijdbommen, politieke druk, biologische strijdmiddelen, Andrée van Es, computers, fax-apparaten etc. die destijds geen rol speelden. En trouwens, zijn de Chinezen, die lang geleden kwamen en zich zo half ondergronds wisten aan te passen, of de Molukkers die alleen maar onder elkaar willen leven, Nederlandse voorbeelden van geslaagde aanpassing? Het lijkt mij stompzinnig om ervan uit te gaan dat iets wat in het verleden goed is gegaan in de toekomst ook goed zal gaan.

Als dat zo was, waren stuntmannen onkwetsbaar. Dan is er nog het argument dat de moslims niet maar een paar verspreid levende families vormen, maar een hele beschavingen. Ook dat zou nog niet erg zijn geweest als die beschaving uit bij voorbeeld Scandinaviërs had bestaan.

‘Goed, goed, maar er zijn maar een handjevol fundamentalistische moslims op 14 miljoen Nederlanders,’ brengen optimisten hiertegen in. Ik betwijfel sterk of het wel om zo’n handjevol gaat. Een handjevol niet-fundamentalisten lijkt me waarschijnlijker. Maar afgezien daarvan is een handjevol vaak al genoeg. Er is maar één grote bek nodig om een hele groep rustige mensen in beroering te brengen, één dief en alle winkels nemen voorzorgsmaatregelen, één asociaal gezin en een hele straat wordt ongezellig, één Oostduits blikken schildpadje op de A2 en honderden automobilisten komen in gevaar, één moordenaar op vrije voeten en een hele stad leeft in angst, en ten slotte: één mogelijke kaper en miljoenen passagiers worden jaar in jaar uit gefouilleerd. En dan nog: als ik van plan ben om honderd mensen kwaad te doen en niemand van die honderd heeft zulke plannen met mij, wie is er dan in gevaar?

‘Okee, misschien heb je gelijk, maar je kunt niet zeggen dat het de schuld van de moslims is dat ze zo zijn,’ gelooft menigeen. Dat is zo, maar is het dan de schuld van de Nederlanders? Juist omdat het antwoord nee luidt, zijn er in Nederland en Engeland organisaties zoals de A.A., waar partners van alcoholisten terecht kunnen en waar hun wordt geleerd hun vege lijf te redden zonder schuldgevoelens, omdat het ook niet hun schuld is. Maar als de Nederlanders per se van alles de schuld op zich willen nemen, dan kunnen we net zo goed alle misdadigers vrijlaten, want het is vast niet voor honderd procent hun schuld dat ze de verkeerde kant zijn opgegaan.

‘Don’tworry, be happy, want wij zijn de engelen met de duizend wangen, en hoe vaak je ons ook slaat, wij zullen je telkens weer een andere wang toekeren,’ denkt de Nederlander. Die houding is niet verkeerd, en het is waar dat wraak niet loont, en ook dat wanneer je iemand de andere wang toekeert, die ander zich alleen maar schuldig zal voelen, zodat hij zichzelf straft. De Nederlanders begaan de vergissing dat ze dit principe, sinds het succes bleek te hebben bij hen zelf, op iedereen toepassen. Ze vergeten dat sommige mensen zich nooit schuldig voelen of hun fout inzien, omdat ze het denkvermogen daartoe missen. Je kan je kat niet bij een valse hond neerzetten, op een haar na aan stukken laten scheuren en dan later terugkeren met je kat in de hoop dat de hond van zijn fout heeft geleerd.

Terug naar Home

VOORWAARDEN VOOR VERANDERING

Het is misschien geen brutale of bespottelijke gedachte dat in de huidige situatie de beste oplossing is dat de moslims veranderen. Maar veranderingen, of ze nu biologisch, astronomisch of ecologisch zijn, treden alleen op onder bepaalde voorwaarden. Ook de moslims zouden, om te kunnen veranderen, moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden qua verstand, karakter, wil, vermogen, omstandigheden en tijd.

Verstand: om zich aan de Nederlandse leefwijze te kunnen aanpassen, zouden de moslims moeten kunnen begrijpen waar de Nederlanders het over hebben. In werkelijkheid hebben de moslims niet het flauwste idee wat een Nederlander eigenlijk is, hoe ruimdenkend hij is, hoe getikt of hoe vrij, misschien begrijpen ze niet eens dat Nederland geen islamitisch land is. Zichzelf of hun islam begrijpen ze overigens geen haar beter.
En als Jan Beerenhout, adviseur in islamitische zaken van de gemeente Amsterdam, en soms van de regering, over islamitische zaken, in redelijkheid met de islamitische leiders tracht te praten over aanpassing van hun godsdienst aan de Nederlandse situatie, dan bereikt hij daarmee niet alleen dat ze de handen ineen slaan en in een officiële petitie zijn aftreden eisen, wat ze niet gelukt is, maar hij komt ook tot de ontdekking dat ze hem niet begrijpen, niet uit onwil maar uit onvermogen. Hetzelfde onvermogen tot begrijpen dat ze hadden toen Neil Armstrong zijn vijfmaal zo lichte voet neerzette en toen de mensen om me heen me wijs maakten dat het maar studiowerk was. Karakter: om te veranderen, moet iemand een soepel karakter hebben. Fundamentalisme staat lijnrecht tegenover die soepelheid. En dan nog: om water in een jerrycan benzine te doen, moet je eerst de benzine eruit halen.

Wil: de moslims zijn niet alleen trots op de agressie die ze tegenover Rushdie tot ontwikkeling brengen, ze zijn ook overtuigd van hun eigen karakter. De islamitische scholen fungeren dus als de handtekening onder een verklaring dat zij niet willen veranderen.

Vermogen: al zou iemand zijn best doen om te veranderen, dan nog is niet gezegd dat dat ook zou lukken. Je kunt een kat niet leren om stokken te apporteren.

Omstandigheden: als er, het is al gezegd, maar enkele islamitische families verspreid over Nederland zouden leven en er in een klas Nederlandse kinderen maar één islamitisch kind had gezeten, dan was verandering onvermijdelijk geweest. Waren er drie geweest, dan waren ze bij elkaar geklit en was de verandering minder vanzelf gegaan.

Maar op scholen waar de kinderen in meerderheid islamitisch zijn, is verandering zo goed als onmogelijk. Tijd: zelfs al was aan alle voorwaarden voldaan, dan nog zou de verandering een langdurig evolutieproces moeten zijn. ‘En jij dan, meneer Rasoen, of hoe je heten mag, jij bent zelf het tegenbewijs van wat je zegt, want jij toont aan dat moslims wél kunnen veranderen.’

Die gedachte moet bij sommigen zijn opgekomen. Ik geloof dat ik door stom toeval alle genoemde ingrediënten in me had, naast vasthoudendheid, die nodig waren om een veranderingsproces waarvoor generaties staan te laten plaatsvinden in één mensenleven, en ik geloof in alle oprechtheid dat de gemiddelde moslim die afstand niet zou kunnen overbruggen. De moslims zouden het natuurlijk met me oneens zijn. Wat hun aangaat zijn ze Nederlander zodra ze een Nederlands paspoort hebben. Andere buitenlanders denken dat je je eerst ook moet bedrinken, naar André van Duin moet kijken en ‘chot-verdoma’ en ‘eutkereng’ moet leren zeggen om die titel te verdienen. Ik ben het met geen van beiden eens, want daar gaat het niet om. Het gaat om een mentaliteit en een normenstelsel. Dat betekent bijvoorbeeld dat wanneer ik een Nederlandse vriendin wil, het niet uitmaakt of ze pikzwart is, geboren in een Amerikaans oerwoud, opgevoed door gorilla‘s, gekidnapt door Tarzan en later geadopteerd door de zevende vrouw van Gaddafi, zolang ze maar de typische mentaliteit van de Nederlander heeft. En toevallig is het zo dat die mentaliteit alleen te vinden is bij mensen uit Nederland. En wordt, in het omgekeerde geval, een dochter van zuiver Nederlandse ouders opgevoed door Italianen in de V.S., zodat ze een mentaliteit krijgt die heel anders is dan de Nederlandse, dan is zij voor mij geen Nederlandse. De vraag is dus niet of moslims een bepaald soort werk kunnen doen, maar hoe ze zich zullen gedragen, of het nu bij de politie, de belastingen of een ziekenhuis is. De vraag is niet hoe ze er uitzien, maar of ze de mensen met dezelfde originele Nederlandse gezelligheid behandelen. Zullen ze er als burgerwacht macho bijlopen? Zullen ze als politiemensen omkoopbaar zijn? Zullen ze in de verpleging patiënten afbekken? Zullen ze nerveus gaan toeteren in opstoppingen? Zullen ze autoritair doen tegen hun werknemers?

Zullen ze zo tolerant zijn als de Nederlanders of voortdurend klagen, protesteren en processen beginnen?

