Onderdeel van KijkAan.NL
Naar Dagboekenoverzicht
Naar Verhalenoverzicht


Propria Cures Eeuw oud in 1990

PROPRIA CURES, springplank voor schrijvers. Ik sta daar al 13 jaar op maar ik durf er niet vanaf. Nu de strijdbare gifslang 100 wordt heb ik opdracht U uit te leggen hoe leuk het nog was in mijn tijd.


Niet "Horen Zien en Zwijgen" doch "Horen Zien en Schrijven". Overdrijven moet ook een vak zijn, maar zolang U er te weinig smartengeld mee verdient kunt U er Uw neurose en Uw levenslange gevangenisstraf van maken. Het echte schrijven blijft wel met Uw rug naar het doel lopen, en U laat zich niet cremeren want dat vindt U zonde van de plaatsingsruimte op de zerk.
Anderzijds hervindt U van elke inzending naar het onderhavige hondsblad iets gedrukts.
De "Correspondentie"-rubriek, voor afgewezen kopij, en het Jury-rapport hebben een hoge penetratie bij highbrow, media en uitgeverij.

Kortheidshalve lees ik voor uit mijn dagboek van 9-12-1976: "Ik heb gewerkt als een telex tot alle leugens waren uitgetypt alsof ze gedrukt stonden. Pal voor de deadline stoof ik op de brommer naar de wallen. Bij Propria Cures werkte een directrice met krullen, rond de schouders nog lichtbruin, bovenaan schorskleurig. Deze vrouw was neergepenseeld met iets lelijk-gehavends. De klauwafdrukken van een psychotische kraai die zich in een waanzinnige aanval om haar hoofd had geklemd stonden nog in haar slapen. Haar mascara had de zelfde tint als haar kastanje-ogen, die helder, eigengereid en bestuurlijk keken. Gehaaid pakte zij mijn verhaal voor de Kerstprijsvraag onmiddellijk uit. De muren van het vertrek waren volgeplakt met markante PC's en beschouwingen daarover uit andere kranten. De directrice liet een recent exemplaar zien en wees niet zonder trots op een prent van H.M. Koningin Juliana die zeer aanstootgevend stond afgebeeld. Ze vroeg of ik het leuk zou vinden om redacteur te worden. Waarlijk een schepsel met geheimzinnige allure zowel als daadkrachtige spontaniteit."
Op 18-12-1976 stond hierover in het Jury-rapport: "Wim Heins bracht ons persoonlijk zijn nieuwe kerstroman over het Leger des Heils: Liegen duurt het Kortst.
Een jongeman met chronisch gebrek aan inspiratie. Duidelijk geen schrijver. Kom de boel maar weer ophalen, heer Heins, en verzin excuses, anders vallen er rare deuken in Uw bromfietshelm."

Houdt U rekening met een wanverhouding tussen de opofferingen en het resultaat, evenals tussen het resultaat en het succes en tussen het succes en de winst, behalve als U Simon Vinkenoog heet want dan kunt U zich de lusten veroorloven zonder de lasten en het schrijven zonder het schrappen.

Maar goed, verdraaid! Er werd in het kopij-veen dus notitie genomen van mijn turf! Nu ik begreep dat ik ook weer niet in zlke kruiperige houdingen hoefde te bedelen of het clubje lummels mijn klatergoud wilde laten schitteren, begon ik als een duinkonijn pennenvruchten te concipiren. Zo bereikte ik de Correspondentierubriek. B.v. 24-9-1977:

"W.H.: 'Dames en Heren, Hierdoor moge ik U een kort verhaal aanbieden, handelend over een meisje dat haar vriend (zandzuiger) kwijt raakt als er voor de Amterdamse metro, die binnenkort gaat rijden, zand wordt weggezogen uit de Vinkeveense Plassen, waardoor het eilandhuisje van haar ouders onder water verdwijnt.'
Wij danken U zeer voor Uw verhaal, dat zeker een interessante problematiek aansnijdt. Anderzijds zijn wij k van oordeel dat de metro wel degelijk warme, menselijke contacten kan bevorderen. Het laatste woord over deze kwestie is nog niet gesproken. Mogen wij besluiten met: zand erover?"

Bij dit afpoeieren van mijn werkje Vrouwenwraak, bekroop mij een gevoel om met Rinus Michels te spreken, dat schrijven voor PC oorlog betekende; dat de balpen op een voetbal leek.
Mijn eerste geplaatste stuk op 12-11-1977 ging over een Parijs bordeel waar U op n der kamers niet oog in oog kwam met een vrouw maar met een aeoon.
"De beweging die je ontwaart berust op het effect van 'de huizen vallen om': de wolken trekken over. Het is het verschil tussen tijd en eeuwigheid, het vervliegen van Inconscientium-13 onder een luchtledige stolp. Het is de ruimte binnen n dimensieloze trillingsperiode, die zich in jouw waarneming voordoet als beweging, maar die berust in het draaipunt van de tijd-slinger."

