Terug naar Dagboekenoverzicht
New Age Therapieën - Therapiedagboek van Wim Heins
Onderdeel van post-mortem KijkAan.nl 


INHOUD:
 
Rebirthing/Ademtherapie
Heldervoelende paragnosten
(André Schaap en Truus Hartsink)
Voice Dialogue
Biodynamische massage
Reïncarnaite/regressie-therapie
Bio-Energetica
Transcendente Meditatie

 

 

Augustus 1985 was ik met Belinda in Portugal. Daar belandde ik diverse malen in een beknelde afwezigheid geladen met een depressieve spanning.
Mijn eerste therapie had bij nader inzien geen wonderen gedaan.
Toen we de laatste dag in het restaurant op de bus naar Lissabon wachtten voelde ik me een evidente verliezer. Stilletjes slikte ik twee antipsychotische tabletten die ik had overgenomen van mijn broer.
Daarna bekende ik Belinda op Rebirthing te willen. Zo heet de therapie die gebruik maakt van een snellere, diepere, aaneengesloten ademhaling, waarbij je actief bent op het inademen, maar op de uitademing, die plaatsvindt op de zwaartekracht, laat je los. De traliedeur van oude pijnen en emotiemonsters moet langs die weg worden opengezet.
Waar het gebabbel bij een psychiater ijdele hoop biedt dient hier de schelp met veel meer aandrang te worden geopend, meende ik.

 

 "REBIRTHING"/ADEMTHERAPIE 

Op 9-9-85 was ik in Amsterdam bij iemand die zich had herdoopt als Swami Prem Aurobindo.
Belinda ging zelfs mee, ook op Rebirthing-therapie! Ik was eerst bang voor joker op de vloer te liggen ademen net als toen ik in 1973 met yoga begon waar ik me ook niet door veranderd voelde.

Maar aldra begon ik een spanningsreliëf in mijn lijf waar te nemen dat geheel nieuw voor me was.

Na een tijdje voelde ik mijn blaas onderin mijn buik als een orgaan dat op springen leek te staan. Aurobindo begon er na afloop zelf over dat mensen vaak echt moeten piezen zonder dat ze water hebben, en dat het organisme zo een ontsnappingsroute organiseert om het gevoel niet te hoeven voelen waar immers zo'n taboe op rust. Het boezemde me vertrouwen in dat mijn ervaring in zijn gedachtengang paste.

De volgende week kreeg ik zo'n pijn in mijn rechter voet dat ik na afloop spierpijn had alsof ik op ballettraining zat. Toen het opkwam matigde ik mijn ademhaling. Aurobindo kwam langszij. Hij zei: "Eng? Wees maar blij dat het eng is, dat is toch leuk, net als een cowboyverhaal. Het is nog lang niet te gortig."

Aurobindo bleef volgen hoe ik ademde. Ik had even de indruk dat een gedachte zo'n eigen leven ging leiden dat hij zich aan me voordeed als een droombeeld.

Daarna zei Aurobindo: "Ben je weer terug in deze ruimte?" "Hoe weet je dat ik weg was?" "Dat zie ik. Je neemt dan even geen verantwoordelijkheid voor je lichaam." Hij trok de spieren van mijn armen recht en gooide de spanning weg.

Toen we lagen uit te rusten voelde ik een ragfijne, vloeistofachtige tinteling rondcirkelen met als centrum mijn bekkengordel. Ik had het gevoel dat dit echt iets was. Dat ik hiermee iets kon transcenderen. Dat dit tegemoet kwam aan mijn gevoel van "ik wil eruit".

De laatste tijd lijkt mijn bestaan een foto waar ik op uitgekeken ben. Elke levenssituatie confronteert me dan met de vlakke monotonie van iets wat ik zijdelings en werktuiglijk doe. Ik wil er wel uit, maar waarheen?? Waar ontloop ik het gevoel van "is that all there is?" Kennelijk op Rebirthing.

Op 25-9-85 vroeg mijn officiële therapeut, bij wie ik mijn therapie-carrière was begonnen, of ik als kind het gevoel had dat er iets mis met me was. "Nee ik had niet het gevoel dat ik gek was. Ik voelde wel dat ik iets miste. Het zal tussen mijn tiende en vijftiende zijn geweest dat ik het woord minderwaardigheidscomplex opving. En toen dacht ik: ja dat had ik al op de kleuterschool. Maar ik had niet het gevoel dat ik gek was. Ja de laatste tijd..."

Ik keek opzij en zocht naar een formulering. "De laatste tijd ben ik minder aanwezig, heb ik minder ruimte, en dan denk ik wel hoe zou dat verdergaan, als je je helemaal uit je leven verdreven voelt zodat je denkt wat doe ik hier? Maar als kind voelde ik me niet gestoord, als je dat tenminste bedoelt."

Maar dat bedoelde hij niet.

"Ik ben nog eens bij mijn kleuterleidster geweest," zei ik, "en die had aantekeningen en herinneringen en die vond dat ik toen een heel opgeruimde jongen was. Dat kan ik ook wel plaatsen. Want dat is mijn buitenkant. Ik heb altijd geprobeerd me aan sociale situaties zo aan te passen dat ik er het meeste profijt van had. Maar tegelijk had ik altijd het gevoel dat er een beperking was die ik nooit kon transcenderen."

De officiële therapeut zei de indruk te hebben dat ik hoopte alles heel intensief te kunnen beleven. Maar hoe zou ik het vinden als ik dat misschien wel nooit zou kunnen?

"Dat zou ik onacceptabel vinden. Ik zou er wel een heel goede reden voor moeten hebben om dat te accepteren. Daarom ben ik blij met die Rebirthing. Die komt net op tijd. Het geeft me weer wat lucht. Ik voel me de volgende dag dichter bij mezelf, en weet weer beter hoe het vroeger was."

De therapeut vond het positief dat ik me bij Rebirthing goed voelde, net zoals hij dat zou vinden indien ik baat had bij het spelen met een elektrisch miniatuurtreintje. Wat betreft mijn nijpende gevoel van vervreemding meende hij nogmaals: dat dit een functie had! Dat het diende om iets anders níet te voelen wat misschien wel te veel voor me was om te verdragen! Zijn eigen officiële therapie had de bedoeling daar voorzichtig bij in de buurt te komen en niet om het open te breken als een schelpdier! En wat dat te bedreigende gevoel dan daadwerkelijk inhield - dat wist hij ook niet.

Ik stelde dat hij over het hoofd zag dat het toelaten wellicht bevrijdend was. Hij stelde dat de geest het dan ook zelf wel zou toelaten. Wat ik tegensprak. Misschien mag je je wel niet bevrijd voelen van je ouders, meende ik.

Dit was trouwens gelijk de laatste sessie met de officiële therapeut. Hij ging maar weer eens van werkplek veranderen.

"En hoe lang moet je nog, voor je een echte psychiater bent?" vroeg ik meelevend, ook om plagerig en onaanwijsbaar mijn grief te uiten dat ik hier met jonge amateurs moest praten.

Hij aarzelde met zijn antwoord. "Een jaar," zei hij toen. Hij zou opgevolgd worden.

"Een vrouw," waarschuwde hij.

"Dat is best," zei ik.

Op maandag 4 nov. 85 heb ik twee "therapieën" op één dag gehad. 's Morgens bij de lieve, keurige Tante Dokter met door het ziekenfonds betaald begrip. 's Avonds bij Aurobindo. Daar was nog één andere deelnemer.

Toen ik vertelde bij een zelfuitgevoerde ademsessie thuis, schreeuwend bij kennis te zijn gekomen, Aurobindo meteen de conclusie dat dit met mijn geboorte te maken had: dat ik toen mogelijk uit mijn lichaam was en zo geleerd had dat je "terugkomt als je schreeuwt".

Het tijdelijk uit je lichaam gaan, wat bij een baby heel gemakkelijk zou geschieden, kon voorkomen als de geboorte was gestimuleerd "met drugs". Dat klopte dus. "Nou ja drugs," zei ik, "het is een hormoon. Oxytosine geloof ik."

De ademsessie bij Aurobindo begon. Na een tijd ademen ging mijn been in mijn slaapzaak overeind staan van de kramp. Toen dat weer afzakte hield ik gewoon helemaal op met ademhalen. Er zaten massa's zuurstof in me. Ik voelde wel als ik nu indommelde dat er iets uit me zou springen, alleen ik dommelde niet in omdat ik daar namelijk voortdurend aan dacht. Ik zat met de waakzaamheid van mijn bewustzijn zeg maar in mijn maag. Hoe kwam ik àf van het controlerende opletten? Ik ging meteen weer intensief ademhalen met iets fanatieks en verongelijkts, om waar voor mijn geld te krijgen!

Ik dacht er aan dat ik Belinda inmiddels had verloren. Ik voelde enige bekwaamheid tot huilen. Maar ook dat dit oppervlakkig huilen betrof. Zou ik hier mijn tijd gaan verspillen met een beetje modieus gesnotter? In het geheel niet toegevend aan het onbenullige, miezerige jankgevoel dacht ik: "Het kan me wat, ik ga door."

Nu ging ik denken aan het dreigbriefje van Belinda's aanbidder, waarin hij me afried nog achter haar aan te zitten, voor mijn eigen bestwil. "Wat bedoel je daarmee, wat bedoel je daarmee?" begon ik te denken. Mijn geest fixeerde zich hierop, omdat denkend bewustzijn toch ergens zijn tanden in moest kunnen zetten. Tevens ontstond hierbij een bewustzijnsversmalling. Ik wist langzamerhand niet veel anders dan dat ik ademde en dat ik dacht: "Wat bedoel je daarmee!" Dit brouwsel in mijn schedelpan werd al kokend omgezet naar: "Wil je soms dat IK iets bedoel. Wat bedoel ik daarmee? Wat bedoel ik ermee?"

Er maakte zich een grimmige stemming van me meester maar niet echt kwaadaardig omdat ik ook machteloos was. Een andere gedachte die zich aandiende luidde namelijk: "Het is gemeen, het is gemeen!"

Daarbij dacht ik aan een oedipale concurrentie-strijd, eerst tegen mijn vader, die glansrijk had gewonnen, en nu tegen de nieuwe vriend van Belinda. Het was gemeen!

Aldoende bleef ik toch maar mooi veel te veel bij kennis en vreesde zo het loskomen van getaboeïseerde emoties tegen te houden. Ik "zat te veel in mijn kop", zoals het zo graag heet bij New Agers, alsof ik niet kon slapen. Even later bleek dat ik de identificatie met mijn wakend brein toch kon reduceren en wel door me er als het ware van een afstand teweer tegen te stellen.

Ik werd als het ware nijdig op mijn brein en tegelijk op alles wat me mijn leven lang gemuilkorfd had, zelfs zonder dat ik dit goed in de gaten had. Onderwijl wist ik ook best dat het een oude stereotiep was, de klassieke kritiek op mij als 'te rationeel', maar nu zat ik er toch mee, en mijn oplossing werd om me zo vijandig tegen dit bewustzijn te gaan voelen dat ik me er als het ware uit terugtrok.

Inderdaad, ik kon er niet vanaf, zoals iemand die wakker is, maar ik kon me wel vijandig opstellen, met andere woorden ik kon beschikken over grimmige gevoelens, waarmee ik me vereenzelvigde, om tegen het rationele bewustzijn op te staan.

Die grimmigheid zorgde ook dat ik iets ging doen. Ik de waarnemer, die zich nu verplaatst, en niet meer in het rationele bewustzijn gehuisvest was, constateerde een gezichtsuitdrukking.

Nu ik geruime tijd de ademsessie had volgehouden, voelde ik dat ik keek als een blazende kat, met ontblote tanden.

Het viel me op dat ik wilde grommen, dat ik me hierin niet gehinderd voelde door de aanwezigheid van anderen en dat ik ook inderdaad tot grommen overging. Ik begon me te gedragen als een geketend roofdier. Met vertrokken gezicht, ontblote tanden en geopende kaken beet ik om me heen, draaide mijn hoofd, gromde en grauwde, waarbij mijn rechter hand bovendien ging aanvoelen als een klauw.

Ikzèlf deed er geen schepje bovenop: er werd van binnenuit een schepje bovenop gedaan!

Ik voelde me een gespierde lynx of leeuw bewust van zijn verscheurende kracht, voor wie niets vanzelfsprekender was dan aan zijn ketenen te rukken en te grommen. Ik grauwde naar mijn belagende brein. Bovendien gromde ik omdat ik dat lekker vond.

Nu kwam Aurobindo langszij. "Probeer het eens zonder geluid." Mijn gezicht vertoonde een verscheurende grimas dus ik kon nauwelijks praten maar bracht toch uit: "Ik ben nu een leeuw! Zo gaat het juist goed!"

"Bemoei je er niet mee!" antwoordde hij laconiek, "ontspan je buik."

Ik stopte met grommen en lette op mijn adem. Aurobindo plaatste zijn vinger hier en daar op mijn buik. Het leek of hij spanning aftapte. Als alternatief voor het grommen kwam nog iets directers onder handbereik. Ik wilde me best verder ontlasten. Ik schokte met mijn middenrif en snikte door mijn neus.

"Ja kom maar..." zei Aurobindo. Nu begon ik zo onbekommerd te huilen als ik meende sinds mijn babytijd niet meer te hebben gedurfd.

"Niet tegenhouden..." zei Aurobindo. Ik schaamde me eerst even voor hoe ik zou kijken en voor het huilgeluid. Maar ik liet het gewoon toe en huilde tenslotte stemhebbend vrijuit. Overigens zonder te weten waarom. Ik wist nu, of misschien wist ik opnieuw, hoe een huilende baby zich voelt: totaal ongegeneerd.

Toen ik klaar was vroeg Aurobindo me mijn handen te bewegen. Mijn linker was normaal maar mijn rechter voelde nog steeds als een gespierde klauw en was zo gespannen dat ik er niet over kon beschikken. Aurobindo bevoelde me en mompelde: "Je trilt nog behoorlijk." "Wat wil dat zeggen?" "Dat er nog allerlei troep bezig is je lichaam te verlaten. Je hebt hard gewerkt vanavond."

Hij ging met de andere jongen monter zitten kouten. Zoals ochtendmensen terwijl ik nog onder zeil was. Mijn organisme had de smaak te pakken en wilde nog veel meer materiaal naar boven sturen. Ik lag met mijn ogen dicht en voelde hoe ik weer een leeuw kon worden, maar de tijd was om. Duizelig wankelde ik na een kwartier overeind. Ik voelde me niet bijzonder verkwikt, eerder verkleumd, toen ik huiswaarts fietste. De volgende dag voelde ik me nog labiel en mijn rechter hand deed bij het dichtknijpen zeer.

PRIVE-SESSIE BIJ AUROBINDO THUIS

Op donderdag 14 nov. 1985 heb ik een privé-sessie gehad in het gebouw van Aurobindo's Bhagwanwoongroep achter het Concertgebouw te Amsterdam. Dat duurde van kwart over drie tot kwart over zeven.

We gingen naar een slaapkamertje waar een matras op de grond lag. Ik nestelde me daar wel behaaglijk. Hij legde nog een extra slaapzak over me heen. Dat je het kouder kreeg bij Rebirthing verklaarde hij met de geboorte: dan ervaar je ook zo'n 10 graden temperatuurdaling... Er was in het kamertje geen verwarming. Aurobindo wikkelde zich in dekens totdat alleen zijn gezicht nog was te zien. Zo zat hij naast mijn bed. Hij zei: "Als ik tegen je praat hoef je niet op te houden met ademen en ook niet je ogen open te doen. Je hoeft ook niet naar me te luisteren, het is toch allemaal gelul. Er hoeft hier niets."

In de eerste helft van de sessie ademde ik door mijn mond. Hij gaf af en toe een aanwijzing zoals: "Iets krachtiger inademen en bij het uitademen niet zo pushen; ontspannen laten terugvallen. En onder je borstbeen ademen." Na een uurtje begon ik me te gedragen alsof ik vergeefs probeerde uit een nachtmerrie te komen. Ik begon eerst enigszins epileptisch mijn onderbenen mee te bewegen op mijn adem. Daarna ging ik steeds fanatieker uitademen en hoorde dat ik daar ook mijn stem bij gebruikte. Ik begon ook weer wat blazende grommende geluiden te maken. Dat deed ik om een gevoel van machteloosheid te overwinnen. Ik hoopte dat er iets door zou breken, dat ik mijn bewustzijn zou verliezen, dat ik weer bij kennis zou komen terwijl ik schreeuwde - zoals Aurobindo geopperd had: dat ik terugkom als ik schreeuw. Je normale type gedachtenleven gaat er gewoon bij door. Zo vroeg ik me onderwijl af of ik inderdaad mijn geboorte ging beleven. Ik hoopte dat er iets uit zou breken, dat er iets orgastisch zou gebeuren. Hoewel ik me als een kolkende zee ervoer bleef ik me gehinderd voelen, zelfs door de gedachte: hoeveel zal ik hem betalen?

Ik hield op en voelde me ontspannen, maar niet klaar. Hij vroeg me waarom ik zo pushte en moeite deed alsof ik een prestatie moest leveren. Mijn gedachten waren beweeglijk als vloeistof. Ik meende ze te zien, maar als ik ze wou formuleren waren ze opeens verdwenen of veranderd. Dan moest ik weer even goed kijken wat ik bedoelde. Via zachte drang lieten ze zich toch gewillig verbaliseren. Ik zei, met nog niet geheel gewende kaken: "Daar kan ik wel antwoord op geven. Terwijl ik bezig ben met Rebirthing is er een thema dat me steeds bezighoudt. Namelijk dat ik me gestoord voel door de aanwezigheid van een controlerend waarnemen. Er is een factor die me als het ware voortdurend op mijn nek zit. En als de Rebirthing vordert dan vertaalt die factor zich ook. Hij neemt verschillende vormen aan, maar houdt wel zijn beperkende karakter. Hij vertaalt zich bijvoorbeeld van een oordeel over mezelf naar een oordeel van de omgeving. Als ik zo wild word dan kan ik me toch niet losmaken van de gedachte: voor Aurobindo zie je er gek uit, hoe zou hij dat vinden? Daar probeer ik me dan aan te onttrekken door me te verplaatsen en te identificeren naar een bepaalde beweging van gevoel die in me opkomt. Dat is dus dat drukke gedoe."

Volgens Aurobindo is vechten juist de levenshouding waardoor je niet krijgt wat je zoekt. Je moet je juist ontspannen. Als je voortdurend analyseert, namelijk uit onzekerheid, zie je de analyse aan voor jezelf, terwijl het gaat om degene die analyseert, of zo. Ik was het ermee eens maar nu ben ik het kwijt.

In de tweede fase ademde ik op zijn aandringen in een pittig tempo door mijn neus. Dat stimuleert meer op je hoofd, heette het. Inderdaad bleven krachtige lichamelijke reacties uit. Herhaaldelijk staakte ik de ademhaling en droomde weg om dan te merken dat hij zei: doorademen. Ik moest de verantwoordelijkheid nemen om erbij te blijven. Uiteindelijk opperde ik dat het weinig effect had, met neusademhaling. Maar volgens hem juist meer dan ik dacht.

In huis ontstond rumoer in verband met de avondmaaltijd. Het was donker. We bleven nog praten. Ik zag hem nog maar nauwelijks in zijn dekens zitten. Er speelden bonte vlekken in mijn ogen waardoor hij de grilligste vormen aannam. Soms zag ik hem als een wit geschminkte mimespeler, soms als een knoestige berk. Dan waren de vlekken weer weg en zag ik viriele wenkbrauwen onder zijn deken. Ik zag ook een soort patroon van gekleurde tintelingen. Ik begon te vertellen over mijn losmaking van Belinda. En dat ze naar het andere uiterste is gezwenkt: een ziekelijk jaloerse vriend. Ik voelde dat ik niet zo afstandelijk praatte als normaal. Hij had haar ingeschat als iemand die het gevoel heeft het niet te kunnen krijgen, omdat ze het gevoel heeft niet goed genoeg te zijn. En dan toch maar iets uitkiest, omdat dat beter is dan niks.
"Zoals die jaloerse vogel?" vroeg ik. En hij: "Bijvoorbeeld."

Hij voelde hoe gespannen of koud mijn handen waren. Ik vond de zijne prettig. Oorzaak: ze hadden een zo mannelijke lading, een wat ruwe kruidnagelachtige tinteling, dat elke sexuele associatie voor mij uitbleef. Ik ging me niet afvragen of het soms iets homosexueels had als hij mijn handen bevoelde. Ik vond zijn handen zo duidelijk en ondubbelzinnig mannelijk, en tegelijk zo onagressief onheerszuchtig, dat ik de aanraking aangenaam vond. Ik ging nu mee-eten in zijn woongroep.

Maandagavond 25-11-85, weer op de groepsrebirthing, sprak ik met hem af deze sessie door mijn mond te zullen ademen. Maar na een uur was er nog niets gebeurd. De manier waarop ik me trachtte te onttrekken aan mijn breinbewustzijn lag slechts hierin dat ik mijn aandacht bepaalde bij mijn adem.

Uiteindelijk begon ik spanning te voelen die vanuit mijn benen opzette en globaal mijn hele lichaam omvatte, misschien uitgezonderd mijn hoofd, dat ik sterk naar opzij had gedraaid als een soort tegenwicht. Ik legde mijn hoofd weer recht, poogde ietwat te ontspannen en hoopte op meer effect. Toen ik meende dat dit kwam begon een andere deelnemer het geluid te maken waarmee ik mezelf wel eens uit een droom heb horen wakkerworden: een zeer afwezig ijlend maar wel gealarmeerd keelgeluid, zoals waarmee een spook spookt.