Kortom, zullen ze zich Nederlands gedragen of hun eigen mentaliteit behouden? Allemaal vragen naar de bekende weg. De waarheid is dat niet de Engelsen, niet de Amerikanen, de Surinamers, de Molukkers of wie dan ook, maar alleen de Nederlanders de Nederlandse mentaliteit hebben, en de enige manier om die te verwerven is niet eens in Nederland geboren worden, maar een echte Nederlandse opvoeding te krijgen in een Nederlandse omgeving. En zo zijn we weer terug bij de evolutie: die gaat geleidelijk en niet sprongsgewijs, ook bij de moslims in Nederland en de onderontwikkelde landen, zolang ze nog niet op het peil van het westen zijn aangeland. Want als we een land als Pakistan beschouwen en de evolutie van het menselijk gedrag bezien als een scala van grijstinten, dan betekent Mevrouw Bhutto zeker een stap vooruit lichter grijs, maar hoeveel lichter? Ze denkt ook zeker minder religieus dan haar voorganger, minder donker, maar hoeveel minder? En ook de Oosteuropese landen zijn verder gekomen, maar hoeveel? En zijn ze daarom ineens even liberaal-denkend als het westen?

Een stap in de richting van het westen is nog geen stap in het westen, en een tintje minder zwart zegt nog niets over alle tinten grijs die nog gepasseerd moeten worden voordat het wit is bereikt. Opnieuw is het antwoord op de vraag of Pakistan nu opeens verwesterd is: nee. En toen 46 islamitische landen verenigd in de ICO Khomeiny’s oproep om Rushdie te vermoorden niet overnamen, althans niet publiekelijk, toen betekende dat nog niet dat daar opeens een Europese geest heerste. Want al zijn sommige moslims geen fundamentalisten en zijn ze tegen terrorisme of het doden van gijzelaars, ze hoeven daarom nog niet veel minder fanatiek te zijn. Het gaat er hier niet om of je voor of tegen Hezbollah bent, of je de PLO of el-Fatah of hun rivalen steunt: hoe je van binnen bent, ben je van binnen, het doet er niet toe hoe je dat laat blijken, en ook niet hoe je zelf denkt datje bent. Als je agressief bent, dan ben je dat. Ik ben zelf in de gelegenheid geweest om in Amsterdam een betoging tegen Khomeini te zien, waar de moslimvrouw aan het hoofd van de stoet schreeuwde: ‘Khomeini is dood!’ De woorden waren anders, maar de klank van haar stem en de uitdrukking, de agressie in haar ogen hadden evengoed ‘dood aan Rushdie’ kunnen schreeuwen.

Terug naar Home

INTEGRATIE: EEN DROEVIG SPROOKJE

De hippies met wie ik in Kaboel op straat zat toen dat nog kon, hadden net als iedere andere beweging hun goede en hun slechte kanten. Maar de gewaagdste stunt van hun ideologie van de vrije liefde, zonder vaste partner daar kwam, hoe zinnig in theorie en hoe goed bedoeld die ook was, helaas totaal niets van terecht. Het doet pijn als je je vriendin pal voor je neus met een ander in bed ziet. Want de menselijke natuur is geen kwestie van goed en fout, maar van fantasie en realiteit. De Nederlanders zijn als het ware de opvolgers van de hippies met hun eigen van buiten geleerde Technicolor-sprookjes over de integratie. Ze tarten de fundamentele wetten der natuur, waar miljoenen verschillende soorten planten en dieren al miljoenen .jaren zonder enig probleem naast elkaar leven met hun soortgenoten, en waar alleen maar de Nederlanders nodig zijn, met de gedachte ze te vermengen om de onvermijdelijke gevolgen te realiseren.

In strijd met die natuurwet is het Canadese Toronto, waarschijnlijk het beste voorbeeld van een multi-raciale samenleving, die bijna geheel is samengesteld uit immigranten. Maar gek genoeg kijken de mensen nu juist daar niet alleen angstig en achterdochtig uit hun ogen maar missen ze ook ieder contact, iedere gezelligheid, alsof niemand weet wat hij van de ander te verwachten heeft. De nationaliteiten, evenmin mengbaar als water en olie, wonen er elk in hun eigen gebiedje, soms zelfs met zijn eigen verkeersborden, net kleine landjes in een groot land, maar integreren ho maar. De opmerkelijkste verworvenheden van de Canadese samenleving echter staan zwart op wit te lezen in de advertenties die advocaten in de meeste openbare gelegenheden opprikken, zelfs in supermarkten, waar ze ook kantoor houden. Biljetten waarop het publiek wordt uitgenodigd van hun diensten gebruik te maken voor om het even welke sociale aangelegenheid. Autorijscholen steunen de advocaten door hun cursisten te leren dat ze bij een ongeval nooit hun ongelijk mogen erkennen, maar altijd dadelijk de andere partij moeten beschuldigen. De advocaten adverteren zich rijk, in het besef dat zij met hun beroep geen beter land hadden kunnen uitzoeken. Een land waar iedereen iedereen in de haren zit. Naast de talloze rechtszaken die rechtstreeks worden uitgezonden in het tv-programma People’s Court, waar mensen elkaar voor de rechter dagen omdat een hond in hun tuin heeft gepoept of omdat een kind ze heeft uitgelachen, mocht ik ook een paar van zulke incidenten aan den lijve ondervinden. Zo liep ik op een hete zomerdag, het kwik was opgelopen tot 40°, op blote voeten uit het zwembad het met centrale airconditioning uitgeruste winkelcentrum binnen. De bewaker ging geen strop halen, maar zei wel dat ik alleen met schoenen aan naar binnen mocht. Toen ik informeerde waarom kreeg ik te horen dat de directie bang was dat een klant die in een scherp steentje of een punaise trapte het centrum een proces aan zou doen. Een andere keer ging ik terug naar een winkel waar ik een tas had vergeten. Voor ik hem mocht meenemen, moest ik een papier tekenen dat ik hem had opgehaald, want anders zou ik ze misschien aanklagen wegens diefstal. Dit was, tussen haakjes, dezelfde winkel waar ik tegen de muur werd gezet om te poseren voor twee pasfoto’s voor het archief. Bravo, Canada!

Maar hoe kan het dat, zoals in Toronto, een geïntegreerde samenleving niet tot stand komt? Wel, dat is geen wonder. Immers, als we huilen omdat iemand dood is, dan is het al gauw een broer, zus of ouder. En als een Nederlander in Maleisië wegens drugsbezit wordt opgehangen, komt dat in Tanzania niet in de krant. Waarom niet? Omdat de mensen daar zich niet zo verbonden voelen met vreemdelingen als met hun landgenoten.

Elke natie, ook de Nederlandse, of u het leuk vindt of niet, heeft ergens het gevoel dat ze één grote familie vormt (soort zoekt soort), want zo is de mens nu eenmaal. Het tegenovergestelde geval van Toronto doet zich voor in een dorp in Gelderland dat ik om zijn bestwil ongenoemd zal laten, waar soort geen soort zoekt, omdat ze elkaar al hebben en kans hebben gezien zich te isoleren van de naburige dorpen. Tijdens mijn verblijf van een week in dit dorp, waar ik niet onwelkom was, verkeerde ik in een sfeer zo gezellig als ik nog maar zelden had meegemaakt sinds ik wist wat het woord betekende.

En hoewel het dorp toch een kleine twintigduizend inwoners telde, had ik nog nooit zoveel mensen meegemaakt die elkaar op straat bij de naam riepen, die ’s avonds een eindje om liepen in hun eigen klederdracht, lachend en met zoveel plezier onderling dat het leek of ze één grote familie vormden. En jawel: ik kwam erachter dat ze alleen maar onder elkaar trouwden. Maar het beste bewijs van de sfeer van vertrouwen die er heerste was toch wel dat de waren van de winkels die tussen de middag dicht gingen gewoon onbewaakt buiten bleven staan, en dat terwijl sommige winkels uit het zicht in bochtige steegjes stonden.

Toen mijn week om was en ik weer vertrok, wist ik dat ik onder mensen was geweest die wisten waar ze stonden en wie ze waren.