Ik herlees dit in tranen, niet alleen omdat mijn verlangen naar meeslependheid er reeds in een ongeneeslijk stadium tierde, maar vooral omdat via deze publicatie de oorlog met PC slechts escaleerde.
In de Zeventiger Jaren ondervond ik namelijk menigmaal van redactiezijde volstrekte oorlogsmisdaden en Auteurswetschendingen.
Om die reden heb ik eens n en hetzelfde stuk tweemaal het periodiek ingemanoeuvreerd.
Ik was op 25-3-1978 speciaal voor het hondse magazine naar de VU gebromd waar de Evangelische Omroep een symposium hield gekant tegen humanisten. Gast was de Amerikaanse theolektronicus Schaeffer. Tijdens het vragen stellen kreeg ik de microfoon in handen en verklaarde de letters EO aan de zaal met Evangelische Oplichting.
"Hoe vertaal je dat?" hakkelde nagelbijtend de tolk. "Evangelic Swindle!" hielp ik. "Nee dat snapt Dr. Schaeffer niet. Ik zoek iets met een O! Evangelic Opium."
Eindelijk kwam er in de zaal een creatief proces op gang. "Obstruction!" werd er geroepen. In het gangpad vochten reeds enkele gymnasiasten om een microfoon. "Evangelic Obscenity!" brulde schor een binkje. En een meisje: "Au au je doet me pijn!"
Aan het eind van de dag heb ik de VU-lift tussen de 15e en de 16e etage stil moeten zetten op de vlucht voor kerkvolk dat mij uit naastenliefde bijbeltjes wilde schenken.
Terecht na zoveel inspanning dat mijn verslag getiteld 'EO verkracht Kleo' in PC werd opgenomen, doch onder een andere auteursnaam: Ren Strauss, iemand uit de vorige eeuw of zo. Duizend bommen! Mijn kind te vondeling!
Als vergelding heb ik het stuk drie jaar later weer ingezonden; naar de Recensie Wedstrijd, waardoor het op 28-3-1981 werd afgedrukt als Pro Deo voor de EO thans met open vizier.
Ik heb wel eens een gedicht geplaatst gekregen pas na vijf maal inzenden.
"De Oerhoer" werd in 1989 geplaatst na de vierde maal, zodat ik 6-12-1979 tenminste niet voor niks naar een prostitue ben geweest.
Al stond er in het jury-rapport van de Kerstprijsvraag 1983 reeds: "Homo sum, humani nihil a me alienum puto. En daarom meende deze praatjesmaker het zich te kunnen permitteren een verhaal in te sturen dat in 1980 al eens 43 punten in de Kerstprijsvraag had opgeleverd."

Omdat U als gedreven aankomend literator publiciteitsgeil bent, probeert U miskende kunst een paar jaar later opnieuw, al ragt u wel de stuifzinnen weg; hoe wijzer U wordt des te meer pulp neemt u immers waar?

Verstrek altijd een gefrankeerde retourenvelop. Schrijven is schaarste, en de redactie kan met uw verhaal toch maar 1x zijn achterste afvegen.
In augustus 1980 zond ik een verhaal op getiteld "Bidsprinkhaan". Over de verovering van een aantrekkelijke rijpe vrouw. Eerst met grote moeite beleefd en daarna met dubbele moeite (op)geschreven. Mijn Correspondentie was nietiger dan een mini-advertentie.
"Heins W.: Uw sprinkhanenplaag kostte ons een prullenbak."

Een paar jaar later zond ik precies hetzelfde verhaal op, thans getiteld "Rijp en Rot". Hiermee won ik de vierjaarlijkse Keefmanbokaal (1983) welke werd uitgereikt in het Muiderslot met volgwagens, foto's en bloemen en met een kus van de koningin der jaargangen, de directrice mevrouw Agnes Hoogstraten.

Kennelijk dient U sommig werk te laten nestelen in de schoot der tijd vooraleer dit het levenslicht daadwerkelijk verdraagt.
Misschien hebt U er als inzender baat bij Uw verhalen in gedachten te schrijven voor een concreet aan U bekend wezen.

Ook in de Tachtiger Jaren strompelde ik door een lange greppel van onvredelievende Correspondenties. December 1980 werd mijn pennenvrucht afgedreven met:
"U moet toch onderhand wel weten dat we vergaderen op donderdag. Wij hebben nog geprobeerd alle Sinterklazen in Uw 5-december verhaal door Kerstmannen en alle Zwarte Pieten door rendieren te vervangen. Wilt U Uw paasverhaal insturen vr de Vasten? Wij komen op Driekoningen en Onnozele Kinderen niet uit."