Ik werd hierdoor gehinderd, omdat ik dacht als ik iets zou krijgen dat Aurobindo mij geen aandacht zou geven. Toen hij ophield brak er iets bij me door. Ik begon mijn benen te bewegen. Ze lagen gespreid en iets gebogen in de slaapzak. Ik ging ze in een ritmische golfbeweging optrekken, alsof ik me van iets trachtte te ontlasten. Het deed me denken aan een bevalling waarbij ik de 'uitdrijfbeweging' ervoer in tegenovergestelde richting. Alsof ik van iets probeerde te bevallen dat zich van beneden naar boven bewoog. Ik ging er ook een beetje bij steunen, min of meer uit onmachtige poging tegemoet te komen aan iets dat kennelijk komen wilde. Even later zag ik het niet zitten hiermee door te gaan en herinnerde me mijn huilbui toen ik een leeuw was geworden. Nu voelde ik ook iets overvloeien. Ik gaf er aan toe en begon hakkelend te huilen, waarbij ik vond dat het niet de onbekommerdheid verkreeg die ik toen had. Ik miste daarbij de aandacht van Aurobindo die met een ander zat te praten. Hij liet mij rustig begaan. Ik ging niet lang door met het hortend stotend stemhebbend geluid. Toen ik opgehouden was voelde ik datgene wat er naar boven probeerde te komen tot staan gebracht ter hoogte van mijn middenrif. Een massa energieke spanning in de verdrukking: alsof ik zowel aandrang tot ontlasting voelde als kotsneiging. Ik was wat bezorgd wat er zou gebeuren: iets oncontroleerbaars. Ik bedacht maar te moeten stoppen en bleef afwachten. Die andere deelnemer begon weer te ageren. Zijn stem zwelde aan tot een schreeuwen dat in alles leek op het schreien van een baby: niet te volwassen verscheurend, maar wel met de ongeremde uithalen die slechts gehinderd worden door de noodzaak adem te halen. Ik hoorde het met verbazing aan en omdat ik inmiddels high was trachtte het zich ook te concretiseren: ik voelde het in mijn lichaam weerklinken, alsof ik er innerlijk "naar ging staan". Ook verbaasd was ik dat de jongen onmiddellijk nuchter kon spreken: "Goh, het lijkt wel een vliegtuig... Je doet het zelf, maar toch vanzelf..."

Ik had mijn aandacht nu zo van mijn eigen gewenste prestatie afgewend dat zich als toegift nog iets bij me begon te manifesteren. Ik trok mijn benen op en tilde mijn hoofd, waartoe de energie mij vrijelijk toevloeide. Aangenaam verrast was ik dat Aurobindo tegen mijn opgetrokken voeten duwde. Dit versterkte de gespannen boog waarin mijn lichaam ging staan en wekte de indruk dat de spanning hierdoor niet toenam maar juist werd 'uitgerekt'. Aurobindo hield mijn benen met zijn knieën opgedrukt en boog tegelijk met zijn handen mijn hoofd naar voren. Ik zat nu overeind. Hij drukte mijn hoofd diep tussen mijn opgetrokken benen. Ik gaf zoveel mogelijk aan hem toe, omdat ik dacht dat er voor mijn eigen bestwil iets belangrijks gebeurde en ook omdat het lekker was: alsof de spanningsboog gebroken zou worden. Hij drukte mijn hoofd tot tussen mijn knieën. Daar was het zeer benauwd. Ik had het gevoel dat ik daar niet verder kon, alhoewel ik meende dat deze operatie ten doel had een onvermoede gebeurtenis los te maken, die ik echter toch niet voelde komen. Toen liet hij me terug en ging achter me zitten en liet me tegen z'n borst rusten en veegde de koude spanning van mijn wangen.

Erna verklaarde hij de houding die ik aannam te hebben versterkt omdat een onnatuurlijke beweging noodzakelijk tot een einde moet komen en dat het er dan om gaat of je kiest voor je adem.

We babbelden nog geruime tijd over algemene onderwerpen. Als ik binnenkom heb ik daar nooit zin in. Zeker niet over het verwijderen van 'psychisch vuil' met kristallen. Dan wil ik alleen maar rebirthen. Maar na afloop heb ik het gevoel met een zekere frisheid opmerkingen te maken, alsof ik het nieuw zie. Zo stelde hij dat mensen elkaar erg veel aandoen, maar eigenlijk alleen omdat ze het de ander toestaan zich iets aan te doen.

"Wie staat dat dan doe, want als je het ze vraagt willen ze het natuurlijk niet?" vroeg ik en voelde me ook wat kinderlijk zoals in de rubriek Achterwerk. Hij vond dat het onbewuste dat namelijk toestond. "Er bestaat toch machteloosheid!" riep ik.

Hij vroeg me of ik een Duitser was (het enige volk dat zich op machteloosheid beroept met 'wir haben es nicht gewusst'). Volgens hem lag het aan geen verantwoordelijkheid nemen. "Dan moet het bewuste dus verantwoordelijkheid nemen voor het onbewuste," begreep ik, "en dan hoeft er niet meer pijn geleden te worden dan nodig is."

 

VIERDAAGSE REBIRTH-TRAINING bij Roy Brussé

op het therapieschip PAX INTRANTIBUS CORNELIA, Niewendammerkade 26A, Amsterdam, 11-14 april 1986.


Ika - Te lief, maar niet aanraken.

Trudie - Het kan niet bestaan dat iemand echt van mij houdt. Mildheid van een 50-jarige, spontaniteit van tienjarige, ijdelheid van 20 jarige, zeer verontrust over leeftijd en ooghoekplooien.

Thea - niet knap continu lachend muizengezichtje met knaagtand uit mond stekend. Heeft blijmoedige uitstraling.

Vera - Lekker praktisch, lekker eerlijk, lekker direct, lekker kritisch, lekker mooi, lekker blond. Affirmatie: mooi en meegaand met de stroom van het leven (Onder ons gezegd: moet die nog ergens van genezen?)

Henk - Marinemankop, egotripper, allemaal voor mij. Vindt probleem zich niet toe te staan nog meer te nemen. Moeilijke affirmatie: groeit in zachtheid.

Flip - boven alle kritiek verheven = vrij van zelfhoon geworden.

Janny - bruisend stukje vloeibaar bruinogig kristal. Straalt taboe op negativiteit uit.

Toos - Affirmatie: mooie vrije vrouw. (Onder ons gezegd: blijft toch even lelijk.) Zou humor in haar ogen ongaarne missen. Deed beker van niet aangeraakt worden een keer aan me voorbij gaan.

Berendien: Massieve beer, goed uitgelicht bespreekbaar zelfbeeld, aanraakbaar.

Verder dan deze typeringen kom ik niet omdat ik grote weerstand voel tegen het opschrijven van deze vier dagen. Ik wacht al een hele zondag op schrijfzin maar die komt niet. Ik had veel liever op een andere manier gewerkt met mijn TRS80 Model III computer, dan afwachten boven het tekstverwerkingsprogramma.

En nu is de dag om. Ik kan er niet bij. Ik heb een hekel aan elk woord. Ik wil chips eten om een leegte te vullen. Hoe kan ik ook een spannend verslag maken als ik me de hele tijd zo negatief heb gevoeld.

Zelfs op het belangrijkste moment moest ik 'het loslaten', mocht ik niet verwerken en in eigen tempo huilen. Komt die akelige Roy Brussé scherp in mijn oor sissen: "Of wil je er soms je hele leven mee rondlopen?"

Dat is dan zogenaamd een heel kernachtige, openbarende, effectieve therapeutische ingreep. En ik al huilend meteen: "Ik mag ook nooit wat!" Zo van: ik zeg lekker wat er voor mijzelf wel levensecht is. Ik voelde me tijdens die dagen voortdurend afgesneden van mijn echtheid.

En al die spelletjes en lullige liedjes zingen met de groep, zogenaamd om nog sterker bij je ware gevoel te komen, en al die positiviteits-ideologie: alleen maar bladvulling in mijn ogen. Gelul!

"Ja jongens laten we nog maar weer eens een applausje voor onszelf geven!" riep Roy Brussé en begon meteen voor onszelf te klappen. Sapriste, daar stond ik weer mee te klappen in het kringetje van zogenaamde zelfkickers. Gatverdamme!

 

 

INDIVIDUELE REBIRTH-SESSES BIJ HANS JANSEN m.i.v. 22 juli 1986.

Afgelopen dinsdag 22-7-86 ben ik voor het eerst bij een echte individuele rebirther geweest. Bovenaan de trap stond een atletische man met de kop van een boswachter of vrachtwagen-chauffeur.

Eenmaal gezeten bleek hij heel relaxed, invoelend, geestig. Hij kwam uit de topsport en was gymleraar geweest. Maar daarna had hij therapietrainingen afgelopen en was spiritueel geworden.

We gingen naar een kamer waar ik me installeerde op een matras. "Gek hè," zei ik, toen hij naast me zat, "je spreekt af met iemand die je niet kent..." Waarop hij zei: "Ja en daar ga je liggen ademen."

De eerste helft van een sessie vind ik zeker niet prettig. Mijn armen stonden na een tijdje onder 220 volt. Nu ben ik nogal zuinig en berekenend en ook terwijl ik een veelbetekenende katharsis onderga houdt ik ruimte vrij voor overwegingen inzake geld. Dus ik dacht: "Verdomd we hebben geen tarief afgesproken. Misschien vraagt hij wel honderd gulden. En dan zou ik voor honderd pieken nu mijn ademhaling moeten minderen alleen omdat ik pijn heb in mijn arm?! Geen haar op mijn hoofd!"

Dus dan zette ik uit puur materialistische overwegingen mijn ademhaling in de zelfde stijl voort.

Ik maak ook dikwijls een stadium door waarin mijn gedachten een soort verdoofd eigen bestaantje leiden. Mijn probleem is met name dat ik altijd subject ben van mijn handelen terwijl ik zo graag eens object zou worden, dus het vrije spel van impulsen ondergaan. Omdat ik zonodig subject moet blijven (en aan de touwtjes trekken) creëert mijn brein tijdens zo'n ademsessie ook spontaan een object, een soort Gegenüber.

Als 'object' trad bijvoorbeeld op, gek genoeg: een bestand op één van mijn computerdisks. Dus ik verhield me enige tijd tegenover dat schijfbestand alsof ik de computer was. En even later vormde een garage waar ik voor mijn baas een bedrijfswagen overwoog te kopen weer mijn object. Nou ja, bullshit.

De rebirther gaf me wel een gevoel van warme aanwezigheid. Iemand die wist wat er gebeurde. Hij bracht me ertoe op te houden met vechtend ademen (naar hij later zei: alsof ik bezig was met trimmen, alsof er schaarste aan lucht was).

Mijn probleem is altijd dat ik het wakend en controlerend subject-bewustzijn niet los kan laten. Er zat een ikje in mijn kop waarin mijn bewustzijn zetelde en dat ikje zei: "Sliep uit, ontspan je dan, als je kunt! Laat maar los, geef maar over! Alleen ik blijf er toch lekker zo lang mogelijk starend en nuchter bij aan de touwtjes trekken, haha!"

Ik bleef ademen tot in mijn haar, en merkte dat het ik-ding terrein verloor. Er vloeide iets in me uit van beneden naar boven. Ik deformeerde en werd zo breed als een tafel. Ik hoopte dat ik onder narcose zou gaan en dat er dan een allerverbitterdste koekoek in me zou gaan schreeuwen om eindeloze wrok en wraak, want ik kon me echt niet voorstellen dat ik verder zou komen zonder te worden geconfronteerd met een allerakeligst Oud Zeer, maar dat gebeurde niet.

Wat er gebeurde was dat ik opgeladen bleek met een schier horizonloze oceaan van energie en dat ik daarmee begon te spelen.

Mijn rebirther was, nu ik weer meer tot rust gekomen was, weggelopen. In de verte hoorde ik de fluit van zijn theewater.

Jezus Christus wat beschikte ik over een energie! Ik dacht aan Sun van Meyel, en dat ze zei: "Dan versturen we healings op afstand."

Ik bedacht nu het spul waar ik thans de hand op had gelegd ook best te kunnen versturen. Om te beginnen aan haar. Ik stelde me haar voor zoals ze kinderlijk, blijmoedig, reagibel en eigenwijs was. Het wezenlijke nieuwtje dat ik beleefde was de ervaring, dat gedachten en lichamelijke reacties hand in hand bleken te gaan: volkomen autonoom, waarbij ik eindelijk object werd van een eigen tegenspel. Met andere woorden, ik zei: "Hallo Sun hier heb je wat energie, een snoepje van Wim."

Waarop ik de lichamelijke expressie van lol uitdrukte die hoort bij zo een uitzonderlijke, humoristische situatie. Ik zei: "Hier (alsof ik pepernoten strooide), hier heb je wat lekkers, of smaakt het juist hardstikke vies? O ja, en kijk even hoe laat het is (10 uur?) dan kan je het later zeggen, dag lieve Sun."

Ik had er lol in.

Omdat ik beschikte over alle energie van het universum kon ik uitdelen bij het leven.

Mijn armen waren niet meer pijnlijk elektrisch en speelden hun eigen rol. Mijn handen tastten in de lucht alsof zij een harp bespeelden, als precisie-instrumenten, fijnzinnig ingetunde antennes. Allemaal volkomen onwillekeurig. Goed, wie hadden we nu? Mijn vriendin Lineke die zich zo onaangenaam verantwoordelijk had gevoeld om mij te troosten, dat ze het maar helemaal met me had uitgemaakt.

Mijn geest waaide tot haar, en zoog als een stofzuiger de energie die me deelachtig was achter zich aan en stuurde mijn lichaam in een bij de situatie passende houding.

Ik zei: "Gekke Lineke, je moet het toch niet uitmaken, want hier heb je wat lekkers, en nog meer, gekkerd, dan moet je het toch niet uitmaken!"

Ik had er weer vreselijk lol om en lach te grijnzen dat zij alles had afgebroken maar dat ik haar toch een heleboel lekkers stuurde.

Zo en wie hadden we daar?

Ja want ik barstte van de kracht, dus ik kon volkomen voor Sinterklaas en Zwarte Piet spelen.

O ja mijn broer. Die zuurpruim die in zijn egocentrisch onvermogen om relaties te leggen zo gefrustreerd raakte dat hij de oplossing ging zoeken in het definitief afbreken van alle familiebanden. Ik wierp hem wat toe maar de taal die in me opkwam luidde: hier je hebt het nodig, maar niet van harte.

Verdomd wat was ik royaal, waarom gaf ik niks aan mezelf? Handig hè als gedachten zo concreet kunnen zijn. Ik dacht gewoon "dit is voor jou" en het gehoorzaamde zoals de geest uit de fles voldeed aan elke opdracht van zijn meester. Ook nu ik de energie aan mezelf toewees kwamen er taalzinnen bij me boven. "Neem en eet," zei ik, beseffend een avondmaalstekst te citeren, "want dit is mijn lichaam..." Ik wachtte op het vervolg en wist dat dit luidde: "...dat voor u gebroken is." Ik wou even kijken of dit bewuste zinnetjes soms ook in de situatie klopte. En ja, zeker, ik had niet voor niks één twee uur liggen vechtademen om dit stadium te bereiken. Ja, inderdaad, inderdaad, dat voor u gebroken is. Klopt!

Ik zag met dichte ogen visueel een paarse lichtvlek, richtte me op vanuit mijn liggende houding, trok vervolgens mijn knieën op en sloeg mijn armen er omheen. Ik besefte dat dit volslagen autonoom functioneerde, ging weer liggen, en zei tot de rebirther die weer binnen kwam: toen je weg was heb ik even een paar avontuurtjes beleefd.

REBIRTH-2 bij Hans Jansen (UITDRIJVINGSWEEËN, LEEUWGEGROM)

29 JULI 1986

De deur van het kamertje stond al uitnodigend open toen ik bezweet van de tegenwind de trap op kwam. "Nog effe zitten?" vroeg ik met een hoofdbeweging naar de huiskamer. "Nee..." zei de rebirther, "ga maar meteen liggen dan komen we vast in de sfeer."

Gelukkig kwam ik liggend ook tot rust. Hij ging naast mijn matras zitten en vroeg hoe het ging. Ik zei: "Mijn vader heeft 43 jaar bij hetzelfde bedrijf gewerkt en nu gaat hij met pensioen. Vanmiddag ben ik nog een keer gaan kijken op zijn werk. Vanmorgen eerst koffie gedronken bij mijn moeder. Met haar heb ik een hele open verhouding. Er worden geen onderwerpen meer getaboeïseerd. We kunnen heel veel bij elkaar kwijt. Maar mijn vader is het schoolvoorbeeld van een problemenontkenner. Ik heb nog wel een soort vader-zoon sfeertje met een gemeenschappelijke erkenning en waardering voor techniek. Dat is nog een soort spruit, een loot waar nog wat kiemkracht zit. Smeulend vuur waar ik dan op ga blazen en dan gloeit het nog op. Zo heb ik een sfeertje met hem opgebouwd. Alleen ik kreeg wel het gevoel dat ik veel groter gegroeid ben dan hij. Ik sta eigenlijk tegenover een kind dat hongert naar aandacht en waardering voor zijn werk en alles uit wil leggen en dat heb ik heel enthousiast meegespeeld. Verder ben ik erg gespannen."

Ik lag lekker zacht op de matrasjes naar het plafond kijkend te praten en draaide af en toe mijn hoofd opzij om hem een blik toe te werpen. "Word je gespannen van je vader," vroeg de rebirther. "Nee juist niet. Dat was wel een gedenkwaardig sfeertje." "Ja omdat je namelijk zegt een sfeertje bouwen. Dat klinkt alsof je het eigenlijk niet wil." "Nee dat was het niet in dit geval. Nee ik ben gespannen van mezelf uit. Heel opgelaten, misselijk, alsof ik met mijn bewustzijn uit de ether wordt gedrukt. Die directeur van onze stichting heb ik verteld van vorige week. En hij zei dat spanning het gevolg kan zijn van afknijpen van je lichaam en van je gevoel." "Ja dat is zeker waar," gaf de rebirther toe. Ik dacht bij mezelf: deze rebirther begint ook met te vragen 'hoe gaat het'. Net als op gesprekstherapie. Ik ging verder: "Ja ik reageer het op 't ogenblik veel af door middel van beweging. Gisteren heb ik heel ver gereesd op de fiets en eergisteren heb ik tien kilometer gerend, dat is voor mijn doen heel veel." "Ja dat is veel," mompelde hij - tot mijn tevredenheid omdat ik afwist van zijn sportverleden.

"Nou sluit de ogen maar," zei de rebirther, ten teken dat het echt ging beginnen. "O ik moet nog even uit preventieve overwegingen naar het toilet." "Ja doe maar, je moet zoveel mogelijk spanning opheffen."

Toen ik terug was sloot ik de ogen en begon te ademen. Na twee minuten keek ik hem aan. "Hou je ogen maar dicht." "Ik lig de hele tijd te denken dat ik nog water wil drinken." "Blijf maar denken en adem door." Ik gehoorzaamde hem blind. Hij gaf met zijn adem het ritme aan, wat ik braaf navolgde. Af en toe werd mijn mond droog of wou ik slikken en dan ademde ik niet meer met hem in de pas maar dan wachtte ik even met inhaleren tot ik weer gelijk met hem inademde want ik was vol goede wil. Zoals de gids van Sun me had doorgegeven: LAAT je helpen.

"Inademen op eigen kracht en dan laten vallen Wim," zei hij, "niet zoveel push achter dat uitademen zetten want dan krijg je kramp. In en laat los! In en laat los! Adem diep in."

Ik probeerde de inademing zo diep mogelijk te maken en had het gevoel dat ik tegen een muur van roest en spanning in moest werken. Daarbij hield ik mezelf voor: Ik wil er nu vanaf, ik mag het niet uit luiheid nog langer stagneren, ik wil er eindelijk vanaf. Mijn handen waren inmiddels verstard, doortrokken met een aansnoerende spanning vol tintelende prikjes zoals storende pikkels op een TV-scherm. Ik merkte dat hij aan mijn vingers voelde om te kijken hoe stijf ze stonden. Ik wist nu hoe een standbeeld zich voelt waar nieuwsgierige toeristen de handen van bevoelen. De retbirther probeerde te bereiken dat ik de kramp zou doorbreken door me zo diep mogelijk in te laten ademen. Ik ging steeds meer mijn best doen. Ik moest de uitademing weliswaar door de zwaartekracht laten gebeuren, maar ik deed zo mijn best dat ik nauwelijks nog kon voelen of ik nou wel of niet met eigen push aan het uitademen was.

