Terug naar Dagboekenoverzicht


DRUGSHULPVERLENINGSDAGBOEK 
VAN WIM HEINS 1982-1989
BIJ STICHTING 

 DE GELE WAGEN  

De Gele BANAAN
Werkvloer
Meander Misbaar
Stella Maretak

Wintermaandagmorgen
Theo Deken
Suzan komt te laat binnen
Judo S. slaat Meander
EHBO-Oefenmiddag
Personeelsblad "Onder de Klaproos"
Stafdag Sociale Begeleiding
Nieuwjaarskussen zonder onderscheid
Klanten die beter dood kunnen zomer 1985
Hebben Mannen Hulp Nodig?
Methadon als Navelstreng
Wintigeloof en Drugshulpverlening

 

 

 

  IN DEN BEGINNE WAS ER DE BANAAN  
Ruim een jaar werk ik nu full time bij een tent voor hulpverlening aan 'extreem problematische drugsverslaafden' (epd's):
STICHTING DE GELE WAGEN.
Die naam is afgeleid van de opgeheven Stichting De Gele Banaan.

Na 1980 raakte bij de Gemeente Amsterdam het geduld op, omdat Stichting De Gele Banaan de hulpverlening aan junks volgens horizontaal verbroederd model bleef uitvoeren, en daarom zette Amsterdam de jaarlijkse twee miljoen subsidie stop.

Jazeker, de hulpverleners moesten de junk voortaan verticaal  benaderen, maar dat weigerden ze, als deskundigen, omdat zij de junk bleven zien als slachtoffer van klassenstrijd, dus als een underdog die er juist baat bij had in de watten te worden gelegd. Want zolang de maatschappij de onderliggers onderdrukte was er toch geen hoop. Maar de gemeente Amsterdam vond dat er eindelijk resultaat zichtbaar moest worden door eisen te stellen. De junk moest een cliŽnt worden met een probleem waarvoor hij naar de psychiater kon worden gestuurd.
Bij de vroegere stichting De Gele Banaan was het zelfs een doodzonde om de junk een 'verslaafde' te noemen. Want met dat woord werd hij immers nog erger gestigmatiseerd! Ook het woord cliŽnt was taboe. Men had daar 'klanten' en die klanten waren horizontale vriendinnen en vrienden. En niemand legt toch over zijn vrienden een dossier aan? Het was dan ook in het verkeerde geelgat dat Amsterdam cliŽntenregistratie eiste van de Gele Banaan. Want waarom moesten drugshulpverleners opgave doen over hoeveel overwerk ze wel niet hadden aan zorgenkindjes?

Kortom, weg subsidie, al het personeel ontslagen, en er werd een nieuwe organisatie op zijn wielen gezet met een naam waaruit blijkt dat de Gemeente Amsterdam voortaan schot in de zaak verlangde: Stichting De Gele Wagen.

Mijn binnenkomst daar geschiedde op 21-5-1982 toen de projectleider, de heer Rijk Hanekraai, een uitzendkracht bestelde voor de functie Manus van Alles. Als ik zeker wist dat ik heel goed kon stenograferen, beloofde hij bij de kennismaking, was ik aangenomen.

Mijn eerste werk was al het oude personeel van de Gele Banaan op te roepen voor een sollicitatiegesprek met Rijk Hanekraai. Omdat hij wel begreep zelf spoedig directeur te zullen worden van de nieuwe Gele Wagen, hield Hanekraai reeds kantoor in het pand van wijlen de Gele Banaan, in de kamer van het voormalige thans ontslagen opperhoofd, vlak onder de Westertoren.

 


Direct al uitte de aanstaande directie tussen de bedrijven door zijn ergernis over de achter zijn rug prijkende muurschildering van een psychedelische nimf met antennebloemen als voelsprieten. Tussen haar dijen geen bezemsteel als raket, maar een enorme injectienaald.
Een veelbelovende klant van de Gele Banaan had dit reusachtige kunstwerk in het verleden mogen aanbrengen, hoezeer de gemeente ook verlangde dat de Banaan klanten zou aanzetten tot een ander zelfbeeld, in plaats van het dope spuiten ook nog eens te helpen romantiseren.
Maar Rijk Hanekraai van de Gele Wagen begreep nu uitstekend dat hij het vroegere personeel wel gemeentelijke eisen moest gaan stellen, maar dat hij daarom nog niet hun vroegere cultuur mocht ontheiligen. Als hij dit kunstwerk in zijn kamer, waar ook vergaderd werd, liet overkalken dan was Leiden in last bij de oude kliek! En daarom was hij nu gedoemd er voor onbepaalde tijd met zijn rug naartoe te zitten. Ik op mijn beurt zou daarentegen tot in lengte van dagen bij het opnemen van dictaten en dienstorders juist telkens steels blikken kunnen werpen op de sexueel-erotische uitstraling van het onthutsende fantoom.

Om weer in dienst genomen te worden bij de nieuwe Gele Wagen, moest het oude Banaanpersoneel verklaren en beloven te zullen gaan hulpverlenen volgens de verticale eisen: junks dienden te leren zelf hun vuilniszak buiten te zetten, hulpverleners moesten de intake gaan registreren, en grove voorschotten opnemen bij het uitkeringenbeheer van de Gele Wagen was voortaan uit den boze.

Doordat alle nieuwe medewerkers bij de Gele Wagen evenwel afkomstig waren van de Gele Banaan bleef hun kromme hulpverleningscultuur als een rots in de branding staan temidden van onbetekenende franje zoals nieuwe statuten, de nieuwe naam en nieuwe bestuursleden, die namelijk hadden gemeend simpelweg een nieuwe attitude te kunnen dicteren

Zoals Rijk Hanekraai zelf zei: personeel van een televisiefabriek kan ook niet op eigen houtje aquariums gaan maken. Terwijl ik hierover laryngaal grinnikte, vulde de oude Wester ongegeneerd klingelklangelend de tijd in.
Het bleek dat je met Russen in Amerikaanse uniformen gestoken toch niet zomaar het communisme kon bestrijden. En het oude hulpverleningsgeloof van de Gele Banaan werd bij de nieuwe stichting dus ook niet zomaar afgezworen. Op die manier werd reeds in de geslachtsklieren van de Stichting de Gele Wagen een instellingsconflict geboren, met aan de ene kant de oude kliek, wars van therapeutische benadering en confrontatie, en aan de andere kant een tegenstroming van medewerkers die toch wel voor een probleemgericht behandelplan te vinden waren, of die helemaal nieuw werden aangenomen in dit wereldje.

Het conflict dat dus ontstond tussen de subsidiabele nieuwe stroming van verticalen, en de oude stroming van non-subsidiabele horizontale klantenbroeders, is thans dan ook ten top geŽscaleerd. De Gele Wagen blijkt inmiddels te bestaan uit een kudde volstrekt onwillige honden, die (gedeeltelijk vanuit de ziektewet) in de kroeg de cliŽnten opstoken tegen de andere stroming, van werknemers die zich nog steeds niet arbeidsongeschikt melden, maar daarom deze opgestookte klanten dienen te ontvangen.

 TYPERINGEN 
Oude Stroming (ex Gele Banaan): Personeelslid komt binnen,  van vroegtijdige ouderdom reeds kromtrekkend, in krullende stijfstaande jekker, en zelf ook van iets stijf staand.
Attributen: sigaret, kortademig, diffuus, sjofel, en een houding van: God dat weet ik niet, dat kan ik echt niet allemaal volgen.
Of komt binnen zingend: "Mien waar is me feestneus Mien, waar is me feestneus gebleeeeven."
Als de chef er niet is komen ze collectief met de poten op de bureaus liggen en te hard slaan op de rekenmachines voor de grap, voor zover ze er bij kunnen.
Ik vraag me altijd af waarom zij hun neus niet snuiten. Zijn de gepikeerde snorkgeluiden waarmee ze telkens slijminhoud ophalen gerieflijker dan deze in WC-papier te ontlasten? Dit ligt immers overal klaar voor huilende cliŽnten?
Mogelijk gebruiken zij de toiletrollen liever voor protestgedrag. Deze werpen zij immers telkens als een jojo over de vloer uit? De ontrolde sjerp laten ze liggen als wraak op de fascistoÔde geachte subsidiegever.
"Ach wat geeft verzekeringsfraude? Ach wat! Ze besodemieteren jou ook! Moet je es kijken wat de CIA doet!"
Met ontplofbare afkeer van eventuele andersdenkenden benen zij overtuigd verwijtend weg.
De junkwerkers, zoals Meander ze noemt.