Het is het identiteitsverlies (waar dat dorp geen last van had) gevoegd bij de conflicten die optreden tussen verschillende typen mensen, dat in een land verdeeldheid zaait. Een land als dat waar Rushdie is geboren, is in tweeën gespleten door de verschillen tussen moslims en hindoes, en toen in drieën dank zij de Pakistani’s en Bengali’s, en waarschijnlijk zullen Kashmir en andere brokstukken volgen op de lijst, waarop ook het Roemeense Transsylvanië, Litouwen, het Canadese Quebec en de Sovjet-republiek Georgië en nog vele andere gebieden zijn, en nog zullen worden, bijgeschreven. Hetgeen bewijst dat de meest voor de hand liggende en doeltreffende oplossing voor meningsverschillen tussen twee mensen is: scheiding, een natuurlijk fenomeen dat verder wordt onderbouwd door de huizen waarin mensen overal ter wereld in afzondering wonen, door de supporters van Juventus en Liverpool, en door de duizenden echtscheidingen. Als China in tweeën was gespleten, in een progressieve en een conservatieve helft, dan hadden ze niet zoveel mensenlevens hoeven te verliezen. Want apart wonen maakt mensen niet tot vijanden, maar brengt ze juist nader tot elkaar als vrienden. En trouwens, als de wereld dan zo nodig moet integreren, moeten de islamitische landen dan niet aan dat project meedoen en ten minste evenveel Nederlanders als lid van de Marokkaanse en Turkse parlementen instellen?

Tot dusverre is de Nederlandse integratietheorie en de verwachting van haar welslagen overeind gebleven bij gebrek aan bewijs van het tegendeel. Maar met de komst van de tweede generatie moslims die, qua kleren, gewoonten en sociaal milieu nog getrouwe kopieën van de oorspronkelijke zijn, en met de komst van veertig islamitische scholen, is er nu dan toch het onomstotelijk bewijs dat het streven om de twee culturen te integreren falikant is mislukt.

Terug naar Home

HIER RUST NEDERLAND

Het verschijnsel A = B speelde al door mijn gedachten in de jaren dat ik reisde, tot het op een dag gestalte kreeg in de vorm van een paar kippen. Dat gebeurde toen ik bij een Nederlandse familie in een dorpje bij Amersfoort logeerde. Onder hun levende have bevonden zich vijf kippen die rustig rondscharrelden en zich nergens mee bemoeiden. Op een dag kocht de familie een zesde kip en lieten haar los bij de andere. Al die anders zo vredelievende, ongevaarlijke kippen werden zo agressief dat ze die ene bijna dood pikten. Een medelijden dat wij hadden. ‘Arm beestje,’ zeiden we.

Twee weken later toen de zes kippen vriendschap hadden gesloten, kochten ze een zevende. Precies hetzelfde agressieve gedrag herhaalde zich, met één verschil: die zelfde zesde kip die twee weken eerder slachtoffer was, bevond zich nu bij de zes aanvalsters. Waar het uiteraard om gaat is dat het er in het leven vaak niet toe doet wie wat aandoet, als de ene partij hetzelfde is als de andere: A = B. Het is dan ook toeval dat een bepaalde situatie op een bepaald moment zo is en niet anders. Ze had evengoed andersom kunnen zijn. Verder zijn er natuurlijk situaties waarvan mensen geheel onschuldig het slachtoffer worden zónder dat ze voor hetzelfde geld in de schoenen van de ander hadden kunnen staan, maar die zijn hier niet aan de orde.

Als tien Iraniërs of Palestijnen respectievelijk tien Irakezen of Israëli’s aanvallen en vermoorden, dan gaat onze sympathie uit naar de doden, hun vrouwen en hun kinderen. In een andere situatie hadden de dode mannen en hun gezinnen de andere tien mensen kunnen vermoorden, en dan zouden we schelden op degenen met wie we daarnet nog sympathiseerden. Is het niet droevig duidelijk dat zoveel leed in de wereld wordt berokkend door dezelfde mensen aan wie het ook wordt berokkend?

Artiesten die optreden ten bate van Nelson Mandela zijn daarom nog geen betere mensen dan soldaten in een oorlog; slachtoffers van communistische onderdrukking zijn daarom geen tegenstanders van geweld, slachtoffers van de apartheid zijn daarom niet vrij van rassenvooroordeel, en ten slotte: als een volk slachtoffer wordt van de ene hongersnood na de andere, betekent dat niet dat het zelf geen fanatiekelingen zijn.

De theorie mag hard en absurd lijken, maar het is de werkelijkheid die hard en absurd is, en niet de theorie die haar beschrijft.

De theorie dat A = B betekent niet dat nu ook alle A’s gelijk zijn aan alle B’s. Ze stelt bij voorbeeld Nederlanders niet gelijk aan Turken, of iedere hond gelijk aan elke andere.

Want de kwestie is wel iets ingewikkelder. Je hebt honden en honden, domme en slimme, rustige en nerveuze, vreedzame en agressieve, enzovoort, net zoals dat geldt voor mensen. Dus als een agressief soort hond een vreedzame hond aanvalt, kunnen we niet zeggen dat A=B, terwijl we, wanneer de ene agressieve hond een andere van hetzelfde soort aanvalt, wel kunnen sympathiseren met de bloedende hond, maar dat verandert niets aan het feit dat ze tot dezelfde soort horen: A=B.

Terug naar Home

VLUCHTELINGEN

De manier waarop Nederlanders met hun vluchtelingen omgaan zal niemand bevreemden die iets weet van hun optreden in het algemeen, en dat geldt ook voor de hoeveelheid misbaar waarmee dat gepaard gaat. Hoewel, als ik kijk naar al die kinderen die dagelijks aan honger en ziekte liggen te sterven in de brandende zon, langzaam verdampend onder een zwerm vliegen, en als ik dan denk aan die ene sirene in hun laatste droom voordat hun hart besluit om de strijd op te geven, de sirene van een ambulance die in Nederland door alle rode lichten en over vluchtstroken ijlt om een kat te redden die zich waarschijnlijk heeft verslikt in de kaviaar die hij van zijn therapeut heeft gekregen, dan vraag ik me af waar al dat misbaar over gaat. Misschien zou ik me niet moeten verwonderen, omdat ik weet hoeveel misbaar papegaaien soms maken.

Wat de Nederlanders betreft is een vluchteling een vluchteling en daarom kan ik, zelf een vluchteling, vandaag in Nederland een moord plegen, naar Bangladesh vluchten, me dood laten verklaren, een nieuw paspoort kopen onder een nieuwe naam, als vluchteling langs dezelfde route in Nederland terugkeren, om daar opnieuw dezelfde vorstelijke behandeling te krijgen. En mettertijd, als er niemand op me blijkt te letten, kan ik altijd naar mijn eigen land op vakantie gaan en daar wat Nederlandse valuta afgeven, waar ik uiteraard aan ben gekomen door me onder een aantal verschillende namen in te schrijven en zo meer dan één uitkering te vangen. (De Nederlandse ambassadeur in Sri Lanka heeft reeds de beweringen van de VVD bevestigd dat veel Srilankaanse vluchtelingen stiekem met vakantie terug naar Sri Lanka gaan. Bron: Teletekst nieuws van 8 juli 1989).

Het verschijnsel A = B drukt ons met de neus op het pijnlijke, maar onloochenbare feit dat wie op de vlucht slaat voor vijandig gedrag misschien zelf niet onschuldig of ongevaarlijk is, zelf best eens vrouwen kinderen zomaar in de steek gelaten kan hebben of zelf heel goed in staat zou kunnen zijn tot hetzelfde vijandige of zelfs criminele gedrag: van alle drie zijn gevallen bekend. Al moeten we tegelijkertijd erkennen dat een situatie zoals die van de Oost-Duitse vluchtelingen, die onder dwang van hun landgenoten waren gescheiden, heel anders in elkaar zit. Terwijl we het evenmin hebben over mensen zoals revolutionaire schrijvers, dichters of hervormingsgezinden die eenvoudig niet in hun land thuishoren, omdat ze in hun denken veel verder ontwikkeld zijn. We hebben het over een constante stroom van massa’s mensen die waarschijnlijk nooit meer weg gaan, nog afgezien van het treurige feit dat er in India per dag 7.000 en in China per uur 2.500 baby’s worden geboren, om maar eens een paar voorbeelden te geven. Misschien is Nederland niet eens te klein voor nog meer vluchtelingen, maar er kan nooit genoeg ruimte zijn om goede wil en rationalisme naast elkaar te laten bestaan. Hier moet ik bij opmerken dat de Nederlanders niet het verschil schijnen te beseffen tussen goed en juist. Met je auto helemaal van Amsterdam naar Tilburg rijden omdat een winkel daar shampoo in glazen in plaats van plastic flesjes verkoopt, is goed bedoeld maar niet juist.

Als een man al zijn bezittingen zou verkopen en met al zijn 20.000 gulden naar Amerika zou gaan om 20.000 arme Amerikanen elk één gulden te geven, dan zou hij alleen maar bereiken dat er daarna 20.001 arme mensen zijn.

Op het ogenblik vinden alleen in Amsterdam al meer dan 8.000 illegale vluchtelingen onderdak. Wie zijn dat? Misschien zijn het dezelfde mensen voor wie de echte vluchtelingen gevlucht zijn -wat doet het ertoe. Tenslotte, na het zien van zoveel films over het verzet moet zo iets eens geprobeerd worden, en het is nog spannend ook. En 8.000 is nog niets. Het zou eigenlijk pas beginnen als we alle progressieven uit alle tirannieke landen bevrijdden en hen naar Nederland lieten komen, om dan later, als de tijden veranderen en er in hun landen progressieve leiders komen, alle conservatieven te redden.