In dit stadium begon ik geconfronteerd te worden met mijn speciale rebirth-probleem: de concurrentie tussen mijn identificatie met het wakend brein aan de ene kant, en mijn verlangen overstroomd te worden door het echte, het onverwachte aan de andere kant. Ik word me dan heel bewust van de verslaggever in me. Ik vereenzelvig me met een aanwezige in mijn kop die voortdurend van een afstandje naar het gebeuren gluurt. Die aanwezige voldoet zelfs aan de plicht om af en toe een klein verslagje op te maken met een overzicht van wat er tot dan toe is geschied, als waarborg dat er na afloop een goed genoeg opstel over kan worden geschreven. Dan heeft het leven immers pas zin, als je het ergens nuttig voor kan gebruiken? Die aanwezige in mijn kop zou het een crime vinden als de rebirth-sessie uit mijn geheugen zou wegraken, oftewel zou worden vergeten. Dan zou het geen nut hebben gehad! Ik was me ervan bewust dat ik me in het dagelijks leven identificeer met deze aanwezige, maar dat ik nu inderdaad verschil begon te zien tussen hem en mijn andere kant. Hij was veel minder dan mij. Hij was maar een deelpersoonlijkheid, die ik nu van een afstand waarnam, maar die toch de macht nog in handen hield. Hij had de macht doordat hij met zijn verslaggeversmentaliteit de plaats van wat hij eigenlijk zou moeten verslaan, grotendeels verdrong! Een reporter, ontstaan vanuit de angst niets te krijgen, niets te voelen, geen bevrediging te zullen ervaren, en die daarom des te waakzamer probeert te registreren wat zich afspeelt op het platform van het bewustzijn, maar die ook daardoor alles tegenhoudt! Net een vogelaar die zo bang is dat hij geen vogels te zien krijgt dat hij midden in de open ruimte gaat zitten opletten zodat ze juist niet komen!

Ik had inmiddels al zo partij gekozen voor mijn andere ik dat ik de wakende aanwezige in mijn kop onsympathiek begon te vinden. "Door hem kan ik niet genieten," dacht ik, "en me niet overgeven."

"Ga nu op je linker zij liggen," zei de rebirther, "en trek je benen op." Ik deed het braaf en vroeg me af waar ik het wakend brein moest laten. Ik probeerde het spanningsniveau waarmee het aanwezig was te minimaliseren. Het moest iets hebben om naar te kijken. Helemaal ophouden met opletten kon toch niet. Ik kon ervoor zorgen dat de aandacht van het wakend brein op mijn buik gericht bleef, waar ik zoveel spanning voelde. "Adem niet zo pushend, volg je natuurlijke ritme," zei de rebirther.

Ik lag inderdaad weer te vechtademen, uit angst dat alles zinloos zou zijn, dat er geen doorbraak zou plaatsvinden, dat ik nooit aan de bak zou komen. Ik hield ermee op en had het gevoel dat ik zo volgeademd was dat ik nu wel helemaal stil kon vallen. Ik was bang dat er vandaag niets meer zou komen. Ik was bang dat hij de sessie al wilde afbouwen en dat ik versterkt zou worden in mijn vrees dat therapie een fopspeen vormt zodat ik met een leeg gevoel huiswaarts zou gaan.

Ik keek vanuit het vage, donkere oningevulde dier in me naar mijn wakend breinbewustzijn dat zijn monopoliepositie nog steeds wist in te nemen. Een ogenblik overwoog ik de strijd om me te onttrekken aan het wakend brein op te geven, en me er maar weer mee te identificeren. Ik moest denken aan wat ik eens gelezen had over een Russische dissident en zijn vrouwelijke cipier, die tegen hem zei: "Ik hoop dat je vannacht in je cel zult sterven, en ik verwacht ook dat je zult sterven." Niet dat ze nog moeite deed om het te bespoedigen, ze wachtte het rustig af. Zo voelde ik me ook tegenover het wakend brein dat rustig toezag hoe ik verkommerde, verhongerde. Ik zat dus nu nog maar heel weinig in dit wakend brein met mijn identificatie. Het had nog wel een eigen optiek, gevuld met enig bewustzijn, maar het was binnen mijn innerlijke belevingswereld toch iets externs aan het worden! Een vreemd orgaan al bijna. Er kwam dan ook een soort afstotings-reactie. Namelijk het emotionele antwoord van het andere, in de kou gelaten deel van mezelf.

"Ik mag er gewoon niet zijn," dacht ik. "Ik word geobserveerd tot ik in het niets verdwijn." Ik was echter niet alleen maar datgene wat er niet mocht zijn, ik was ook iets dat er wèl was. En dat iets drukte zijn gezicht weg tegen de matras en begon te snikken. Ik drukte ook als een peuter mijn knuistje tegen mijn gezicht. Ik was blij dat het levensechte, dat de waarheid die er achter zat, zich nu aan me openbaarde zonder dat ik hoefde te doen alsof. Ik was blij dat ik nu kennelijk toch toe kwam aan de emotionele reactie op het gevoel er niet te mogen zijn.

"Van wie mag ik er nou eigenlijk zijn?" dacht ik. De spanningsbal in mijn maag was voortdurend gegroeid, en had uitlopers gekregen, sinds ik de aandacht van het breinbewustzijn er naar had proberen af te leiden. Eigenlijk was ik het controlerend brein nu helemaal kwijt en vereenzelvigde ik me geheel met mijn lichamelijke reacties, waarin ik me overgaf door niets meer te proberen, of was het nog wel proberen en zoeken naar een vorm toen ik enige ogenblikken ademde met de schorre, hese gromtoon van een leeuwekeel?

Ik lag met mijn rug naar de rebirther toe. Hij aaide me over mijn schouder met één of twee vingers die warm voelden, wat me het gevoel gaf dat hij aan mijn kant stond. Ik associeerde het gebeuren steeds sterker met een geboorte. En ik dacht dan ook: "Mag ik er dan misschien van de dokter zijn?"

In één adem door schakelde ik de rebirther gelijk met de dokter die de bevalling deed. Hij wekte weliswaar de indruk dat ik er wat hem betrof mocht zijn, maar in wezen constateerde ik dit verstandelijk. Gevoelsmatig geloofde ik dat ik er eigenlijk van helemaal niemand mocht zijn!

Deze boodschap werd eens zo sterk uitgedrukt door de uitdrijvingsweeën die ik voelde. Dat ging in golven. Ik was dankbaar dat dit nu echt met me gebeurde en stelde me zoveel mogelijk open. De weeën verpletterden me! Een niet te tillen massa, met de regelmaat van zware branding, en zo onbarmhartig knedend als de deegroller doet met het deeg. Het woord 'uitdrijving' is zeer gepast. De knevelende, wurgende drijfkracht van de persweeën liet geen twijfel over aan de absolute ongewenstheid van mijn aanwezigheid! "Je bent niet welkom, flikker op."

Het stortte zich uit de richting van mijn nog steeds opgetrokken benen telkens over me heen. De druk die werd uitgeoefend op mijn bekken was vooral voelbaar in het zachtere gebied van mijn maagstreek. Ik kon me hierdoor ook beter voorstellen hoe deze hergeboorte in zijn werk moest gaan. Omdat ik me niet echt in een geboortekanaal bevond waren het immers mijn eigen spieren die, door zich in krampgolven samen te trekken, de knevelende drukverdeling van de uitdrijving nabootsten.

Ik lag er ook bij te denken: is dit het gevoel van ongewenst zijn dat ik altijd onbewust heb gedragen? Is dit de pijn ondanks welke ik altijd heb proberen te leven?

Ik realiseerde me dat ik dan al 36 jaar zo had rondgelopen en talloze vergeefse moeiten had gedaan iets te verhelpen aan wat er kennelijk niet klopte.

Ik dacht aan mijn praattherapie. Hoe zinloos! En aan alle andere mensen die ook geboren waren en onbewust van het gevoel er niet te mogen zijn hun levens sleten. Dan was de grootste misstand op aarde dus het feit dat mensen werden geboren!

Ik was geheel bewust aanwezig, niet meer als betweterig brein, maar zich overgevend aan wat moest worden ondergaan. Ik begon nu met wijd open mond en het geluid of ik gewurgd werd in langgerekte schorre teugen naar adem te snakken. Speeksel en slijm dropen uit mond en neus, waarbij ik dacht: zijn dit de eerste teugen lucht? Mijn hoofd draaide iets naar achteren en even daarna verliet ik de houding met opgetrokken benen. Ik merkte dat ik me strekte en me op mijn rug draaide. De rebirther legde het kussen weer onder mijn hoofd. Ik haalde diep adem en zuchtte. Hij oefende nog enige tijd met zijn handen druk uit op mijn schouders, wat ik als prettig ervaarde zonder te weten wat hem ertoe bewoog.

Toen ik geen tekenen meer vertoonde opnieuw tot dramatiek te zullen overgaan, liep hij weg om thee te zetten. Ik lag heerlijk ontspannen, maar mijn veeleisend brein begon al weer aan me te trekken. Ik moest immers ook nog doorvoelen wat ik van mijn huidige ellendige woonsituatie vond zodat ik die pijn ook kon verwerken? Toen ik mijn gedachten ertoe bepaalde kreeg ik het idee dat dit nu niet aan de orde was.

"Geniet!" beval ik mezelf. Ik ging aan Paulien denken waardoor de lading energie die in mijn lijf zinderde naar mijn kruis werd gezogen. Mijn dijspieren trokken zich samen en mijn fallus strekte zich met een uitdagende trots waarbij iedere angst voor castratie of impotentie was gesmolten als sneeuw voor de zon.

Mijn bekken maakte ritmische bewegingen in automatische golven. Ik dacht: waarom maak je je zo druk als ze niet wil vrijen? Je hebt toch zelf je lijf? Haar lichaam is toch haar zaak? Geef haar de kans om ook eerst het gevoel te krijgen dat ze er mag zijn. Zit niet zo aan haar te trekken. Ik gaf toe dat ik met deze gedachten wel gelijk had maar dat ik ze in mijn normale doen toch wel niet waar zou kunnen maken.

Na een kwartier was de werking van de energielading niet meer van dien aard dat ik nog wilde blijven liggen. Ik verkleedde me en liep naar de huiskamer. Alles zag er uit alsof ik 's morgens vroeg was opgestaan. Het was de avondschemer, gedeeltelijk gevallen.

"Ik heb die grote kat nog helemaal niet gezien," zei ik tot de rebirther, die thee klaar had. "Pss pss pss!" riep hij, "Lazy waar ben je?" Het dier verscheen lui en trok zich onmiddellijk weer terug achter een racefiets. "Die zwarte heeft me al gekrabd," zei ik, "net of hij het geestig bedoelt, maar dat zal wel niet." De rebirther lachte. Toen we zaten zei hij: "Ja, het bouwde zich helemaal op vanuit een rusttoestand, waarin je zo weinig ademde dat ik dacht die lijkt wel uitgetreden."

REBIRTH 3 bij Hans Jansen

5 augustus 1986

Ik dacht: ik ben lui, ik wil liever iets makkelijks, maar ik zette toch, uitglijdend in gegaap, het diepere, krachtigere ademritme in. Ik raakte in de gebruikelijke concurrentieslag verwikkeld met mijn vijandelijk bewustzijn. Toen ik mijn horloge na een half uur de piepsignalen hoorde geven voor het 8-uur Journaal, vond ik dat het nog te vroeg was voor een katharsis.
Daar hoorde je namelijk een hele avond over te doen. Als het langer duurde kreeg je immers meer waar voor je geld? Dus ik sprak tot mezelf: Wil je eerst nog een uur aan het kruis hangen? Ga je gang. Ik wist niet echt tot wie ik dit zei. Ik zei het vanuit het belang van het emotionele zelfdier in me. Dus kennelijk tegen de rationele concurrent, maar inhoudelijk zei ik het tot iets dat zichzelf slachtofferde. Of ik zei het tot een ik-gebeuren met tegenstrijdige belangen.

Met een zekere triomf daagde ik mijn bewustzijnsvijand uit om te zien wie het 't langst uit zou houden!

Het "Ik ben die ik ben", kreeg meer betekenis, net als de uitdrukking: "Steek het maar in je reet" - dat leek me opeens het ei van columbus op het gebied van emancipatie en kiezen voor jezelf.

Een interview met het kruis leek me ook geslaagd. Het kruis waaraan ik en elke andere sterveling leed. "Tja," mompelde het kruis, en stak een sigaar op, "men wil vrijwillig soms langdurig gebruik maken van mijn diensten."

Om de activiteit meer naar borst en hoofd te verleggen, ging de rebirther druk uitoefenen op mijn bovenbenen en buik. Het voelde alsof hij zelf bovenop me zat, maar ik had geen zin om te kijken, want ik mocht het eens gek vinden. Al wat telde was immers mijn release. "Richt je aandacht op de inademing," hoorde ik hem zeggen van midden boven, "de uitademing is alleen maar shit."

Nu ervoer ik dit zo recht in de roos dat ik er om begon te grinniken maar omdat mijn gezicht iets vertrokken was vroeg ik me af of hij dit wel herkende en of hij niet meende dat ik begon te huilen. Achteraf bleek van niet; toen wist ik ook niet meer waarom het op mijn lachspieren had gewerkt. Net als een lachkick bij high zijn. Het kostte me moeite de nagalm van de grijns weer van mijn gezicht te krijgen en mezelf een serieus gevoel te geven.

Toen ik op zijn aanwijzing op mijn linker zij in de foetushouding was gaan liggen ademde ik met diepe teugen. Ik voelde dat het vijandig bewustzijn weliswaar veel terrein verloren had maar dat een restant ervan aanwezig bleef in een duurzame vorm. Dat ging niet weg. En ik wist waarom niet: omdat ik het zelf vasthield en niet los durfde te laten. Ik durfde niet. "Blijf ademen," zei de rebirther. Ik herinnerde me dat de grote tovertruc van het rebirthen is om onder alle omstandigheden door te ademen, dus ik dacht: "Jij hebt de macht, maar ik heb de adem!"

Even later bereikte ik het wezenlijke stadium.

Ik ervaarde het gebeuren weer in termen dat ik nu geboren moest gaan worden. Het volledig andere en nieuwe moest over me komen. Maar het vijandig bewustzijn, dat was eigenlijk het voortdurend proberen, wilde niet helemaal van me wijken. Ik kreeg op een gegeven moment het gevoel dat ik er niets meer aan kon doen. Ik had een uur of meer geademd en het was nog niet weg. Ik had ook al die tijd mijn best gedaan om mee te werken met mijn geboorte, maar ondanks mijn goede wil en inspanning gebeurde het niet. Ik voelde me een boreling die er niet uit kon komen hoezeer hij ook meewerkte, doordat het baringsproces mislukte en de moeder stierf.

Dus nu dacht ik: ik kan het niet, ik ben machteloos, niets helpt. Wat zou het erg zijn als hier de grens lag van alle zijn. Mijn borst begon te schokken. Later signaleerde de rebirther dit op klinische wijze: in het begin adem je tamelijk goed maar later krijg je dat ingehouden ademen en schokken.

Innerlijk gezien was dit de emotie die woonde in het zich neerleggen bij volslagen machteloosheid.

Machteloosheid en gecastreerdheid en vergeefsheid zijn wel hoekstenen en bouwstenen van mijn leven, maar nog fundamenteler is de onderliggende emotie, het grondwater. Dus door te beseffen niets te kunnen bijdragen aan mijn geboorte, begon ik te snikken. Het welde uit de verdrukking mondjesmaat naar boven. Ik lag niet meer in de foetushouding, maar bewoog, alsof ik worstelde met een droom. Nu ik zelfs niets kon doen om geboren te worden wist ik niet beter dan om hulp te roepen. Ik kon geen appèl doen op mijn eigen vermogens, die de vermogens waren van mijn eeuwig proberen.

Wat moest ik aanroepen als helper? God natuurlijk. Maar zodra ik God wilde aanroepen om mij te helpen geboren te worden stuitte ik op de valse, walgelijke gecompromitteerdheid en corruptheid van dat met stront bevlekte schuttingwoord!

Ik dacht dus godverdomme, God geef me eerst een ander woord!
Ik begreep wel dat het erom ging me op een symbolisch beeld te richten aan de hand waarvan ik kon geloven dat mijn eigenheid bestaansrecht had, om zo te bereiken dat ik innerlijk open zou gaan.
Wat in der eeuwigheid had me ooit het gevoel gegeven dat ik echt werd gewaardeerd en geaccepteerd?

Ik dacht aan de keer dat Lineke me aanbood als ik op mijn rug op haar bed ging liggen, dat ze mijn gezicht zou strelen met haar grote borsten. Ik zag en voelde het bijna weer voor me, en hoe lang ze ermee doorging op handen en knieën, en vond die mooie zachte borsten al heel wat acceptabeler dan het walgelijke woord God.

Maar toch hielp het me niet om geboren te worden. Immers, had Lineke me eigenlijk wel gezien zoals ik echt was? Precies haar eigen probleem, dacht ik, ze gelooft het ook niet werkelijk dat iemand van haar houdt. Goed, dan had ik dus alleen nog mezelf om aan te roepen. Mijn grote, kosmische zelf natuurlijk, allicht. Ik probeerde me tot iets te wenden dat ikzelf heette en zei: help, ik wordt niet geboren.

Ik bleek me in een spanningsboog half op te richten en zag een paars schijnsel uit een sfeer die geheiligd was want volkomen rustig en gewijd want volkomen voedend, maar dat paarse licht hield geen stand. Ik bleef snikken en woelen en langzame fietsbewegingen maken met mijn benen (de rebirther verwijderde de slaapzak van mijn knieën) en ik hoopte dat het dierlijke, eigene, de leiding geheel zou overnemen en mijn laatste restant bewustzijn van alle dag zou wegvagen zoals bij elektroshockbehandeling. In mijn bereidheid daartoe, mijn innerlijk uitgesproken "kom nu snel" tegemoettredend, trokken er vlagen stress door mijn ledematen alsof ze onder stroom stonden en of ieder moment de stoppen door konden slaan wat ik zo hoopte. Ik stootte slijm uit neus en mond. Uiteindelijk strekte ik mijn armen naar achteren en maakte mijn rug hol. Dat was de laatste spanningsgolf. Ik draaide me op mijn rug.

Kennelijk had het er genoeg van. Ik ontspande en veegde met mijn hand het vocht bij mijn neus weg. Het was afgelopen. Ik begon me er meteen op te verheugen dat de rebirther me nu alleen zou laten en dat ik dan nog wat kon spelen met het energieniveau in mijn organisme. Lekker aan sex denken dus. Toch liet het zich daar niet als vaste regel toe dwingen. Ik kon me niet goed een prikkelende situatie voorstellen en voelde mijn kruis hol.

Ik hoorde vanuit de keuken de fluit van het theewater joelen. Na een kwartier stond ik op. Ik ging Hans niet laten wachten om eindelijk een erectie te krijgen. Dat zou ik thuis wel doen. Het was pas half tien en nog helemaal licht.

De dagen erna zag ik steeds levenssituaties uit alle tijden en dacht: ja geen wonder, ik was immers niet geboren en niet geworteld!

Alles wat ik geprobeerd en opgeschreven had leek zinloos en oppervlakkig, omdat het niet geworteld was. Per definitie was alle proberen tot mislukken gedoemd. Dat was de grote truc: de geblokkeerde emotie vrijlaten door niets meer te ondernemen, in plaats van hem door steeds heftiger proberen nog dieper te begraven onder het puin.

REBIRTH 4 BIJ HANS JANSEN

26-8-86

De concurrentieslag had nu de vorm van een sportwedstrijd. Na enige tijd was het niet meer alleen saai en schijnbaar doelloos ademhalen maar ook werd het benard.

De rebirther voelde aan mijn handen. Die waren stijf. Het was onaangenaam. Er was nog geen resultaat. Afgaande op het gevoel dat ik in dit stadium had hield ik het liefste op. Maar ik wist dat ik dan geen verandering zou brengen in mijn nachtmerrie-achtige bestaan. Ik lag hier per slot om te groeien. Dat wist ik met mijn verstand en ik ademde met mijn wil. Ik ademde om mijn andere kant zo vol te pompen met energie dat die zich zou ontsluiten en de kant van het denken zou overspoelen. Het waren de twee tegengestelde belangen van één personage. In het zadel zat dus mijn wil plus een zich onbehaaglijk en lui voelend iets. Waarbij mijn ene kant dacht: ik zou het nu wel draaglijker vinden om op te houden, maar toch wil ik dat niet, want het leven over het algemeen is überhaupt gefnuikt. Doorgaan dus. Mijn wil heeft nu de leiding. En moe ben ik voorlopig nog niet. Mocht ik uitgeput raken, en ophouden, dan is de zaak voor vanavond verloren. Maar mocht ik het volhouden, dan zal mijn andere kant mij overvleugelen, en dat is mijn doel. Heel paradoxaal, alsof het een wedstrijd is tussen twee partijen.

Ik zei dus: Zo, we zullen eens zien wie het 't langste volhoudt. Ofwel mijn andere kant blijft het langste onder water, zodat de doorademde wil gewonnen heeft, doch zich daardoor verliezer zal voelen, omdat hij zijn doel niet heeft bereikt, namelijk de andere kant laten winnen. Ofwel mijn ademende wil houdt het volpompen van de andere kant het langste vol en slaagt er daarom in zich door de andere kant te laten wegvagen, waardoor hij verloren zal hebben, maar zich toch winnaar zal voelen, omdat hij zijn doel heeft bereikt. Dus ik zei: kom maar op, als je me wil tarten, andere kant, ga je gang, want ik adem voorlopig door en stuw jou zo vol dat je je niet meer onder zeil zal kunnen houden.

