ONDERDEEL VAN DE KIJKAAN.NL SERVICEPAGINA's
Terug naar Gele Wagen Dagboek
Naar Dagboekenoverzicht
Naar Verhalenoverzicht

 Uit het Personeelspamflet van 
 Stichting DE GELE WAGEN 

Naar "Hebben Mannen Hulp Nodig" (Wim Heins)
Naar "Methadon als Navelstreng naar de Realiteit"
(MariŽtte Kester)
Naar "Zelf een Vrouw"
(Marga Kuiper)
Naar Column door Thomas (Thomas Bomas)
Naar Politiek Commentaar (Marco van de Mensa)
Naar "Winti in de Drugshulpverlening"
(Frieda Tol)

 



 HEBBEN MANNEN 
 HULP NODIG? 

Artikel uit "Onder de Klaproos"
Personeelsblad van Stichting DE GELE WAGEN
November 1987
door Wim Heins

JA, bijvoorbeeld als een man 'achterloopt' bij zijn vrouw: ze ontwikkelt zich van hem vandaan. Op zoek naar wie ze is en wat ze wil stelt ze alles ter discussie. Hij blijft zitten waar hij zit maar voelt zich ook niet goed. Zijn vrouw is het trekken aan hem moe. Als hij daarentegen in een 'manvriendelijke' praatgroep wat verder wil komen krijgen ze allebei lucht.
In gangbare partnerrelatiegesprekken laat een vrouw zich veel makkelijker over het probleem uit dan een echte man, want die heeft geleerd afstandelijk stoer te doen en zich verantwoordelijk te voelen voor succes.
Dus vrouwen trekken al snel de aandacht van de hulpverlener, die daarbij de neiging heeft partij voor haar te kiezen, vooral wanneer er geweld in het spel is van de kant van de man. Een man geraakt daarbij in een zeer negatief geladen spanningsveld en voelt zich afgewezen en bedreigd op alle fronten. Hij heeft dann meer baat bij speciaal op echte mannen afgestemde hulp.
Op 30-10-1987 in het KNVB-vergadercentrum te Zeist werd hierover geconfereerd door 200 mannen en 30 vrouwen. Welzijnswerkers stuk voor stuk individueel op zoek naar inzicht en inspiratie voor wat als aparte stroming van de grond komt: hulp die mannen niet het gevoel geeft dat ze opnieuw moeten worden gebouwd maar wel de veiligheid biedt tot het overwegen van andere keuzes.
De dag was het werk van de twee jaar oude Stichting Ondersteuning Mannenwerk (SOMAN, Utrecht), die activiteiten en cursussen opzet voor eerste en tweedelijns hulpverleners, teams en instellingen die zich willen bezighouden met specifieke problemen van mannen en houdings-aspecten bij mannelijke therapeuten (die zien onwillekeurig de klant ook te veel als een echte vent, wat hem juist dwarszit). SOMAN werkt samen met de reeds bestaande vrouwenhulpverlening zoals Balsemien.
In de lanen van het conferentie-oord rustte een verademende atmosfeer doordrongen van vitaliserende pijnbossengeur. Binnen echter werd het zicht beheerst door een typisch mannenpatroon: rookgordijnen.

Volgens Jan de Wit en Henk Rienties van RIAGG West Utrecht is mannenhulpverlening "voor mannen van middelbare leeftijd dus van dertig tot vijfenveertig jaar". Zij ondervonden hoe mannen dichtklappen en in de verdediging gaan - waarop ze door hun vrouw dan nog kritischer worden bestookt. Ook al heeft zij gelijk, voorspelbaar is zijn gevoel betrapt te worden, zijn heftig terugslaan. Als dit patroon van aanvallen en verdedigen zich ingrijpend
heeft vastgezet in een relatie kan je een man niet meer bewegen zich anders te gedragen waar zijn partner bij zit. Maar dankzij een steunend contact binnen een speciale manvriendelijke groep kan hij zich losmaken uit zijn starre rol. Een man-sociale benadering helpt mannen gemakkelijker naar zichzelf te kijken: de 'workoholic' in een midlife-crisis, die zijn heilig moeten motiveert als werken voor zijn gezin en dan onder ogen ziet dat hij zelf niet los kan laten. Mannen die hun lichamelijke klachten niet begrijpen of na een scheiding de draad niet oppakken. Of wel bezig zijn met veranderen maar vreselijk traag.
Als zij geneigd zijn conflicten te vermijden of de klacht naar voren te schuiven, dan kan dat in een mannengroep worden gesignaleerd maar zonder hanige sfeer. Een groep laat ook rustig andermans ervaringen op je inwerken, en zo beter zicht krijgen op je eigen gedrag.
Als een man in gezelschap geen koffie durft te drinken omdat zijn handen altijd trillen, kan hij dit in een mansociale groep uitspreken, zonder het gevoel te krijgen gigantisch af te gaan.
Als een man uitsluitend aangewezen is op zijn vrouw voor persoonlijke gesprekken, dan vormt zo'n groep een culturele inhaaloefening waarin hij ervaart dat je met mannen ook over iets anders kan praten dan auto's, voetbal en vakantie, en: zonder een aftroeverige sfeer.
Er zijn ook valkuilen. Zoals de neiging van de therapeut om de rol van de ontbrekende vrouw te gaan vervullen en alsmaar aan de gevoelens van de mannen te gaan trekken, of hun typisch mannelijke gedrag te gaan bekritiseren. Of de neiging om een tŤ warm steunend bad te creŽren. Hoewel men de balans laat doorslaan naar steunend, is het de bedoeling ook ruimte te laten voor boosheid en kritiek.
Om een mannengroep binnen de instelling op te zetten is 'mansociale' steun van directe collega's nodig. Die moeten niet denken dat je met een persoonlijke hobby bezig bent en tegelijk alle mannenproblemen op jou afschuiven in plaats van je om advies te vragen. De hulpverlener moet het zelf evenmin als een hobby beschouwen en daar ziet het nu nog wel naar uit. Want een derde van de RIAGG's biedt reeds manvriendelijke hulp, maar er is nog nooit iets over gepubliceerd.
Bij mannenhulpverlening staat niet centraal wie er gelijk heeft of wat de oplossing zou moeten zijn, maar de ervaringwijze van de man. Als een vent zich heel verantwoordelijk voelt voor zijn gezin, valt een hulpverlener hem niet aan op het feit dat hij toch maar mooi nooit thuis is en zich onttrekt aan de dagelijkse zorg. Want dan gaat een man in de verdediging of trekt zich terug. Veel belangrijker is om zijn inzet van een positief label te voorzien, bijvoorbeeld door te laten merken dat zijn gedrag juist heel voor de hand liggend is als je in aanmerking neemt wat opvoeding en maatschappij van hem verlangen. Als een man zich niet schuldig gaat voelen, kan hij er toe komen in vrijheid alternatief gedrag te overwegen, bijvoorbeeld meer verzorgend worden voor zijn gezin in plaats van te zorgen op afstand.
Zo kunnen overspannen kerels inzien dat ze altijd maar prestatiegericht denken en de oplossing zoeken in nog een schepje er bovenop doen. Wanneer er ruimte is dit uit te spreken zonder zich schuldig te voelen aan een mislukking komt er zicht op de mogelijkheid los te laten en (echt) te gaan genieten.
De manvriendelijke benadering biedt steun en erkenning en valt niet aan. Er wordt inzichtelijk gemaakt dat het gaat om 'typisch mannelijke', diepgewortelde patronen die je niet zomaar verandert, maar er worden wel alternatieven gezocht en daarbij biedt men elkaar morele steun.
Gewerkt wordt daarbij met het begrip "mannelijkheidscodering". Gert Evers, samen met Ton van Elst oprichter van SOMAN, beschijft dit als "een stemmetje in de hoofden van mannen dat de binnenwereld met de buitenwereld verbindt." Op niet gehoorzamen aan dit stemmetje wordt de man bestookt met schuld- en angstgevoelens.