Maar de climax van dit opwindende spel zou de oprichting van een Internationaal Vluchtelingen Kringloop Centrum zijn (IVKC), dat dan hopelijk ook Nederlandse vluchtelingen bedient.

Terug naar Home

VOLK = LEIDER, VOLK = LAND

Nero, Idi Amin, Gaddafi, Ceausescu of Saddam Hoessein -het zijn namen van slechte mensen, boosaardige mensen, mensen die vreselijk onheil stichten in een land. We stellen ons tevreden met de gedachte dat zij en zij alleen daar schuld aan dragen. Misschien hebben we iemand nodig om de schuld in de schoenen te schuiven, want aan de blauwe lucht kunnen we die niet geven, en onze eigen schoenen lijken niet in aanmerking te komen. Wat we niet bedenken is dat in een land alleen dingen kunnen gebeuren die tot op zekere hoogte door de bevolking van dat land teweeg worden gebracht, door minder- of meerderheid, door dictatuur of democratie. Weliswaar hoeft een leider niet altijd de meerderheid te vertegenwoordigen, maar bijvoorbeeld Ceausescu had toch ten minste de steun nodig van een aanzienlijke minderheid. Iemand kan alleen leider worden, of blijven, zolang het volk op zijn hand is en hem toejuicht en hem tot leider verheft, zoals in oude filmbeelden van de meest tirannieke leiders te zien is. Iemand die met zijn ideeën in een isolement verkeert, kan zich nooit als leider handhaven, laat staan vestigen. Ayatollah Khomeiny kon aan de macht komen omdat Iraniërs fanatiek zijn.

Niemand kan beweren dat hij bij het volk uit de gratie was, want ze kwamen bij miljoenen om hem te bewenen, en wel op de maat van het slaan op hun hoofd.

Hetzelfde gold al voor Alexander de Grote, en geldt nog voor Gaddafi. Als een team Nederlandse geleerden op een vredesmissie terug in de tijd zou reizen en duizend krijgers zou ophalen die anders zouden zijn gesneuveld voor Dzjenghis Khan, en ze naar het heden zou halen en hun daar centraal verwarmde huizen zou geven, koelkasten en sociale voorzieningen, dan zouden ze die krijgers niet alleen frustreren in hun instinctieve drang om te vechten, maar ze zouden hun een verstikkend leven opdringen, veel akeliger dan de fiere dood op het slagveld.

De logica Volk = leider gaat ook op voor het bestel en de wet van een land. In een land gebeurt alleen dat wat de bevolking van dat land teweegbrengt. Als een volk van een land wreed is, dan is de wet en de leider dat ook. De appel valt niet ver van de stam. En als de leeuwen in het midden van het Colosseum bij elkaar zaten, de een kauwend op een hand en een andere knagend aan de heup van een andere gevangene, dan zat het publiek niet massaal te walgen en te gruwen, ‘Bah, waarom moeten we van Caesar zo iets vreselijks aanzien?’ maar genoot het met volle teugen. Op dezelfde manier komt ook bruut politieoptreden voort uit het volk. Immers: tot de dag waarop een man bij de politie gaat, is hij het volk. Geen wonder dat ze bij de Nederlandse politie zulke schatten zijn.

De straffen voor misdaad in Thailand of Maleisië zijn niet hetzelfde als in Nederland, omdat de mentaliteit van de bevolking niet dezelfde is. De overheid mag nog zo zijn best doen om bij de wet te bepalen dat de handen van drugsverslaafden worden afgehakt of homoseksuelen worden gecastreerd, het zal hem niet lukken. Waarom niet? Omdat noch het systeem, noch de politie, noch de bevolking dat zullen accepteren. Die zelfde wet zou in Turkije of Marokko wél worden aangenomen. En het is bekend dat in veel landen de doodstraf staat op minder ernstige vergrijpen, zoals drugsbezit, politieke oppositie en soms ook berichtgeving.

Eenvoudig omdat dat de (‘barbaarse,’ in de woorden van mevrouw Thatcher) mentaliteit van de massa is.

Op die grond kunnen we uit het (zacht uitgedrukt) verziekte rechtsstelsel in de Verenigde Staten concluderen dat de Amerikanen zelf ziek zijn, en zo blijkt uit de voortdurende oorlogen tussen moslimlanden de agressiviteit van de moslims, en niet die van hun leiders. En het verklaart waarom op 15 juli 1977 duizenden Saoediërs in een kring kwamen staan, in gewijde witte kledij, om het hoofd van hun prinses te zien afhakken door een islamitisch zwaard - zij het niet met één slag - omdat ze naar bed was geweest met een jongen die ze in Beiroet had ontmoet. Hetzelfde had overigens ook kunnen gebeuren in Jordanië, Oman, Yemen of tientallen andere landen, al geeft de regering in Iran de voorkeur aan nettere methoden, zoals het publiekelijk doodstenigen van vrouwen die schuldig zijn bevonden aan overspel ( Quom, 1 augustus 1989). Dat zijn leuke dingen voor de mensen.

Terug naar Home

ZOALS GIJ ZAAIT ZULT GIJ OOGSTEN

Elk geheel is slechts de som van zijn delen. Je kunt de onderdelen van een Mercedes niet voor de helft door Skoda-onderdelen vervangen en het geheel nog een Mercedes noemen. Wanneer je zoveel vreemdelingen in een land toelaat, verander je daarmee iets aan de bevolking van dat land, en op den duur dus aan het land zelf. Op zichzelf is dat misschien nog niet eens zo ‘n slecht idee, want het leven zou maar saai zijn als er nooit iets veranderde en we nog altijd de foxtrot dansten. Maar achteruitgang omwille van de verandering lijkt mij niet te verdedigen, en de verandering gaat in achterwaartse richting omdat de mensen die het land in komen achterlijk zijn. Bovendien wordt een vreemdeling die op Schiphol aankomt niet gevraagd: ‘Goedendag, hebt u misschien verboden voorwerpen zoals vuurwapens, drugs, een verkeerde mentaliteit of andere contrabande bij u? En wilt u even plaatsnemen onder dat apparaat? We willen graag uw adrenaline-respons meten op 200 vragen waarmee tegelijk ook uw denkwijze wordt gepeild’.

Het probleem is dat er in het geheel geen poging wordt gedaan om gewenste van ongewenste vreemdelingen, opstandige van niet-opstandige, gevaarlijke van ongevaarlijke te scheiden: iedereen mag erin. En met het verschijnsel dat A = B wordt ook geen rekening gehouden. ‘Buitenlanders, vluchtelingen, misdadigers, terroristen en uw gezinnen, komt allen binnen! De enige voorwaarde is dat u erom vraagt.’

Zelfs als we aanvaarden dat de mensen zelf verantwoordelijk zijn voor alle misstanden in de wereld, hebben we de kwestie toch nog niet voldoende scherp gedefinieerd: de echte boosdoener is namelijk de mentaliteit van de mensen. Nu komen er dus grote aantallen mensen naar Nederland met in zich dezelfde mentaliteit die zoveel onheil heeft gesticht in hun eigen land. Die mentaliteit verspreidt zich in de Nederlandse samenleving, en ten slotte zullen de Nederlanders ertegen in het geweer komen. En omdat het leven bestaat uit alles wat we ervaren tussen geboorte en dood zal, als wat we ervaren niet Nederlands meer is, ook ons leven dat niet meer zijn. We kunnen er ons maar beter vast op voorbereiden dat de Chinese mentaliteit, verantwoordelijk voor de bloedige onderdrukking van de democratiseringsbeweging in 1989, de mentaliteit van de Turken, die gevangenen martelen (zoals de film Midnight Express Iaat zien), de mentaliteit van de Engelsen, die jagen uit liefhebberij en bij de ‘hogere klassen’ willen horen, de mentaliteit van de Indiërs, die weduwen verbranden uit traditie, de mentaliteit van de Vietnamezen, die Amerikaanse krijgsgevangenen onderwierpen aan de gruwelijkste martelingen, en dezelfde mentaliteit van de Amerikanen die op hun beurt vol enthousiasme riepen ‘Burn him, burn him!’ toen ze wachtten tot de arme Ted Bundy zijn billen op de 20.000 volts stoel zou laten zakken -dat al die mentaliteiten nu in Nederland aanwezig zijn. De inhoud van het land is veranderd, dus moet het land mee veranderen. En wat betreft de Italiaanse mafia, de IRA en alle andere misdadigers uit Europa -dat klusje klaart die mooie EG straks in een handomdraai.