De rebirther zei enige keren op een toon van 'nou doe je het al weer': "Niet nablazen! Op je uitademing ontspannen!" Ik deed mijn best alleen een bewust gewilde handeling te verrichten als ik inademde en dat deed ik zo fanatiek dat de rebirther zei: "Niet overdrijven." Natuurlijk, ik was bang dat er niets zou gebeuren en dat ik huiswaarts zou gaan met een bekocht gevoel. Ik bewoog even mijn voet. Het voelde alsof ik hem in iets heel vluchtigs dompelde, dat naar boven wilde, zoals suiker op de bodem van je kopje onmiddellijk opwolkt als je het aanroert. Ik wilde dit niet bevorderen want ik weigerde om ook maar iets te simuleren; het moest helemaal spontaan plaatsgrijpen.

Daarop zei de rebirther: "Goed zo, neem na iedere ademhaling nog maar een flinke hap extra." Na afloop onthulde hij dat dat een truc was om me juist aan te zetten tot het tegenovergestelde, waar ik volgens hem ook volgens schema in bleek te luizen. Het beviel mij natuurlijk uitstekend om aangemoedigd te worden op de ingeslagen weg. Dus ik probeerde nog heftiger mijn longen tot in iedere uithoek vol te happen. Ik gunde me nauwelijks de tijd om op de zwaartekracht ontspannen uit te ademen want ik zoog de lucht al weer gierend naar binnen.

Nu bewoog de rebirther me mijn tempo danig te verlagen. Ik gehoorzaamde en kon er steeds minder goed uit wijs worden hoe ademen op eigen initiatief en hoe ontspannen laten vallen, ook al weer precies voelden. Zelfs omtrent het verschil tussen in- en uitademen raakte ik in de war. "Ontspannen maar," suste de rebirther. Ik kreeg weer het gevoel dat de truc niet lag in een sportwedstrijd, maar in het juist ophouden met alle proberen, al kon ik dat natuurlijk niet rijmen. Sterker: ik voelde me in de maling genomen. Had ik zo mijn best gedaan en bleek nu dat dat juist niet hoefde? Hoe dan ook, ik staakte mijn adempartij en sloeg er niet veel acht op of ik nou nog doorademde of dat ik dreef op een enorme bel.

De vechtfase was voorbij. Ik had mijn doel bereikt: mijn wil was de kluts kwijt en mijn andere kant nam de controle over. Het was nog slechts zaak de uitgenodigde gast moedig welkom te heten.

"Vanuit welke ondraaglijke diep in de vergetelheid verstopte verschrikking je ook komt," dacht ik, "kom tevoorschijn nu."

Ik ging nog steeds door met welbewust veronachtzamen van ieder proberen. Ik probeerde me slechts als een ontvangende getuige open te stellen voor mijn allerbinnenste ruimte.

Mijn lichaam begon steeds meer over te stromen van vibrerende energie en losgeraakte spanningen, die als golfjes over golfjes aanvloeiden en niet meer diep massief gevroren lagen.

In mijn rechter kuit vatte iets vlam. Er stak een elektrische pijn in de spier op, laaiend en dovend. Ik dacht: "Het kan me niets schelen, ik ben niet bang."

De op drift geraakte spanningen en activiteit in mijn lijf bewerkstelligden nu dat ik mijn hoofd van het kussen optilde en dat ik mijn benen begon op te richten. Dat was de meest voor de hand liggende handeling en houding. Even moeiteloos als in normale toestand vlak liggen! Ik voelde mijn gezicht vertrokken en de hand van de rebirther zich aanwezig tonen in mijn nek. Mijn armen waren ook bezwerend voor me in de lucht gespreid. Onderwijl dacht ik even aan de groepsrebirth-sessies bij Roy Brussé waar ik dat eens zo gezien had bij iemand anders. En ik dacht even dat ik dus in die houding bij de rebirther thuis op de matras lag.

Ik werd door het vrije spel van impulsen weer teruggelegd op de matras en voelde spanningsbellen in mijn benen die pijnlijk opdoemden en dan uit elkaar spatten.

Ik verwachtte niet dat ik in ontspannenheid zou kunnen opengaan zonder dat er iets uit me zou knallen zoals de geest uit de fles en dat gebeurde toen ik ontdekte dat één van de spanningsgolven die zich in me roerden de gestalte had aangenomen van een schreeuw. Die schreeuw voelde even acceptabel en vanzelfsprekend als in je normale doen een ademhaling. Ik constateerde met voldoening dat ik lag te krijsen. Toen mijn longen leeg waren en ik ingeademd had maakte zich opnieuw een langgerekte alleronbeschaamdste brul uit mij los.

Ik dacht: dit horen de buren aan de overkant zelfs. Maar dat kon me wat. Ik wilde overigens wel uitproberen of ik dit automatische gebeuren ook bewust kon verhevigen, waarna ik nogmaals een uitputtende schreeuw uitstiet maar nu ook nog bewust aangedikt. Hiermee was het spontane proces wel ten einde. Ik sloeg acht op hoe ik me voelde. Hemels verlicht soms? Nee er flakkerde nog veel meer. Het was niet mogelijk direct in mijn ziel te kijken. Ik dacht: Waar wacht je op, wat je nu niet toelaat moet de volgende keer. Ik wilde wel verder opengaan en alles wat te erg voor woorden was bevrijden. Ik dacht: Piet Lut, je sluit je al weer af, dat is nergens voor nodig. Maar echt de hand erin had in niet. Kennelijk werd er door mijn andere kant en niet door mijn wil gedoseerd.

Mijn uitzicht naar binnen toe werd thans gevuld door een oude bekende van me: de leeuw. Die had ik al eens eerder in een rebirth-sessie uitgebeeld. Hij kwam me niet helemaal gelegen. Ik wilde eigenlijk dat er allerverschrikkelijkste pijnen, angsten en trauma's naar boven kwamen. Maar inmiddels lag ik al uit alle macht te grommen. Op mijn gezicht voelde ik de karakteristieke leeuwengrimas. Leek het nou of ik de rebirther onderdrukt hoorde snuiflachen? Hij lachte me toch niet uit? Na afloop zei hij bij de thee: "Ik dacht lieve help kijk nu eens, we hebben een leeuw in huis. Ik geloof dat ik Artis maar ga bellen. Ik kreeg eigenlijk iets geestigs over me."
"Ja dat voelde ik!" zei ik toen.

Het grauwen werd geleidelijk aan minder. Nog een tijdje bleef iedere uitademing stemhebbend, alsof de leeuw nog waarschuwend nagromde. Ik lag er naar te kijken en ik dacht: zal ik bewust ophouden? Maar dan was makkelijker om niet tegen te werken. Tenslotte ademde ik weer gewoon. De rebirther legde de slaapzak over me heen. Ik besefte dat de voorstelling voor vanavond was afgelopen. Hij liet me nu over aan het nagenieten van de energieke zachtheid die na een volledige sessie je deel is, en verliet de behandelkamer.

De lading was aanzienlijk en het duurde nog wel drie kwartier voor ik er niet meer mee kon spelen.

Iedere gedachte waar ik me zonder te dwingen aan overgaf zorgde dat ik met mijn lichaam iets uitbeeldde.

Toen ik energie stuurde naar mijn zus Immy nam ik een bedremmelde houding aan met vlak voor mijn borst een schenkend geopende hand. Denkend aan Lineke ging ik automatisch als een slaapwandelaar overeind zitten, opende mijn dijen en zei: licht voor jou lieve schat.

Ik probeerde van mijn lichaam te weten te komen wat ik over allerlei mensen dacht. Voor wat in mij is Lineke het bangst?? Geslotenheid met dichtgeklapt bekken. Wat vind ik van Paulien? Heel hautain de neus optrekkend en laatdunkende pruilmond. Ik wist alleen niet of dat mijn mening over haar was of haar mening over mij.

Brief aan Sun: hoofd opzij en mokkend-eisend.
Pa: pijnlijk dichtgeknepen ogen.

Eindelijk ging ik naar de huiskamer. "Een oerschreeuw," zei de rebirther, "je zag hem helemaal van onder naar boven gaan."

"Ja hij kwam geloof ik helemaal vanuit mijn rechter been." Ik vertelde dat mijn gedachten in de energieke ontspanning erna mijn lichaam konden bespelen als ik dat wilde. "Dat is toch wel vrij zeldzaam," zei hij, "ik herinner me niet dat ik dat eerder heb gehoord. Dat heb je natuurlijk al potentieel in je."

 

REBIRTH 5 bij Hans Jansen.

2 september 1986

We gingen eerst even in de kamer zitten. Ik voelde me koud en afwezig. Hij vroeg hoe het ging. "Ik heb voortdurend een vuile smaak in mijn mond," zei ik, "het leven smaakt smerig, ik heb een somber zompig gevoel van onleefbaarheid en bankroet. Laten we beginnen."

"Ja!" riep hij, "goed zo! Zeggen wat je wil! Kiezen, dat is leven!"

Toen ik vijf minuten op de matras bezig was, zei hij: "Diep inademen."
"O," dacht ik, "adem ik soms te lui? Okee, als er gevochten moet worden dan wordt er gevochten."

Af en toe wees hij me erop bij het uitademen niet te pushen. Mijn positie werd zeer benard. Iemand die hard werkt aan het opkrikken van een gletsjer zodat die neer kan razen. Mijn handen onder 110 volt. Heel onaangenaam. Ik voelde me een boog die steeds verder aangespannen werd en ik dacht: "Of het nou nog lang of kort duurt voor de pijl wegschiet, ik moet en zal doorgaan, al duurt het uren." Ik likte even rond in mijn uitdrogende mond, kuchte, en hoorde de cadans van het gestaakte ademritme in mijn hoofd doorgaan. Ik stapte weer in de maat en ademde door. Na een half uur ging het al meer vanzelf. Ik ademde iedere seconde één keer in en uit. De uitademing viel zwaar en ruim als water uit de brede mond van een gemaal.

Leidmotief in mijn gedachten was, dat een der eerste therapeuten die ik sprak bij het Psycho-Analytisch Instituut, vorig jaar tegen me had gezegd, met één oog aankijkend en met het ander op zijn papier: "Maar die verdringing heeft een reden hè."

Ja dacht ik nu, ja meneer, dat heeft een reden. Het heeft een reden dat ik mijn leven lang rondloop met het gevoel dat ik machteloos en onbevredigbaar ben, dat ik door middel van schrijfsucces probeer er toch te 'mogen zijn', ja dat moet wel een hele goeie reden hebben meneer. En die reden kome nu over me. Natuurlijk had ik het liefst die beker aan me voorbij laten gaan. Maar ik zei tot mijn organisme: Uw wil geschiede. Ik ademde benard en hardnekkig door, waarbij ik van ijver bij iedere teug mijn wenkbrauwen naar boven voelde gaan.

Toen het zover was begon het te komen vanuit mijn benen. Alsof die vastgevroren hadden gezeten in een bad dat nu ontdooid werd. Het ijs brak en er kwam beweging. Net het stille punt van een pendelbeweging zoals bij eb en vloed of zoals bij een schommel. Helemaal tot het ene eind gegaan en dan nu de reactie. Ik hoefde niet meer mijn best te doen met ademen. Dat werd ondergeschikt. Mijn knieën trokken zich op. Ik hield mijn benen in de lucht. Mijn tong werd dik. Ik kreeg het gevoel of ik van onder tot aan mijn ribben door een wringer werd gedraaid en ging schor kreunend naar lucht snakken. Het leek of ik ging kotsen, wat me niks kon schelen. "Hou je keel open!" riep de rebirther. Ik ademde door en voelde de kots die al bijna in mijn mond stond terugvallen.

Ik wendde me bereidwillig tot De Boze die altijd in me had gewoond en opende de deur van de hel. Er rolde een golf duistere kneveling door me heen. Ik begon te krijsen. Ik probeerde toch door te ademen en me nog meer open te stellen. Het onbenoembare golfde nog verder en verduisterde mijn bewustzijn, al herinner ik me wel dat ik door de lucht sloeg met mijn armen en dat ik brulde. Ik was me er ook van bewust dat ik me opende voor iets wat groter was dan ik in één keer kon verwerken met het instrument van mijn lichaam. Alsof het onbekende zei: "Wat had je nou?" en een paar keer naar me blies met orkaankracht. Ik bleef er wel tegen zeggen omdat volgens mij de pijngrens nog niet in zicht was: "Kom! Nu!" maar ik zat al barstens vol met de blinde uitbarsting van ik zal maar zeggen Oer.

De rebirther lag naast me, hield de hand op mijn borst en bleef wachten of er nog meer kwam. Ik ging nu in korte stootjes snikken, alsof het me verdroot dat er niet nog een dosis innerlijke nood werd opgestuwd. Daarna werd ik rustig. De rebirther zette een recorder aan met een milde, troostende, welkom hetende muziek, en ging naar de keuken.

Toen ik de muziek hoorde begon ik, of eigenlijk begon mijn lichaam, te woelen als een genietende kat. Er streek een glimlach over mijn gezicht. Ik sloeg het energetisch krachtenveld in me gade en voelde een extra geaccentueerde uitstraling van onderen tegen mijn geslachtsorganen. "Is dat nou een chakra?" dacht ik, en probeerde in mijn ogen te wrijven met volgelopen, slecht bestuurbare tintelende vingers. Er was iets uit me geknald. Toen alles weer normaal voelde stond ik op, verkleedde me en ging naar de kamer.

"Ik voel me nu heel anders," zei ik en nam plaats. Hij schonk thee in. "De laaste tijd word ik zo afwezig, ook bij vertrouwde mensen, en zelfs in het bijzijn van mezelf. Toen ik vanmorgen opstond dacht ik: Heins je bent er niet. Maar na zo'n gebeuren als daarnet voel ik me weer krachtig en aanwezig."
"Ja je hebt een metamorfose ondergaan," zei hij. "Toen je hier binnenkwam keek je zo..." Hij deed het voor: verdwaasd en de mondhoeken neer.

"Maar nu stralen je ogen, ik ken je niet terug."

"Hoe zag die uitbarsting eruit?" informeerde ik. Hij legde zijn hand langs zijn wang en dacht na. "Als oud zeer. Iemand die daar vreselijk aan lijdt met van pijn vertrokken gezicht." "Had je de indruk dat ik ging kotsen?" "Ja, even leek het er op. Ik dacht effetjes aanzien, dan pak ik de afwasbak." "Ik voelde het ook weer als geboren worden, verpletterd worden. Zag het daar ook naar uit?" Hij zei knikkend: "Ja ook het zich ertegen verzetten, de baarmoeder niet willen verlaten. Maar het was vooral pijn. Ik maak het maar zelden zo heftig mee. Wel verdriet en huilen. Mensen zijn ook bang om te schreeuwen vanwege de buren..."

"Nou, niet mijn bewuste willen maar mijn lichaam schreeuwt en jouw buren zijn jouw probleem." "Zo is het," zei de rebirther, "ik hoorde wel dat mijn bovenbuurman thuis was. Die is therapeut in Vogelenzang. Ik dacht wat jij daar de hele dag doet ik weet het niet, maar wat je nu hóórt: DAT is therapie."


REBIRTH 6 bij Hans Jansen

9-9-1986

Toen ik gelegen was op de plaats van de misdaad zei ik tegen de rebirther: "Ik ben erg gevoelig voor data. Daarom weet ik dat het op dit moment precies een jaar geleden is dat ik voor het eerst kennis maakte met Rebirthing. Schuchter en begerig, bij Aurobindo in een groepje."
"Gefeliciteerd," zei hij.
"Dank je."
"Dus eigenlijk hebben we iets te vieren. Ik heb in de kast nog wel wat eh..."
Ik draaide mijn hoofd schuin naar achteren en keek happig, me afvragend welk merk drank hij bedoelde en of ik vandaag na afloop dan iets anders zou krijgen dan thee, maar hij deed er verder het zwijgen toe. "Ben je al begonnen?" vroeg hij. "Nee, ik wil bevelen gehoorzamen. Jij moet eerst zeggen dat dat moet." Hij grinnikte: "Kijk, daar heb je weer zoïets."

Het duurde wel een uurtje voordat ik open kon gaan. Af en toe gebood hij me uit te ademen zonder kracht. Dan zei hij: "Zo is het goed," maar even later werd mijn ijver dan al weer te groot. Toen kwam ik op het idee om te doen alsof je alleen maar in hoefde te ademen. De uitademing was dan alleen maar een pauze waarin je niets deed.

Het is dan een kleine openbaring om te ontdekken dat je niet kunt proberen om niet te proberen.

Kennelijk was mijn onbewuste neiging tot proberend uitademen groter dan ik zelf wist, want de rebirther zei: "Van mij mag je nablazen hoor als je dat wil." Ik hoorde hem naar de WC lopen alsof hij het toneel onverschillig verliet. Toch voelde ik dat ik alle proberen nu tot een minimum had afgeroomd. Ik deinde op de waterspiegel van mijn driften. Ik hoorde hem niet terugkomen. Was dit weer zo'n truc? Moest het zogenaamd al afgelopen zijn? Er was nog helemaal geen vuurwerk geweest! Ik besloot hem hierover te onderhouden en dacht: goed dan doe ik het wel alleen!

Ik hervatte mijn ademhaling en probeerde zo ongemotiveerd mogelijk uit te ademen, eigenlijk alsof uitademen niet hoefde. Nu begon ik automatisch te woelen. Ik draaide met mijn hoofd en dacht eraan hoe het hoofdje van de boreling wordt gedraaid. Wat er daarna kwam hoorde ook helemaal in deze regio thuis: een luide langgerekte vorm van schreien. Zoals je wel kent van een baby: hij haalt adem en dan komt er opnieuw zo'n langgerekte irritante huiluithaal. Het was mijn antwoord op het zich openstellen. De druk die van binnen op de ketel stond bleek zich ook nu weer alleen maar te ontladen in de vorm van deze primitieve infantiele en lichamelijke activiteit, waarbij verder eigenlijk geen emotionele belevingen in het geding waren.

Alleen zich overgeven en dan volgespoeld worden door een hoogspanning waarvan je de grens niet ziet. Terwijl ik lag te schreien hoorde ik de bovenbuurman en zijn vrouw bovenop het kamertje schijnbaar nerveus heen en weer lopen. Toen ik zo langzamerhand als waarnemer van mijn schreipartij de indruk kreeg dat de brandstof bijna op was en toen ik me afvroeg of er nog één of nog twee uithalen zouden komen, werd ik plots de stem van de rebirther gewaar, die aan mijn voeteneinde bleek te zitten, en die zei: "Ach joh stel je niet zo aan."

Ik zweeg beduusd. Mijn aandacht werd van het primitieve functioneren ogenblikkelijk verplaatst naar mijn volwassen bewustzijn. Ik schreeuwde niet meer. De fase van het nagenieten trad in. Ik nam naar aanleiding van gedachten diverse gymnastische houdingen aan. Toen de rebirther weg was liet ik mijn gedachten naar sex toe trekken. Als ik met mijn vingers over mijn fallus kriebelde voelde dat even sensibel als soms bij hennepgebruik ook zonder erectie.

In de kamer onderbrak ik Jansen toen hij over zijn bovengebit begon met: "Hans je bent zo gedetailleerd, dat kan ik niet volgen." Ontwaakt schakelde hij over op mijn sessie. Hij erkende de plank mis te hebben geslagen met het woord aanstellen. Hij had namelijk gedacht dat ik lag te freaken en zei het in een poging echte woede bij me boven te laten komen. Maar toen ik opeens zweeg had hij gedacht: O hij is nu verontwaardigd, zal ik nu al weglopen of er over praten? "Het was aanmerkelijk intensiever dan een jaar geleden," zei ik.

"O, ja," reageerde hij, "daar liggen je cadeautjes." Ik zag drie voorwerpen liggen geheel verpakt in aluminiumfolie.

Uit het eerste pakje kwam een rose kaars. "Ik kan je verzekeren," zei ik, "dit blikkert zo in mijn ogen, dit zal ik niet vergeten."

In de andere zaten een doosje lucifers en vijf speculaaskoekjes.

Ik voelde me de volgende dag en ook nog wel de dag daarop duidelijk anders. Vooral in verband met het weer, de herfst. Dat was aangenamer, mooier, voller. Het viel me op dat ik het verschil ging aangeven in termen van "wat was ik altijd gestoord en gespannen." Ik vond dat de wereld altijd geboetseerd was geweest van pijn, zelfs zo dat ik het niet eens meer in de gaten had.

LAATSTE TRANSACTIE OFFICIELE VALERIUS-THERAPIE

15 SEPTEMBER 1986.

Lam vroeg me ter zitting: "Wat zal ik aan uw huisarts schrijven? Ik dacht iets in de trant van: dat het Psycho-Analytisch Instituut geen resultaat verwachtte van praten over het verleden. En dat wij hier hebben onderkend dat een nonverbale therapie voor u geschikter is." "Ja, en dat praten over het heden ook geen enkele maar dan ook geen enkele zin heeft... Schrijft u de huisarts maar dat ik een nonverbale vorm van forceren nodig heb om bij mijn onbewuste te komen. En dat er dan ook juist wel oude dingen uitspringen. Ik ben de laatste drie keer op Rebirthing bezig met schreeuwen. Dat komt echt van heel ver. Het is ook niet emotioneel ingevuld, heel primitief. Ik weet inhoudelijk ook niet waarom ik schreeuw."

Lam ging al niet meer op me in en zat me al weer met zijn pijnlijk nadenkende uitdrukking te bekijken. Als geïnteresseerden onder elkaar ging ik voort: "Ik ben ervan overtuigd dat Rebirthing het opheffen is van je verdringing! Effetjes. En dan knalt er natuurlijk wat uit je. Dat ziet er vreselijk uit! Als er iemand binnenkomt dan schrikt die zich een beroerte. Die denkt wie moet ik daar bijhalen. Je vertoont de symptomen van vreselijke pijn. Maar eigenlijk is het helemaal niet erg. Het is alleen maar ontlasting die je eruit laat."