Mannelijkheidscodering: "Een man uit zijn emoties onzichtbaar, het liefst op een plaats waar de emotie niet speelt." (In plaats van uit verdriet te huilen loopt hij zwijgend weg en wordt voor onverschillig aangezien). "Een vent beleeft intimiteit via sexualiteit" (hij denkt dat zij bij het vrijen hetzelfde voelt als hij). "Het belangrijkste in mijn leven is betaald werk" (krijgt hartklachten door onbevredigend, vaak onmenselijk saai werk maar loopt eenmaal werkloos wanhopig zijn vrouw voor de voeten). Een 'echte vent' is: ratoneel, objectief, logisch, afstandelijk, analytisch, organisatorisch, concurrerend, (volgens de reclame) maar mannelijkheid wordt voor mannen een probleem zodra het zich tot starre norm verinnerlijkt en de eisen die het stelt ondraaglijk blijken te zijn.
Voor het 'mannelijke feminisme' dat hier het antwoord op vormt, wordt overigens een nieuw woord voorgesteld: hominisme. In het Latijn is femina vrouw en homo betekent dan man, (Ťn 'mens', want vroeger was een mens een man. Denk maar aan Pilatus die volgens de overlevering de gegeselde Jezus Christus aan het volk toont met de woorden: ecce homo = kijk die man). Nadeel van het woord 'hominisme' is uiteraard de associatie met homosexueel.
In dat woord is 'homo' echter Grieks en betekent: 'dezelfde' (sexe). Maar ja.

Marja Langendijk van de stichting Balsemien besprak de vraag of vrouwenhulpverlening de mannenhulpverlening niet nodig heeft. Vrouwenhulpverlening is haars inziens overigens liefdewerk. Want het wordt met hart en ziel gedaan. Liefde voor jezelf en voor vrouwen; je moet zelf blijven werken aan je verinnerlijkte machteloosheidspatronen. Maar hulpverlening is geen doel op zich. Gaat het er bij incest om individuele pijn te verwerken en door heling energie vrij te maken voor een gelukkiger leven, bij feminisme gaat het om verandering van de sociale context voor alle vrouwen, vanwege de machteloosheid over het eigen lichaam, over eigen economische positie en over het reilen en zeilen van de wereld.
Maar er is een nieuwe openheid aan het ontstaan, waarbij vrouwen de schuldvraag minder interessant vinden dan hoe er mee om te gaan, en waarbij mannen duidelijk maken dat zij ook een bijdrage aan verandering willen leveren. Er ontstaat ook een ander mensbeeld met integratie van mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten. Vrouwen lijden eigenlijk maar aan ťťn ziekte: machteloosheid. Mannen lijden als eersterangs burgers aan de ziekte van de macht. Macht schenkt bepaalde voldoening, maar isoleert en verblindt. De schuld voor het wereldgebeuren ligt voor een onevenredig deel bij mannen, aldus Marja Langendijk.
Zij denkt dat hart- en vaatziekten niet door ongezonde leefpatronen veroorzaakt worden maar door gebrek aan tijd voor intimiteit, warmte en liefde, waardoor de energiestromen van en naar het hart worden geblokkeerd.
Het hart vertikt het dan en de vaten raken verstopt. Jongetjes leren al vroeg gevoelens anders te uiten, er op te slaan. Zo verliezen ze lijfelijkheid, aanraking, intimiteit. Mannen richten zich daarmee agressief naar buiten. Zij zijn het die in de gevangenis zitten. En projecteren het op de andere sexe, versterkt door heteronormen. Veel gewelddadig gedrag komt voort uit schaarste aan genegenheid. Als ze een partner vinden en het gevoelsleven in vrouwelijke handen komt zie je het dikwijls verdwijnen.
De zeer verschillende socialisatie van mannen en vrouwen creŽert alle problemen. Maar als het mannelijke en het vrouwelijke worden geÔntegreerd in onszelf en in de maatschappij is er geen tweespalt meer en geen grond meer voor oorlog.
Mannen die niet aan zichzelf werken voelen zich bedreigd, en worden voor bewuste vrouwen als partner minder interessant. Het belangrijkste is dat zij zelf zien wat mannenhulpverlening heeft te bieden. Bevrijding van de op-drukkende, in plaats van onder-drukkende normen (mannen worden omhoog gedwongen). Warme belangstelling voor het echte zelf dat binnen de beschadigingen en de patronen besloten ligt. Met ongeduld zullen sommige vrouwen de komst van de mannenhulpverlening daarom tegemoetzien, aldus Marja Langendijk van Balsemien.