Nieuwe Stroming (De Gele Wagen): Herkenbaar aan volle bepakking, tassen vol schriftelijk materiaal en behandelplannen. Alerte scherpe gebaartjes. Intellectuele interesse en positief reagerend op creatieve fantasie die niet persť gelieerd is aan een gemeenschappelijke vijand. Bij gestremd ademkanaal wendt men zich wellevend af en snuit snel de neus. Maakt geen afspraken met cliŽnten in de kroeg laat staan dat zij gestolen spullen helen. Gaat eisend in de ouderrol in plaats van horizontaal met cliŽnt mee in de slachtofferrol. 

In het kader van de noodtoestand zijn er door directeur Rijk Hanekraai dienstorders en dwangbevelen uitgevaardigd.

Hanekraai heeft me onlangs ook een brief aan mijzelf gedicteerd omtrent de juiste kantoortijden (09 uur beginnen) waaronder ik na het typen, als vertegenwoordiger van de directie, overigens wel zelf mijn eigen handtekening zette, waarna ik dergelijke brieven tevens in de postbakjes deponeerde van alle andere collega's die de kantjes er af marcheerden. Al met al had het typen van dreigbrieven en decreten over correcte werktijden en roosterdiensten me tot middernacht bezig gehouden!
Omdat in het kader van de strengere sfeer compensatie-uren nauwkeuriger zullen worden geteld hoefde ik de volgende dag dus pas tegen het eind van de middag te verschijnen.

STROMING
Zij koutten vrij en
zeiden wat zij meenden
toen rakelings
een meisje binnen beende.
Een olievlek van zwijgen viel:
de stemmen staakten
omdat het meisje deel uit van
de and're stroming maakte!

 


 DE WERKVLOER  
Vanmorgen kwam ik voor het eerst sinds maanden daadwerkelijk mentaal en fysiek om 9 uur ten kantore. Op de werkvloer aan de koffie zaten reeds collega's.

"Hallo Zwijns," zei de directeur. "Wat straal je! Veel meer dan als je om half elf komt."
"Vuile beul!" riep ik.

De directeur begon te klagen dat hij van zijn vrouw lange tijd geen tekstverwerker mocht kopen. Maar dat ze er nu zelf mee was komen aanwaaien, omdat ze veel artikelen moest schrijven over kindermishandeling. En dat ik in de lunchpauze goedkope daisywheelprinters voor hem moest verzinnen. En waar hij die kon halen.
"Brother CE 40 of 50 Super of BT Herengracht 317 Micro Plus!" knauwde ik, immers reeds zelf thuis gekozen hebbende, na jaren studie, voor een bepaald merk homecomputer (Tandy, 6300,= gulden) en voor genoemde rammelmachine van slechts 2300,= die mijn verhalen naar uitgevers mooier afdrukt dan menige matrixprinter met zijn puntjesletters.

Toen ik koffie had zei ik: "Zal ik eens iets stoms vertellen? Gisteravond heb ik een geluidsuitgang op mijn TV gemaakt en de twee aders aan ťťn en hetzelfde contact gesoldeerd."
"Wat stom!" riep Meander Misbaar, ťťn van de maatschappelijk werksters die het uitkeringenbeheer verzorgen.

Mijn koffie begon te werken dus ik moest maar iets gaan doen. Van de twee nieuwe intakes voor het morfine verstrekking experiment had ik ťťn intakebeschrijving weten af te schuiven naar de GGD. De andere moest ik dus nu zelf gaan typen. Juist toen ik klaar was weerklonk de bel. Naast mijn bureau hing een intercom aan de muur verbonden met de straatdeur op de Prinsengracht, waar cliŽnten voor de Sociale Begeleiding aan moesten bellen buiten spreekuren om (terwijl ze bij de Gele Banaan juist de hele dag hartelijk welkom waren op de koffie want hoe meer klantencontacten hoe meer subsidie).

"Met Wim," zei ik op mijn dienstverlenende toon in de hoorn. Dat wil zeggen: dus niet op een vrijblijvende ouwe jongens krentenbrood toon zoals de oude stroming van de Gele Banaan het zou hebben gedaan, in uiterst onprofessionele verbroedering met de clientŤle.
"Met Rudi!" klonk geÔrriteerd aan mijn oor. "Welke Rudi?" vroeg ik opgeruimd. "Ja doe nou maar open?!" "Voor wie kom je?" "Ik heb geld te weinig gehad van Meander!" Met mijn hand op het mondstuk riep ik tegen het uitkeringenbeheer: "Kan je Rudi van Balen extra geld geven?"
Al doorwerkend en op haar cijfers kijkend riep Meander van de overkant terug: "Rudi van Balen heeft roodstand dus die krijgt geen cent maar als hij wil praten laat hem dan maar komen."
De belknop werd inmiddels opnieuw en nog eens opnieuw ingedrukt. "Hallo Rudi," zei ik monter in de hoorn, "je hebt geen geld over maar je mag wel praten." Ik drukte op de deuropeningsknop en bleef luisteren tot ik de straatdeur weer in het slot hoorde vallen.

Ik ken Rudi. Van de lagere school. Of van de Mulo. Of zomaar gezien op een foto van voetbalsupporters. Met dat toeschietelijke voorwenden van betrouwbaarheid maar de uitstraling van onrust. Zijn quasi openhartige gezicht met een lach achter de ogen van iemand die jou uitprobeert. Misdeeld, brutale schooier. Ik heb hem altijd gekend en nooit gemoeten. Hoe belangrijker ik me in mijn werk voel des te meer het me interesseert, maar hij interesseert me geen reet. Er zijn klanten die ik vermijd omdat hun gepraat me zo oeverloos verveelt. Hem hoef ik niet eens te vermijden. Hij weet intuÔtief dat er bij mij volstrekt niets te halen is.
Gehaast nam hij plaats tegenover het bureau van de maatschappelijk werkster.
"Ik merkte buiten dat je me veertig gulden te weinig hebt gegeven Meander!" stak hij van wal.
"Dat kan niet Rudi. Ik heb geen veertig gulden overgehouden. En je hebt je handtekening gezet." "Ja maar ik heb het echt niet gehad! Dat is mijn geld en ik wil het hebben nu!" "Waar moet ik het vandaan halen Rudi?" "Ja waar moet ik het vandaan halen, dat interesseert me niet weet je wel! Dat geld is gewoon van mij! Daar heb ik recht op! Waarom moet een junk altijd leven als een paling in een emmer stront!"
"Rudi je mocht hier boven komen om te praten maar niet over geld." "Ja shit weet je wel! Je geeft me dat geld maar en anders zal je wel merken wat er gebeurt, wat zullen we nou krijgen! Ik moet hier altijd eerst de deur intrappen om me geld te krijgen weet je wel!"
"En toen heb je het ook niet kunnen afdwingen Rudi."
"Nee dat komt door die gabber daar van je met die bril!"
"Hallo Rudi," zei ik. Ik deed mijn stem strenghartig klinken. "Ik ben er nog steeds." Het viel me op dat er meer gift en verbetenheid in weerklonk dan ik bij het loslaten van de woorden dacht aan te mengen. "Ik-ben-er-nog- steeds!" riep hij nabauwend, het hoofd 180 graden naar mij omgebogen, maar toch honend heen en weer gerukt, de ogen bol van een doffe opgeblazenheid.
Het ging nu over een incident gisteravond na werktijd. Ik was die ochtend te laat gekomen, evenals Meander, dus ging ik ook te laat weg. Kennelijk hoorden wij bij de subsidiabele nieuwe stroming. Maar een non-subsidiabele klantenbroeder had bij het weggaan naar de kroeg de straatdeur open gezet. En zo had Rudi kunnen binnendringen, maar Meander bedreigen viel toen tegen omdat zij er dus niet alleen zat.