Lam keek en zweeg en ik dacht: denkt hij nu - als het helemaal niet zo erg is - dat je dan je verdringing ook niet echt uitschakelt? Kan datgene wat verdringing noodzakelijk maakt juist alleen maar te erg voor woorden zijn? Hij heeft een tijd terug immers tegen me gezegd dat die kinderlijke noden niet alleen onverdraaglijk waren voor het kind, maar zelfs voor de meeste volwassenen in een therapeutische sessie.

 

REBIRTH 7 BIJ HANS JANSEN (de avond na het laatste bezoek aan de Valerius Kliniek)

15-9-1986

Er waren vanavond twee toppen. Voordat ik de eerste top had bereikt hoorde ik de rebirther zeggen: denk op je uitademing maar aan wat je los wil laten. Nu was mijn ademhaling nogal snel en ik kon me helemaal niet voorstellen hoe ik iedere halve seconde als ik uitademde steeds opnieuw datgene in gedachten kon nemen waar ik vanaf wilde. Toen de eerste top genaderd was had ik wel een bepaalde symbolische gedachte. Ik voelde dat het onbenoembare weer voor mijn deur stond. En om dat zo goed mogelijk toe te laten dacht ik aan hoogspanningsmasten, waarlangs de hevigste stress wordt getransporteert die het elektriciteitsbedrijf maar kan leveren. Op mijn uitademing ontspannend en denkend aan Holland zag ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan en een rij ondenkbaar gestresste sprieten als enorme masten tot de einder gaan en in die reusachtige ruimte verzonken begon ik te brullen als werde ik gek. Dat was dus opnieuw de geforceerde ontlasting uit de smeerpijp van levenslang opgehouden drek.

Na een aantal schreeuwen en kronkelingen hield ik op. De rebirther bracht me ertoe om door te gaan met ademhalen. Ik dacht: misschien kan ik, als vulkaan, voor één keer betalen wel twee keer uitbarsten. Wat ik nu niet deed stelde ik per slot van rekening uit. Toen de tweede top naderde was mijn ademhaling traag geworden. Nu kon ik op de uitademing denken aan wat ik los wilde laten.

Dus herinnerde ik me mijn gespannen opgesloten gevoel op feestjes waar ik niemand kende of misschien zelfs iedereen kende. Op de uitademing liet ik dat gespannen gevoel als het ware varen.

"Laat het dan los, als je durft," zei ik, en dan liet ik het los, en dan stiet ik een erbarmelijke kreet uit.

Als ik gespannen door de stad loop heb ik inderdaad duidelijk iets te verbergen, dacht ik, dat raakt je de koekoek. Ik ademde uit, liet in gedachten die gespannenheid los, en onmiddellijk knalde er een schreeuw uit alsof ik werd gestoken.

Zoals ik achteraf tegen Jansen zei: Stel dat je je vorige leven hebt verlaten terwijl je op de pijnbank lag tot in het verschrikkelijke en dat die folternood te groot was om te bevatten. Stel dat je in je volgende leven gaat rebirthen en geconfronteerd wordt met de verschrikking waarop je leven berust. Zo voel ik het onbenoembare. Eigenlijk is het te groot. Dan hoop ik dat ik het over een heleboel sessies kan opsplitsen. Eigenlijk zijn wat je loslaat en wat je vrijlaat twee dingen. Wat je loslaat is de krampachtigheid. En dan komt de reden waarvoor die krampachtigheid bestaat er vanzelf uit. Die laat je dan niet los, die laat je over en door je heen vliegen zonder ook maar aan loslaten te denken. Die laat je toe.


REBIRTH 8 bij Hans Jansen

23-9-1986

Ik dacht: welke scène met De Leeuwin, mijn eerste liefde uit 1971, zal ik nemen, om dan uit te ademen en het krampachtigheidsgevoel te laten varen?

Dat ze me plaagde door op de pier van IJmuiden gevaarlijk over de rand te lopen? Niet geschikt. Toen ik op het strand achterbleef en haar weer inhaalde? Ze liep eenzelvig vooruit... In de auto terug toen ik vroeg: vond je het leuk? In die tijd voelde ik me als een dia in de hand, kleinschalig levend, niet voluit geprojecteerd.

Ik lag te ademen en dacht schiet nou op, geef nou een beeld om los te laten. Ik dacht aan haar toen ze met gesloten ogen lag te zonnen langs het Noord-Hollands kanaal en toen ze een nieuwe jurk had gekocht in de Bijenkorf maar toch iets kwijnends had. Toen ze tijdens het vrijen zei over onze LP: de plaat is afgelopen. Of toen we opstonden tegen haar vader. Of toen ze zei wanneer gaan we in een flatje wonen en kinderen krijgen, en toen ik zei: "Nooit, het wordt nu herfst."

Af en toe had ik zo'n scène bij de kop en dacht ik: wat had ik toen eigenlijk willen zijn? En dan steeg het antwoord op die vraag naar boven uit mijn binnenste spelonk in de gedaante van een kermend, kinderlijk hoestend schreeuwen.

Ik dacht wel: herhaal ik nu alleen maar de vorige sessies? Kalf ik eigenlijk wel steeds iets af? Ontgift ik mijn bodem wel? Of vertoon ik steeds dezelfde goocheltruc?

Het afleggen van mijn uiterlijke houding, zowel die waarmee ik op de matras lag als waarmee ik in het leven stond, had immers steeds dezelfde vulkanische reactie tot gevolg, een volstrekt blinde bliksemstoot in akoestische vorm. Ik wist niet waar het geschreeuw uit voortkwam. Ik schreeuwde niet vanuit woede of wanhoop maar als een dolle kettinghond vanuit zijn hok. Ik begon me af te vragen of het schreeuwen een vorm van zelfbedrog kon betreffen. Was het een truc, een weerstand om juist iets tegen te houden? Was het juist de bodemdeksel van de beerput waaronder pas de echte stront zou zitten? Als je je kramp losliet, dan moest na het opstuiven van veel stof toch de glanzende kiemcel van je echte ik zichtbaar worden?

"Laat dan zien wie je echt bent?!" dacht ik. Ik ontspande en ontmoette slechts geschreeuw. Ik was een knotwilg: mijn pantser was van binnen hol. Als ik mijn rusting af zou leggen dan zou ik niet bestaan! "Je bent er helemaal niet!" dacht ik, "je bestaat niet!" Maar wat is dan datgene wat schreeuwt? Na nog een paar geluiden door het kanaal van mijn lichaam te hebben toegelaten dacht ik: "Het is uitzichtloos, steeds maar die zelfde overladen kreten, ik draai rond in een cirkel."

Spreken doe ik er nooit bij maar nu opende ik mijn ogen, blikte naar de rebirther en zei met moeilijke mond: het gaat eindeloos door!

Er kwam nu een fase waarin ik de handen voor het gezicht ging slaan en iets snikkerigs over me kreeg. Zoals de rebirther na afloop zei: zich klein maken, het kleine jongetje dat nog steeds om aandacht vraagt, maar ook een afsluiten, een weerstand. Intern was het bij mij echter een gevoel van machteloosheid om de draak te verslaan.

Ik dacht aan Eric Berne, die ergens schreef dat de vertrokken kaken van de toornige ouder voor de peuter de boodschap hebben van moordlust. Ik dacht aan de ijzige nijd die mijn vader in zijn driftige ogenblikken kon beheersen. Dat was de ijzigheid van een lijk, de groteske humorloosheid van een geraamte. Ja, stervensgeneigd, necrofiel. Ik verwachtte eigenlijk al lang dat vroeg of laat abrupt de deksel geopend zou worden en dat ik dan eindelijk bewust zou ondergaan hoe hij mij als kleuter aanvloog.
Ik zag zijn bleke gezicht niet echt in het vlekkenspel onder mijn oogleden. Ik dacht wel: grom ik nou of gromt hij? Het lag kennelijk het meest voor de hand dat ik zelf gromde. Wat zeg ik? Dat ik zelf grilde, van hem.

Het bleek dat mijn lichaam walging begon uit te drukken. Ik stak mijn tong een klein stukje uit en maakte een kreunend geluid. Tegen mijn gewoonte deelde ik de rebirther nu tijdens de sessie weer wat mee. Ik keek opzij. Hij zat met zijn rug tegen de kast en sloeg mij met grote ogen gade.

"Dit is mijn vader," murmelde ik. "O, ja, ik wou al zeggen," reageerde Jansen, "zeg het maar eens tegen hem."

Nu leek de situatie opeens een psychodrama. Ik moest onder toezicht van iemand anders een emotie naar mijn vader uiten. Even voelde ik me camerabewust, in mijn kaart gekeken, verlegen, maar toen ik de figuur van mijn vader weer terughaalde werd er al vanzelf voor afkeer gezorgd. Eerst maakte ik kleine, korte walggeluidjes. Ik pakte een bosje beelden van hem uit het verleden. Rond al die beelden hing zijn geest. Zijn miezerige gelijk. Zijn nooit willen zien wie je bent. Ik maakte het geluid van iemand die zijn pijnlijke schoenen uit heeft en zich van zijn ontlasting ontdoet en daar vermoeid bij kreunt. Mijn tong lag breed en loom als van een stoffige hond half naar buiten. Ik dacht eraan toen hij ontdekte dat ik voor het eerst een halve nacht was weggebleven bij De Leeuwin. Iemand in mij walgde koerend.

Sexuele voorlichting: "Dan kan hij zomaar stijf worden, ik had daar als jongen op de ambachtsschool wel last van in mijn broek."

Ik baalde nu zo luid van hem (spartelde ik erbij?) met de tong zo ver uit mijn bek dat ik meende en ook gaarne bereid was te gaan kotsen, wat niet gebeurde. Ik maakte me sterk dat de rebirther zich zat te verbazen over zo een walgelijk vader.

"Maar je bent ook kwaad op dat vaderbeeld in jezelf," zei hij na afloop.

Hierna vertoonde zich het laatste soort automatisme van deze sessie. Ik hield mijn benen opgetrokken en draaide mijn beide voeten rond: de tenen beschreven cirkels, alsof ze de wijzers van de klok een etmaal verder draaiden. Waarom was dit?

Had het ook iets met mijn vader te maken? Ik dacht aan 1955, zondagmiddag, in het Noordzeekanaal zwemmen. Ik was zo bang voor de slijmerige bodem dat ik alleen op zijn voeten durfde te staan.

 

REBIRTH 9 bij Hans Jansen

30-9-86

Het was voor mij nog geen volslagen vreemd vaarwater geweest om te huilen uit machteloosheid, pijnvlammen in mijn spieren te verdragen, een leeuw uit te beelden, en van mijn vader te walgen, waarbij het schreeuwen nog herkenbaar bleef als een reactie met een menselijke maat.

Ik kreeg vanavond echter het gevoel dat wat er achter het schreeuwen gelegen was - de oorzaak ervan - daarentegen wellicht door mij werd onderschat, onder meer toen ik bij mijn laatste bezoek aan de Valerius Kliniek tegen de 'therapeut' zei: "Maar eigenlijk is het helemaal niet erg. Het is alleen maar ontlasting die je eruit laat."

Ik hield enige tijd als leidgedachte dat de rebirther een keer op de bank in de huiskamer had gezegd: je moet eigenlijk uitademen zoals je na gedane arbeid een zucht van verlichting slaakt. Dat probeerde ik nu telkens. Maar het viel niet mee om het gevoel van ontspannen, moeiteloos uitademen te onderscheiden van het presteren.

Daarom ademde ik scherp en streberig diep in zodat ik goed onderscheid kon maken met relaxend uitademen. En als ik voelde dat mijn uitademing loslatend was, dan merkte ik ook onomstotelijk hoe de vrijkomende ruimte in mijn lichaam benut werd door de stressen. Ontspanning was een hersenschim: er kon geen sprake van zijn dat mijn, tot het uiterste getergd en opgesloten gedierte, in zijn kooi zou blijven zitten als je de traliedeur open zette. Blijvende ontspanning kon alleen maar een slagende zelfbeheersing betreffen of een hernomen controle na één of andere opluchting. Het was een illusie en hier op de matras was ontspanning ook onverbrekelijk verbonden met vrijkomende demonen.

Mijn beenspieren werden aangetrokken als gitaarsnaren die steeds strakker worden opgewonden aan de stemsleutels. Je bent net een lijk in de crematoriumoven. Dat materiaal kan van de hitte ook niet anders dan zijn laatste bezwerende gebaren te maken. Mijn benen staken omhoog alsof ik ochtendgymnastiek beoefende. Op mijn ademhaling ontspande ik telkens en bij elke ontsluitende teug beeldde zich op het platform van mijn beleving uitdrukkelijker uit, dat ik van binnen, als ik maar ontspande, uit niets anders bestond dan gruwelen.

Ik had in principe geen bezwaar tegen lichamelijk zeer. Het flitste zelfs een ogenblik door mijn gedachten: als dat zou kunnen! Dat is bekend terrein! Maar reeds spoedig voelde ik dermate scherpe pijnen dat ik bang werd voor averij. Ik werd als een dweil in onmogelijke houdingen gewrongen. De combinatie van houdingen waarin mijn ledematen zich bogen voelde tegennatuurlijk.

Nu blijft dit gebeuren tot dusver steeds een functioneren op twee niveaus. Dwars erdoorheen blijf ik in staat tot bewuste besturing van mijn spieren, tot het terugleggen van mijn benen, tot het wrijven over mijn gezicht. En geestelijk blijf ik er dwars doorheen denken in mijn normale trant.

Wat zouden mijn ouders lekker schrikken als ze me zo konden zien. Ik deed mijn mond minder wijd open toen ik dacht aan de vormingswerkster die tijdens een groepssessie ooit zo flipte dat haar kaak uit de kom schoot.

Ik vergeleek mijn woorden tot de 'therapeut': "Maar eigenlijk is het helemaal niet erg. Het is alleen maar ontlasting die je eruit laat."

O nee was dit niet erg? Dat met gesloten ogen gefixeerd op je lichaamspijnen liggen te ademen en de begrenzing voelen van je draagkracht... Verdomd, het was wel erg!

Het erge was dat ik het erge niet verder aan durfde te gaan.

Ik was inmiddels weer referentiebeelden gaan gebruiken, gedachten die hand in hand gaan met het loslatend uitademen. Ik dacht aan de houding waarmee ik me te weer stel jegens het soort waartoe ik me het slechtst voel toegerust: beeldschone vrouwen.

Die stelde ik me voor ogen en zei: "Moet je nu eens kijken wat er gebeurt als je dat masker laat vallen."

Dan trok mijn lijf zich in een laatste afsluitende kringspierspanning. En dan was aan mij de keus: laat maar vallen als je durft. Ik stelde me voor dat mijn persona een leeglopende ballon was. Op iedere uitademing schrompelde er een stukje van me in elkaar.

Eerlijk gezegd werd ik weerhouden door de druk en dreiging van het onbekende. Als die over me zouden komen wat bleef er dan van me over? Ik wilde immers nog iets behouden van het vertrouwde! Misschien zou ik dood gaan en meteen weer geboren worden maar wat of wie zou ik dan zijn? Een nachtmerrie die met duizend lichtjaren per seconde door het heelal flitst? Een hagedis zonder staart? Een schooljongen met een gebroken lul? Een vlinder? Dan was de vlinder niet aantrekkelijk vanuit het oogpunt van de rups.

Ik legde mijn benen op de matrasjes terug, liet de bekommerde uitdrukking van mijn gezicht wellen en begon volgens stelregel 1 van Rebirthing mijn steeds meer dichtgeknepen ademhaling te hervatten. Was ik een lafaard? Ik merkte wel dat de rebirther me met een vinger aaide en maar eens troostend fluisterde: "Toe maar, het mag wel."

Ik dacht op het ene niveau: "Die zit daar als buitenstaander nuchter naast en mompelt adequate wenken." En op het andere, innerlijk aangesproken niveau: "Wàt mag er wel? Het loslaten van mijn spanningsmasker, mag dat wel? Zeker omdat hetgeen ik daarmee aan het oog onttrek er zogenaamd mag zijn? Zal ik nou tegen hem zeggen dat ik niet durf? Moet ik het dan proberen met zijn morele steun?"

Nou, ik kon wel weer zien dat mijn verdringing een goede reden had. Wat moest daar iets ergs achter zitten! Zoals mijn zusje indertijd schamperde: jij probeert te leven òndanks je frustraties!

Ik dacht op de matras ook aan een droom die zij dikwijls had proberen te dromen, namelijk dat ze, als ze haar angst tegen zou komen, de confrontatie ook áán zou gaan. En als ze dan 's nachts een monster tegenkwam en voelde dat daar haar angst in woonde en zich dan herinnerde wat ze zich wakend had voorgehouden, en de volle ontmoeting met het monster wilde laten geschieden, dan bleek het een opblaasbeest van plastic te worden voor in het zwembad. Dan werd ze wakker en verachtte haar lafheid omdat ze zich eraan had onttrokken, met een greep uit de trucendoos. Dan had ze "geen enkele waardering" voor haar creatieve vondst.

Ik hield beide handen voor mijn gezicht en lag te snikken omdat ik er niet doorheen durfde gaan.

Er volgde nu een stadium zonder veel beweging. Het leek uiterlijk of ik reeds bezig was met de zoete naweeën van het laatste stadium. Ook de ademhaling van de rebirther klonk alsof hij maar was ingeslapen.

Ik lag wild te denken. In computertermen: ik had het toepassingsprogramma nu onderbroken. De controle was teruggegeven aan het besturingssysteem, dat rustig op een nieuw commando wachtte.

Ja ik was zelf meer aansprakelijk voor wat er gebeurde dan ik eigenlijk had gehoopt. Ik dacht mezelf door de ademtruc te kunnen dwingen tot het overschrijden van welke drempel dan ook. Het zag er naar uit dat ik veeleer werd gedwongen om daar vrijelijk in te kiezen. Maar dat ik bezig was er elegant omheen te ademen.

Ik had in een brief aan mijn ouders naar hun vakantie-adres voor de grap twee rebirth-sessies afgedrukt. Toen stuurde mijn vader me een lofzang terug als zou alles in de schepping mogen bestaan, ook hij en ik. Wat een acrobaat, dacht ik nu. Zoals hij om het probleem heen wist te schrijven. Daar moest ik hem maar mee complimenteren. Het leek een helder inzicht, maar later kon ik de logica ervan niet meer duidelijk zien.

Wat moest ik nu doen? Verdomme, het was toch zo als je je maar volpompte dat het er toch wel uit brak?

De macht die ik had was om in te ademen, zoals tegen een berg op te fietsen, dan ging de uitademing vanzelf, zoals van de berg af. Aan het uitademen had ik geen kopzorg. Daarvoor had ik mijn personeel. Goed dan, zei ik, dan sluiten we een compromis. Ik probeer niet langer om verder te ontspannen dan ik durf. Ik bemoei me er niet meer mee. Dan mag er gewoon net zo'n puike voorstelling gegeven worden als de vorige keren. Beter dan niets. Ik kreeg het gevoel dat ik mezelf schaak zette en als er dan toch iets zou gebeuren zou ik zeggen: schaakmat, hahaa.
Ik dacht aan één der laatste instrumenten waarmee mijn vader zijn elektronicaberoep had uitgeoefend: de trouble-shooter. Mijn ademhaling was nu ook een trouble-shooter, een computertje dat fouten ging opsporen. Bij deze gedachte moest ik grijnzen.

Ik merkte dat de rebirther de slaapzak over mij heen legde. Wat had dat nu godverdorie te betekenen? Hoe laat was het? Moest het nu soms afgelopen zijn? Moest ik afbouwen? Geen haar op mijn hoofd! Al zou het duren tot drie uur 's nachts! Ik trapte de bedekking weg en versnelde mijn ademhaling alsof ik de laatste trein moest halen. Van ijver begon ik ook uitademend weer mijn best te doen zodat de ontspanning nog verder verminderde. Ik was nu godverdorie ook nog mezelf een loer aan het draaien!