Hebben echte kerels hulp nodig? Ja, zegt de SOMAN-conferentie, omdat ze verstrikt zitten in een op-drukkende maatschappij die hen in de rol van onderdrukker manipuleert en hen behandelt alsof ze geen volledige menselijke identiteit bezitten: alleen maar die van vent. Een dergelijk systeem zet groepen tegen elkaar op via buitensporige benadrukking van vermeende verschillen. Mannen hebben dan ook baat bij een sfeer waarin ze zich niet bekritiseerd voelen, want een gedragscorrectie uit schuldgevoel is toch niet blijvend. Ze zouden vrouwen nooit hebben gediscrimineerd als ze niet eerst zelf waren onderdrukt. En vrouwen zouden mannen nooit hebben gekwetst als ze niet zelf hadden geleden onder hun tweederangs rol. Als vrouwen de natuurlijke goedheid van mannen bevestigen en mannen zich uitspreken tegen het sexisme, worden zij geen tegengestelde, rivaliserende geslachten maar natuurlijke bondgenoten. Mensen kunnen veranderen als er naar ze geluisterd wordt, als pijn kan worden doorgewerkt, en losgelaten.
WIM HEINS

Naar "Hebben Mannen Hulp Nodig" (Wim Heins)
Naar "Methadon als Navelstreng naar de Realiteit"
(MariŽtte Kester)
Naar "Zelf een Vrouw"
(Marga Kuiper)
Naar Column door Thomas (Thomas Bomas)
Naar Politiek Commentaar (Marco van de Mensa)
Naar "Winti in de Drugshulpverlening"
(Frieda Tol)


POLITIEK COMMENTAAR
door Marco van de Mensa.

Ja als je van junken verwacht dat je er padvinders van moet maken dan kom je van een koue kermis thuis zeg ik altijd maar.
Sommige luileballen komen als ze geboren worden kant en klaar ter wereld. En als die dan hulpverlener worden en met junken gaan werken dan denken ze dat hun klanten ook kant en klaar ter wereld zijn gekomen. Maar als dat zo was dan hadden die hulpverleners misschien helemaal niet te vreten. Laten ze hun handen maar dichtknijpen. Zonder druggebruikers zaten ze met een strafuitkering in hun maag. Maar als je dat hardop zegt dan kijkt iedereen zuur. Net als in de politiek.

We moeten gewoon weer een goeie boer Koekoek in de Kamer krijgen. Koekoek was een stomme uilebal natuurlijk maar het bracht wel leven in de brouwerij.
Den Uyl en zijn zogenaamde rooie vrouwtje daar word ik echt onpasselijk van. Allemaal gereformeerde uien, en als de dood dat het communisme of het socialisme hier nog eens echt zou worden ingevoerd.
Ja wat dacht je, mijn pink is rooier dan hun hele lijf.
Als het hier echt de linkse kant uit zou gaan dan bedenken die gereformeerde zakkenwassers een "Nieuw Links" en alle mensen die bang zijn dat ze hun baantje verliezen die stemmen daar dan keurig op. Die stemmen dan netjes links. Zodat de oprichters van die partij dan weer commissaris van de koningin kunnen worden of landdrost zoals Lammers. Die heeft het zelfs zover geschopt dat ze een hele nieuwe provincie Flevoland voor hem hebben opgericht. Dan vraag ik je ra-ra.

O jullie denken zeker dat ik gek ben? Omdat ik op Ien Dales stem? Nou, eigenlijk zou ik het veel leuker vinden als zeventig procent van de mensen thuis bleef hoor. Want links of rechts, ze willen toch allemaal meegraaien uit de ruif. De thuisblijvers zouden een hele grote partij vormen. Zo'n dertig procent. Dat zijn 45 kamerzetels. Die zouden dan een hele grote partij kunnen oprichten. De PvdP, de Partij van de Pianostemmers.

Ik denk wel dat het de laatste keer is geweest dat ik heb gestemd. Op de VVD namelijk. Want ik heb liever met een linkse liberaal te maken dan met een rechtse PvdA-er. Geertsema en Vonhoff, dat vind ik prima eerlijke mensen. En boer Koekoek, die was goed gebekt. Zo iemand moet je hebben. Alleen natuurlijk aan de linker kant. Een linkse Koekoek zou dat zakkenwassers-parlement wel een poepje laten ruiken!