Terug naar Home

VERNIETIGING VAN CULTUUR

Met het veranderen, of moeten we zeggen het verval, van het land zullen ook zijn politieke bestel, zijn rechtspraak en natuurlijk zijn cultuur veranderen. En nu zijn wij natuurlijk allemaal zo slim dat we weten dat cultuur staat voor kunst, muziek, mode, dans, kookkunst, architectuur enzovoort, die vrij concreet en daarom niet zo moeilijk te beschermen zijn. Maar er bestaat nog een vorm van cultuur, die de nieuwsgierigheid heeft gewekt van het ministerie van WVC en die de heer A. overrompelde tijdens mijn ontmoeting met hem begin 1990. Dat is de cultuur die niet tastbaar, niet te fotograferen, niet te registreren en zelfs niet duidelijk aan te wijzen is. De ‘antropologische’ cultuur, zoals hij het noemde, is het geheel van de oprechtheid, de veiligheid, het levensgeluk en de gezelligheid in een land, met andere woorden de sfeer en hoe de mensen zich voelen, en dat is naar ik aanneem waar we ons op dienen te concentreren. En bovendien: is het niet de antropologische cultuur die het aanzien van de materiële cultuur bepaalt? De Nederlandse cultuur is immers Nederlands omdat de Nederlanders in Nederland leven en zich Nederlander voelen. Dus het is een loze fictie dat je de Nederlandse cultuur zou kunnen handhaven als het Nederlandse volk verandert. Je kunt van China niet verwachten dat het de Nederlandse cultuur overneemt, of België de Indonesische - het zou levenloze namaak zijn. En je kunt niet verwachten dat Nederland blijft fietsen, ouderwetse huizen blijft bouwen en begrip blijft tonen voor misdadigers als de mensen zo veranderd zijn dat ze Knight Riders, wolkenkrabbers en de doodstraf door ophanging willen.

Er zijn mensen die niet in cultuur geloven. Hun ongeloof verdient respect. Ten slotte zijn de tijden veranderd, en geloven veel mensen niet meer in helden, vaderlandsliefde, militaire macht, respect, de monarchie of cultuur. En hoewel hun mening indenkbaar is, beseffen zij misschien niet dat de cultuur waarin zij niet geloven misschien niet de cultuur is waar ze zich zorgen om zouden moeten maken. Want als ze bij voorbeeld niet in bruut politie-optreden geloven, dan moeten ze wel in een vriendelijke politie geloven. En als een vriendelijke politie het voortbrengsel is van een goede cultuur, dan zouden ze ofwel in die cultuur moeten geloven ofwel hun mond moeten houden over bruut politie-optreden.

Het geloof in een gemengde samenleving waarin verschillende culturen worden beschermd is dé grote contradictie van deze tijd. Het is als iemand die zegt dat ze van vossen houdt en er daarom een heleboel om haar hals draagt. De wereld en alle culturen daarin zijn als een verfdoos met allemaal mooie kleuren verf, elk in zijn eigen unieke tint. Smeer ze allemaal door elkaar, en je hebt niet alleen geen kleur meer over, maar ook zou het niet langer mogelijk zijn om ook maar één individuele kleur aan te wijzen in de smurrie. Zo zal de EG-cultuur er dan ook in de toekomst uitzien. Ik zie het al voor me: alle volkeren van de wereld die er eender uitzien - dezelfde taal spreken... ‘Waar komt u vandaan?’ ‘De planeet Aarde.’ ‘Ah juist.’ What a wonderful world it would be! Waar moeten de Nederlanders dan met hun vakantieparanoia heen? En stelt u zich, ergens na 1992, een voetbalwedstrijd tussen Nederland en Duitsland voor, waarbij negen spelers in het Nederlands elftal Duitsers zijn en omgekeerd. Met wat voor een vlag zullen de supporters dan zwaaien, wie ze ook zijn?

Ik laat de culturele dreiging van buitenlanders in het algemeen nu even voor wat ze is en concentreer me op de meer specifieke dreiging van de moslims, die ook een politieke dreiging is, en beperk het aantal kleuren tot twee. We kunnen Nederlanders en moslims dan aanduiden met respectievelijk geel en rood, uiteraard als symbolen voor ‘zacht’ en ‘hard’. Een lepeltje geel in een pot met rood doet het rood geen kwaad. Omgekeerd echter wordt de pot met geel nooit meer de oude: het is veel gemakkelijker om een eerlijk mens oneerlijk te maken, om een rustig iemand onrustig te maken, dan andersom, of om verslaafd te raken in verkeerd gezelschap dan af te kicken in goed gezelschap, en ten slotte is het veel gemakkelijker voor een hard iemand om een zacht iemand te domineren dan andersom. Het ligt dan ook veel meer voor de hand dat de moslimcultuur de Nederlandse cultuur zal domineren dan andersom niet omdat dat de bedoeling is of zelfs wenselijk, maar omdat het nu eenmaal zo gaat.

Terug naar Home

DE HEDENDAAGSE TOEKOMST

Ik was, sinds ik de Nederlanders was gaan begrijpen, tot de overtuiging gekomen dat alleen Nederland, als het zichzelf zou hebben beschermd, zo’n hoge trap van ontwikkeling had kunnen bereiken dat het de gevangenissen had gesloten en het straffen had overgelaten aan het geweten; dat naaktlopen op straat normaal zou zijn, winkels voorzien van een zelfbedieningskassa, de politie zo goed als opgeheven, de vervuiling tot een minimum teruggebracht, productiearbeid merendeels handwerk, en de bevolking geslonken tot één miljoen mensen, die allemaal in bungalows woonden. Zou dat gekund hebben? Het is te laat om het ons af te vragen.

In zekere zin is het verkeerd en zelfs gevaarlijk om voorspellingen te doen over een land, omdat niemand weet hoe het werkelijk zal gaan, en er soms opeens een kentering ten goede komt. Had ik daarentegen in 1642 een boek geschreven waarin ik de mensen waarschuwde om niet de bossen om te hakken of de lucht te vervuilen, dan had ik de rest van mijn leven Galileo’s ganzepennen kunnen lenen, en als ik twintig jaar geleden had gewaarschuwd dat de moslims in Nederland in verzet zouden komen tegen een schrijver, dan had ik dat hooguit in het voorprogramma van Tommy Cooper kunnen doen. Je hoeft geen genie te zijn om uit te rekenen dat als 2² tot 4 en 4² tot 16 leidt, 16² tot 256 moet leiden, zodat het wel duidelijk is waar het met de Nederlanders heengaat. Evenmin is het een wonder dat de Nederlanders menen dat ze een bestaande 2 moeten accepteren, maar geen dreigende 4 om vervolgens, als die 4 er komt, de 4 te accepteren maar geen 16, enzovoort. Maar door de verschijning van artikelen als dat van de Turk Ibrahim Gormez: (Bron: De Telegraaf 31 maart 1990)

‘Wij hebben het hier zelf verziekt,’ waarvan de titel voor zichzelf spreekt, lijkt het aannemelijk dat 2 misschien nooit tot 256 zal leiden. Aannemelijk - misschien. Juist-misschien niet. Alleen het verschijnen van zo’n artikel over een volle kleurenpagina bewijst al dat zulke woorden uit de mond van een Turk een bijzonderheid zijn. Daarbij weet ik niet of nog zes andere Turken in Nederland het met hem eens zijn. Bovendien is het naar mijn mening de treurige realiteit, net zoals de wereldbevolkingsexplosie die over niet al te lange tijd een aantal van 20 miljard mensen zal voortbrengen, dat de aanwezigheid van de moslims in Nederland, tenzij zich drastische veranderingen voordoen, een niet-demonteerbare tijdbom zal blijken. En trouwens, wat praten we over voorspelling: de toekomst is al aangebroken. Nederland is al niet meer het veilige land van vroeger, waar meisjes ‘s nachts alleen door het park konden wandelen, waar huisdeuren open stonden of opengingen met een touwtje door de brievenbus, waar mensen door hun eigen buurt konden lopen zonder te weten wat angst of gevaar was. De 2 is de 16 al voorbij geijld. Incidenten die dertig jaar geleden nog ondenkbaar waren, vinden nu met grote regelmaat plaats.

Terug naar Home

GISTEREN ONMOGELIJK -VANDAAG GEWOON

Winkels sloten of de ruiten werden er ingegooid, niemand durfde The Satanic Verses meer in de etalage te leggen. Geen mens die het boek meer in de tram durfde lezen of zich ermee op straat dorst vertonen. En terwijl de grote mond van Van Kooten en De Bie opeens te klein bleek om een grap over de zaak door te laten, ging de Bijenkorf ervandoor met de staart tussen de benen en met achterlating van haar principes.