Ik voelde ook wel dat de massa die me bedreigde niet te hanteren was in termen van 'ik probeer niets meer, laat het maar komen'. Er was nu eenmaal iets heel ergs, en daar moest ik zelf over beslissen. Het zette me alweer het mes op de keel. Goed, dan maar niet achter het schreeuwen kijken. Dan maar de hoogspanning aanraken. Of was dat juist hetzelfde? Ik dacht aan hoogspanningsmasten. Die houden soms op en dan gaan de kabels neerwaarts naar een gebouwtje. En in dat gebouwtje lag ik, op een pijnbank. En er was een gespierde, vette, kale beul, die de elektrode waarin al die hoogspanningskabels samenkwamen in zijn klauwen hield. En die gloeistift zou hij tegen mij aan houden zodra ik het zelf zou wensen.
Mijn ademhaling werd iets trager. Het ontspannen uitademen werd gevolgd door één, twee, drie seconden dat ik het momentum van de grootste ontspanning, waarin ik mijn laatste rusting liet vallen, zelf kon bepalen. Ik dacht aan de hoogspanningsmasten en stiet een kamerbreed gefolterd brullen naar buiten. Nu wist ik dat ik niet achter het schreeuwen kon komen door er omheen te gaan. Het onbeschrijflijke had maar één vorm: de meest explosieve. Nu wist ik waarom mensen die van grote hoogte vallen krijsen. Niet omdat het hulpgeroep nog nuttig is. Maar omdat ontzetting geen ander gezicht kan trekken. Ik voelde heus wel hoe de gemartelde op de pijnbank, of de vrouw die een muis heeft ontdekt op de stoel, niet schreeuwen uit stereotiep navolgen van een gedragscode, maar omdat het de meest fundamentele, primitieve en doelmatige uitdrukking is.
Toch voelde ik ook hoe het uitingskanaal tevens de begrenzing was van wat er doorheen kon en ik vond nog steeds dat ik er dieper in moest dus ademde ik ontspannen, realiseerde me hoe ik kon pauzeren, nam de elektrode voor ogen, zei "Nu!" en liet los en loeide schor brullend de muren en vloeren van het pand aan flarden. "Pijn is gemaakt van schreeuwen," dacht ik. Ik voelde dat ik op de vloer lag en dat ik de matrasjes dus alle kanten had opgetrapt. Ik slaagde er nog twee keer in mezelf te elektroshocken en toen dacht ik: "Je gaat nog niet ver genoeg. Bij de volgende schreeuw verlies je je bewustzijn." De beul stond klaar met de elektrode, maar leek op een droom die bij het wakker worden een gedachte is. Ik deed het maar niet. Ik kon het wel denken, maar niet meer dromen. Ik wachtte nog seconden, minuten, en keek toen de rebirther aan. "Ik ga maar niet verder."

Kwart over elf ging ik naar de kamer. De rebirther zei dat ik even over achten begonnen was, om half negen op gang, en pas om half elf zei dat ik niet verder ging.

Ik vertelde dat ik tegen iets te bedreigends aanliep maar dat mijn gedachten de ontlading wel konden timen. Hij zei dat gedachten creatief zijn, net als bij mensen die altijd denken: wat ben ik toch een lul.
"Ik dacht als je me ertoe beweegt alles in één keer aan te gaan dan ben je een klant kwijt," zei ik, "maar dat durfde ik zelf niet. Ik dacht het is eigenlijk veel leuker om elke week f.75,= te betalen, spectaculair en ongesimuleerd te schreeuwen en gezellig na te praten, en dat steeds te herhalen..."

De rebirther lag slap van het grinniken op de bank. "...veel leuker dan om je kruit in één keer te verschieten, dus ik heb maar weer geschreeuwd, want ik dacht: anders scheuren mijn spieren, ik ga dood."

Hij zei: "Je had ook erg veel uitdrukkingen van walging, van pijnlijke afweer. En je hebt ook een keer verheerlijkt gekeken." "Ja," zei ik, "toen lag ik cynisch te grijnzen om mijn eigen denkwerk. Nee verheerlijking kwam er niet bij."

"De buren hebben geïnformeerd of er hier elke dinsdagavond iemand wordt vermoord," zei hij. "Niet dat het overlast gaf, maar ze waren bezorgd. Ik zei dat zijn van die oerschreeuwen, dat heb je wel meer bij ademtherapie."
"Van dik hout zaagt men planken," zei ik en pakte twee stukken speculaas uit mijn tas ter grootte van een vel A4 en gaf er één aan de rebirther.

 

REBIRTH 30+31 bij Jansen 31-3-87 en 8-4-87 en algemene opmerkingen.

Op 27-3-87 in Amsterdam gepraat met Pieter Langendijk wiens laatste drie lezingen ik heb bezocht. Toen eigenlijk besloten Regressie-therapie te willen (bij hem). Dat komt vooral doordat ik nu wel het gevoel begin te krijgen er met Rebirthing ook niet te komen. Het leven is draaglijker en de wanhoopsgevoelens van 1986 zijn er niet meer in die mate maar een ontspannen rustpunt hebt ik niet.

Er is een vreemd stuk aan me dat me onzeker houdt. Ik ben niet thuis bij mezelf. Dankzij slaapdrank soms goed uitgerust, maar dan heb ik alleen meer ruimte aan "deze helft". De andere vreemde helft achter de spanningsmuur is ook als ik uitgeslapen ben niet geïntegreerd. Ik mis mezelf nog steeds. Ik vertegenwoordig mezelf op deze helft, de leefrichel, die door Rebirthing wel iets ruimer is geworden, maar ik ben er niet echt. Ik ben een geslaagde vertegenwoordiger van mezelf.

Ik zou dan ook wat graag via een tovertherapie achter de schermen kijken. Aansluiting vinden bij de rollen die ik speel in plaats van acteren en zelf niet weten waarom ik deelneem aan het stuk. Zou ik met regressietherapie wel verhaal kunnen halen en zou ik me daar nièt genept voelen door mantra's en methodieken die alles eender laten?

Het is eigenlijk wat ik vanaf de kleuterschool heb gewild: teruggaan naar het eigene en de oorzaak. Dat dit eventueel in vorige levens mag liggen vind ik ook wel best omdat ik het gevoel heb er met Rebirthing (dit leven?) niet te komen.

Op de 30e sessie bij rebirther Jansen gebeurde er helemaal niets meer. De verkrampte klauwen en mond zoals ik die in het begin had zijn trouwens goeddeels verdwenen. Mijn pogingen over de spanningsmuur heen te klimmen beginnen te falen.

De 31e keer vond ik dat het nog altijd even moeilijk is om te "zuchten van verlichting".

Zoals Langendijk zei weet je ook niet waarom je zo schreeuwt. En bij hem ervaar je wel waarom iets is, beweert hij.

Misschien ontdek ik bij hem wel waarom ik schreeuw of zelfs waarom ik leef.

 

REBIRTH 34 bij Hans Jansen

4 MEI 1987 NA DODENHERDENKING

Deze dag terug van een weekend bij Lindeman samen met Netty in de trein. En eerst naar Dam-dodenherdenking. Ik schrijf dit pas op 8/6/87. Zei tijdens de sessie "ik kan er niet meer uit wijs, ik snap het niet meer" omdat het onderscheiden van meewerkend in en loslatend uitademen me nu nog alweer bijster was. Ik gaf het op. Na afloop vroeg hij wat ik had bedoeld. Ik zei tegen Jansen dat ik de afspraken-frequentie wilde verlagen omdat het me niet meer lukte. Sprak twee weken later af. Toen belde hij af voor griep en de volgende week belde hij weer: nog steeds ziek. Ik zei niet meer te willen.
Ik ben er nu eigenlijk in een soort onverschilligheid (die ik me begin dit jaar nog niet voor kon stellen) ermee gestopt. Vergeet het rebirthen nogal, is niet meer actueel. Voel me niet meer zo mee verwant. Doe het thuis ook niet. Ben niet zo geestelijk benard en wanhopig meer.

 

INHOUD:
REBIRTHING/ADEMTHERAPIE
HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN
VOICE DIALOGUE
BIODYNAMISCHE MASSAGE
REINCARNATIETHERAPIE
BIO-ENERGETICA
TRANSCENDENTE MEDITATIE

Terug naar Dagboekenoverzicht

 

 BIODYNAMISCHE MASSAGE 

Sinds 4-4-1990 tot vandaag 2-7-1990 ben ik om de 2 weken 8x geweest bij Marion te Amstelveen, voor biodynamische massage. Dat werkt met een microfoon op je buik. Als je darmen op de massage reageren hoor je dat uit een luidspreker. Dit wordt beschouwt als een teken dat de plek waar gemasseerd wordt juist is. Want de darmen zijn (spiritueel gezien ook) organen voor (afval)verwerking. Langs die weg tracht de methode stress op te lossen.

Marion is een prima rijpe vrouw om van te houden. In onze voorgesprekjes heb ik vaak het gevoel dat ze me inzichtelijk niet veel voor is. De 6e keer wou ze evalueren. Ik zei haar lief te vinden.

Vandaag 2-7-90 benadrukte ze dat ik wat mij dwars zat moest accepteren. Want het hoorde bij mij. Anders zou het dwars blijven zitten. Ik maakte geen nieuwe afspraak, sprak wel af na de zomervakantie te bellen voor een privé-gezelligheids bezoek. Ik zou haar dan het geluidsbandje laten horen waarop André Schaap haar correct had beschreven, nog voordat ik haar had bezocht.

Haar behandeling slaagde vandaag prima. Ik was weer heel open, reageerde bij heel geringe aanraking met veel peristaltisch lawaai. Voelde me heel erbij met mijn aandacht. Zij voelde dat het 'niet door haarzelf' werd gedaan. De energie stroomde. Ik kom bij haar voor de massage-ervaring. Rustgevend. Vertrek bevrijd van het denken in stereotiepen. Dat is het gevoel dat gedachten belastend en knechtend zijn door hun automatenkarakter.

Na haar behandeling voel ik iets wezenlijks, ruimer in mijn lichaam voelend.

 

INHOUD:
REBIRTHING/ADEMTHERAPIE
HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN
VOICE DIALOGUE
BIODYNAMISCHE MASSAGE
REINCARNATIETHERAPIE
BIO-ENERGETICA
TRANSCENDENTE MEDITATIE

Terug naar Dagboekenoverzicht

 

 

 "REINCARNATIETHERAPIE
bij AD OTTEN, Therapiecentrum 'Klimop', Haarlem, 26-4-91.

Ik zei eerst dat ik geen specifieke problemen en symptomen had doch slechts mijn vorige levens te willen herinneren, maar omdat ik nu toch daar aanwezig was, dan toch maar wel aan de hand van negatieve punten en niet aan de hand van wat reeds positief functioneerde, zoals mijn uitmuntend brein. Ik hoefde ook weer niet in regressie om te ontdekken hoe ik daar aan gekomen was.

Daarom beschreef ik hoe uithollend en vernederend het leven mij beschaamde in mijn contacten met bepaalde vrouwen die niet voldoende verliefd op mij werden.

Tevens somde ik op hoe dikwijls ongevraagde luidsprekerproducten mijn oren verkrachtend binnendrongen en hoe bedrukt ik me te Amsterdam kon voelen wanneer ik aanzag hoe de stad volslibde met asociale allochtonen. Wat bleef er van mij over?

Terwijl ik de druk van de levensvernederingen lag te omschrijven zei Ad Otten steeds "Jaah!" op een toon of hij al eerder dan ik wist wat er speelde en alsof hij thans bevestigde dat het juist getroffen was.

Het klopte wat ik zei!

"Wat drukt je neer? Het allereerste antwoord dat in je opkomt! Jaah! Ja, dat is een heel goed antwoord: de arm van je vader! Probeer die houding maar aan te nemen, waarin je neergedrukt wordt! Hoe oud ben je?"

"Vier."

"Jah!"

Het probleem werd nu dat ik op mijn rug lag, en mij neergedrukt voelde in mijn nek, maar dat de therapeut zich dat niet voor kon stellen. "Terwijl je op je rug ligt? Kan dat?"

Hij vroeg door over vaders hand die mij bestraffend met mijn neus in de uitgebeten kring drukte, nadat ik een natte vaas plukbloemen op het dressoir had geplaatst.

"Een druk alsof je Atlas bent die de wereld draagt? Sta je dan nog overeind? Houd je dat vol? Hoe gaat dat voelen als je dat niet volhoudt?" "Ik bezwijk niet." "Maar hoe zou dat voelen als je wel zou bezwijken?" "Ik probeer het me voor te stellen."

"Mmm-mmm! Voel maar dat al je energie er op gericht is om dat NIET te laten gebeuren. Want dat is heel vernederend."

"Ja..."

"Jah!"

Hij wilde dat ik op mijn buik ging liggen om met zijn hand in mijn nek de druk te voelen. "In deze pose kan ik het niet meer terughalen. Mijn kwetsbaarheid trekt zich terug. Ik speel nu een uiterlijke rol." "Dan klopt er iets niet in mijn veronderstelling. Het zal wel aan mij liggen hoor."

Weer op mijn rug gelegen werd teruggegaan naar de vernederende situaties. Wat voel je dan? "Nou dan slaat het me koud om het hart." "Voel je je hart dan ook als koud?" "Nee."

"Maak maar eens contact met dat deel van je persoon dat zegt: ik mag er niet zijn. Maak maar es heel diep contact en zeg maar es hardop: ik mag er niet zijn."

Na enkele herhalingen op verzoek bleek dat ik het ingestudeerd opzei. "Hoe voelt het als je dat zo zegt?" "Het voelt niet. De sub die dat zo voelt laat het zeggen door een andere sub. Het wordt gedelegeerd. Ik zou bijna zeggen de sub die het zo voelt mag er niet zijn onder de last van de andere subs."

"Jah! Voel maar hoe die het gevoel heeft dat hij onderop ligt, hoe hij vernederd wordt. Voel maar wat je nou in je lichaam voelt! Allereerste woorden!"

"Ja het is bijna of er een samenzwering tegen hem is van de andere subs en dat hij daarom niet aan de bak kan komen." "Hoe voelt hij zich dan?" "Dat hem een streek is geflikt."

"Jah! En wat voor gevoel heb je daarbij?" "Dat het leven hem chanteert en dat hij wordt geflest."

"Hmm-hmm! We hebben hier de kern van je gevoel te pakken. Onderop liggen, uitwendige machten die iets met je aan het doen zijn... wat voelt je lichaam dan?" "Vind ik wel moeilijk." "Dan zijn we A op de verkeerde weg of B daar zit de pijn. Ik wil even terug naar dat moment er vlak voor. Ze hebben je een streek geflikt zodat die sub zich geen raad meer weet. Waar voel je de druk van die subs bovenop je?? Juist omdat het zo'n rotgevoel is is het van belang." "Ik voel geen druk meer. De andere subs zeggen tegen de onderliggende sub: lul, succesvol in regressie gaan dat kan je ook al niet."

"Hng-mmm."

"Ik geloof dat ik even naar het toilet toe ga."

Ad: "Het gevoel staat stil. Dat is het nare bij trauma's. Zullen we nog één keer proberen het te voelen? Wil je nog een keer op je buik plaatsnemen? Probeer tegendruk te geven."

"Ik kan er niet onderuit. Ik leef ermee." "Voel dat maar es helemaal." "Daar valt niks bij te voelen."

We constateren dat ik tenminste wel kan voelen hoe ik niets meer voel. Dat is dan tenminste wat. En dat ik het trauma zelf niet voel bewijst intussen mooi dat ik het gevoel tengevolge van het trauma inderdaad heb teruggetrokken!

"Je vader heeft je zo in zijn macht. Er gebeurt iets heel vernederends waar je sindsdien mee probeert te leven. Voel het in je lichaam. Probeer es voor één keer wel gevoel in je lichaam toe te laten."

"Voor één keer wel? Wat klinkt dat verwijtend!"

"Nee, je had het grootste gelijk van de wereld dat je je gevoel terugtrok. Probeer eens te voelen wat er gebeurde met je lichaam als gevolg waarvan je het noodzakelijk vond je gevoel weg te halen. Je vader was zelf gefrustreerd en heeft jou gepakt. Alleen de vraag is welke concrete vorm kreeg dat afreageren van hem."

"Ik begrijp het niet meteen meer helemaal zo goed."

"Je bent ook vier jaar oud!"

Ad Otten vroeg me wat ik de kwetsbaarste lichaamsdelen zou hebben gevonden als mijn vader me gepakt zou kunnen hebben. Geslachtsorganen natuurlijk.

"Voel eens dat je daar je gevoel terugtrekt. Kan je dat voelen? Voel es of dat afreageren van hem een sexueel karakter kreeg..."

"Nou dat dacht ik niet..."

"Dat dacht je niet. En je moet er om lachen ook?"

"Het is een beetje komiek. Ik beschouw mijn vader als een exponent van preutsheid."

"Als je vader je gepakt zou hebben en als hij het wel met sexuele organen zou hebben gedaan, hoe zou dat dan gevoeld kunnen hebben?"

"Ik heb als kind wel gedroomd dat ik in mijn kruis werd gepakt. Dat voelde heel desintegrerend. Niet speciaal door mijn vader. Maar zo zou het in het echt dan gevoeld moeten hebben. Ook had ik nachtmerries als kind waarin ik gekieteld werd. Dat had wel met hem te maken, omdat hij me 's avonds na het eten bij het stoeien kietelde. Maar daarbij had ik lol. Dat was zijn aardige pool. Maar hij had ook een boze kant met macht en driftige toorn."

"Hng-hng! En wat ik dus bedoel is dat hij in zo'n stemming van macht, intimidatie en drift... jou een keer heeft gepakt, waarbij jij het gevoel hebt gehad: wat blijft er van me over? Wat was daar aan de hand en is het mogelijk om daar bij te komen?"

"Ik denk het niet."

Otten: "Ik weet ook niet wat me mankeert hoor om er vandaag regelrecht op af te stevenen. Want in de eerste sessie komt het gevoel meestal niet meteen boven. Heb je het gevoel dat ik mijn overwicht als therapeut in deze situatie gebruikt heb om je ergens te krijgen waar je niet..."

"Nee hoor ik kon best wel anders maar omdat ik zo coöperatief ben schieten we snel ergens heen. Ik vond je incesthypothese wel de moeite waard om met je in die richting te zoeken."

"Je loopt nog steeds gekromd om je vader bij voorbaat tegemoet te komen en te zeggen: niet nog eens, ik geef me al bij voorbaat over. Maar als iets dergelijks gebeurd is waardoor je nu zo coöperatief bent is je medewerking dan niet afgedwongen? Dan moeten we uitkijken dat we het trauma niet overdoen."

"Jee, slim geredeneerd hoor, maar uh, nee ik doe vrijwillig mee en wat je over mijn vader zegt lijkt me wel mogelijk, ik kan er alleen helemaal niet in voelen dat het een sexueel karakter zou hebben gehad."

Otten beweerde dat we niet weten wat er gebeurd is maar wel dat ik me op vierjarige leeftijd had overgegeven. Maar dat ik misschien toch eerst had geprobeerd me te verzetten tegen de oppermachtige hand. Daarom moest ik dat verzet nu nog even voelen en ook de meest gebruikelijk reactie als je een kind zo neerdrukt. Ik snikte inderdaad een seconde, half spontaan, half schematisch.

Overeind gezeten dronken we thee na. Hij vroeg of ik teleurgesteld was. "Het was wat het was. Niet helemaal zonder verrassingen. Maar de meeste verbanden die er gelegd werden had ik ook wel eens bedacht. Dat was dat. Wat moet ik ermee?" Otten: "Eerst maar eens rustig laten bezinken."

Er moest, gelet op mijn verhaal en op wat er staat in de literatuur, wel ergens een ernstige vorm van misbruik hebben plaatsgehad met een sexueel karakter. Die hadden we nu niet kunnen bereiken maar we hadden er wel heel erg aan getrokken. Dat zou de komende weken door kunnen gaan werken en als ik meer ruimte gaf aan mijn emoties zoals huilen dan zou ook de pool van de traumatische gevoelens uit kunnen groeien.

Otten meent dat mijn trauma 'diffuus' is geworden in (symbolische) angsten waarmee ik de echte pijn omzeil.

Je kunt soms maar een paar seconden in de echte pijn komen en dan veranderen de 'brandpunten' in de ovaal. Een ovaal heeft immers twee brandpunten. Het ene brandpunt is de traumatische ervaring uit het verleden. Het andere brandpunt is je actuele bewustzijn.

Bij sommigen is het niet-actuele steeds zo sprekend als een Hollywoodfilm.

Maar bij mij is het actuele bewustzijn vreselijk groot, aldus Ad Otten.

Ik ben bij hem niet doorgegaan omdat ik het gevoel had dat hij te snel is met het aanreiken van conclusies.

 

INHOUD:
REBIRTHING/ADEMTHERAPIE
HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN
VOICE DIALOGUE
BIODYNAMISCHE MASSAGE
REINCARNATIETHERAPIE
BIO-ENERGETICA
TRANSCENDENTE MEDITATIE

Terug naar Dagboekenoverzicht

 

 BIO-ENERGETICA 
December 1994 alweer op Therapie-Boot 'Cornelia' Amsterdam-Noord.
Bio-Energetica Groep onder leiding van de psycholoog Hans van Dijl.


Het was een gymclub waarop ze je lichamelijke evenwicht probeerden te breken met afmattende exercities opdat er geblokkeerde emoties vrij zouden komen, maar die kwamen niet.


Dus vroeg ik het later aan mijn paragnost en die zei: "Ja inderdaad jij hebt een prima conditie. Je zelfcontrole en weerstand zijn zo goed in tact dat jij gewoon kon doorgaan om die Bio-Engergetica niet serieus te nemen."
"Máár máár máár!" bracht ik uit en in. "Ik heb alles opgevolgd. Alleen bij de lach-sessie klonk mijn lach zo hol, holler kon het niet."
"Kon je dan niet..." zei mijn paragnost, "gewoon lachen om de belachelijkheid?"
"Nee, helemaal niet!" wierp ik uit, "daar kon ik helemáál niet om lachen want dat is het euvel. Op therapie-groepen heb ik steeds emoties die niet op het programma staan. Want ik kon best lachen maar dan bij de oefening waarbij je werd afgeblafd door een liefdeloze ouder.

Daar hoorde je je juist afgewezen te voelen. Maar afgewezen voelde ik me pas goed toen ik Juul vroeg samen met mij de verwijl-in-elkaars-ogen oefening te doen. Ze schudde van neen en keek me aan of ik stront was. En ging daar tot de laatste avond mee door. Kijk dat zijn werkelijke levenssituaties. En die wekken echte gevoelens op."
Mijn paragnost vroeg of ik me eigenlijk niet woedend voelde.
Maar bij de boosheidssessies verliepen mijn gevoelens ook al niet volgens de dienstregeling. Ik verveelde mij. Natuurlijk hangt er boven zo'n therapiegroep een aureool: hier is het zó veilig, hier mag alles!