De verkiezingen in Spanje, daar versta ik geen donder van, maar het is heerlijk. Daar gebeurt tenminste wat. Bij ons in de Kamer zie je zo'n Drolman zitten of Dolman of hoe heet dat, en die zit daar met zo'n uitgestreken smoelwerk achter een tafel te zakkenwassen.
Ja de Centrum Partij, die trekt weer te veel publiciteit. Maar dat komt omdat ze zelf die brand in hun hotel hadden aangestoken. Net als met Baader Meinhoff. Dat zouden zulke terroristen zijn, maar in werkelijkheid zijn die alleen maar begonnen als doodonschuldige pacifisten. In ons land zouden ze natuurlijk maar al te graag een bepaalde hooggeplaatste Nederlander pakken. Dat is een hooggeplaatste die laatst een monument heeft onthuld voor de slachtoffers van Mauthausen. Terwijl hij nota bene zelf al zo'n pakkie aan had toen Hitler nog beginnen moest.

Nee, hadden jullie nou maar op mij gestemd. Op de PvdP, de Partij van de Poten. In de tussentijd zit ik lekker in Spanje, want dat is het enige land met een echte democratie, omdat ze zo'n keurige koning hebben. De Spaanse koning, hmmm! Dat is een leuke man!
MARCO

 

 METHADON ALS NAVELSTRENG 
 NAAR DE REALITEIT 

Artikel uit "Onder de Klaproos" (1987)
Personeelsblad van Stichting DE GELE WAGEN
door MariŽtte Kester

Narcissus, zich spiegelend in het water, was verliefd op zijn eigen gezicht waarop zijn moeder vast ook heel trots was geweest. Maar zijn spiegelbeeld bedroog, doordat alleen het volmaakte, schitterende deel werd weergegeven, en niet zijn andere zijden: z'n achterkant bijvoorbeeld en zijn schaduw bleven voor hem verborgen, hoorden niet bij het geliefde beeld, werden buiten beschouwing gelaten.
Narcissus wilde niets anders dan de schone jongeling zijn. Hij verloochende zijn ware ik, wilde ťťn worden met het fraaie spiegelbeeld. Dat leidde tot afstand doen van het ik, tot de dood, of in de versie van Ovidius - tot de verandering in een bloem. Deze dood is een logisch gevolg van de fixatie op het onechte. Want wij leven, verdiepen ons bestaan en verwerven beslissend inzicht, niet alleen door "mooie", "goede", aangename gevoelens, maar vaak juist door ongemakkelijke sentimenten, waarvoor wij het liefst zouden vluchten: machteloosheid, schaamte, afgunst, jaloezie, verwarring, rouw.
De innerlijke wereld is veel rijker dan het fraaie gezicht. De "Narcissus" met grootheidswaan of in ons geval een verslaving kan niet echt houden van zichzelf. Geestdrift voor het onechte ik maakt niet alleen objectliefde onmogelijk, maar ook en bovenal de liefde voor de enige mens die je volledig is toevertrouwd - jezelf.
Zoals Narcissus zich in het water spiegelde, zo spiegelt een kind zich in de ogen van de moeder. En iedere keer als ik moeder zeg bedoel ik net zo goed vader of verzorger. De moeder kijkt naar de baby die ze in haar armen houdt, de baby kijkt in het gezicht van de moeder en vindt zichzelf daarin terug, mits de moeder inderdaad het unieke, hulpeloze wezentje aankijkt - en niet de projectie van haar eigen verwachtingen, angsten en plannen die ze smeedt. In dat laatste geval ontdekt het kind in haar gezicht niet zichzelf, maar zijn moeder in nood.
Elk kind heeft de rechtmatige narcistische behoefte om door zijn moeder: gezien, begrepen, serieus genomen en gerespecteerd te worden. Het moet in de eerste levensweken en -maanden over haar beschikken, haar kunnen gebruiken.

Winnicot zegt: "Wanneer echter de baby een zelfobject voor de moeder is zal zij niet in staat zijn tot een dergelijke manier van kijken. De baby is er dan voor de moeder in plaats van het, voor de ontwikkeling van het zelfgevoel van het kind zo nodige, omgekeerde geval."
De oorzaak van de narcistische stoornis moet dus gezocht worden in de aanpassing van de zuigeling aan de behoefte van de moeder. Daardoor leert een kind zijn eigen behoeften niet kennen.
Alice Miller zegt: "Een belangrijk gevolg van die aanpassing is dat het onmogelijk wordt bepaalde gevoelens (jaloezie, afgunst, eenzaamheid, machteloosheid, woede, angst) in de kinderjaren en vervolgens als volwassene bewust te ervaren. Een kind kan deze gevoelens alleen beleven, wanneer er een persoon aanwezig is die het mŤt die gevoelens accepteert, begrijpt en begeleidt."
Door deze aanpassing kŗn een kind geen gevoel van eigenwaarde opbouwen, omdat hij nooit gezien is als degene die hij in wezen is. Hij kan zijn ware ik niet ontwikkelen en differentiŽren, omdat hij daar niet naar kan leven. Om de liefde van de moeder niet te verliezen heeft hij een alsof-persoonlijkheid opgebouwd. Zijn ware ik blijft verstopt in een inwendige gevangenis. Het kind wordt door de niet-weerspiegelende moeder narcistisch bezet.
Een moeder zegt bijvoorbeeld trots: Kijk eens hoe goed Pietje al loopt. De moeder showt wat het kind al kan en gaat eraan voorbij dat hij liever wordt gedragen. Dus het ligt aan de moeder of Pietje groter of kleiner moet zijn dan hij is.
Van gezond narcisme (want dat bestaat ook), spreekt men in het ideale geval bij oprechte levenslust, wanneer er een vrij contact met het ware ik, met de echte gevoelens is.