Hanekraai liet me in zijn kamer komen, dicteerde brieven, stortte een stapel nota's in mijn armen, droeg me op een nieuwe indeling voor het archief te maken en al de papieren daarin te stoppen, en besloot: "Zwijns, er zijn klachten over de stichtingsnaam. Het oude personeel vindt het plagiaat en de buitenwereld denkt dat we nog van de Banaan zijn. Jij moet in de toekomst iets beters bedenken dan Gele Wagen. Geef me vanmiddag een eerste lijst met nieuwe vondsten dan sturen we die naar het bestuur, zodat zij ook ergens hun lol uit kunnen beleven."
Ik liep naar mijn bureau terug en begon te typen:

NIEUWE NAMEN
1.  Stichting Aurora
2.  Stichting Emergo
3.  Stichting de Roltrap
4.  Stichting Ariadne
5.  Stichting Drugproef
6.  Stichting Proefdruk
7.  Stichting Prinsengracht
8.  Stichting Prins-Gemaal
9.  Stichting Rotonde
10. Stichting de Boogbrug
11. Stichting het Koekoeksnest
12. Stichting Phoenix
13. Stichting de Leest
14. Stichting Stijgbeugel
15. Stichting Verlichting
16. Stichting Kortsluiting
17. Stichting Contact Sleutel
18. Stichting Toermalijn
19. Rosa Somnifera
20. Stichting de Teerling
21. Stichting Lentegewei
22. Stichting Kontikki
23. Stichting Hemelrijk
24. Stichting Spoetnik
25 Stichting Tentharing

"Nee hŤ?!" klonk het vies van boven. De andragoog Thomas Bomas stond mee te lezen; op zijn rug droeg de reus een zak vol  testformulieren voor zelfredzaamheidsonderzoek.
"Stichting Aurora, nee hŤ?! Aurora is een elektrazaak op de Vijzelstraat!"
Ik keek op en bitste: "Aurora is de godin van de dageraad!"

Terug naar Dagboekenoverzicht


 MEANDER MISBAAR 
Meander Misbaar is nog maar pas aangenomen bij de Gele Wagen en nieuw in de drugshulp. Zij ontpopt zich als een fanatieke zedenmeesteres die zowel verslaafden als klantenbroeders de les leest. Op haar eis zijn er in hun stafvergadering zelfs rookpauzes ingevoerd, teneinde haar te beschermen tegen de uitlaatgassen van tabaksverslaafde collega's.


Toen Rudi was afgedropen ging zij de muren in haar werkhoek ontdoen van plaatjes en stickers uit het tijdperk van de Gele Banaan. Zoals een Donald Duck lamlazarus uit zijn ogen kijkend met daaronder het woord: "Stoned?"

Een poster van een meisje met weelderige billen naar de camera toe en rode naaldhakjes werd zonder pardon in repen afgescheurd. "De geile gifslang geeft een rommelige junkensfeer," schold Meander.


Een grote sticker met elementaire naaktstudie ging er moeilijk af maar Meander's nagels drongen zich als messen in het materiaal terwijl haar felle bewoordingen korte metten maakten met voluptueuze billen.
Ik vond wel dat zij een beetje gelijk had toen ze met een schaar in haar vuist nijdig begon te krassen op een met behangplaksel vastgekitte affiche. "Als ze bij de Gele Wagen zo bang zijn voor agressieve klanten waarom moeten die Gele Banaan platen hier dan levensgroot het voorbeeld blijven aanbieden!" kefte ze.


Ook begon ze, bij Pijk van Pijkeren, administrateur en bureauchef, aan het prikbord waarop al een paar jaar drie dropjes met spelden vast zitten, inmiddels onder het stof, daar nog opgeprikt ten tijde van de Gele Banaan. En dus heilig, want Pijk verbood haar terstond zijn prikbord te kuisen. Maar Meander verwijderde het kleefspul reeds met dezelfde aarzelloze stelligheid als waarmee ze even later oude tekeningen van de Gele Banaan uit een zak haalde en verscheurde, nog voor je zag wat het was. Te elfder ure had de Gele Banaan vergeefs getracht de subsidie te behouden door junken te activeren met bezigheidstherapie.
Hun werkstukjes vonden nu in Meander's ogen geen genade.
En toen ik riep: "Geef die maar aan mij!" was ook de potloodtekening van een gymnastisch meisje al tot papierafval verwerkt!

 "Bah, die blote griet kon alleen maar zo poseren omdat ze cocaÔne had gebruikt, weg ermee!"
Als bijzondere service tenslotte griste Meander een pakje mentol-shag uit mijn la en wierp dat in mijn prullenbak.

Tussen onze werkvloer en de directeurskamer van Rijk Hanekraai, was een aanzienlijke schemerrijke ruimte met onder meer een kopieertoestel waarboven een illustratie hing in stereotiepe pose, van een schamel gekleed jong ding. Tegen de achtergrond van een onweersnacht.
Tot mijn verrassing heeft deze daar tot het eind der tijden gehangen zonder ooit ten prooi te vallen aan de subsidiabele verticale werkstijl waarin Meander Misbaar escaleerde.

Het buitenbord van de vroegere Stichting De Gele Banaan dat eveneens als klapstuk en pronkstuk binnen aan de muur hing, was een reliqui waar Meander vanuit een intuÔtief overlevingsinsctinct nooit een vinger naar heeft uitgestoken.

 

De verslaafde Frans Stern kwam binnen en riep: "Wauw wat een mooie dure apparaten staan hier zeg." (Vertaling: genoeg geld voor speelgoed, krijg ik ook wat?)
Hij nam plaats aan Meander's bureau, geel, uitgemergeld en gebogen, met dunne vette haartjes.
"Mag ik die ballpoint hebben?" vroeg hij Meander. "Nee Frans er heerst hier toevallig net een pennencrisis."
Op quasiverwonderde, ondergeschikt klinkende toon, maar met voelbaar groeiende verontwaardiging, strikt geregisseerd, begon hij een voorschot te vragen voor nieuwe schoenen.
Meander, die ijverig gebogen in haar papieren verdiept bleef, gaf ten antwoord: "Frans, daarvan kan hoegenaamd geen sprake zzzijn." (Geen slordige Amsterdamse s-klank dus).
Weinig hoopvol klonk het: "Waarom geloof je me nou niet, wil je me dan niet helpen."
Meander: "Ik wil je wel geloven en helpen maar om je te helpen zeg ik wel neen. Geld is niet van elastiek." (Keek hem nog steeds niet aan).
"Maar ik heb het nodig."
"Dat neem ik dan voor kennisgeving aan."
"Ik kon maandag echt niet."
"Dat neem ik dan ook voor kennisgeving aan." (Op een toon van: wat ben jij vies).
Hij probeerde het lukraak bij een andere hulpverleenster, maar die antwoordde vanachter een uitgetrokken archiefla: "Ik vind het erg vervelend als Meander zo duidelijk is dat je bij mij gaat doorvragen."
Naar zich liet begrijpen waren ook deze woorden van een medewerkster afkomstig met verticale eisen nieuwe stijl.

Elk mens heeft behoefte aan een reputatie (een geleerde kan er prat op gaan zijn eigen theorieŽn te weerleggen) en ik wil bekend staan als iemand die drop, koek en chocola uitdeelt. Daarom ging ik nu rond met een trommeltje brokjes chocoladeletter. Meander wilde er wel ťťn. Ik legde er ťťn voor haar neer. Ze pakte het niet. Ik legde het brok weer in de trommel. Meander zei toen tegen een collega dat "haar chocola werd aangeboden". Ik pakte het brok weer uit de trommel. Ze gaf aan geen melkchocola te willen maar pure. Ik reikte haar bruusk een brok pure aan. "Teder!" gebood ze. Ik legde de chocola terug en pakte haar hand om in te bijten. "Gatverdamme!" gilde ze, "je bent een vreselijke man! Luister Wim, wat wil je, nu meteen een klap of soms nog even wachten?"
Ik pakte de chocola uit de trommel, gaf die aan een collega en stak mijn tong tegen haar uit.

Nog een andere geest van de nieuwe stroming is een andragoog die zich bij de Gele Banaan reeds niet thuis voelde: Thomas Bomas.
Toepasselijke naam: een boom van een jongen die altijd rondmarcheert met volle bepakking. Zijn tassen en zakken puilen uit van cliŽntendossiers, verwijsformulieren en notulen.
De andragoog is heel gevoelig voor nieuwtjes, zoals het feit dat Jeen, een oude stroming jongen, op zijn vrije dag in het huis van collega Sjaan, de kortingskaart niet kon vinden waarop de stichting huishoudelijke artikelen voor het werk aanschaft.