Ik heb vaak geprobeerd om in het eerste nummer van een jaargang te verschijnen. Dan zit ik me in de vakantie op de valreep aan tafel uit te wringen met chronisch gebrek aan inspiratie en denk: duidelijk geen schrijver. "Verdomme, je kon het toch? Doe het dan!"
Op een keer was ik de sleutel van mijn strandhuisje kwijt en werd aangesproken door een buurvrouw met lang, oranje krullend haar, blauwe ogen en een lief, krols gezicht. Ik mocht mijn spoedwerkje voor die krant wel bij haar binnen klaarmaken. Toen ik aan haar tafeltje zat en ze haar onbedwongen borsten al meelezend over mijn schouder liet zakken deed haar warme elektriciteit mijn hart bonzen. Muzen zijn niet te bestellen, net zo min als bestsellers, noch te verleiden, maar komen als ongeregelde guerillastrijdsters. "Blijft er geen nodeloze theeleut in je stukken staan?" fluisterde haar lippen. "Een bouwvakker verstopt zijn talent toch ook niet achter timmerhout? Denk je dat je het eigenlijk wel leert?" Ik greep achterwaarts naar haar bovenarmen en keek haar aan. "In een brief beantwoorde Elsschot dat met: Waarde vriend, ik geloof het niet. En wie het in zich heeft hoeft het niet te leren."
"Nee dat raadt je de koekoek," likte ze, "een kunstenaar die het in zich heeft is het verplicht, zoals strafregels schrijven op school."
Ik trachtte ons doorluchtig discours nog te pareren met: "Filmen is jongensamusement," zegt Hugo Claus, "maar als hij gaat schrijven beginnen de klachten."
Wat was mijn Hemakladblok onuitsprekelijk irrelevant! Terwijl onze lippen zich aan elkaar vastzogen voelde ik een point of no return. Onzichtbare telefoonlijnen zonden signalen naar afgelegen streken. Mijn vingers omsloten de weerstand van haar verwachtingsvolle trotse tepels. Haar buik spande waanzinnig onder haar heuvels van zoet geurend vlees. Een monkelend, soppend moeras omsloot moeiteloos het onverbrekelijke draven van mijn...; wat een pennenstrijd!

Wanneer U maar veelvuldig meedingt is een aantal bekroningen en plaatsingen statistisch significant. Houdt U maar een grafiek bij over het percentage inzendingen dat wordt gedrukt. Bij mij was dit tot 1980 13%. Dan een piek in 1981 met 50%, een dieptepunt in 1987 met 8% en dit jaar al weer 60% Ik heb van 1976 tot nu precies 100x ingezonden. Daarvan is in totaal 27% geplaatst. Tien werkjes wonnen prijzen (met aftrek van kosten slechts 300,= winst), waarbij ik mij het veel groter aantal knorrige jureringen evenmin persoonlijk toeschrijf.
Kijk maar eens naar iemand anders, zoals inzendster Wilma Heins.
Na lezing van Test Uw Autotechnische Kennis wordt zij in het Jury-rapport van de Recensieprijsvraag 1987 bejegend: "Jammer Wilma, maar passages als: 'Een klant van ons had de spatborden van zijn Eend afgereden door van de Schellingwouderbrug te gaan met de motor uit. Het spaarde hem brandstof maar omdat het contact uit stond sprong de stuurknuppel in het slot zodat hij in een boom bleef hangen.' gaan ons voorstellingsvermogen te boven."

Plts nou eens een stuk van die meid! U citeert zelf: 'Mijn collega's zijn niet allemaal types van schat staat de Bokma koud. Ik zou tegen zo'n man trouwens zeggen: Bokma heb ik hier niet maar wat er wel koud staat is je vreten.'

Het is ondankbaar werk. Je knipt nu eenmaal de navelstreng door en je kind neemt de benen.
Reacties krijg je niet, behalve in PC 99/33 op 17-6-89 van Victor Frlke:
"Het verhaal van de PC-onthooftprijs 1989 is getiteld 'God is Kut'. En hoewel de titel tot lezen uitnodigt, valt er over de inhoud maar n ding te zeggen: kut. Het betrof hier namelijk een als uit grachtenwater getrokken bouillon zo flauwe mop, over een man die zich bezighoudt met het randschrift op munten, en terloops enkele vieze geslachtsziekten bespreekt."
Z leuk was het nou in mijn tijd. Grrr!

Men dient zich technieken eigen te maken met het doel ze weer af te leren. De ijsclown die voortdurend op zijn bek gaat moet verrekte goed kunnen schaatsen. Dit voor het geval u zou vragen naar mijn toekomstvisioenen voor de Jaren 90 en de 21e Eeuw.
WIM HEINS

Naar Dagboekenoverzicht
Naar Verhalenoverzicht