De narcistische stoornis die verslaafden opgelopen hebben blijkt te komen doordat de moeder niet het kind zelf heeft weerspiegeld, niet zijn narcistische behoeften heeft bevredigd. Volgens Geerlings e.a. heeft het kunstmatige lusteffect van heroÔne ook te maken met een sterke narcistische bevrediging. Op chemische wijze wordt een gevoel van welbevinden en almacht opgewekt. Het gebruik van heroÔne is een compensatie voor het beschadigde zelfgevoel. Als een verslaafde heroÔne gebruikt staat hij, net als destijds zijn moeder, zichzelf niet toe om pijnlijke gevoelens te beleven. Hij ontkent eigenlijk zijn innerlijke wereld, zijn innerlijke realiteit, waardoor hij zichzelf steeds verder uitholt en steeds verder van zichzelf vervreemdt.

De hulpverleenster is voor de cliŽnte een steun in de realiteit, stelt eisen en grenzen, wijst op eigen verantwoordelijkheden, stuurt bij in het beleven van pijnlijke gevoelens. De heroÔne staat als het ware in tussen het beschadigde zelfgevoel van de cliŽnte en haar geÔdealiseerde verleden. Met dit laatste bedoel ik dat zij ondanks haar traumatiserende jeugd, waarin ze zoveel tekort is gekomen, haar ouders blijft idealiseren - waardoor zij de onbewuste conflicten met die ouders nog steeds in het heden herhaalt.
Er zijn cliŽnten bij wie ik het gevoel krijg: hee daar zit nog muziek in. Die muziek slaat dan eigenlijk op het beetje ik dat nog met de realiteit verbonden is en nog overwicht heeft. Bijvoorbeeld als een cliŽnte wťťt dat ze zich, nadat ze gebruikt heeft, nog ellendiger voelt dan ervoor. Samen wordt haar realiteitszin geŽxpliciteerd. Wat heeft ze voor waardensysteem? Is er nog iets van hoop, iets van verwachting? Is er nog een ideaal-ik? De hulpverleenster sluit zich dan als het ware aan bij het ego van de cliŽnte, en samen met dit ik wordt bijvoorbeeld ingespeeld op wat ze wil, als een soort hulp-ego.
In het begin probeert de hulpverleenster er met de cliŽnte achter te komen wat voor haar de symbolische functie van heroÔne is (met heroÔne bedoel ik ook cocaÔne, pillen, alcohol). Als ze het nog niet weet dan komt ze er snel achter dat zij de heroÔne gebruikt om een onlustgevoel weg te spuiten. Dit kan variŽren van lichamelijk ziek zijn tot zelfminachting vanwege het prostitueren: walging, vernedering, woede, misbruikt worden, zelfdestructie. De vicieuze cirkel heroÔne-prostitutie geld-heroÔne wordt dan duidelijk zichtbaar. Ze gebružkt als ze zich depressief voelt, ruzie heeft met haar vriend of ten prooi is aan wat voor ongewenste gevoelens dan ook. De hulpverleenster probeert er met haar achter te komen wat heroÔne nog voor haar betekent. Wat levert het haar nog op? Vindt ze het lekker? Maakt het haar leven draaglijker?

Als ze haar bijgebruik stopt en de methadon langzaam afbouwt krijgt ze haar gevoelens terug. Dan wordt getracht haar te steunen om die te beleven in plaats van terug te vallen in gebruik, en om haar te helpen inzien dat je er niet dood van gaat en om weer plezier in zichzelf te krijgen.
Je confronteert de cliŽnte ermee dat zo lang ze blijft gebruiken en prostitueren, de ontwikkeling van haar positieve zelfgevoel niet op gang kŗn komen. Er wordt begrip getoond voor wat ze tekort is gekomen in haar verleden, maar er wordt wel verwacht dat zij nķ zelf de verantwoordelijkheid neemt voor haar leven en welzijn. Soms laat de hulpverleenster haar fantaseren over hoe ze zich zou voelen als ze clean zou zijn, zich niet meer zou prostitueren, een vriend zou hebben die echt om haar gaf, en zo het respect voor haar als persoon naar voren te halen, het positieve in haar te benoemen, haar te bevestigen.
Meestal is daar een hele ontrafeling voor nodig. Bijvoorbeeld: "Ik ben toch maar een hoer." "Nee, je bent geen hoer, je bent verslaafd en daarom spťťl je de hoer. Als je een echte hoer was zou je geen heroÔne nodig hebben om je gevoelens van walging eronder te houden." Of: "Ik ben toch maar een junk." Waarop bijvoorbeeld geantwoord: "Je bent verslaafd, maar de laatste maand heb je schone urines ingeleverd en je methadon een aardig eind afgebouwd. Je hebt je uitkering en huisvesting zelf in orde gemaakt."
Door met haar stil te staan bij positieve gedragingen ontstaat er vaak ruimte voor een andere zelfbeleving. Ook gaat de hulpverleenster in op de neiging bij de cliŽnte om zich op te stellen als slachtoffer van haar levensproblematiek. Bijvoorbeeld extern voorgesteld: "Ik heb altijd in tehuizen gezeten. Als ik dŠŠr niet had leren prostitueren dan zou ik dat nu niet doen. Of intern: "Ik ben nu eenmaal te slap om af te kicken." De cliŽnte wordt geconfronteerd met haar eigen rol in het creŽren van haar levensproblematiek en met haar afhankelijkheidsgedrag. "Heb je een vuurtje, een sigaret, wil je voor mij de sociale dienst bellen, ze hebben m'n uitkering geblokkeerd, ik heb een grote schuld bij het GEB."
Als ze een huis willen en zelf een brief moeten schrijven voelen ze hun eigen nood en zetten die om in daden naar mensen in hun omgeving. Het is de bedoeling dat tijdens een procesmatige begeleiding het zelfgevoel groeit en de realiteitszin toeneemt, waarna de cliŽnte als ze dat zelf wil nog aan haar geÔdealiseerde verleden kan werken via een passende therapie.