In een stad als Amsterdam zijn er al georganiseerde benden van Marokkaanse kinderen die ‘s nachts over straat lopen, vechten, relletjes trappen en de toch al zo schaarse rust verstoren, terwijl sommige stadswijken, waar de Nederlanders niet meer kunnen doen wat ze willen, zich niet meer kunnen kleden zoals ze willen, niet meer kunnen zeggen waar ze zin in hebben en hoe langer hoe meer onder een soort huisarrest komen te staan, zonder een spoor van de oude gezelligheid, vrijwel als verloren gebied kunnen worden beschouwd. Verder staan in alle grote steden tientallen Surinamers en Arabieren ‘Pssst, hasj, coke, trips,’ te verkopen, haast met geweld, als ze het niet te druk hebben met het fysiek lastig vallen van bejaarden en meisjes, die snel doorlopen met lange gezichten en bange ogen waarvan ze zichzelf niet eens bewust zijn. Andere Nederlanders, die wonen in de zwijnenstal die de moslims van de flatgebouwen maken, verhuizen een voor een. Wie dat niet doet, en nog naar buiten durft, draagt een mes om zich te beschermen. De Nederlanders, en ik bedoel niet hen die al onder de groene zoden liggen, zijn over het geheel genomen een bang volk geworden, bang om grappen over de moslims te maken, ze te beledigen, ze voor de gek te houden, ze te kritiseren of terecht te wijzen.

Daarbij is de aanwezigheid van de moslims dag in dag uit voelbaar. Als je voorbijloopt kijken ze je uitdagend aan; sta je in een cel te bellen, dan gaan ze staan en timmeren dan op de deur. Zeg je: ‘Hoepel op,’ dan krijg je een spoedles in lichaamstaal, heb je een weerwoord, dan volgt les twee, met blikkerende lemmeten, bel je ze op, dan zeggen ze nooit als eerste hun naam, doe je zaken met ze, dan scheren ze je en hebben duizend noten op hun zang, rij je ‘s avonds laat door Rotterdam en je ziet alleen moslims ronddwalen; ga je naar de kermis in Amsterdam of naar de Dam op oudejaarsavond, dan vind je maar een enkele Nederlander onder hen; maak je ruzie met ze, dan zijn prompt ook al hun vrienden en familieleden jaren lang je vijanden; reageer je op hun advertentie, dan zit je al gauw te werken in een hokje van 60 x 40 cm aan de Mandenmakerssteeg bij het Damrak; neem je een douche in een openbaar badhuis, dan zegt de badmeester je om niet in het putje te schijten. En alsof de rotzooi in de steden nog niet genoeg was, moest ook de grondwet er nog aan geloven. De moslims halen hun dochters jaren vóór de wettelijke leeftijd van school om hun tienermaagdelijkheid te beschermen, tremmen hun dankbare vrouwen in elkaar, die de boodschap aan hun kinderen doorgeven, gebruiken hun vrouwen als gevangen bedienden, als slaven niet een beter woord is, en lappen de wetten over kindermishandeling en gelijke rechten voor vrouwen aan hun laars.

Intussen is de criminaliteit, zoals bekend, enorm toegenomen, zodat Nederland wat betreft diefstal, geweld en inbraak eindelijk de felbegeerde eerste plaats in Europa bezet: in 1989 werd 26,8% van de Nederlanders slachtoffer. Echter, als we de CBS-cijfers analyseren, komen we tot de conclusie dat geëxtrapoleerd naar de totale bevolking tussen de 625% en 1250% méér misdaden worden gepleegd door niet-Nederlanders dan door Nederlanders. Maar die draaien zichzelf, ondanks al hun eerlijkheid, een rad voor ogen.

Ze zouden liever stikken tot slot van hun nerveus gefluit, dan erkennen wie er verantwoordelijk is voor de drastische stijging van de criminaliteit, en hoe opgefokt en prikkelbaar ze daarvan geworden zijn.

Ook misdadig is de eindeloos bediscussieerde werkloosheid in Nederland, waar 100.000 geschoolde metaal-, horeca- confectie- en schoonmaakkrachten thuis op hun grijzend hoofd zitten krabben, terwijl volgens schatting van de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen een even groot aantal illegale vreemdelingen een baan in die zelfde sectoren hebben (bron: teletekst nieuws van 28 juni 1990).

Terug naar Home

RATTEN IN DE HOEK

Er komen elk jaar meer Nederlanders -het zijn er volgens statistieken al zo’n 100.000- die vol frustraties zitten over hun leven, en misschien nog een paar miljoen, die niet gelukkig zijn met de gang van zaken. Honderdduizend Nederlanders die als normale, vreedzame mensen in hun eigen vreedzame land leefden en hun eigen vreedzame gang gingen, totdat ze werden overstelpt door een zee van moslims, en opeens geen normale mensen meer waren, maar racisten. Die Nederlanders zijn in feite door de moslims zelf een hoek ingedreven waar ze nu het verwijt te horen krijgen dat ze tegen de moslims zijn, terwijl krachtens een filosofie van de bovenste plank een paar honderdduizend moslims gelukkig worden gemaakt ten koste het geluk van van een paar miljoen Nederlanders. Koppie koppie hoor.

Het onderwerp racisme is hier in Nederland nog steeds onverbrekelijk verbonden met een naam die ik liever niet had genoemd. ‘Wat jammer,’ zuchten de Nederlanders, ‘J. zit weer in de Tweede Kamer’. Ze gaan uit de weg voor de realiteit dat het eigenlijk gaat om een overtuiging die terug is en niet om die man. De vraag is niet of J. een Einstein is of een kip zonder kop, levend of dood, maar wat iemand moet hebben doorgemaakt voordat hij geen andere keus meer heeft dan op hem te stemmen - nog vermeerderd met het schuldgevoel, hem opgedrongen door de rest van het volk, waarmee ze verder moeten leven. En hoe meer Nederlanders die op de ultra-rechtse partijen stemmen, des te sterker het bewijs dat het land pijn lijdt. Of bellen die mensen een 06-lijn en zeggen: ‘Goedemorgen, met Harry, ik ben een schoft, op wie moet ik stemmen?’ Toch blijft het eigenaardig dat juist de linkse partijen de omstandigheden hebben geschapen waaronder rechtse partijen konden ontstaan. Bovendien is het oneerlijk en wreed dat de meerderheid van de ‘goede’ Nederlanders achterover geleund zit, bij elkaar in hun keurige dorpen, onwetend van wat er in de grote steden gaande is, terwijl de bevolking daar als kop van Jut mag dienen. Ik hoop dus maar voor die groene Nederlanders dat ze nooit zullen ontdekken wat ze op hun geweten hebben. Overigens heb ik me wel eens afgevraagd, in de hoop dat ik ongelijk had, of sommige ‘groene’ gezagsdragers diep in een onderbewust spelonkje van hun geest, misschien wrok koesteren tegen de Nederlanders, een persoonlijke frustratie, jaloezie, zodat het ze een kick geeft om ellende over de natie te brengen.

Maar zeg eens, is het al met al niet ironisch? Ik kom naar jullie land om je te gebruiken, ik misbruik jullie, ik choqueer jullie, ik pik jullie baan af, en jullie zien me door een beslagen busraampje voorbijrijden in een dure auto waarvoor jullie hebben betaald. Je probeert je te beheersen, en als je het zat bent en je je mond opendoet, wie krijgt er dan problemen?

Jullie zelf. Het spijt me, Nederlanders, maar jullie zijn er lelijk tussen genomen. Niks aan de hand hoor, ga maar gewoon door met jullie polonaise, ,je Vierdaagse, en zet ‘m op 4, maar de volgende keer dat je, het leven van je uitkering beu, de ladder naar je vochtige zolderkamertje afkomt en een onveilige trein naar Den Haag neemt om te gaan protesteren tegen de achteruitgang van de sociale voorzieningen die je samen met nog 1,5 miljoen landgenoten geniet, of de volgende keer dat je in de krant over een steekpartij leest, of zelf het slachtoffer wordt, weet dan goed dat je er zelf om hebt gevraagd.

Terug naar Home

WAT EN HOE

Hier ziet u dan wat Sinterklaas voor de Schone Slaapster zal meebrengen:

Sommige van de bovenstaande voorspellingen zijn misschien niet meteen duidelijk. Laten we er daarom een paar nader beschouwen als voorbeeld van hoe veranderingen plaatsvinden.

Je lacht tegen de vrouw van een Turk en pats, je hebt een klap van hem te pakken. ‘Hee, we zijn hier in Nederland, hoor,’ help je hem herinneren. Knal, nog een klap. ‘Hou op, dat mag niet, dat is tegen artikel 42.’ Rang, nu is het een uppercut. ‘Zeg eens, nou moet je echt ophouden’. Doink, een schop voor de verandering. ‘We hebben hier vrijheid van meningsuiting, weet je dat wel?’ Baf, een karate-klap om het af te maken.