Thomas Bomas vormt binnen de nieuwe stroming weer een mentaal blok samen met Stella Maretak.
Meander (in plaats van zich tot de schoonmaker zelf te wenden) zat net een brief te typen aan de directie namens haar en Stella, omdat het kantoor te vuil bleef. Ze roept naar mij: "Hoe schrijf je Maretak?" Ik roep naar de overkant: "M-A-R-E-T-A-X," waarop Thomas reageerde: "Wat ben je toch een rat." Thuis besef ik pas dat dit Stella-taal is, dus dat kennelijk ik als rat wordt afgeschilderd achter mijn rug door Stella tegen Thomas.

Het is blijkbaar ochtend, want Thomas Bomas gaapt. Zo staat hij dan met die muil wijd open in zijn sjofele regenjas midden op de werkvloer. Een afwezige beweging van zijn arm verraadt zijn intentie met de hand het gat te dichten, zonder dit daadwerkelijk tot stand te brengen (alsof hij van de oude stroming is).
Gevuld met zijn monumentale gestalte schrompelt de werkvloer waar we zitten nog verder ineen. En in die kleine ruimte verzonken, waar ik zelf gezeten ben, daartegenover het uitkeringenbeheer, dwars daarvan de administrateur, spert dus Thomas Bomas zijn kaken uiteen en voegt er zo nog weer een geweldige hoeveelheid space aan toe.

De onverdraaglijk sexy heroÔnegebruikster Marjolein komt de trap op tippelen na een builbui in de keuken. Ik heb een brief voor haar geschreven. Als ze dichtbij me komt voel ik de onverdraaglijke lichtheid van haar ziel. Ze bedankt voor het briefje en zoent me snel omdat ik jarig ben geweest.
"Laat Hanekraai het niet horen dat je met klanten zoent," roept de andragoog Thomas Bomas.
De Westertoren gaat luiden met zwaar bronzen deining. Wil ik zwemmend op lopen... Plechtigheid, magie, ritualiteit, hoop en angst luidt de klok. "Ja Hanekraai kan de boom in!" roep ik scherp.
Hansje van de boekhouding, Pijk's assistentje, lacht met een scherpe kakel, kort alsof hij iets waarneemt wat buiten zijn competentie valt. "Kerstboom en kerstversierselen," vraagt hij snel aan chef Pijk, "zijn dat algemene kosten?"

"Pas op hoor," vervolgt Thomas tegen mij, "uit nieuwsgierigheid begint iedereen. Dan denken ze: Dit IS het. Willem begin er nooit aan, het is de makkelijke weg die ten verderve voert. De weg van het kwaad. Nieuwsgierigheid en geiligheid, dat is waarmee je in ontucht vervalt."
"Waar haal je dat vandaan?" "Ik zie het in je ogen." Loopt weg. "Willem, hou jezelf vast!"
Allemachtig, waar heb ik zulk gezwam meer gehoord?! Alsof hij het tegen een klant heeft! Alles waartegen hij zedepreekt is hij volgens mij zŤlf!

Hij heeft Prinsengrachtdienst voor de Sociale Begeleiding en zit dus niet rustig beneden aan een bureau. Even later staat hij alweer midden bij ons op de werkvloer, bezig grijnzend vullis uit zijn zakken te rapen op zoek naar ťťn van de vele versies van cliŽntencijfers die hij in concurrentie met de oude non-subsidiabele stroming op diverse vergaderingen van de Gele Wagen heeft ingebracht.†

Marco van de Mensa huppelt binnen; ook nog iemand van de Gele Banaan. Thomas zegt in de notulen gelezen te hebben dat Marco bij het uitkeringenbeheer zou gaan zitten "en vertel nu eens of dat waar is."
"Nog een directeur!" gilt de nicht, "ik hoef jou toch geen verantwoording af te leggen!"
"Dat zeg ik ook niet! Ik vraag je alleen maar om informatie! Heb je soms een lange pik!"
"Of ik een lange pik heb dat zou je zelf moeten ontdekken tussen de lakens!"
Hij werpt joyeus een toiletrol uit over de vloer en flaneert op een triomfantelijk schommelgangetje weer naar beneden.
Thomas Bomas praat verder tegen het uitkeringenbeheer over de agressie van de klanten, die volgens hem helemaal niet veroorzaakt wordt door de strengere behandeling, maar doordat de oude kliek hen zit op te naaien in de kroeg!†
Tegenover mij staat nog een typemachine voor algemeen gebruik en daar zit juist ene Sep een protestbrief aan directeur Hanekraai te typen. Hij moppert: "Het is toch wel erg, zit ik hier een brief aan Hanekraai te typen. 'Beste Rijk', zet ik er boven want hij zet ook boven zijn brieven 'beste medewerkers', dus het wordt ook: beste Rijk."
Hanekraai loopt net langs en zegt op een zo vlak mogelijke toon: "Wat zeg je?" "Nee niks," grauwt Sep. "Hij schrijft je een protestbrief," verduidelijk ik.
Toen Thomas over de agressie begon kwamen er sterk introverte lachjes op Sep's gezicht die tegelijkertijd toch zeer expressief waren. Uitdrukkingen die allemaal zeiden: "Ja, dat komt er van als je hier gemeentelijk beleid wil opdringen tegen het klantenbelang in."
Met van die kantelende hoofdbeweginkjes.
Nu Thomas het heeft over opgenaaid door de oude kliek, nu verdwijnen die grimassen evenwel. Omgekeerd staart Sep enige seconden de andragoog aan. En stoot dan uit: "Dat vind ik wel een heel erg baute uitspraak!"
"Vind je dat een baute uitspraak?"
"Ja die je zeker niet hard kan maken?!"
"O dat kan ik wel."
"Geouwe Jan Hoer!"

 

WOORDENLIJST

Afgekickt - Gladstoned.
Bijlmer Bajes - Neuromasten.
Boekhouding - rekentuig
CoŲrdinator - ordinaire chef
Crisisteam - wal die schip keert
Evaluatie - evolutiepauze
Overlegstructuur - kunstmatig meningsverschil
Verwijskanalen - rioolzuivering
Spuit - prikpomp
Subsidie - verslavende substantie
Supervisie - visie van superieur
Verslaglegging - slag slaan naar feiten
Henne-pakker - geile haan
Hennep-akker - politietrapveld
Stafbegeleiding - stokslagen


Terug naar Dagboekenoverzicht

 

 STELLA MARETAK (het rode monster

Ik zeg wel eens: "Het is rood en het zit op school."
Iedereen weet wie ik bedoel. Namelijk
Stella Maretak, die als enige ex-Banaan wekelijks 1 dag in de baas zijn tijd en op kosten van de Gele Wagen, de Sociale Academie mag volgen.
Op haar werkdagen loopt ze volgens haar school stage en nu is ze zover dat ze een "instellingsverslag" moet inleveren. Hoe krijgt zij dit getypt??? Door gebruik te maken van iemands verliefdheid natuurlijk.


Stella Maretak gestoord in haar betoog door een cliŽnt.

Stella maakte al sprekend gedecideerde hoofdbewegingen zoals een lopende kip. "Van die koffie krijg ik hartvergruizing! Het is net uilezeik want je hebt het niet laten wellen."
Even later heel fruitig en monter op een kleine meisjes toon: "Heb jij een ball-point Wim?" Alsof ze het gebruik hiervan net op school heeft geleerd. Er heerst bij de Gele Wagen om de haverklap een pennencrisis.
Stella: "Hoe kort je individueel af?"
Ik: "Waarom moet je het afkorten?"
"Omdat het niet meer op de regel past."
Pijk: "Ga dan verder op de volgende regel."
"Bemoei jij er niet mee!"
Daarop trok ze het hoofd vol verwachting achterover. Bewoog haar knuistje met sigaret fier naar achteren tot sigaret zich naast haar schouder bevond. Ze wiegde haar krullenbol naar links en rechts ter uitbeelding van de wederwaardigheden die haar takenpakket drukken.