Maar ja. Waarom is een worp wildvreemde mensen waar je geen enkele band mee hebt meteen zo veilig? Je weet immers helemaal niet wat je aan elkaar hebt?

Ik was niet helemaal de enige deviant. Eén jongen week af in het voorstellingsrondje, toen ieder zijn/haar zwakte en "punt-om-aan-te-werken" aan de groep moest meedelen.
Dan volgde er telkens een litanie van zelfverwijt en zelfontkenning. Maar deze knaap deelde doodleuk mee dat hij zichzelf 'okee' vond en geen wijziging behoefde in hoe hij over zichzelf dacht.
Waarop Hans de therapeut met van ingehouden woede verkrampte stem riposteerde dat we dat voor dat moment moesten respecteren.
Deze hardnekkige therapie-resistentie heeft hij trouwens stug volgehouden en daar zelfs de sympathie van een dame aan overgehouden.

Mensen komen niet alleen voor zichzelf, maar zitten ook nog met trauma's en gereserveerdheden in hun maag. Zo vat ikzelf andermans wantrouwen bijvoorbeeld op als persoonlijke afwijzing. Nee, voor er veiligheid heerst moet er heel wat water door de Rijn vloeien. Of eigenlijk vind ik het stoerder om dit als piloot te zeggen: heel wat storm door de straalstroom heen.

De Bio-Energetica therapeut had als volgend chapiter een val-oefening ingepland. Je moest je, staande, zomaar naar achteren laten storten en daarbij roepen: "Laat me niet alleen!" Maar ik raakte mijn tekst kwijt want die kwam me zeldzaam kunstmatig en gekunsteld voor. Ik voèlde me niet alleen gelaten door twee van die sympathieke meiden die achter me stonden om me op te vangen. En Juul die de boze stiefmoeder speelde en mij omver duwde wekte een gevoel van compassie bij me op omdat zij in het echt een boze stiefvader had gehad & omdat ze er zo mee zat & toch ergens van binnen zacht gebleven was al straalt ze uit: sterf.

Ik bedacht dat ze een afwijzende kleuterjuf weergaf en begon: "Ik vind het vervélend wat je doet..."
Daar kwam de Energetica-therapeut Hans van Dijl al aangestapt wegens mijn foute tekst. Hij had een op zijn pikte getrapte uitdrukking omdat ik het levende bewijs was dat zijn methode het gewenste effect miste. Je moest volgens hem het gevoel krijgen dat men je liet vallen en dan een emotionele doorbraak krijgen van verlatingsangsverdriet. "En dat allemaal in een grotesk duw- en val-spel met leuke vrouwen!" riep ik tot de supervisor, die zich direct narrig verwijderde omdat we hier niet mochten gaan "delibereren".

Zo'n kwart eeuw geleden had ik nog niet door dat ik "in mijn kop" zat en toen begonnen anderen dat tegen me te zeggen (hadden ze geleerd op een sensitivity-club). Tegenwoordig baal ik ervan dat ik het zelf nog steeds herhaal. Zoals op de nabespreking. Omdat anders anderen het wel als eerste zeggen. Als jullie het nog niet doorhebben: ik zit g.v.d. onuitsprekelijk erg in mijn kop weet je niet!
"Als je niet doet wat ik aanraadt," vatte de therapeut samen, "dan voel ik me machteloos."
Thuis dacht ik: "Machteloos?? Wat doe je daar dan? Je kan er toch (nu komt het anglicisme) over delen?! Waarom ga je met dat gevoel niet aan de gang door het in de groep te gooien?! Dan kan je het delen! O nee: er óver delen."

Je hebt in dit soort groeigroepen steeds bepaalde typen. Het meisje dat tijdens het opwarmen zo vreselijk los en vergevorderd gaat dansen; die is al een stapje verder en dat wil ze weten ook. Maar waarom roept ze met die would-be bewegingen dan zoveel spot in me op? Ze geeft me zeker het gevoel dat ze ook ècht verder is, dan ik, en daarom veroordeel ik mijn gevoel dat ze zich aanstelde ook meteen. Dit alles in een enkele flits terwijl ik naar haar keek. Nou ja, we hebben allemaal onze tob-thema's en zij kennelijk hoe erg of dat ze wel of niet superieur mag zijn.

Ik persoonlijk ben het type van de welwillende sympathisant die wil werken aan zijn gevoel er niet te mogen zijn. Maar die te veel in zijn kop zit en zo toch ontaardt als sarcastische spelbreker en criticaster.

Dan heb je de echte groei-groep-genieters die alleen al stralen omdat ze... weet ik veel.
Dan dan is er het  zwaargewicht uit het bedrijfsleven die uit een hele hoge functie naar de aardingstraining is komen marcheren. Maar die al jaren aan het shoppen is en elke keer dezelfde woede-uitbarsting krijgt omdat er nooit wat opschiet.

Nou, Lief Dagboek, zoals Katrien Duck het uitdrukt, ik ga nog even een peperduur aftreksel drinken uit de wereld van mildheid en relaxatie.
Weet iemand soms waar de Vata-thee wèl betaalbaar is?

 

INHOUD:
REBIRTHING/ADEMTHERAPIE
HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN
VOICE DIALOGUE
BIODYNAMISCHE MASSAGE
REINCARNATIETHERAPIE
BIO-ENERGETICA
TRANSCENDENTE MEDITATIE

Terug naar Dagboekenoverzicht

 


 HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN 
 Truus Hartsink en André Schaap 

Hier een volledig rapport over mijn decennialange consulten bij André Schaap, na kennismaking tevens raadpleging van zijn collega Truus Hartsink, het jarenlang voor hen opbouwen van websites en tenslotte laf en schunnig worden uitgekotst toen ik Truus Hartsink niet kon doen inzien dat zij verslaafd werd aan een frauduleuze allochtone nep-webdesigner.

Op 3 maart 1989 bezoek ik voor het eerst de 'aura-lezer' André Schaap. Je kan hem beter definiëren als heldervoelende paragnost, want hij stemt zich in feite niet zozeer af op de aura maar meer op de uitstraling van het fijnstoffelijke of astrale lichaam. Impulsen uit het mentale lichaam (de geest) veroorzaken hierin wervelingen en trillingen welke het emotionele leven vormen. Het intermediair tussen het astrale en het grofstoffelijke (fysieke) lichaam, is het etherische lichaam. Hierdoor kunnen fricties uit de fijnere niveaus worden afgedrukt in het fysieke lichaam (symptomen). André Schaap acht symptoombestrijding zinloos zonder te kijken naar de toestand van bewustzijn en geest.

Je hoeft een heldervoelende niet eerst je verleden uiteen te zetten, zoals bij een psycholoog. Hij stemt zich op je af en verwoordt wat hij voelt. Niet jij hem, maar hij vertelt jou hoe het zit.

André Schaap begint:

"Jij hebt een sterke wil hè. Ik heb het gevoel dat jij gekomen bent, toen je incarneerde, met een sterke houding om je boven de dingen te stellen, iets verbetens ontstaan in vorige levens, omdat het eeuwen waren waarin je niet jezelf mocht zijn.

Jij maakt je een voorstelling over hoe een situatie moet verlopen en dat probeer je dan ook zo goed mogelijk te organiseren. Je zou een goede bestuurder kunnen zijn, want je houdt de hand er aan dat het ook gebeurt, maar als het anders gaat dan je verwacht dan ben je toch wel tamelijk star. Jij bent iemand die vreselijk veel MOET. Waarom voel je je eigenlijk zo verantwoordelijk? Identificeer je je met je werk? En als het mislukt dan wijs je jezelf af? Ja er is een sterke drang om iets te bereiken in de wereld, toch ook om iets te bewijzen over jezelf, dat je toch een waardevol mens bent, en als het niet gaat zoals je eist dan ben je weinig flexibel, dan geef je geen ruimte aan wat er wel is.

Zoals je met anderen omgaat ga je ook om met jezelf. Het vloeibare, dat van vrouwelijke aard is (een man heeft eigenlijk ook een vrouw in zich) en het kwetsbare in jezelf, krijgen niet de ruimte, vanwege een gevoel van onveiligheid. Je stelt je er boven met beheersing en controle, met een mannelijke energie.

Sexuele energie is vloeibaar en verbonden aan de rechter hersenhelft, waarin het gevoel, het meegaande, ook het kinderlijke zetelt. Sexuele energie komt uit het tweede centrum (chakra). Dat is bij jou niet helemaal geblokkeerd, maar toch zit het voor een deel vast.

Het stuitcentrum is het meest fundamenteel, en moet zorgen voor een basishouding. Jij hebt een enigszins zwakke grondhouding, omdat je niet de instelling hebt dat je er mag zijn zoals je bent. Je hebt niet de houding van ik ben die ik ben en verder zal ik wel zien. Je MOET iets in de wereld. Je denkt niet ik wacht wel af tot het voor mijn voeten komt en dan is het vroeg genoeg.

Je houding naar jezelf toe is heel voorwaardelijk. En zoals je jezelf te weinig ruimte biedt doe je dat ook naar anderen.

Jij denkt dat je iemand de ruimte geeft, en er is ook wel een zekere openheid, maar het heeft iets straks en ingekapselds. Er hoort een meer gesloten lichaamshouding bij. Daarbij houd je met je gedachten ook iets dominants en voorwaardelijks.

Je hebt ook wel warmte. Maar die is voorwaardelijk. Je kijkt eerst of iemand aan voorwaarden voldoet. Zo niet dan stel je je er boven, zij het niet met woorden maar dan toch in je gedachten."

Ik antwoordde dat ik mezelf heel vriendelijk en voorkomend vond, en ook authentiek, want er huisde volgens mij een heel aardig iemand in me.

Hij zei: "Ja dat is ook zo. Maar die vriendelijkheid is voorwaardelijk, omdat je je niet uit zoals je je werkelijk voelt, want zoals je je werkelijk voelt daar stel je je boven.
Toen je op aarde kwam was die neiging heel sterk, om je erboven te stellen, maar naarmate je je dit aspect nu steeds beter bewust wordt zal je het meer en meer los kunnen laten en je meer náást anderen stellen, omdat we allemaal alle fasen door moeten maken."

Over walkman's in de trein: "Toen je incarneerde heb je geopteerd voor een eeuw waarin walkman's voorkwamen."

Ik: "Nietwaar want de cassetterecorder verscheen pas op de Berlijnse Funkausstellung van 1961."

Hij: "Maar hij lag wel al op de plank. Ik vind het ook vervelend in de trein maar hoe ga je ermee om? Wat je er in stopt krijg je er uit. Als je op een briesende toon aangrijpt op iemand die egocentrisch zit te trippen op zijn harde muziek, dan krijg je een egocentrische reactie terug.

Wanneer je daarmee wacht tot je jezelf al half hebt opgevreten van ergernis dan denk ik dat die coupé al bol staat van een elektrisch veld, want gedachten zijn energie. Daardoor zet iemand zijn walkman juist harder. Zo trek je het aan, zeker weten. Jij draagt de neiging in je om je ergens met ego-energie boven te stellen, maar als je je zo ergert aan iemand die eigenlijk egocentrisch en asociaal bezig is, dan betekent dat ook de confrontatie met dat stuk van jezelf, waar je nog niet klaar mee bent.

Dat je het als iets negatiefs ervaart betekent niets anders dan dat het nog duister is, dus dat het licht van bewustzijn er nog niet bij is gekomen. Als je met egokrachten reageert zo van en nou zal jij stoppen met die walkman in de trein, dan roep je gelijksoortige egokrachten op. Je kunt er beter vanuit gaan dat iemand nog niet zo ver is, zonder neerbuigend te zijn, en reageren vanuit zielenkrachten, vanuit de rechter hersenhelft, vanuit het hart.

En als je dan gevraagd hebt, vooral met liefde, zou je het erg vinden om het iets zachter te zetten, en iemand weigert, dan moet je de kleinste durven zijn en naar een andere coupé gaan, zonder te gaan schelden, want die ander is net als jij een wezen in evolutie. Jij hebt het recht kenbaar te maken wat je vervelend vindt, maar je hoeft die ander niet te gaan verbouwen, want dat moet hij zelf doen."

Ik antwoordde de heldervoelende van mening te zijn dat middels repressie grenzen gesteld dienden te worden aan asociaal gedrag in plaats van dit via oneigenlijke tolerantie voor zogenaamde ontoerekeningsvatbaarheid juist in de hand te gaan werken, en dat ik NS daarom schriftelijk had verzocht 'geen walkman' coupé's te creëren.

Volgens André: "Het is voor jou van wezenlijk belang ruimte te bieden aan het kleine in je, klein te mogen zijn met liefde voor jezelf in plaats van boven jezelf te gaan staan. Ook met je vriendin moet je je zoveel mogelijk uitspreken als je je zwak of klein voelt, met liefde voor jezelf, en met de liefde die je haar op dat moment kunt geven. Want als je je niet meer boven jezelf stelt kan er stromen wat er is en wordt het tweede chakra verlevendigt in plaats van bekneld.

Er is ook veel boosheid in je. Boosheid zet zich vast in de linker hersenhelft, al hoort het verdriet dat er achter zit in de rechter. Boosheid wil zich afreageren, terwijl de pijn van het verdriet moet worden gevoeld om ervan bevrijd te worden.
Je hebt ook warmte."

Ik: "O toch wel?"

Hij: "En wanneer je het niet hebt kun je jezelf dat vergeven. Er staat druk op je beide ogen. Op het linkeroog meer dan op het rechter, maar op het rechter staat ook druk. Dat is verbonden met de denkkracht van de linker hersenhelft. Er gaat een egogerichte energie vanuit naar de omgeving met iets dwingends, alsof er een kefferig hondje achter zit.

De vrouwelijke zielsenergie treedt bij het linker oog niet zozeer naar buiten maar keert zich meer naar binnen en wordt daar als het ware ingekapseld.

De ogen zijn de spiegels der ziel maar de kracht van de ziel krijgt niet de ruimte, blijft in een bepaalde beslotenheid, kan niet stromen. De ogen zijn ook verbonden met de nieren, met vloeibaarheid, water en met het onderscheiden van water en vergift en de nieren krijgen weer energie van het tweede chakra."

Hij vraagt of ik wel eens gedacht heb aan regressie-therapie. Ik antwoord dat mijn reïncarnatietherapie-avontuur via Pieter Langendijk, is geëindigd bij diens vrouw, Agnes van Enkhuizen, die vond dat ik mijn lichaam bestuurde als een automobilist die op het dak zit. André zegt dat hij dat bedoelde toen hij zei dat ik er boven ga staan.

Uit onveiligheid is bij mij het denken een eigen leven gaan leiden, terwijl dit het instrument hoort te zijn dat gevoed wordt vanuit de ziel, aldus de heldervoelende.

Over mijn ontelbare schreeuwsessies bij de rebirther Hans Jansen, stelt Schaap dat ik daar eerder in een weerstand zat dan in de doorbraak van een overgave.

Nadien bezoek ik de paragnost André Schaap om de twee weken en neem steeds sessies van twee uren. Ik ben juist uitgetreden uit mijn laatste baan met de verwachting nooit meer in het arbeidsproces terug te keren, dus heb ik geld genoeg terwijl de paranormale waarzegger er op zijn beurt geen tarief op nahoudt. Er staat alleen een geldpotje, maar hij controleert niet wat ik daar in stop. Ik plaats mezelf op een uurtarief van 25,= gulden.
Na maanden worden mijn bezoeken minder frequent, maar niet minder intensief, omdat het me fascineert dat hij door ruimte en tijd heen kennis op kan leveren omtrent alles wat er ooit in mijn leven plaatsgreep, en dit bovendien gerelateerd aan levens daarvoor.
André Schaap hanteert dan ook het levensbeeld van incarnatie en zonodig reïncarneren vanuit een spirituele wereld, of hoe het ook heet. Hij meent het voorlaatste leven op aarde met zekerheid te kunnen duiden, voelen veeleer dan zien. Over zijn helderziendheid vertoont hij geen pretenties, maar wat hij voelt heeft voor hem de stelligheid als van het voelen met je vinger aan de tafelrand.

Ik heb op dat moment al tien liefdesrelaties gehad, afgezien van eenzijdige en onbeantwoorde passies, maar al die verhoudingen kan ik nu ongelimiteerd doorspreken. Waar ik nooit over heb kunnen praten, met iemand die erbij geweest was, dat kan ik nu wenden en keren met hem. Hij stemt zich af en daarna is hij op de hoogte. Zijn vertolkingen en antwoorden zijn voor mij zo significant dat ik hem voor mezelf aanmerk als een betrouwbare bron.

Alle gesprekken leg ik vast op audio-cassettebandjes, niet alleen omdat het terugluisteren nog nieuwe gezichtspunten opent, maar ook omdat het dermate essentieel en gedetailleerd aanvoelt dat het in mijn geheugen op termijn ongetwijfeld verloren gaat aan de vergetelheid.
Dat gaat zo door tot in de 21e eeuw en mijn laatste consult is nummer 82 in 2007.

Ook mijn geliefden  sleep ik mee naar de man en ik heb nog nooit iemand meegemaakt die een sessie bij deze Schaap vervelend vond; iedereen vindt hem aangenaam.
Er vindt vanuit een natuurwet altijd een energie-uitwisseling plaats tussen schepsels. Daarbij neemt het meest ontspannen individu spanning op van de meer gespannene. En omdat Schaap heel ontspannen is, beroepshalve stress afvoert, komt iedereen verkwikt zijn spreekkamer uit. Hij beschikt zelf over een fabelachtig uithoudingsvermogen, maar valt na een dag spanningen bespreken met klanten toch doodmakkelijk in slaap.
Soms lever ik een vriendin af met de woorden: "Zo ik ga eens op mijn gemak beluisteren wat jullie te bespreken hebben." Waarop ik vervolgens de consultruimte wordt uitgewerkt, naroepende: "Ik ga naar het kerkje om te bidden voor jullie ziel." Een uur later haal ik de vriendin dan weer op.
Anderen stellen juist als voorwaarde dat ik erbij blijf, omdat ze hocus pocus verwachten, of gewoon om over een technicus te beschikken die het gesprek vastlegt op casssette-tapes, of later digitaal.

Hoewel ik jaar in jaar uit op mijn eigen sessies alles kon vragen wat los en vast zat raakte mijn honger naar antwoorden nooit gestild. 

TRUUS HARTSINK
In de loop der tijd maakte ik kennis met een collega van Schaap, ene Truus Hartsink, die aanvankelijk bij hem in de leer was. Op zulke sessies had ik twee paragnosten tegelijk van wie de heldervoelendheid synchroon liep als twee handen op één buik.
In de individuele consulten die ik later belegde bij haar, merkte ik dat zij een iets kortere afstemtijd nodig had dan André S. Haar vermogen om het aangevoelde te verbaliseren was vergelijkbaar fijnbesnaard. Zij was bijvoorbeeld instaat om zonder enige informatie vooraf, slechts aan de hand van voor- en achternaam, het beloop van een relatie opvallend herkenbaar te beschrijven. Haar karakteristieke en specifieke typeringen overtuigden voor mijn besef dat er zonder twijfel sprake moest zijn van buitenzintuiglijke waarneming. Daarom kon ik de specialiteit van de twee collega's serieus nemen: kunnende aanvoelen welke parasieten, bacteriën en andere ziektekiemen je dwars zitten alsmede aanvoelen welke mineralen en vitaminen uit balans zijn.
Nog steeds zou ik bovengenoemde twee paragnosten aanbevelen voor wat betreft hun beroepsmatige kwaliteiten.

Ze hadden nog een derde in de leer: Sunil Persad, een hindoestaan uit Suriname. Die vervaardigde voor hen koperen draadjes en ingestraald water. Als André Schaap en Truus Hartsink de aanwezigheid van schadelijke micro-organismes aanvoelden bij hun cliënten, dan gebruikten ze dit materiaal om het bij zo iemand te bestrijden. De draadjes en het water zouden een vibratie dragen met een trillingsgetal, vernietigend voor de ziektekiemen.

In de 21e eeuw ontdekte André Schaap dat ik me heel stellig voelde als hij mij vragen stelde over web-design. Hij begon namelijk het nut van een website in te zien. Weliswaar was hij digibeet met een hekel aan computers, maar hij voelde helder mijn gedecideerde gemoed aan op dat gebied. Dit vormde voor hem alle reden om me in te schakelen als zijn website-ontwerper.
Ik schiep een drielingwebsite: ogenschijnlijk drie onafhankelijke sites voor alle drie de paragnosten, waarop bepaalde pagina's doelmatig werden gedeeld zonder dat de bezoeker daar iets van merkte; zo hoefde ik wijzigingen niet drie keer aan te brengen.