Trouwens, het lijkt erop of in elk geval de Nederlanders afglijden naar een leven waarin concepten, ideeën, beelden belangrijker worden dan de werkelijkheid. Na een dag lang zweten als een otter hebben ze de bevestiging van de televisie nodig dat het 28° was voordat ze ‘Tjee, wat was het heet’ kunnen zeggen. Ze lopen een schilderij dat te koop wordt aangeboden naast een hondendrol met één blik voorbij, terwijl ze op een sjieke tentoonstelling met uitpuilende ogen voor hetzelfde schilderij staan. Ze gebruiken liever hun camera dan hun ogen. Ze durven gearrangeerde huwelijken of hoofdbeukende sikhs niet dom te vinden als die worden beschermd door het woord cultuur. Het moet ze verteld worden hoe ze zich voelen en wat ze denken. Koffie is lekker, bloemen zijn mooi en met Nederland gaat het goed. Misschien is het leven van een robot wel veel gemakkelijker.

Terug naar Home

RUSSISCH ROULETTE

Het bizarre van het geheel is de vraag waarom het nu toch zo heel erg, zo tot elke prijs nodig was om het risico van een massale toestroom van moslims naar Nederland te nemen. Natuurlijk zijn er in het leven situaties waarin risico’s moeten worden genomen, maar alleen als het niet anders kan. Immers, als de Italianen niet de Verenigde Staten in hadden gemogen, dan had de mafia dat land niet al die jaren geterroriseerd, en had Kennedy lang genoeg geleefd om Amerika tot een beter land te maken. Hadden de moslims Engeland niet in gemogen, dan hadden ze ook geen winkels in Londen kunnen verbranden of de Engelse principes kunnen aanvechten, en ook hadden ze geen ontstekingsmechanismen voor kernwapens kunnen stelen of reusachtige kanonlopen kunnen exporteren, die even vermomd het land verlieten als hun exporteurs erin waren gekomen. Dat maakt overigens de Chinezen, die per jaar tonnen heroïne naar Nederland smokkelen en die hun eigen mafia hebben, compleet met chantage, prostitutie, afpersing enz., niet minder het vermelden waard. Een tweede vraag is waarom er in Nederland nu zo nodig een situatie moest worden gecreëerd en ruimte moest worden geschapen waarin rassenhaat zou kunnen gaan woekeren. Ten slotte kunnen zelfs twee mensen die niet bij elkaar passen, maar die gedwongen omwille van de kinderen zijn bij elkaar te blijven elkaar gaan haten. Rassenhaat tussen japanners en Mexicanen is nauwelijks denkbaar. En Marokko en Turkije worstelen niet met het probleem van 5 miljoen Nederlanders, en hun kranten staan niet vol met artikelen waarin een situatie wordt aangeklaagd of verdedigd.

Kernraketten zijn gevaarlijk. Hoe veilig de veiligheidsmaatregelen ook, en ongeacht alle argumenten, zo lang onze planeet vol staat met raketten zal het gevaar blijven heersen. Op dezelfde manier blijft, ongeacht alle argumenten, het risico van een botsing tussen de moslims en de Nederlanders aanwezig. Zodat de Nederlanders worden gedwongen tot een relatie als die van een lucifer tot een gaswolk: het kleine lucifertje in de keuken, waar het thuishoorde, krijgt de schuld van een eventuele explosie, ook al was het het gas dat er niet had mogen zijn. Immers, als we kijken hoeveel Iraniërs, Pakistani’s, Libiërs, Saoedi’s, Iraki’s, Turken, Marokkanen enz. er in Nederland zijn, en hoeveel vrijheid ze hebben, en dan kijken hoeveel Nederlanders er zijn in hun landen, en wat voor vrijheidsbeperkingen hun worden opgelegd, en ten slotte kijken welke omstandigheden, communicatiemiddelen, informatiekanalen, terroristen, spionnen en geheime agenten er nodig zijn om die situatie naar behoren te laten functioneren, dan kunnen we ons voorstellen tegen wie de numerieke ongelijkheid zich keert.

Terug naar Home

HET VERLOOP VAN DE ONDERGANG

Het begint met het tarten van de natuurwetten als twee fundamenteel verschillende werelden in een minuscuul punt worden samengebracht voor het verrichten van een experiment. Aan de ene kant de softe Nederlanders, verdrinkend in een zee van geweten en schuldbesef, en aan de andere de harde moslims, middeleeuwse rovers.

Een volk dat in het eigen Trojaanse lichaam niet alleen zijn cultuur, maar ook alle corruptie, bloedvergieten, doodsnood, ellende en verschrikking meedraagt, nu nog zo schijnbaar ongevaarlijk als de mosterdgasbommen op de zeebodem. De situatie doet sterk denken aan die op Pearl Harbor de dag voordat de Japanners zeiden: ‘Sulprise!’. Het gedrag van de moslims op dit moment is nog niet volledig ontplooid, en te vergelijken met dat van een jongen die nieuw is in een club. Het duurt even voor het ijs gebroken is en hij zich wat losser gaat bewegen, totdat ten slotte zijn ware aard zichtbaar wordt. Zo zijn de meeste moslims in Nederland onzeker van zichzelf en daarom durven ze de Nederlanders niet openlijk uit te dagen. Maar naarmate de tijd vordert en ze meer overwinningen behalen van het soort als eigen scholen, universiteiten, moskeeën, ziekenhuizen, stranden, zwembaden, sportcentra en wie weet wat nog meer, en nu ze bovendien straffeloos op misdadige wijze hebben kunnen protesteren, zullen ze geleidelijk minder verlegen worden en zelfverzekerder.

De moslims zullen de koran via de oren het hoofd van hun kinderen instampen, een hersenspoeling achter gesloten deuren en dichte gordijnen, zodat ze de Nederlanders gaan haten en hen als hun vijanden zien. Voor dit doel zijn hun scholen ter beschikking gesteld, waar zij ongehinderd hun moslim-bommen kunnen vervaardigen. En dan is er nog die andere industrie, die de islam in een veel hoger, onstuitbaar tempo van discipelen voorziet dan de Nederlandse moeders Nederland aanvullen. Door dit verschil zal de moslimbevolking de Nederlandse uiteindelijk gaan overtreffen. Zoals Alhaaj Firdous, in een Panorama van maart 1989, ook al zei: ‘... Nederlanders maken geen kinderen meer en wij wel. Over vijftig jaar is Nederland een islamitisch land’.

In een zeker stadium zullen er meer incidenten zoals de affaire Rushdie komen, en de moslims zullen hun recht om aanstoot te nemen aan de libertijnse, zondige levenswijze van de Nederlanders opnieuw bezien, een leefwijze die zij beschouwen als rechtstreeks indruisend tegen hun islamitische leefwijze. Zo zullen ze stellen dat de moslimvrouw niet over straat kan lopen zolang er sexshops en honden zijn en er meisjes in korte rokken lopen, en dat die aanblik een inbreuk is op hun Ramadan. De regering, die het op dat ogenblik drukker zal hebben met de olieprijs en de dollarkoers, en het belangrijker vindt dat de Nederlanders, met een ton op de bank, voor de tv kunnen hangen dan dat ze als vrije burgers over straat kunnen lopen, zal ter vereenvoudiging dan maar een compromis sluiten, zoals gewoonlijk, en met een noodwetje komen dat het vertonen van pornografie in etalages en het uitlaten van honden verbiedt, maar nog niet het dragen van korte rokken tijdens de Ramadan.

Een handvol Nederlanders gestraft met een groter respect voor hun eigen bestaan en een sterker overlevingsinstinct, zal het niet eens zijn met de veranderingen die plaatsgrijpen, en in protest gaan, om echter dadelijk door de meerderheid te worden onderdrukt, uitgestoten en als racisten gebrandmerkt. De moslims zullen op deze gegarandeerde reactie van de Nederlanders rekenen en, door er optimaal gebruik van te maken, de Nederlanders treffen als lepra en ze hun hand vinger voor vinger afnemen.

Na de eeuwwisseling, zo tegen 2010, zullen de bommen uitgetikt zijn en klaar voor de grote klap. Maar anderzijds zullen ook ondergrondse bewegingen en benden van Nederlanders zijn ontstaan door de repressieve, frustrerende situatie.