Het valt niet mee te concurreren tegen heroÔne, die zo'n directe bevrediging geeft. Het duurt soms jaren voordat iemand het leven gericht op de schijnwereld verlaat en de werkelijkheid weer als haar kameraad kan zien.
Maar methadonverstrekking gekoppeld aan hulpverlening, vormt op die manier een navelstreng naar de realiteit en leidt tot een ander leven.
MARIETTE KESTER

Terug naar Gele Wagen Dagboek

Naar "Hebben Mannen Hulp Nodig" (Wim Heins)
Naar "Methadon als Navelstreng naar de Realiteit"
(MariŽtte Kester)
Naar "Zelf een Vrouw"
(Marga Kuiper)
Naar Column door Thomas (Thomas Bomas)
Naar Politiek Commentaar (Marco van de Mensa)
Naar "Winti in de Drugshulpverlening"
(Frieda Tol)

 


ZELF EEN VROUW
door Marga Kuiper

Het feit dat ik zelf een vrouw ben is in de hulpverlening van groot belang geweest. Over het algemeen hebben verslaafde vrouwen slechte ervaringen met vrouwen. Ze wantrouwen ze. Vrouwen zijn hun concurrentes. Ze hebben nooit een vriendin gehad.
Maar als ze een vrouw kunnen vertrouwen, die ze dan ook als voorbeeld durven zien, leren ze te zijner tijd ook meer vertrouwen en waardering voor zichzelf op te brengen. Ik fungeerde als voorbeeld. Ik kon ze vertellen dat veel van hun ervaringen overeenkwamen met die van veel andere vrouwen en dat dat veel te maken had met de positie van vrouwen in de maatschappij. Daarmee kan je het gevoel bij hen wegnemen dat het hun schuld is en dat zij slecht zijn.
Een ander belangrijk aspect van de keuze voor vrouwenhulpverlening door vrouwen is, dat hun relaties met mannen voornamelijk gebaseerd zijn op lichamelijkheid en seksualiteit, afhankelijkheid en machteloosheid. Mannen beslissen en zijn autoritair.
Ik ben ervan overtuigd dat verslaafde vrouwen in een hulpverleningsrelatie met een man daar niet los van kunnen komen. Het staat een ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfvertrouwen in de weg. Verslaafde vrouwen kunnen en/of durven nog niet te kiezen.
Daarom is het als tussenfase goed dat verslaafde vrouwen een vrouwelijke hulpverleenster krijgen.
MARGA KUIPER

 

Zal ik jullie eens vertellen wanneer ik zo verbaasd ben geweest als nooit tevoren?
Dat was toen ik nog dacht te weten hoe de wereld in elkaar zat. We liepen via Tuschinski naar de auto terug. Die stond bij de Amstel geparkeerd. Op dat ene stukje Utrechtse straat liepen een paar meiden. Van die opgepoetste wrakken, met van die bij elkaar genaaide netkousen, flink veel decolletť en een grote rode mond. Dat ziet er door een bewasemd autoraampje kennelijk heel geil uit.
Van die dikke lippenstift zoals mijn dochtertje het ook op haar mond smeert. Het zijn meissies die wat betreft hun lichamelijke toestand zo uit een concentratiekamp kunnen komen. Meissies die je in bed zou willen stoppen om ze een ontbijtje te serveren. Echte heroÔnehoeren, van de onderste lijn van het leven.
En wat reden daar allemaal over de gracht rond? BMW's, Mercedessen, Volvo's, allemaal van boven de vijftigduizend gulden. Allemaal heren van wie je verwacht dat ze zo uit het Hilton Hotel komen stappen. Alleen ze rijden zo langzaam en ze keren steeds weer om. Maar verder keurig. Correcte heren!
Die wat betreft hun financiŽle positie zo terecht kunnen bij elke madam. Maar die tÚch zo'n kind hun auto intrekken en voor een geeltje diensten laten verrichten.
Dŗt vond ik nou nog eens gÍnant. Want waarom gaan die heren niet naar een madam? Omdat een madam power over ze heeft!
En zo'n uitgemergeld meissie niet.
Toen ik ook nog tot mijn ontsteltenis zag dat er een cliŤnte van De Gele Wagen instapte, toen dacht ik: God god en godverdomme! Blijf in hemelsnaam met je gore klauwen van dat kind van onze stichting af!
THOMAS BOMAS

Terug naar Gele Wagen Dagboek

Naar "Hebben Mannen Hulp Nodig" (Wim Heins)
Naar "Methadon als Navelstreng naar de Realiteit"
(MariŽtte Kester)
Naar "Zelf een Vrouw"
(Marga Kuiper)
Naar Column door Thomas (Thomas Bomas)
Naar Politiek Commentaar (Marco van de Mensa)
Naar "Winti in de Drugshulpverlening"
(Frieda Tol)

 

WAKKER
De nacht door Uwe gunst ontvangen...
De ochtend gaat beginnen en glijdt
als brakke drank naar binnen.
De tram schuurt door de bocht.
Langs loden lasten aan het zwerk
wordt regenval gewrocht.
Een vliegtuig slijpt er
huidverstrakkend door.
Ja de piloot ging hen reeds voor
die thans in banken en fabrieken de
ereplicht vervullen, zich gevoeglijk
in het arbeidsethos hullen...
Pim Peins

 

 WINTI IN DE  
 DRUGSHULPVERLENING 
 door Frieda Tol 

Artikel uit "Onder de Klaproos" (1987)
Personeelsblad van Stichting DE GELE WAGEN

