Onderdeel van Memotrip.nl/kijkaan

HET DIEPE MOERAS
 RICHTLIJNEN VOOR SCHRIJVER/JOURNALIST 
Geef het privť-archief een naam, in ons voorbeeld: Diepe Moeras, waarbij elk archiefstuk aangeduid wordt met DM+nummer van de sector met dossier(s).
Bijvoorbeeld: DM-1A-070707 betreft een weerkundig artikel (sector 1A) van 7-7-2007. Boeken worden aangeduid met de letter B- gevolgd door het sectornummer en een volgnummer, b.v. B-45B-77, het 77e boek over sexualiteit (sector 45B).


 Sectoren 
1A: Meteorologie; 1B: Fysische geografie; 1C: Geologie, geogonie, stenenleer.
2A: Actuele geschiedenis (kranten); 2B: Algemene geschiedkunde.
3A: Sociale geografie; 3B: planologie en infrastructuren.
4A: Scheikunde; 4B: Natuurkunde; 4C: Wiskunde (en rekenen).
5A: Computerkunde; 5B: Elektro-schema's; 5C: Audio-elektronica (incl. telefonie); 5D: Video- en TV-elektronica.
6A: Mechanische technologie; 6B: Statica, (macro)bouw; 6C: Zelfbouwkunde; 6D: Apparaatbeschrijvingen.
7A: Antropobiologie; 7B: Plantenwereld; 7C: Dierenrijk; 7D: (Antropo)genetica en biochemie; 7E: Geneeskunde.
8A: Gezondheidsleer; 8B: Sport.
9A: Jeugdverschijnselen en generatiebeschrijving; 9B: Sociaal-culturele jongerenvoorzieningen.
10A: Onderwijswereld; 10B: Didactiek/methodiek; 10C: Beroepsbeschrijvingen en keuze.
11A: Pedagogiek; 11B: Andragogiek; 11C: Sociale training en expressievormen in groepen.
12A: Psychologie en thanatologie (incl. zelfdoding en euthanasie); 12B: Dromenleer; 12C: Toegepaste psychologische manipulatie; 12D: Psychiatrie en therapie.
13A: Zelfvernieuwing; 13B: Zelfbeschrijving; 13C: Postmortaal gerichte info en testament.
14A: Astrologie en numerologie; 14B: Grafologie en (projectie)testen.
15A: Persoonsdossiers; 15B: Persoonsdossiers uit de pers (interviews); 15C: Karakters van volksgroepen.
16A: Politicologie; 16B: Economie; 16C: Credo's politieke organisaties; 16D: Vietnam en de wereld 20e eeuw; 16E: Krijgskunde en wapenleer.
17A: Toneel, cabaret, dans; 17B: Muziek; 17C: Beeldende kunst; 17D: Cultuur/kunstgeschiedenis; 17E: Cultuurleven (incl. dood).
18A: Nationale landsbeschrijvingen; 18B: Etnografie; 18C: Toerisme; 18D: Automobilisme.
19A: Drugsgebruik; 19B: Tijdgeesteigen (beeldscherm)geweld; 19C: Polarisaties; 19D: Tijdsverschijnselen alg.; 19E: Futurologie; 19F: Nostalgie.
20A: Bevolkingsvraagstuk; 20B: Milieukunde; 20C: Autoritaire wereldstructuur en geweld; 20D: Kritieke toestand mensheid (overige).
21A: Modetrends in muziek, dans en toneel; 21B: Schoonheidsleer en cosmetica; 21C: Kleding(mode).
22A: Muziek als toepasbare taal (incl. partituren); 22B: Muziekbronnen.
23A: Taalkunde; 23B: Taalstijlen in praktijk.