Na vijf jaar werd er een toepassing verlangd waar ik geen ervaring mee had. Niet dat ik het erg vond als iemand het helemaal van me overnam; ik heb zelfs gratis een lange gebruiksaanwijzing geleverd voor een opvolger.
Sharied Soebratie of Sharied Soebatrie, beroepsflessentrekker en afblufhaantje. Maar buiten me om nam Truus Hartsink iemand in de arm met wie ik moest gaan samenwerken, en die naar spoedig bleek, was te betitelen was als een charlatan, sjacheraar en oplichter.
Het lukte me niet dit aan Truus H. haar verstand te brengen, noch telefonisch, noch schriftelijk. Blijkbaar was zij idolaat op hem.
Een volgens de heldervoelende Truus enorm integere meneer Ricardo, garandeerde de levering van website-aanvullingen door een ander, ene Sharied Soebratie; deze Soebatrie was de flessentrekker in kwestie, uitblinkend in onbetrouwbaarheid en onkunde achter een façade van snelle zakenjongen. Zijn naam doet denken aan het gewoontegetrouw liegen van jihadisten ten behoeve van vestiging der Sharia.
Van 2009 op 2010 is Truus Hartsink de heldere focus die ze in haar beroepsrol aanlegt, kwijtgeraakt als gevolg van een verblinding voor deze twee verfijnd ogende allochtonen.
Doordat Truus H. uit haar focus was wist ze vanaf het begin niet wat zij deed toen ze zich buiten mij, haar webbeheerder om, door hen liet ringeloren.
De handlanger Soebatrie deed zich voor met een gestolen internetbedrijfsnaam en webinhoud, spoedig wegens concurrentiebeding weer op te heffen.


Kilometertellerterugdraaier Sharied Soebatrie

Sharied Soebatrie, woonachtig te Almere, was feitelijk taxi-chauffeur. Op internet bleek hij berucht te zijn als geldklopper. Toen ik Truus erop wees dat hij voorheen ook gespecialiseerd was in het terugdraaien van kilometertellers voor de auto-verkoop, ontvlamde Truus in ethisch-spirituele verontwaardiging en/of boeddhistische hoogmoraliteit omtrent leven zonder oordeel en/of het hoofd door deze praatjesmaker op hol gebracht zijnde.
Soebatrie of Soebratie (dat wisselt) bedroog daarbij tevens een echte webontwerper die door hem was ingeschakeld, maar niet betaald, hoewel hij van de drie paragnosten vooraf zonder iets op te leveren duizenden euro's incasseerde. In tegenstelling tot zijn praktijken waren deze gelden niet vals.
Halverwege de lopende zaken heeft deze onfrisse oogappel van Truus H. ook niet meer normaal met de door hem misleide webdesigner gecommuniceerd, die daardoor niet meer wist hoe hij verder moest, schreef hij me later. Niet dat Soebat me ooit diens telefoonnummer wou geven als ik met technische vragen zat; ik moest hem zelf opsporen. Waarmee dus gezegd is dat ik in de samenwerking niet over een normale vraagbeantwoording beschikte, aangezien Soebatro zelf geen kennis van zaken bezat en alleen korte uitvluchten intoetste op een mobiel mailtoestelletje.
Dus laat staan dat de nieuwe functies waar alles om begon er ooit kwamen.
Daarover kon immers niet normaal worden gecommuniceerd met de nep-webontwerper.
Alle alarmsignalen die ik aan Truus Hartsink voorhield nam ze mij kwalijk vanwege een bij haar ontsproten zeer korte lont.
Aan André Schaap had ik inmiddels ook niets want tegenover dit door hen duur betaalde project stond hij vrijwel onverschillig. Heldervoelend gezien was Soebatrie zogenaamd zielig omdat hij innerlijk onzeker was, begreep ik van Schaap. Mijn mail over frauduleus gedrag van S. werd kennelijk niet gelezen, laat staan beantwoord, overigens wel uitgelachen.

Bevreemd hoorde ik in mijn hoofd een uitspraak die hij meer dan 20 jaar geleden tegen mij deed: "Je zou een goede bestuurder kunnen zijn, want je houdt de hand er aan dat het ook gebeurt."
Wat ik zelf nodig had was onvoorwaardelijke loyaliteit op mijn steeds scherpere waarschuwingen over het mislopen van de onderneming en over het financieel en moreel en psychologisch genaaid worden door Soebatrie, vanwege Truus Hartsink haar fout gerichte loyaliteit.
Truus H. vertoonde de achteloze houding van iemand die zich inbeeldt als heilige tegen elk onheil immuun te zijn. Iemand die meent met visualisaties haar lot te kunnen regisseren gezien haar hoge bewustzijn.

Dat waren nu de paragnosten die vanaf zo'n diep niveau de ziel konden peilen. Tegen alle gezond verstand in hield Truus H. haar benjaminnen (de flessentrekker en zijn mentor) in bescherming, laat staan dat ze ooit heeft geheldervoeld of de samenwerking vruchtbaar kon zijn.

Omdat Truus Hartsink niet tegen haar verlies, haar ongelijk en haar feilbaarheid kan, en uit angst haar te ontrieven hebben de twee paranormale collega's haar zonder aarzelen in haar onkunde gevolgd. Sunil Persad noemde Truus Hartsink zelfs "de generaal".
Met het gezag van waarzeggers hebben ze op haar bevel met zijn drietjes op afstand zitten voelen hoe gefrustreerd ik was. Want omdat er door Truus Hartsink een kleine nutteloze prins werd geadoreerd was ik ineens impopulair als een profeet in eigen land.
Je komt altijd iemand tegen die je leert hoe stom je bent.Jaren lang had ik met hart en ziel hun web opgebouwd, hun kromme zinnen rechtgetrokken, hun spelfouten uitgekamd, voor een idealistisch vriendenprijsje (10,= euro per uur, zelf vragen ze 70,=).
Uit adoratie voor hun pioniersgeest.
Maar thans werd me door Schaap in newage-vaktermen toegemaild dat ik wel een scherp verstand had maar dat mijn hartbewustzijn te wensen over liet.
Een geschifte en schunnige behandeling.
Orakelen over het "hart" is het zwaktebod van spirituelen die hun gelijk proberen af te dwingen door je onderuit te halen. "Hart" is hun politiek correcte scheldwoord. "Hart" is in newage-land het bewijs dat je een mens bent. Een harteloos geacht iemand moet bij hen in therapie zoals een gerichtsrijpe zondaar bij de kerk moet komen biechten.

Kak-madam Truus Hart-sink gebruikte de heldervoelende André Schaap als een soort dweil. Hij moest in miezerig rechtschapen termen laten weten: "Truus vindt het helemaal genoeg, ze wil geen verdere communicatie met je aangaan, ze heeft geen zin meer in je vernederende opmerkingen."
Als ze een cursus geven in "geweldloze communicatie", dacht ik, waarom is Truus Hart-sink dan nu meteen haar tong verloren? Vernederende opmerkingen? Hoe vaak heb ik ze niet triomfaal horen betrappen: "Ooh, een ego-kwetsing." Want bij een halfverlichte adeptus minor staat "het ego" standaard in een kwade reuk. Hoe verlichter je je voordoet, hoe erger je in wonderen gelooft, des te hartstochtelijker verketter je "het ego". Dus alsof je daarzonder kunt op aarde, aangezien "God" dan linea recta door jou heen handelt. En nu was dit ego bij Truus H. zo gekrenkt geworden dat haar lakei André Schaap dat moest gaan melden aan ondergetekende. Wat een groot kwetsbaar ego en wat een klein hart. Wat zou er uit balans zijn in haar vitaminen en mineralen als spiegels van haar ziel?

Lullig, maar hoe ontstemd de paragnosten ook waren, het was de "keuze van hun ziel", vinden ze zelf altijd. Dat heb ik zo vaak te horen gekregen: o ja heb je daar last van en vind je dat erg, ja maar daar heeft jouw ziel bij je incarnatie voor geopteerd!
Alleen nu ze zelf ontriefd waren hadden ze er niks meer mee te maken dat hun ziel ervoor had "geopteerd". Mooie belerende teksten naar cliënten, en zelf behept met goddelijk lange tenen.
Practise what you preach.

LOYALITEIT EN KARAKTERMOORD
De mededeling van André Schaap, als his master's voice van Truus Hartsink, dat ik geen hart voor de zaak heb, beschouw ik als karaktermoord op mij.
Toch heb ik begrip: het zal een beroepsdeformatie zijn als je dagelijks iedereen de waarheid zegt, dat je meent op alle terrein onfeilbaar en alwetend te zijn.
De Surinaamse ingebeelde swami en straatvechter Sunil Persad uit Amsterdam werd door Truus Hartsink ingeschakeld als aporteerhond. Of hij deed het op eigen initiatief. Ik kon daar immers met Truus H. niet meer over communiceren, daar volgens haar al mijn mail direct in haar spambox verdween, inclusief mijn advies om Persad op haar cursus "geweldloze communicatie" te plaatsen. Volgens Sunil P. zou ik Truus H. hebben bedreigd. In elk geval schreef Persad zonder aarzelen een fysieke bedreiging aan mij terug, verwijzend naar zijn zwaardere lichaam, ingebed in een oeverloos belerende zedenpreek. De verwijzing naar zijn zwaargewicht was wel realistisch. Daarom vroeg ik me ook af met welk wapen we moesten duelleren: dolk, pistool, gehaktmolen of zuurstofmasker. Onfortuinlijkerwijze leed de man namelijk aan onberekenbare kortademigheid.
Als ik trouwens ooit iemand heb zien egotrippen is het wel de eigendunk van deze hindoestaan over zijn egoloosheid en zijn ingestraalde lichtwater. Elke week belegt hij een ceremonie met beelden, bloemen, Indiase rinkelbellen en vedische zangen (de "Rudram-ceremonie"), waarbij mineraalwater uit de supermarkt langs een kanaal van symbolische en zogenaamd vibrerende objecten wordt gegoten. Opgevangen in emmers en terug in de plastic flessen levert zijn huislaboratorium dusdoende "lichtwater" af. Ik heb deze sessies acht keer bijgewoond en geholpen met het overgieten van emmers water, dat na afloop gedeeltelijk bij hem voor de deur over straat moest worden gespat teneinde de hele buurt in een hoger trillingsgetal te brengen. Zelfs namen ze het mee op buitenlandse reizen om locaties te besprenkelen die volgens hen zwart en negatief zouden zijn gemaakt door het verguisde genootschap der Vrijmetselaars. Teruggekomen op de behekste locatie constateerden de paragnosten dan dat het lichtwater de vloek had afgebroken. Maar omdat zij alleen zelf degenen waren die dat vonden, vroeg ik me af of zij op die plaatsen alleen hun eigen negativiteit projecteerden en of zij zichzelf soms behandelden met dat lichtwater.
In elk geval, alle flessen van dat spul ten spijt reageerden deze drie wonderdoeners naar mij zo goor als het riool.
Wat me speciaal bevreemdde was, als Vrijmetselaars in obelisken en eeuwenoude muren hun vloeken hadden ingeschreven, en als je dat met Rudram-water kon wegsprenkelen, waarom ik dan in de mail van Sunil Persad las: "Je bent niet meer welkom op de sessie van Rudram!!!!!!!!! Verder wens ik geen contact met een persoon die vol zit met haat, wrok, boosheid, bedreigingen naar anderen toe. Op de Rudram-ceremonie horen alleen gelijkgestemden en niet een dwarsligger, die constant bezig is de ander te overtroeven. Je hart wordt een poel van verderf."
Caramba, dat had dan toch juist prachtig behandeld kunnen worden met de Rudram-ceremonie dus waarom degene die het hard nodig heeft daarvan juist weggejaagd?
Noch deze vraag, noch wat de man in hemelsnaam allemaal bedoelde, werd per omgaande nog beantwoord, want dat viel blijkbaar buiten zijn paranormale vermogens.

Het is wat, je pepert als waarzeggers de hele dag mensen datgene in waar jij bewuster zicht op hebt dan zijzelf, maar dan word je onaangenaam verrast door je eigen feilen en falen, door iemand die jou de waarheid zegt.

André Schaap en Sunil Persad verslaafd aan Truus Hartsink.


De verslavingsketen was voor mij zonneklaar: Truus H. was verslaafd aan de twee bruine heren Riccardo en Sharied, André Schaap en Sunil Persad waren verslaafd aan Truus Hartsink, met een soort moedercomplex.
De drie schoten midden onder het concert zomaar hun 'pianist' dood en toen was hun webonderhoud voorlopig onmogelijk. Ze hadden duizenden euro's betaald aan een bruine jongen in flitsend maatpak die Truus H. behaagde met religieus aandoende tekstjes. Zo breng je Truus H. haar hoofd op hol. Wat de waarzeggers voor al hun geld terugkregen was alleen het kwijtraken van hun webbeheerder. Tja, karma. Daar hebben deze paranormalen voor geopteerd omdat je hier op aarde iets moet leren.
Wat te doen? Geheel in stijl zou zijn met zijn drietjes healingen versturen naar hun ex-webbeheerder. Uuuh uuuh uuh ze doen hun best met hun vergrote hart en zegendende open handen. Uuuh uuuh tjonge wat een liefdesradiatie komt er door de ether. Met zijn drietjes. Uuuh uuuh de afstandshealing doet het niet, uuuh uuh, het komt niet aan doordat de ex-webbeheerder geen hart heeft, dat is nou pech.

Truus H. liet ooit een pagina plaatsen op de drieling-site over het tonen van een zegenende, vergevende open hand tegenover het opsteken van je middelvinger (voor het laatste gebruikte ik een beeldje van Frits Lindeman).
Ze schreven de lezer: wie of wat denk jij te zijn als je leert alle negatieve emoties los te laten?! Wil je het echt weten, ga dan je weg en bericht ons over je ervaring. Als je je eigen imperfectie vergeeft dan ben je bereid tot geweldloze communicatie.

Het stuk voelde voor mij aan alsof ze haar imperfecte cliënten met hun snufferd het liefst door alle hoeken van haar kamer heen zou raggen. Maar die scheld- en schoppartij om de ware leer erin te stampen hoefde ik alleen maar op rare zinnen te corrigeren. Inhoudelijk was het niet van mij.
Na mijn eigen ervaringen met Truus Hartsink zag ik evenwel wat voor gevelwerk en schone schijn er in die tekst werd opgehouden. Want geen neteliger opgestoken middelvinger en oorlogsverklaring overtreft weigering van Truus H. om nog met mij te doen aan "geweldloze communicatie". Preken zonder praktiseren dus.
Dat was dan de boeddhiste Truus Hartsink die zogenaamd leeft "zonder oordeel" (al is het haar beroep om micro-beestje te veroordelen die op de verkeerde plaats leven in het menselijk lijf).
Ze hield ook bij hoog en laag vol als een heilige dat zij nooit ongelukkig kon zijn, en dat alles wat er op aarde gebeurt vanuit gene zijde gezien alleen maar een "een toneelstukje" is.
Er was bij haar klaarblijkelijk weinig nodig om dat gelukkige toneelstukje te veranderen in een ergerlijke komedie gevolgd door een oorlogsverklaring (die ik aanneem).
Volgens mij was André Schaap eigenlijk warmer en wijzer dan zij, maar ook laffer. Zomaar afgewezen worden door wie ik langdurig loyaal ben geweest traumatiseert mij.
Zou ze hem ook opdragen wat hij moet stemmen? En gehoorzaamt hij in het stemhok dan als haar nakakel-papegaai?
Het drietal staat bij mij nu in mijn vitrine der vervlogen dromen.
En vervlogen is er dit: hun geloofwaardigheid.
Wim Heins

 

INHOUD:
REBIRTHING/ADEMTHERAPIE
HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN
VOICE DIALOGUE
BIODYNAMISCHE MASSAGE
REINCARNATIETHERAPIE
BIO-ENERGETICA
TRANSCENDENTE MEDITATIE

Terug naar Dagboekenoverzicht

 

 

 VOICE DIALOGUE 


14-9-1989
MET TWEE ANDERE VROUWEN

Dona begeleidt de sessie (dat heet hier 'faciliteren') en ondervraagt een sub-persoon in mij die ze noemt: mijn beschermer/controleur.

Na afloop zeg ik: "Dat was mijn paradepaardje."
Ze vraagt me te gaan in degene die dat zei. Ik ga op de stoel zitten van die sub-persoon (letterlijk een andere kruk). Het blijkt een beschouwende figuur te zijn die liefst creatief verwoordt wat hij waarneemt en daar trots op is. Hij was er reeds als kind en vervulde functies sinds Wim's 17e bij zelfbeschouwing en ook voor de schrijver in Wim.


VOICE DIALOGUE-11 MET COBIE BOONSTRA
14-12-1989
BEULEN VERSUS INDIVIDU

Onze persoonlijkheid herbergt meerdere deelpersoonlijkheden. Deze sub-persoonlijkheden helpen je functioneren in de wereld, maar kunnen dit eveneens tegenwerken, bijvoorbeeld als zij doorgaan met iets wat niet meer nodig is. Bij Voice Dialogue vraagt degene die 'faciliteert' deze subpersoonlijkheden apart te spreken. De faciliterende therapeute heet hier Cobie Boonstra.

Ik had gedroomd een martelkamer binnengebracht te worden. Ik nam plaats op een tandarts-achtige bankstoel, olijfgroen. De beul had al een beangstigend ijzer in handen.

Cobie wilde allereerst naar de bijfiguren uit de droom, zoals de beul.

Ik voelde in het begin een grijns omdat ik in een figuur kwam wiens tekst ik kende maar me afvroeg of het toneelspelen was.

Deze sub-persoon van mij antwoordde tot Cobie:

"Beulsknecht? Dat is wel een middeleeuws woord. Ik ben cipier. Nee of Wim nog gepraat heeft weet ik niet. Of hij het verdiend heeft ook niet, dat maakt de rechter maar uit. Hij zal hier wel niet voor niks binnenkomen. Het is zo'n linkse dichter die het te hoog in zijn bol heeft. Nee we hoefden niet veel aan hem te doen."

De beul, massief en kaalhoofdig, vervolgde:
"Wat me zo tegen valt van dit slag is dat ze buiten de gevangenis zo'n bek hebben en stront proberen te veroorzaken maar als ze hier zitten beven ze als een juffershond. Lafhartig. Maar als ze aan de tand gevoeld worden is dat waar ze zelf voor kiezen. Ze hoeven toch niet. Maar als ze hier nog doorgaan met zwijgen en zieken dan moeten wij wel.
Ik zeg altijd: wat zou u doen als u bij u thuis een inbreker greep en twee anderen glipten nog net weg. Laat u die ene dan ook lopen of dwingt u hem de adressen van de anderen te noemen.
Ikzelf bang voor pijn? Nee, als ik ergens voor sta dan denk ik daar door pijn niet opeens anders over. Zulk slag als Wim moet niet vergeten dat dit gedrag alleen maar mogelijk is dankzij de staat die ze omver willen werpen. Ik zeg altijd: doe gewoon! Je maakt deel uit van het lichaam van staat. Een orgaan van een lichaam gaat ook niet opeens zijn eigen weg. Als je je teweer stelt tegen je natuurlijk taak dan heb ik daar maar één woord voor: kanker. O ja hoor, Wim heeft de vragen beantwoord en we trekken dat na. Op grond daarvan voelen we hem weer aan de tand of hij krijgt gewoon zijn straf."

Toen ik in de rol van beul dit alles had uitgesproken, maakten mijn vierkante kaken, lage stem en eenvoudiger taal, plaats voor een meer timide figuur.

Want op verzoek van Cobie ging ik nu in de sub-persoon die in de droom de rol had van gevangene. Die zei:

"Nou ik vind ze een beetje dommig. Met al te weinig respect voor iemands individualiteit om nog sympathie te kunnen opbrengen voor de eventuele constructieve bedoelingen. Maar ik veroorzaak geen schade. Ik wil alleen maar de gelegenheid hebben om mijn eigen creativiteit en fantasie te verkennen. Ik wil talenten tot bloei brengen in kunst en wetenschap. Maar dat is verboden.

Nee ik ga me als ik gemarteld word niet verzetten. Als mijn doelstelling is om meer mezelf te kunnen zijn dan ga ik me echt niet laten verminken. Ja Wim leeft in een uiterlijke wereld waar hij volkomen zijn eigen weg kan gaan. Maar ik denk dat hij innerlijk meer gevoed zou worden als ik die vrijheid ook had. Misschien dat ik ook wel in de droom ben gekomen omdat Wim innerlijk wat meer ruimte begint te krijgen. Ik was vreselijk bang voor de staatsbeul, machteloos. Het is een genadeloos systeem. Ze behandelen je als een niet-mens. Als een paria. Onverbiddelijk. Daar ben je heel alleen bij. Ik zou niet weten hoe je dat systeem moet veranderen. Ze luisteren niet en ze hebben belang bij hun baantje. Ja Wim kent mij wel. Hij heeft wel affiniteit met de wereld waarin ik leef. Een nachtmerrie. Ja het is een systeem waar nog iemand achter zit. Vadertje Staat. Een geest van onverbiddelijk gelijk. Zonder hoop. Als ik denk aan de geestelijke vader daarvan dan krijg ik het gevoel dat ik me daar te allen tijde aan zal willen onttrekken."

Ik voelde nu wat beginnende verontwaardiging. Cobie wou er nu mee stoppen.

"Ja nou bedankt," zei de sub-persoon nog, "meer dan mij aanhoren kan jij ook niet onder de omstandigheden."

Cobie en Marita vonden het erg goed geslaagd. Cobie was er 100% van overtuigd dat het echte subs waren die ik had uitgebeeld.

 

INHOUD:
REBIRTHING/ADEMTHERAPIE
HELDERVOELENDE PARAGNOSTEN
VOICE DIALOGUE
BIODYNAMISCHE MASSAGE
REINCARNATIETHERAPIE
BIO-ENERGETICA
TRANSCENDENTE MEDITATIE

Terug naar Dagboekenoverzicht