Toen de zwarte mensen uit Afrika werden meegevoerd als slaven hebben zij ook hun geloof meegenomen. Het Surinaamse Winti-geloof heeft ontzettend veel aspecten. Wij zijn er bijvoorbeeld mee opgevoed dat een vrouw die ongesteld is niet mag koken. Vooral veel mannen hebben daar problemen mee. Dat uit zich bij sommige mensen lichamelijk. Wat wij hier zouden noemen een allergie, als iemand ergens niet tegen kan, heet in Suriname trefoe. Een treef. Een taboe. Bij veel mensen is varkensvlees een treef. Mijn vader zei: een treef werkt niet altijd lichamelijk. Ook door wat wij zouden noemen psychische klachten. Door je ongelukkig te maken, of te zorgen dat overal waar je komt mensen als gevolg van je hele uitstraling een hekel aan je krijgen.
Dat kan komen doordat je iets eet dat je niet mag gebruiken. En mijn indruk is dat heel veel Surinaamse jongens die hier rondlopen en beland zijn in het gat van de drugsproblematiek, dat die tegen hun treef zijn ingegaan.
Deze jongens, die ook inderdaad psychiatrische klachten kunnen vertonen, zijn soms te helpen door je niet alleen te richten op hun verslavingsprobleem, of ze alleen naar de psychiater te brengen, maar door ook de andere kant te benaderen, de Winti-kant.
Waar ik heel dankbaar voor ben is dat daar in het AMC heel veel aandacht aan wordt besteed. Er is een speciale afdeling waar ook zwarte mensen werken. Met name denk ik aan de Surinaamse verpleegster mevrouw Pengel, die samen met de psychiaters aan de Winti-kant aandacht besteed.
Het begrip treef moet je niet zozeer zien als een bewust geweten maar meer als iets wat dieper gaat, tot in je ziel, en daar problemen veroorzaakt, met name in deze witte maatschappij. Je moet het zien in samenhang met je magische immateriŽle kracht, je zogenaamde Kra.
Wij geloven in onze Kra. Een Kra is een ziel, iemand op wie je drijft, een hoger wezen dat blijft als je sterft. Een kracht, een Kra! Je vraagt je Kra om de ruimte te geven dat alles slaagt. Die Kra heeft de kruiden van het rituele bad in de Winti-cultuur ook nodig, ontvangt die kruiden. Dat is puur immaterieel.
Ik vind zelf dat ik aan mijn Winti-geloof een behoorlijk kracht ontleen. Ik waak ervoor om geen dingen te doen die ik niet mag en ik geniet van mijn kracht. Ga je klakkeloos om met je treef, dan verdwijnt die kracht. Bijvoorbeeld het eten van varkensvlees strookte totaal niet met onze familiebanden. Dat maakt zo ongelukkig, zei mijn vader. En dat geloofde ik niet. Toen ik in Nederland kwam heb ik het gevreten. Maar dat uitte zich lichamelijk. Mijn hele mond brak als het ware, ik kon mij niet vertonen op straat. Toen ben ik bewust met varkensvlees gestopt en weer begonnen en pal daarna verdwenen en kwamen de klachten. Ik denk dan maar dat er misschien in het verre verleden door een ťťn of ander familielid een eed is afgelegd van varkensvlees zullen we niet meer eten. Want in onze negercultuur werken dat soort verbodsbepalingen door.
Ik was het Winti-geloof dus al aan het loslaten, maar doordat ik zo ziek werd moest ik toch erkennen dat ik er rekening mee moest houden. Godzijdank uitte het zich lichamelijk want als ik bijvoorbeeld depressief was geworden dan zou ik het niet hebben begrepen.
Ik denk ook dat dit gebeurt bij Surinaamse jongens bij wie het zich niet zo duidelijk aanwijsbaar uit, en die zo in een drugsverslaving belanden. Zij weten ook wel dat er zulke dingen bestaan, maar dat wil niet zeggen dat ze bij hun verslaving veel met Winti bezig zijn - wel als ze merken dat jij er gevoelig voor bent!
Ik heb een cliŽnt in Nederland gehad wiens opa was overleden en zijn moeder in Suriname zei: is hij soms drugs gaan gebruiken. Ik vroeg waarom ze dat verband in hemelsnaam legde en ze vertelde dat die jongen een hechte band met zijn opa had gehad, erg door hem was verwend, maar dat hij niet naar Suriname was gekomen om op de juiste wijze een speciaal afscheid te nemen. Daar blijven zulke mensen last van houden tot ze naar Suriname gaan om de juiste riten te doen.
Je kan zeggen wat gek is dat, wat zitten zij dan onder de tirannie van hun rituele geboden en onder de plak. Maar ik vind dat het de schuld van de familie is geweest, want er zijn hulpmiddeltjes om het te ondervangen. Een schone zakdoek opsturen met wat zweet van degene die niet kan komen. Dan is er niets aan de hand. En als zij dat achterwege hebben gelaten dan hebben zij ook gezorgd voor die tirannie. In Suriname zegt men: Ie sabi, ie doe, na espresi. "Je weet het, je doet het, het is opzet." De consequenties zijn voor jou.
Ik geef een ander voorbeeld: FjÚ FjÚ. Dat is een vloek. Het komt heel vaak voor bij mensen die zwanger zijn. Een moeder krijgt hevige ruzies met de vader in de eerste maanden van de zwangerschap. Ze zeggen elkaar hatelijke dingen. Met die moeder gebeurt niets. Maar het kindje in haar buik heeft reeds een band met de vader. Dat wordt pas door de moeder gevoeld als ze moet bevallen. Ik heb dat meegemaakt als de vader in de bajes zat. Die moeder belt huilend op: ik voel dat ik wil bevallen maar ik kan niet. Dan is de enige oplossing dat er een ritueeltje plaatsvindt en dat er gesmeekt wordt dat alle kwaadheid en spanningen van die ruzies die dat kind daar heeft vastgehouden, dat die loskomen en zich ontladen.
Toen ik bij de reclassering werkte moest ik de witte man van Justitie uitleggen dat die zwarte vader een dag vrij moest komen omdat hij verantwoordelijk was: hij had ruzie gemaakt en hij was degene die bij dat kruidenbadje ("wasi") nodig was. Je schrikt ervan maar een uur later krijgt die vrouw weeŽn, ze bevalt en het kind is bevrijd.
Om het goed uit te leggen aan witte mensen betitel ik Fjo Fjo dan als een vloek. Hele zware scheldwoorden die de ouders op elkaar afvuren, die worden tot een vloek voor het kind. En ook voor de moeder die als de geboorte moet komen verschrikkelijk lijdt, tot de mensen er achter komen: dit is Fjo Fjo - en dan een kruidenbadje geven.
De werkers op onze Surinaamse nachtopvang moeten ook iets van Winti weten. Stel een Surinaamse cliŽnt zit daar en zoals wij zeggen: 'hij heeft Winti'. En die medewerker weet zich geen raad, dan gaat die een psychiater opbellen en die geeft een injectie. Maar het meest eenvoudige wat hij kan doen is een kalebas halen met water. Water op de grond gieten en bidden, praten met die Kra!
Een voetballer bij Excelsior is laatst in trance geraakt en wist er niet mee om te gaan. Hij bleef in het net hangen. Iedere Surinamer wist het: hij had Winti!
Het kan zijn dat ťťn van je Winti's geen Jenever lust. En als je dan toch drinkt dan ben je geen mens, je gaat te keer, of je raakt in trance. Er kunnen Winti's naar buiten treden en praten in een Afrikaanse taal die je van je leven niet gehoord hebt ook in Suriname niet.
Ik denk ook dat er bij verslaafden bepaalde Winti's leven die niet bestand tegen harddrugs zijn. Drugs vormen dan een treef, een allergie, een taboe.