In die fase zal het de meeste Nederlanders duidelijk zijn geworden hoe fout het is geweest om vriendelijk te zijn voor de verkeerde mensen. Maar omdat het internationale imago en het openbaar fatsoen nog altijd de voorrang zullen krijgen boven de openbare veiligheid, zullen de Nederlanders doorgaan de problemen voor zich uit te schuiven of onder het tapijt te vegen, bij gebrek aan lef om ze onder ogen te zien. In plaats daarvan zullen ze de dialoog gaande houden, in de hoop de moslim alsnog te bekeren, en de een zal de ander larmoyante verwijten maken omdat die niet genoeg heeft gedaan of de moslims niet genoeg heeft geaccepteerd. En druk bezig hun hele geestelijke bagage uit te pakken op zoek naar de laatste bruikbare rechtvaardiging, zullen ze niet de glimlach zien op de gezichten van de moslims die de overijverige pias gadeslaan. Terwijl dit alles gaande is in Nederland, zullen de moslimleiders elders, die zich van de ontwikkelingen op de hoogte hebben gehouden, zich concentreren op de plannen voor de langere termijn. En of een land als Iran op dat ogenblik maar gedeeltelijk aan de opstand meehelpt, zal voor de moslim nauwelijks van belang zijn. Gesterkt door hun hogere posities in politiek en ambtenarij, die ze eerst niet hadden, en gesteund door hun bondgenoten in België, Duitsland, Engeland en Frankrijk, zullen de moslims een netwerk van onderlinge loyaliteit kunnen opbouwen, en zo het totale bestel kunnen ondermijnen.

Is dat eenmaal gebeurd, dan zullen de moslims beseffen dat ze de onderdrukking en de verstikking van het holle Nederlandse liefdesstreven niet langer in stand hoeven helpen houden of hoeven te tolereren.

In het jaar 2020 zal de eerste fase van de ondergang zijn voltooid. De Nederlandse antropologische cultuur zal teloor zijn gegaan. Voortaan zullen de Nederlanders, als een lichaam zonder ziel, jaar na jaar voortleven in rouw en spijt om het verlies van wat in eeuwen was opgebouwd, en om de klok die van geen terugdraaien weet. Vele jaren en vele tranen later zal de toestand alleen nog maar zijn verslechterd. Tot op een dag het grote incident plaatsgrijpt. Een incident waarbij twee rivaliserende grondbeginselen van twee rivaliserende culturen frontaal op elkaar botsen. Dan zullen de moslims voor het eerst uit alle macht terugslaan. Mannen, vrouwen en kinderen zullen als één man de straat opgaan, niet zoals onlangs tegen Rushdie, maar honderdvoudig versterkt en in honderdvoudige woede. En al zullen op dat ogenblik de Nederlanders voor hun eigen grondbeginsel vechten, de moslims zullen met hun barbaarse methoden niet alleen de Nederlanders opnieuw verrassen, maar ook dwars door hun softe, fatsoenlijke defensief heen slaan. (In een treffen tussen een hele kudde schapen en een roedeltje wolven staat de verliezer bij voorbaat vast.)
Het zal inmiddels duidelijk zijn wat de koran bedoelt met: ‘Wanneer gij lieden [gelovigen -MR] dus een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn, houwt dan in op die nekken en wanneer gij onder hen een slachting hebt aangericht, bind hen dan in boeien.’ (Sura 47,4) En dan pas zullen de Nederlanders eindelijk erkennen dat ze, door de moslims in Nederland binnen te laten, alleen maar de verschrikkingen uit vreemde landen naar hun eigen grondgebied hebben overgeplant. Dus nu, als nooit tevoren, zullen ze allemaal gaan stemmen op een partij die een ‘definitieve oplossing’ van het probleem voorstaat. Maar omdat ze niet langer de overgrote meerderheid vormen, want de moslims stemmen op hun eigen partij, waarvan het goed gecamoufleerde prototype al bestaat, zal daar niets van terechtkomen.

Nadien zullen de moslims geleidelijk doorgaan de Nederlanders te overmeesteren en te domineren, en die zullen geen andere keus hebben dan mee te doen aan een partij touwtrekken waarin ze voortdurend terrein verliezen. De Nederlanders van hun kant zullen geen oplossing weten noch in staat zijn een eventuele oplossing ten uitvoer te leggen.

En weerwraak is niet hun stijl. De moslims, die dit alles weten, zullen beginnen het land hun wil op te leggen en er min of meer de macht overnemen. En door een toevoer van middelen vanuit hun eigen landen of via particuliere immigratiecentra, zullen ze het mogelijk maken dat een onophoudelijke toevloed van immigranten zich in Nederland vestigt, en zo de Nederlanders indirect dwingen om het veld te ruimen. In 2050 zal er geen Nederland meer over zijn, althans niet noemenswaard. De tweede fase van de ondergang is dan voltooid.

Terug naar Home

HET LAATSTE REDMIDDEL

Het is inmiddels 2050. De Europese Gemeenschap heeft de eenwording opgegeven en de grenzen weer gesloten. Skandinavië heeft de betrekkingen met Nederland opgeschort, terwijl de Verenigde Staten boos zijn op de Nederlandse regering omdat die het islamitische bolwerk onderdak biedt, waardoor gevaar ontstaat voor Amerikaanse burgers in Europa. Veel Nederlanders hebben hun toevlucht gezocht in de omringende landen en van de achtergebleven Nederlanders kleden de vrouwen zich veelal als moslimvrouwen om moeilijkheden te voorkomen. De jihad is begonnen. De koning(in) en de meeste ministers zijn nog Nederland, maar de moslimpartij heeft een sterke positie in het kabinet. Iran en Libië oefenen direct gezag uit via hun Europese hoofdkwartier in Rotterdam en hun geheime leger, het ‘Islamitisch Executie-Peloton ‘. Nederlandse en islamitische benden raken slaags in de straten en de bevolking heeft het recht gedeeltelijk in eigen hand genomen, want de politie durft niet in te grijpen. De natie is versteend van angst.

De koning(in) roept de resterende werkelijk Nederlandse ministers van haar kabinet bijeen voor een strikt geheim beraad. Niemand mag het koninklijk paleis in of uit. Naar verwacht zal het beraad een week duren. Ze zullen eten en slapen in het paleis, dat door de strijdkrachten wordt bewaakt. Na vijf dagen is het beraad afgerond en is men tot het volgende besluit gekomen:

Hoe bizar en irreëel het ook lijkt, of misschien zelfs is, toch gebeurt het. Landen splijten wel vaker. En hoewel het in het begin altijd moeilijk voor te stellen is, is de oorzaak altijd een verschil tussen twee culturen. Maar hoe later dé realiteit wordt ingezien, hoe groter de kans op een burgeroorlog. Al komt het in zo’n situatie niet altijd zover. Soms wordt een volk, zoals de Noordamerikaanse Indianen en de Australische inboorlingen, gewoon platgewalst; zo’n volk sterft nagenoeg uit, terwijl de enkelingen die resteren attracties voor toeristen met Canons en Fuji’s worden.

Terug naar Home

EIND SLECHT, AL SLECHT

Een jaar of wat geleden kwam een meisje uit Limburg met vakantie naar Amsterdam. Ze had gezellige verhalen gehoord over de grote stad, maar was niet op de hoogte van de gevaren. Dus liep ze nabij de Zeedijk de verkeerde straat in en werd verkracht. Die zelfde dag keerde ze naar huis terug, met haar vertrouwen aan scherven en haar ogen voor altijd wijd open.

Sommige wonden helen en sommige gebeurtenissen zijn omkeerbaar, maar alle schuld en alle tranen geplengd bij het Anne Frankhuis kunnen geen zes miljoen lijken weer tot leven wekken. Waarmee we weer terug zijn bij een volk dat niet zoveel groter is dan die zes miljoen.

Daar staan ze nu, die Nederlanders met hun volstrekt gerechtvaardigd en zonder twijfel hoogstaand streven om zo zich ver mogelijk van Hitlers ideologie te distantiëren. Ze hebben over het hoofd gezien dat hun weg aan het andere eind uitkomt bij de joden (met alle respect). De stakkers begrijpen maar niet dat de keus niet noodzakelijk die tussen nazi ‘s en joden hoeft te zijn, tussen roofdier en prooi, tussen onderdrukker en slachtoffer, maar dat er een alternatief is, een derde weg, namelijk het vege lijf redden en zorgen voor het voortbestaan van de eigen cultuur en het eigen land. En het is louter dat ene, kleine misverstand dat zal maken dat de Nederlanders de geschiedenis ingaan als het volk dat zo diep nadacht over een angstdroom uit het verleden dat het zelf die angstdroom werd.

Mohamed Rasoel

 

Redigeert ook:
De Multiculturele Hersenschim.
Zo zielig zijn Zelf-Frustreerders.
Lotsverbeteraars en gezellige Antillianen.
Statistische gegevens Multicul.
Generaal P.Pardon verliefd op Ayaan.
Islamofobie voor Beginners.
Godsdienst draait om Vrouwen-Sex.
Lief-Linkse Fossielen
Forumlijnen lezen/starten
Ga in het Verzet: geef landverraders aan
Alfa en Omega van het Linkse Kerk credo
Parapsychologische aspecten van de Multicul

 

Terug naar Home