Toen ze me zo overhaalde voor haar te typen durfde ze er zelfs bij te zeggen: "Ik kan het ook vragen aan Hans of Pijk, of ik zou het zelf kunnen doen, maar nu vraag ik het toevallig aan jou."
Om je stembanden uit je strot te lachen, dat ze mijn chef Pijk van Pijkeren zou vragen haar huiswerk uit te typen. "En ik maak ook geen misbruik van je," hoorde ik haar op een gegeven moment zelfs nog zeggen.
Vlak daarvoor had ik tegen haar gezegd dat zij een erg belangrijk schepsel voor me was en dat ik me emotioneel betrokken op haar voelde.
Ik had ook een ideaalbeeld paraat uit het Erich Fromm-boek "Liefde een Kunst een Kunde" waarvan ik een uittreksel 's nachts voor haar had gemaakt. Namelijk: "Dat kan je ook niet. Het is voor mij een behoefte om je te helpen, en voor jou is het goed, dus hoe kan je daar misbruik van maken?"
Op deze logica kreeg ik geen antwoord van het rode monster. Immers wŠŠrvan maakt ze geen misbruik? Wat is misbruik dan? Waarom was het een behoefte van mij? Het misbruik zou kunnen zijn dat ze subtiel die 'behoefte' bij mij opwekte en gebruikte. En het zou een behoefte van mij kunnen zijn uit affectieve armzaligheid en omdat het de hoop aanwakkert dat ik ervoor beloond word doordat het haar en mij tot elkaar brengt. Want ik heb een diep verlangen dat zij mijn vriendinnetje is, zoals ex-banaanvrouw Sjaan altijd in de baas zijn tijd op schoot zit bij de ex-bananer Jan.
Toen ik na korte slaap thuis op mijn nieuwe letterwielprinter haar instellingsverslag had laten afratelen, en vrij laat op mijn werk gekomen de woensdagvergadering passeerde, keek ik natuurlijk meteen of Stella daar wel bij zat.
Het viel me op dat ze me blij toelachte. Want in de regel geeft ze lousjoege wanneer ik langsloop, ook al schat ze iedere situatie uit haar ooghoeken volledig in. En ze keek me daarom blij aan omdat ik vandaag belangrijk was: ze kreeg haar getypte huiswerk gelukkig op tijd.
En omdat ze naar me keek moest ze ook op me reageren en omdat ze moest reageren keek ze vriendelijk en omdat het nodig was dat ze vriendelijk keek deed ze dat ook overtuigend, met een smile waar ik op staande voet trots op was en die me een uur lang in gelukzaligheid dompelde.

's Middags kreeg ik Lydia aan de telefoon die zei dat "wij" me niet te pakken konden krijgen, waarop ik meteen begerig vroeg "wie wij?" Inderdaad: zij en Stella. En toen ik met Lydia uitgepraat was moest Stella me nog even aan de telefoon hebben, "nu ze mij toch aan de lijn hadden". Die laatste kanttekening kwam uit Lydia haar mond maar het was een onsterfelijke  Stella-zin. Namelijk omdat er een rechtvaardiging in zat verwerkt.
Stella Maretak neemt nooit zelf de verantwoordelijkheid voor een situatie die op vriendschap of liefde kan lijken. Het moet altijd noodwendig uit het toeval voortvloeien.
Het gesprekje met Ellen eindigt van haar kant met "Jmmm, njummmn, jungmm, jmmm...", half alsof ze niks wil zeggen, half het laatste woord willend.

Chef Pijk sprak Stella aan met 'juffrouw Maretak' waarop ze meteen paraat reageerde, doch op een matte, zichzelf zielig vindende en meelijwekkende babytoon: "Ach zeg maar gewoon mevrouw... of Stella."
Ik zou daar zelf nog wat eigen keuzes achteraan hebben willen roepen: "Of hoerige hex, of slijmerig serpent of..."
Pijk: "Kom je geld doneren voor het computerfonds?"
Stella: "NAAI!"
Ik lach snorkend.

De stafvergadering heeft een nieuw fenomeen: de rookpauze. Omdat mijn werkplek de kantine is steekt Stella er 1 op. Ik vraag haar of ze het erg vindt niet meer tijdens de vergadering zelf te mogen roken.
Haar gezicht wordt ontspannen, als van iemand die blij is toch nog aan de beurt te komen voor aandacht. Zachtaardig, verguld. Haar uitstraling treft me als liefhebbend, denk ik. Maar ik bedenk er ook bij dat ze wel helder is, maar koud, zoals TL-licht: je houdt je hand ervoor en je voelt niks. Of als een hoogtezon: ook koud, maar als je het te lang doet dan verbrand je. Toch voel ik, maar beteugeld, het jawoord als een spontane stroom uit mijn hart komen, als ik de smaak en nuance zie waarmee haar gezicht is geboetseerd: zonder overdaad, maar toch barok. Een schepsel met een hoofd fier op de romp en een frisse, gewassen, blank gevlekte huid. Niet mooi maar prachtig, een pure hex.

Na afloop van de officiŽle vergadering barst Stella kennelijk nog van zucht tot naberaadslagen. Met verhitte kop en met voordringerige gebaren duwt en drijft ze Thomas Bomas en Rijk Hanekraai naar de directeurskamer (zoals een boerin met een roe rundvee aanspoort).
Als ze na een half uur alleen terug keert staat haar gezicht of ze iemand stevig de waarheid heeft gezegd omtrent een derde die haar gluiperig heeft genaaid; de uitdrukking van zelfmedelijdend krokodillegesnotter is duidelijk nog niet van haar gezicht weggeŽbd. Ze beweegt zich in haar maanbaan over de werkvloer in haar habitueel onzekere, heupwiegende pasjes, waar ze zo dolgraag mee koketteert.

Ze vindt mij bizar om hetzelfde gevoel voor theater als waarmee zij zichzelf prononceert. Voor de grap roept ze tot Pijk: "Zijn schuld!"
Daarbij wijst ze zo overdreven nadrukkelijk op mij, dat haar kromtrekkende vinger mij niet eens meer recht aanwijst. Hetzelfde geldt voor haar hoofd, dat zich eerder van mij afwendt. Daarbij steekt ze overijverig haar lingua uit haar bek - ook die steekt er scheef zijdelings uit, infantiel, haast krankzinnig.

's Nachts heb ik volgens mij van Stella gedroomd.
De kernscŤne was dat ik me naar mijn badcel begaf en daar bleek te worden aangevallen door een groot aantal muskieten die daar een nest hadden of in enorme getalen uit eieren kwamen. Ik voelde me enorm bedreigd en benard en snakte naar ontsnappen. Ik speelde met de gedachte om een flitspuit te legen in de ruimte (een verdovende drug). Maar nu bevond ik me reeds in een kamer bij de junk Wil Slikkers en zijn hulpverleenster Stella. Zij had de verschijning van de vorige dag, met haar nieuwe roodbruine krullen, gezwarte ogen en opgeruimde humeur. Ik liet me uit over de reuze-insecten uit eieren en bekende niet zonder schroom: "Ik weet wel wat het zijn... het zijn gewoon schuldgevoelens."
Toen ik wakker was besefte ik de droom in dezelfde droom te hebben verklaard. Ik deed alle lichten aan en durfde pas na een paar minuten van zelfoverreding naar de WC in de badcel, waar de muskieten waren geweest, en voelde de angst nog onheilspellend hangen.

Onder de bestuursvergadering stelde ik vast dat ik achter mijn notuleergordijntje dacht: "Stella interesseert zich niet echt voor me. Want ik besefte dat ze nooit vroeg hoe het met me ging. Ik wou belangrijk voor haar zijn maar dat was ik niet. Ik was alleen interessant voor haar als ik haar huiswerk deed. En voor zover ik voor hŠŠr belangstelling toon, die ik Ťcht Ťcht Ťcht voor haar koester, zoals je dat doet voor water in de woestijn.