24A: Schrijfkunde; 24B: Non-press media; 24C: Publicatie-mogelijkheden en sociologie; 24D: Journalistiek, info-bronnen en registratie (steno/typen); 24E: Wetenschapsleer (research); 24F: Reclame en marketingkunde; 24G: Algemene mediumsociologie en filosofie.
25A: Literatuurwetenschap; 25B: Schrijvers en boeken (interviews, recensies).
26A: Uittreksels verhalend proza; 26B: uittreksels informatieboeken.
27A: Kunstbezieling en creatief proces; 27B: Bezieling sexe-polariteit en geslachtspsychologie.
28A: Sint Nicolaas; 28B: Kerstsfeer; 28C: Jaarwisseling en winterbeschrijving; 28D: Voorjaarsfeesten (incl. 4/5 mei); 28E: Zomer- en vakantiebeschrijving.
29A: Redactiewerk; 29B: Persklare artikelen; 29C: Kopieerbare originelen; 29D: KopieŽnvoorraad.
30A: Eigen publicaties op datumvolgorde; 30B: Eigen publicaties per blad; 30C: WeggeefkopieŽn publicaties; 30D: Publicaties van derden over eigen artikelen; 30E: Drukwerk van derden over eigen persoon.
31+volgnummer: typoscript(kopieŽn) van elk ooit geschreven stuk.
32A: Jeugdverhalen; 32B: Volwassenenlektuur; 32C: Literataire kunst.
33A: Persoonlijke briefwisselingen op alfabet; 33B: zakelijke correspondenties.
34A: Praktische rapportages eigen projecten; 34B: Projectverslagen met sterk persoonlijke componenten; 34C: Dagelijkse dagboekaantekening op A4-bladen.
35A: Verhaalgenieke persknipsels; 35B: Verhaalgenieke opschrijfsels; 35C: Stereotiepe probleemsituaties van het leven (met oplossing); 35D: Afbeeldingen.
36A: Scheepvaartomgeving; 36B: Algemene omgevingsbeschrijvingen; 36C: Luchtvaart; 36D: Landschapsomgeving; 36E: Stedelijke omgeving; 36F: Railvervoer.
37A: Film als cultuur; 37B: Filmproductietactiek; 37C: Filmrecensies.
38A: Fotografie alg., 38B: Fotografie-tactiek.
39A: Prospectieve nostalgie (ooit teruggeven, reŁnie); 39B: Retrospectief nostalgisch materiaal.
40A: Waardepapieren; 40B: Adressen aller tijden; 40C: Registers, archiefbeschrijving; 40D: Broncodes.
41A: Astronomie; 41B: Ruimtevaart.
42A: LevensfilosofieŽn van bekenden; 42B: Algemene filosofie en esoterie.
43A: Heersende godsdienst; 43B: Religieuze richtingen en sektes; 43C: Religieuze antropologie en raakvlakken met wereld.
44A: Statistiek; 44B: Cijfers per item.
45A: Sexuele periferie (prostitutie, abortus, cijfers, wetten); 45B: Sexuele leven.
46A: Sociologie; 46B: Sociale groepsbeschrijvingen; 46C: Wetten en rechten; 46D: Criminologie; 46E: Wonen.
47A: Culturele Antropologie; 47A: Para-antropologie (gereserveerde sector).
48A: Paranormale genezing; 48B: Parapsychologie.
49: Gereserveerd voor lopende studies.
50: Omnibussen en encyclopedische verzamelingen.

