Terug naar de Stiltepagina

Onderstaande column heeft jaren geleden in
"De Gelderlander" gestaan.

EXPOSURE
door P.F. Thomése

De grootste problemen van onze maatschappij komen voort uit de misvatting dat vrijheid verbonden zou moeten zijn aan openbaarheid. Alsof het pas betekenis krijgt als je anderen ermee lastig valt.
Deze gedachte werd mij aanschouwelijk gemaakt door een groepje bouwvakkers dat hiernaast al maanden voor hinder zorgt. Aanvankelijk deden ze dit niet eens bewust. Dat gebeurde pas nadat hun was verzocht de radio iets zachter te zetten. Voordien was het lawaai kennelijk iets wat er nu eenmaal bijhoorde, nu ontdekten ze dat het binnen hun macht lag. Geknecht in een leven van ondergeschiktheid, werd de radio opeens een keuze. Het was hun vrijheid, die ze pas konden ervaren door de omgeving ermee te terroriseren.
Vrijheidsdrang als territoriumdrift: het heeft zich ontwikkeld tot een alledaagse terreur die inmiddels als normaal beschouwd wordt. Er is, met beschaafde middelen, al niets meer tegen te doen.
Vandaar dat 'Joegoslavië' zo dichtbij is gekomen. In politieke zin gaat het daar om het uiteenvallen van een staat in strijdende deelgebieden, maar in morele zin geldt er hetzelfde principe als bij mij in de straat: het recht van de brutaalste. Het is de ene vrijheid tegen de andere: een kannibalistisch soort vrijheid die alleen kan bestaan door die van anderen op te vreten. 
Het probleem van Joegoslavië, maar ook van ons is de afwezigheid van een algemeen belang, als het er al ooit geweest is, is het inmiddels versplinterd tot een verzameling deelbelangen en persoonlijke belangen.
'In Kosovo vecht het ene dorp tegen het andere', las ik deze week in de krant. Het wordt in diplomatieke termen afgedaan als een 'regionaal conflict', deze nationale burenruzie, maar ik zie niet in wat wezenlijk het verschil is met de arbeiders bij mij naast.
Het is - net als in Kosovo - hun recht op vrijheid versus dat van mij. Hún vrijheid kan pas bestaan door die van mij te vernietigen, míjn vrijheid begint pas wanneer ik de buurt gezuiverd heb van lawaaidebielen.
Tolerantie, heet het toverwoord waarmee wij de 'Balkan' buiten de deur denken te houden. Het houdt in dat ik lijdzaam het lawaai van Radio Beton moet ondergaan, nee sterker nog, dat ik deze 'cultuur' moet proberen te begrijpen. Daarnaast moet ik proberen na te streven dat zij 'mijn cultuur' gaan begrijpen, bijvoorbeeld door hun vanaf de bouwstelling een gedicht van Kouwenaar voor te lezen, zodat wij voortaan in volledig begrip van elkaar vreedzaam tezamen zullen leven.
Maar waarom - in godsnaam - zou iedereen zijn 'cultuur' moeten uitdragen? Wat is dat voor een vrijheid die per se in de openbaarheid gebracht dient te worden?
Het heeft, geloof ik, te maken met het heersende materialisme, waarin waarden zich niet geestelijk maar fysiek manifesteren. Het is de moraal van de reclame. Vrijheid is jezelf adverteren, het is je breed maken om niet over het hoofd gezien te worden. En: het is de concurrentie monddood maken. Hoe meer je adverteert, des te minder er overblijft voor de anderen.
Exposure, heet dat in het jargon.
Niet voor niets heeft onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek uitgewezen dat rijk & beroemd de meest begeerde status is. Wie rijk & beroemd is, wordt meer gezien dan anderen. Het betekent maximale exposure, dat wil zeggen de grootst mogelijke vrijheid.
Wie aan de onstuitbare opdringerigheid van anderen wil ontkomen, moet ondergronds gaan, want in een wereld waar alles en iedereen zich openbaar wil maken, is de ware vrijheid alleen nog in het verborgene te vinden.
P.F. Thomése

Terug naar de Stiltepagina