Donderdag belde ze me nota bene op van de Sociale Academie, weer met dat lang gerekte 'daaag' als aanvangsgeluid. "DŠŠag Wim met Stella."
In de loop van het gesprek zei ik: "Heb je lekker geslapen?"
Want we hadden afgelopen nacht alweer tot drie uur getelefoneerd: zij zat thuis en ik zat op mijn werk. Soms lijk ik twee relaties met haar te hebben: 1 door de telefoon en 1 op mijn werk, waar het voor haar zwaar taboe is om naar de andere te verwijzen.
"Ja hoor," zei ze, "ik heb goed geslapen, alleen te kort. Ik zei: "Ik ook, te laat naar bed..." maar dat interesseerde haar al niet meer.
Mijn innerlijk vatte het op als gebeld te zijn door mijn vriendin waar ik verliefd en blij om was en waar ik tevens de verraderlijkheid van besefte. Ik zag in wat een ongelukkige muis ik was dat ik deze kat zo eindeloos lief vond en ik tastte in het duister of ze haar zachte pootje gemeend had uitgestoken of met dezelfde achteloze routine als waarmee ze op gigantisch geile en speelse toon tegen Thomas Bomas kon zeggen: "Kom es hier schat."

Wij hebben hier in de Gele Wagen familie een zekere Lydia, maatschappelijk werkster, die tussen beide stromingen in pendelt. En die alles maar dan ook alles overklept. Vrijdag na vijven zat ik met Stella te praten en toen kwam ze boven en nam plaats. "Nee Wim," zei Stella, "je zegt het toch niet om me te vleien hŤ, daar kan ik toch van op aan hŤ?"
"Tuurlijk niet," antwoordde ik, "ik zeg het omdat het waar is. Je formuleringen in dit intake-formulier zijn glashelder. Je hebt geen gebruikersjargon overgenomen om zijn situatie te beschrijven, want het zijn je eigen woorden, maar toch objectief."
Ik ging nog een tijdje zo door en eindigde tenslotte: "Maar in die heldere objectieve formuleringen kan ik toch heel veel liefde voelen."
Stella en de Lydia lachten tegen elkaar, waarna de laatste opstond om volgens rooster aanwezig te zijn in de mensa. Ze riep: "Nou ik ga, Wim je gooit Stella er wel uit hŤ, dat hoef ik niet te doen hŤ?"
"Nee doet-ie niet," zei Stella naar waarheid, en toen ze weg was: "Die insinuatie betekende iets. Er wordt nu al over ons geroddeld in de mensa."
"Ja," zei ik, "ze begeeft zich welgemoed naar beneden om door te kleppen dat we hier nog zitten en wat ik tegen je gezegd heb."

Vrijdag de 13e januari 1984.
Vanmorgen moesten we van Pijk al om 09 uur op het werk verschijnen om te vergaderen over het vele te laat komen.
"We" dat waren de chef zelf, zijn boekhoudgabbertje Hans, Meander van het uitkeringenbeheer en ondergetekende.
Meander's collega was nog van de Gele Banaan, dus die hoefde niet te verschijnen, omdat hij in de kroeg zat, waar hij met klanten over voorschotjes sprak in ruil voor gestolen fietsen. Zo werden de klanten geactiveerd om iets voor hun geld te doen!

Toen we koffie hadden begon Pijk geduldig aan Meander en mij uit te leggen dat Hansje zich tegenwoordig om 08 uur 's morgens nog eens omdraait in zijn bed. Dat kwam doordat hij heeft ontdekt dat Meander en ik onze eigen werktijden bepalen. Ik durfde niet te roepen dat Hansje bij de onsubsidiabele oude stroming behoort. Hij werkt nog volgens de Gele Banaan cultuur: te laat komen en ook te vroeg naar huis. Meander, die de vergadering trouwens met wufte gilletjes uitlachte, compenseert het te laat komen na vijven, evenals ondergetekende. Gedecideerd stelde de chef ons sancties van Hanekraai in het verschiet mochten wij in ons gedrag persisteren.
Ziezo, de vergadering was afgelopen; Pijk stak een kaarsrechte sigaret op, Hansje zette de radio aan en Meander stortte zich op de administratie.

Wie kwam daar met pauwengang en draaiende billen parmantig het trappetje naar onze werkvloer op??
Stella Maretak heeft perioden met een bepaalde stijl van kleden. Eerst waren het de wollen slobbertrui, geiten sokken, lange wollen das. Later weer links ogende spijkerjasjes, ruithemden, gele sjaal, rode laarsjes. Thans praalt zij echter in een blauwgroene jurk.

Ik boog over mijn bureau naar het trapgat en zei 'daaaag' met de aanminnigheid van, tot geen afscheid geneigd, zich voor elkaar geschapen voelen. Mijn daaag verlengde zich door de hele kosmos als het daaaag onder paradijselijke ansichtteksten en liefdesbrieven.
Zodra Stella dit bemerkte voer er een nauwelijks merkbare schok door haar leden waarna ze het hoofd snel van mij afdraaide. De rossige krullen duizendvoudig als een rosarium dansten daarbij om haar hoofd.

Kwiek en geposeerd huppelde ze op boekhoud-Hans af en begon op gedrongen nasale toon gemaakt zeurderig, huilerig, in feite samenzweerderig, te praten.
"Hoe was jullie vergadering?" in
formeerde ze.
"Heel fijn," mengde ik me erin, "we hebben bijzonder plezierig geconverseerd in een opbouwende positieve sfeer."
Pijk die net een stuk post op mijn tafel legde wees daarbij priemend op zijn voorhoofd.
"Waarom wijs jij op je voorhoofd?" bemoeide Stella zich ermee. Pijk zweeg. "Zeg ik snap er niks van," protesteerde ze, "wat hangt hier voor een rare sfeer? Zo weet ik ook niet meer hoe ik me moet voelen en wat ik verkeerd doe!"
"Nou Stella, dat wil ik je dan wel uitleggen," viel Pijk uit.
"O ja? Ga je me dat uitleggen. Ik ben benieuwd zeg. Nou moet-ie toch niet mooier worden!"
"Kijk als je ziet dat iemand bezig is dan moet je niet zomaar het woord tot hem richten."
"Nou hoor!" Stella zette een pruilmond en keek geslachtofferd om zich heen. "Ik kom toch alleen maar op mijn werk en ik zeg toch alleen maar goeie morgen! Tegen Wim, die wil nog wel eens opkijken als ik binnenkom."
Pijk vertrok gauw naar Hanekraai voor managersoverleg en Stella voer voort: "Zag je dat, zodra ik binnenkwam stond hij op springen."
Ze kneep haar ogen dicht tot gerimpeld als bij grote pijn en deed ze ontgoocheld weer open.

Ik stond op en ging rond met een geopende trommel speculaasbrokken. Stella gluurde er nieuwsgierig in. Dan keek ze me aan en schudde met de boventanden over de lip langzaam en spijtig haar hoofd. In haar ogen de boodschap: "Ja, ik wil, maar helaas, anders groei ik dicht."

"Nou wat anders," riep Stella tegen me. "Iets in code wat niemand anders begrijpt." "O ja ga je praten in verbaal steno?" riep ik terug.
"'t Mot over."
Verrek, ik had er al een intuÔtie van dat ze dat zou zeggen. "Kan!" riep ik. "Maak maar een afspraak met me na vijven."

Door typewerk voor haar te doen geef ik mezelf de illusie van saamhorigheid. Er is geen middenweg. Als ik haar kwijt ben, doordat ze een tijdje afwezig is, dan voel ik heel wel hoe haar machtige aanwezigheid mij na een paar dagen verlaten heeft. Maar als ik haar telkens zie, dan kan ik niet met haar omgaan zonder intens bij haar betrokken te raken.
Ik laat me gewoon door haar voeren, zoals in de mensa, waar ze dienst had. Zodra ik binnenliep stopte het rode monster een grote bitterbal in mijn mond.


Op spiritistische sťances hoor je de geest vaak zeggen dat het aardse leed makkelijk vergoed kan worden aan gene zijde. Als de bevrijding maar komt, of vergeving of genade, dan wordt alles verzoend. Als de bevrijding komt heeft alles zin gehad. Maar als de bevrijding uitblijft is het bestaan van een absurde onzinnigheid.

Vanavond na haar dienst in de mensa, toen de klanten weg waren, stommelde Stella metterdaad het trappetje op. Ik zat achter mijn bureau brieven te schrijven aan scholieren die informatie vroegen over drugs voor hun scriptie.
Stella had van haar docent op de Sociale Academie te verstaan gekregen dat het uittreksel van Erich Fromms "Liefde, een Kunst een Kunde", dieper op de materie in moest gaan.
Ik zei: "In orde Stella, ik maak een grondiger uittreksel."
Ze dealde: "Vanmorgen heb ik een broodje van je gekocht voor 25 cent. Zal ik nu ook het papier vergoeden?"