 Gebruik en Sectortype 
Bepaalde sectorgroepen slaan op een specifiek thema (b.v. 18 op het buitenland, 19 op tijdsverschijnselen, 20 op de kritieke toestand van de mens) en andere sectoren hebben een specifiek karakter; de regel is: stop het archiefstuk in een algemeen dossier tenzij er een specifieker is. Voorbeelden: drugsverslaving hoort niet bij sociologie of psychiatrie want er is een specifiek dossier over drugs: 19A; uitvaartceremoniŽn horen in 17E (algemeen overig cultureel leven) maar sfeerbeschrijving en info op sinterklaasgebied niet. Want daarvoor is een specifieke sector (28A).
Dit is een archief over het al, maar wel ontworpen voor schrijvers. De schrijfaspecten zijn daarom specifieker gegroepeerd, b.v. er bestaat een specifieke sector 28B met kerstgegevens, deze horen dan ook niet bij 'godsdienst' of 'cultuur'.

In dit ontwerp bestaan er zgn. primaire, secundaire en tertiaire sectoren. Deze aanduidingen slaan op de relevantie van de sector voor de schrijfkunst.
Primair en secundair: elk stuk in een dergelijke sector krijgt een volgnummer bestaande uit een omgekeerde datum, waardoor de papieren zowel op nummer liggen als op chronologie, bijvoorbeeld 7-7-1977 wordt daartoe geschreven: 770707. Naar b.v. een interview in 15B wordt dan verwezen met: 15B770707.
Naar tertiaire archiefstukken wordt incidenteel ook verwezen met de datum, maar niet omgekeerd, omdat zij alleen chronologisch liggen, b.v. 16A060502 over een politieke moord.

Primair wil zeggen: plastisch geschilderde verhaalbouwstenen op archiefpapier, verwezen vanuit het kaartsysteem (en computerdatabank) voor schrijfgenieke grondstoffen.
Primaire sectoren: 35A en 35B.

Secundair: weliswaar sterk in aanmerking komend voor verhalen, maar wel van algemeen informatief karakter; direct te vinden in het dossier door verwijzing vanuit een secundair kaartsysteem.
Secundaire sectoren: 10C, 15A-C, 18A, 25B, 26A-B, 34B, 35C, 36A-E, 37C, 42A, 44B, 46B.

Prostituees zijn een sociale groep, maar ook potentieel verhaalgeniek. Zij kunnen daarom secundair geÔndexeerd worden teruggevonden in 46B, b.v. als 46B-791206, indien men op die datum een relevant artikel over prostituees als sociale groep heeft gearchiveerd. Overlap is onvermijdelijk, maar wordt tegengegaan door te archiveren op het maximaal overheersende aspect. Bijvoorbeeld: gaat het stuk over prostituees als sociale groep (46B) of als perifeer sexuologisch verschijnsel (45A)?
Bezoekt men zelf een prostituee met een verhaalgenieke plastische beschrijving als gevolg, dan deponeert men deze wellicht in de primaire sector 35B, verwezen vanaf een systeemkaart voor schrijfideeŽn (primaire kaartsysteem). Deze notities zullen immers sterker verhaalgericht zijn dan een algemeen persartikel.

De kaartjes van het secundaire systeem staan ingedeeld per sector en daarbinnen op alfabet. Maar voor de volgende gelijkaardige sectoren staan ze door elkaar: 15A en 42A (personen); 10C en 15C en 46B (groepen); 25B en 26A (boeken).
Secundaire dossiers kunnen ook een (tertiair) deel bevatten met losse stof, die niet vanuit een kaartsysteem verwezen wordt. Bijvoorbeeld verhaalgenieke luchtvaartgebeurtenissen staan secundair geÔndexeerd, maar daarnaast bevat deze sector veel ongeÔndexeerd materiaal, volgens de regel dat een specifieker dossier bij het archiveren voorgaat boven een algemener. Daarom hoort 'luchtvaartnavigatie' niet bij 'fysische geografie' (1B) maar bij 36C; weerkunde hoort in 1A maar weerkunde voor de piloot in 36C.
OngeÔndexeerde dossierstukken heten tertiair. Tertiaire verwijzing gebeurt niet stelselmatig vanuit een kaartsysteem, maar wel incidenteel, alsook vanuit elke andere locatie (dagboek, dossier). Aanduiding: sectornummer en datum, b.v. 2A300480, krantenknipsel over kroningsrellen.

Er kan overigens een cross contents afdeling worden bijgehouden in het secundaire kaartsysteem, voor vrije onderwerpen, incidenteel verwijzend naar (tertiaire) archiefstukken; voorbeeld: het cross contents kaartje 'geluk' verwijst naar 44B (cijfers over geluk).

 Liever Lui dan Moe 
Tracht de archiefindeling aan te passen naar eigen inzicht alsof het moet gelden voor de eeuwigheid! Dit om hernummering tijdens de eigen levensduur te minimaliseren, waardoor men te allen tijde elk dossierstuk terugvindt langs de weg van de minste weerstand.
Wim Heins

 

Onderdeel van Memotrip.nl/kijkaan