De witte mens is een rationele denker en daarom wil hij alles bewijzen. Hij is met camera's en taperecorders het binnenland ingetrokken om Winti-rituelen op te nemen en de apparatuur was goed maar heeft niets geregistreerd. Die dingen zijn niet te verklaren zijn, maar in de onverklaarbaarheid ligt ook de kracht. Wij zijn gaan ontdekken dat het een heel klein stukje overblijfsel is van onze voorouders en dat stukje willen we niet verliezen.
Als de kracht er is, dan stuurt de kracht het ritueel. Het is niet de ratio maar de Winti die spreekt. Bijvoorbeeld zegt de Winti er zijn zeven koperen centen bij nodig. En precies op de laatste dag van het ritueel, precies op het moment dat ze gebruikt moeten worden, zijn er uitgerekend zeven kinderen op het erf voor het huis, terwijl het altijd van de kinderen krioelt Voor de persoon die dat werk doet is dat ook het teken dat het ritueel is geslaagd. Want niemand wist dat die zeven centen aan zeven kinderen gegeven moesten worden.
De verklaring die je er achteraf aan kan geven is dat die andere kinderen zijn afgeleid door andere Winti's. Vroeger was je voor intellectuele mensen als je in Winti geloofde achterlijk. Maar nu zie ik een tendens in Nederland dat je toch een groep intelectuele mensen hebt die zich ermee bezig houden.
Toen er een paar weken geleden bij Zuid-Afrika een vliegtuig met alleen witte mensen naar beneden is gedonderd was mijn eerste reactie: nu pas beginnen de vloeken van de zwarten hun uitwerking te krijgen.

De natuurlijke bescherming van je Kra kan verzwakt raken als je je Kra op een verkeerde manier behandelt. Soms moet je gewoon iets aardigs doen. Een gouden armbad kopen als je Kra dat mooi vindt of parfum. Iets waar je Kra door verlevendigd wordt.
Die schrijver die is overleden, Simon Carmiggelt, werd gedreven om heel eigen te schrijven. Wat hij zag ging leven dankzij een creatieve Kra. Die heeft hem karakteristiek en daardoor onvergetelijk gemaakt als type.
Heel veel Surinamers zullen ook huilen als Ome Joop den Uyl gaat sterven. Ze dragen Ome Joop op handen, omdat hij zo'n universele vaderlijk Kra bezit.
Toen ik voor het eerst kwam solliciteren bij de Gele Wagen stormde ik naar binnen en vroeg om een nieuwe envelop voor mijn brief, want in mijn tas was iets omgevallen. Ik dacht verdomd de brief is vuil. Ik wilde weggaan, maar heb hem toch gegeven. Later hoorde ik dat de sollicitatiebrief zo lekker had geroken. Ze dachten dat ik die parfum er expres overheen had gegoten, terwijl ik die brief eigenlijk over wilde schrijven. Dat was een ingeving van mijn Kra en ik ben aangenomen...

Dan denk ik die Kra van mij, die is zo ondeugend.
Wist ik veel dat die sollicitatiebrief zo lekker rook!
In die parfum werkte een Winti!
FRIEDA TOL

Terug naar Gele Wagen Dagboek

Naar "Hebben Mannen Hulp Nodig" (Wim Heins)
Naar "Methadon als Navelstreng naar de Realiteit"
(MariŽtte Kester)
Naar "Zelf een Vrouw"
(Marga Kuiper)
Naar Column door Thomas (Thomas Bomas)
Naar Politiek Commentaar (Marco van de Mensa)
Naar "Winti in de Drugshulpverlening"
(Frieda Tol)