Haar reactie wrong bij mij van binnen. Ik wees op de muurtekening die door een junk op een arbeidstherapie slordig was ingekleurd. En zei: "Kijk, het Amsterdamse wapen met zijn drie kruisen stelt regels voor een billijke prijs. Drie kussen zijn de norm voor fair play."
Stella keek boos opzij en murmelde iets over de scheiding van werk en privť, voor haar een heilig beginsel.
Op mijn bureau stond een open trommeltje speculaasjes en een bakje zoute drop. Ik vrat een koekje weg en stopte daarna drop tussen mijn kaken.
"Ooh Wim!" huilde Stella, "wat ben jij toch een vuilnisbak!"
"Je hebt wel gelijk," bedacht ik, "want ik lust jou met huid en haar."
Ik wachtte haar aangroeiende en wegstervende confetti gezichtsuitdrukkingen af.
Daarna vervolgde ik: "Okee, ik verlaag mijn prijs. Je moet beloven dat je ooit, al is het over een kwart eeuw, tegen mij zal zeggen: ik hou van jou."
"Ooh wat erreg Wim! Heb ik me weer zo gedragen dat je weer een beetje over me bent gevallen?! Nou hoor ik kan echt niet beloven hoe ik me in de toekomst zal voelen."

"Als je het zo hard speelt dan heb ik nog een andere prijs, aanmerkelijk hoger mag ik wel zeggen. Je staat me toe dat ik ooit in een verhaal over de Gele Wagen een personage opvoer waar ik jouw eigenschappen voor gebruik. Mijn talent mag dan bescheiden zijn en weinig belovend, ťťn eigenschap heb ik: radicaliteit en liefde. Dat hoort bij een schrijver samen te gaan."
"Nee! Nee nee en nog eens nee, daar geef ik geen toestemming voor."
"Stella, ik weet dat je graag personeel commandeert. Helaas heb ik maar ťťn troost voor je. In mijn roman over jou heet jij Ellen."
"Ooh nee dat wil ik helemaal niet! Nee ik wil geen Ellen heten! Zoals die vieze dikke vriendin van Gaius. Alleen daarom al niet! Ik haat die naam!"

Terug naar Dagboekenoverzicht

 

 WINTERMAANDAGMORGEN 
Amsterdam, 24 januari 1984.

Maandagmorgen: er lag een dik pak sneeuw. Mijn fiets zag er uit alsof hij dienst moest doen op een kerstkaart. Toen ik het rulle witte poeder van mijn zadel veegde was de plastic zak die ik daarover gespannen had helemaal schoon en droog. Ik stampte de luchtbanden een paar keer op het mulle luchtige vulsel dat het trottoir bedekte, waarmee ik de verticaal opgestapelde gruismassa gemakkelijk van mijn frame en stuur liet tuimelen. De lichtste versnelling kwam goed van pas bij het rijden over de bergen ijspoeder. Ik snoof de heldere reukloze wintergeur in en zeemde met mijn leren handschoen het water van mijn neus. Onderweg hoorde ik overal gelach, en hoewel ik het in mijn levensloop had afgewend om te denken dat het altijd ging om het uitlachen van mijn persoon, maakte ik me toch sterk dat het gelach mijn richting op kwam. Het was kennelijk een zot gezicht, waar de mensen in deze tijd van spaarzaam winterweer niet meer aan gewoon waren, dat ik me voortbewoog alsof er steeds iemand mijn bagagedrager optilde en het achterwiel dan een halve meter opzij plaatste. Ik kon namelijk niet thuisbrengen waardoor ik steeds 45 graden verdraaide met mijn karretje. Via rustig rijden en niet al te hard tegensturen kwam ik behoorlijk vooruit, door geulen en gleuven van voorgangers. Over harde gladde vlakken maakte ik herhaaldelijk slagzij. Het leek net of de mensen plotsklaps collectief eensgezind waren in hun belaagd worden door het winterweer, zodat ik op straat talloze geestverwanten ontwaarde. Ik maakte me sterk dat de jachtige concurrentie ver achter mijn boeg was weggeschoven, dat wil zeggen: alsof ik nu pas in een normale wereld leefde met mensen die bij elkaar hoorden en of ik op een natuurlijke manier kon beschikken over mezelf.

Halverwege de trap naar onze werkvloer bij de Gele Wagen bevond zich een overloop met een kleine keuken. Hierin vertoefde thans een subsidiabele samenscholing van nieuwe stroming mensen: Thomas Bomas, Meander Misbaar en Stella Maretak.
Gisteren had Stella haar krullenbol beschreven als een 'poedelrug', maar daarvoor leek dit herfstrood aangelopen Angela Davis kapsel me nu toch weer te lang; dit dan ondanks de nieuwe permanent en de verse Henna-impregnatie. Voor de gelegenheid had ze ook haar ogen aangezwart, wat samen met de rondom ontluikende rimpels een vlindervleugelmilde en rijpe indruk op mij maakte. Stella was vrolijk als na drie weken Spanje en probeerde waar ze maar kon in te haken op de conversatie om zo snel mogelijk het middelpunt te worden. Met een kern van waarheid beweren inderdaad kwade tongen dat Stella Maretak altijd "aan het werk is met haar mond en in de baas zijn tijd".
"Het is sneeuw die blijft liggen hŤ," riep ik, en tegen Thomas: "Ik heb in het weekend je stuk getypt."
Reeds bedacht ik dat ik dit al of niet kon meedelen met Stella erbij. En met haar erbij was de consequentie dat ze constateerde hoe ik dus ook voor anderen in mijn vrije tijd typewerk verrichtte. Ze zou daar dan verkeerdelijk uit kunnen concluderen dat ik het voor Thomas met hetzelfde gevoel had gedaan als voor haar, wat flagrant onjuist was, want voor Thomas had ik het gedaan met een warm weten van vriendschap en waardering. Maar voor haar typte ik met een wankel en voorlopig soort blijheid voor eigen rekening.
"Poedelrug?" haakte ik in over haar kapsel, "valt erg mee." "Ja het is heel zacht," daagde ze uit. Ik legde dan ook van achteren mijn hand op haar rossige krullen, die droog voelden. Ze staakte abrupt haar praatverslaafd relaas en maakte een grillend huiverend gebaar, waar ik even later bijna depressief van werd. Maar toch niet helemaal, omdat ik besefte dat ze zich toch een houding moest geven, en dat mijn eigen handelen per slot voor niemand anders zijn karmische rekening kwam, dan die van mijzelf.

Meander stond naast Thomas voor het gootsteentje, vlakbij de zilveren levensbron, de grote koffieketel van de stichtingskeuken, en nam mij kritisch op.
Ze zette haar beker op de smalle aanrecht en pakte de snoeptrommel. Hieruit haalde ze een forse drop en reikte mij die aan. Toen ik hem wilde grijpen trok ze haar hand snel terug. Maar toen ik toch doorgreep liet ze de drop expres op de grond vallen. Echter nog vÚÚr mij raapte zij hem weer op en hield toen de drop heel hoog in de lucht om hem van daaruit in mijn hand te laten vallen. Ik hield mijn hand derhalve open teneinde de neervallende drop niet te missen. Doch thans liet Meander haar hand dalen en kietelde vederlicht op de mijne met de drop. Ik wilde de drop metterdaad grijpen, maar reeds voor ik mijn hand sloot trok Meander de drop weg. Daarna wist ik de drop nochtans te pakken, al kan het zijn dat ze mij bewust "liet winnen."

Stella Maretak had dit tafereel gevolgd met bevreemd gekreun en geschokte hoofdbewegingen; haar krullen dansten daarbij over haar schedel als de vette kam van een soepkip.
"Waarom geef je hem die drop niet gewoon?!"
"Omdat hij veel te gespannen is!" riep Meander, "omdat hij ontspannen moet! Hij moet de drop uit de losse pols kunnen ontvangen!"

Meander beende het trappetje op naar de werkvloer en Stella rechtvaardigde zich: "Ja ik zeg maar wat ik denk hoor."
"Het is interessant wat jij denkt," meende ik, maar ze deed of ze dat niet hoorde. Ik beluisterde er namelijk kritiek in dat Meander te uitdagend was, dus een vorm van verantwoordelijkheid nam voor een gevoel naar mij toe, hoe sadistisch ook, en dit zou Stella in haar perfecte rechtschapenheid zelf nimmer doen!
Ik dacht tot 's avonds laat aan deze scŤne, want die was het leukste van de hele dag, omdat er door mijn intellectuele maskertje van de geÔnteresseerde luisteraar werd heen gedrongen naar wat ik werkelijk was: een levend dier.

Na het incident met de drop liep ik ook verder naar boven, en zag dat er een klant achter onze rug langs, naar de werkvloer was geglipt: Nina. Hoe kwam die binnen?? Zij zat nota bene op de stoel van de bureauchef Pijk van Pijkeren, die onfortuinlijk voor haar juist opdoemde van het toilet.
"Ga jij daar weg!"
"Wil je hier dan zitten?" vroeg ze linea recta op haar huilerige volksvrouwentoon, overigens heel communicatief voor een psychoot. "Nee!" riep Pijk, op zijn cheftoon, op zijn nee-leeftijd toon.
"Daar mag jij helemaal niet zitten!"
"O hemel!" sprak Nina haar gedachten hardop uit, "die is gek! Die is levensgevaarlijk! Je wil toch niet met me op de vuist?"
Nu veranderde Pijk in een zeer sympathieke fellow.
"Nee hoor, ben je gek?" vroeg hij innemend.
"Nee jij!" krijste Nina. "O hemel, ik heb je gek gemaakt!"

Pijk zat nog niet op zijn plaats, en ik ook, of hij stond alweer op om sigaretten te gaan kopen. In mijn functie van secretaris vroeg ik: "Hoe laat kom je terug Pijk?" Dit moeten afleggen van rekenschap vatte hij echter op alsof ik meende hiŽrarchisch superieur te zijn. "Over ťťn minuut!" riep hij tegendraads. Daarop drong het tot hem door dat ik toch niet helemaal onredelijk was, en hijzelf dus helemaal niet redelijk, en daarom bedacht hij zich: "Om 12 uur."
Ik ken nu het klappen van de zweep trouwens in zoverre, dat hij altijd eerst een keer afwerend of gekscherend antwoord geeft. Het feit alleen al dat iemand hem een vraag stelt schijnt zijn machtsgevoel te prikkelen.

Reeds voor twaalven was Pijk terug en viel uit: "Toch snap ik het niet Zwijns, waarom je voor alles tegenwoordig die computer gebruikt. We hebben net een elektronische printer met een correctietoets..."
Omdat ik antwoordde dat deze printer als schrijfmachine gewoon bruikbaar bleef, vond hij de situatie gelukkig acceptabel, hoewel ik nooit officieel zijn toestemming heb gevraagd om de zogenaamde oefencomputer voor het personeel, geheel tot mij te trekken.
Gisteren voerde hij ook al van die onzin-argumenten aan: dat het meer tijd zou kosten om eerst op die computer te typen en dan pas te printen in plaats van meteen te typen en de correctietoets te gebruiken. En dat mijn persoonlijke confort er niet toe deed.
Ik mag hem niet als hij zo optreedt, omdat hij dan altijd bijna kwaad is, en daarom zijn macht neigt te misbruiken enz.
Pijk zag het zelf ook wel in, want vergoeilijkend klonk het: "Morgen heb ik vrij hoor Zwijns, dus dan kan ik je er niet mee pesten."
Pijk verdween naar Rijk voor directeurspraat.

Met haar handje op mijn schouder staat Stella Maretak van achter over mij heen gebogen, op mijn beeldscherm te kijken en murmelt gelijk een onzeker klein meisje dat ze het 'ook wil leren'. Alarm: zij wil niks leren, zij wil dat ik haar werk uit handen neem.

Op de algemene type-plek, dwars tegenover mijn bureau, zat thans de leider van de non-subsidiabele oude hulpverleningscultuur: Gaius de Schildpad. Ideologisch en politiek de tegenstander hier in huis dus van Rijk Hanekraai, aangesteld door de gemeente Amsterdam. Gaius en ik waren nu als enigen op de werkvloer, maar ik begon te vergeten dat hij daar over die typemachine gebogen zat. Hij bewoog nauwelijks en beroerde slechts af en toe de typemachine; iets van tien aanslagen per minuut.
Ik verloor me in een dagdroom over een agressieve klant en hoe ik mezelf moest verdedigen. Denkbeeldig haalde ik plotsklaps met mijn vuist naar de verslaafde uit en zwiepte daarbij met mijn arm boven mijn bureau door de lucht. Daarbij maakte ik fysiek een gealarmeerd schokkende beweging op mijn stoel, waardoor zowel ik als Gaius de Schildpad tot hun positieven kwamen.

Het is zo gek nog niet om bij de oude stroming te horen, bedacht ik. Okee, ze gaan tegen de zin van de wethouder in door met de Jaren 70, maar eerlijk is eerlijk: bij de oude kliek is het tenminste sexy. Er straalt warmte. Als de nieuwe stroming je ballpoint inderdaad correct teruggeeft zegt men "alsjeblieft" en jij zegt dan "dank je wel" maar saai dat het is.

Hoewel de klanten de Gele Wagen vandaag pas om 12 uur binnen mogen voor het uitkeringenbeheer, opent Sjaan (ex Gele Banaan) toch al stilletjes de deur.

De subsidiabele Meander zou ze tot exact 12 uur laten blauwbekken, maar nu... een golf van warmte en simpele medemenselijkheid doorstroomde de groep verkleumde junken die ik beneden hoorde binnenhossen voor hun eerste bak zware troost met een overdosis suiker.

Ik scheen zowaar tijd te krijgen om eindelijk mijn steno uit te werken over de bestuursvergadering van vorige maand, en omdat Hansje was plassen, had ik kans om snel de volumeknop van de radio dicht te draaien.

Notuleren op zich eiste soms urenlang scherpe waakzaamheid, typisch mannenwerk, maar ook het uitwerken vergde grote concentratie en vormde een arbeidsintensief creatief schrijfproces.
Ik hoorde intussen de vertraagd sjokkende tred waarmee Sjaan zich de trap op pleegt te slepen, wat aanhield totdat zij daadwerkelijk gelaten op onze werkvloer verscheen met de gedupeerde knudde-grijns op haar gezicht, eigen aan ex-Gele Bananers, non-subsidiabel bij de Gele Wagen.
Ze droeg een spijkerjasje dat uitpuilde, in elk geval van twee dingen: haar voluptueuze borsten, (elke hetero-fantasie hierover lijdt schipbreuk op door haar lesbische geaardheid) en daaroverheen in haar beide borstzakken twee kakelverse pakken zware van de weduwe.
Haar weelde aan kostelijk blond haar was al in maanden niet gekamd; dode punten waren tot een doffe kabel vervlochten, een klimtouw uit het gymlokaal, eindigend in een achteloos aangebracht postelastiek.
Sinds zij zichzelf op de democratische Sociale Academie het anti-autoritaire eindcijfer had toegekend, was haar hulpverleningsovertuiging nooit meer bijgesteld.
Onbeholpen klonk het telkens ophalen van haar neusinhoud als ware er geen snuitpapier.

Een kennelijk hinderlijk in het gehoor liggende stilte op de werkvloer, deed Sjaan werktuiglijk het tot vrijwel geruisloos miezerende radiogedrein, zo hard opendraaiden dat er geen enkele suggestie van achtergrondstilte meer resteerde. De algemene sfeer werd hiermee geacht drastisch te verbeteren; hieraan twijfelen voelde als een soort heiligschennis.
Eigenlijk had ze roosterdienst bij de klanten beneden maar voor haar rookpauze hanteerde ze de werkvloer als kantine, en wierp, melig walgend van het gemeentelijke eisenpakket, een toiletrol uit over de vloer.

In zevenmijlsgalop kwam er nog iemand naar boven klossen, van de nieuwe stroming en volkomen subsidiabel: Thomas Bomas, andragoog en commando, een caseload aan behandelplannen in zijn rugzak en gefocust op een evolutionair doel.

"Sjaan je bent aan de beurt voor stafbegeleiding," hijgde hij tot de lesbiŽnne die net genoot van haar peuk.
Hij keek onderzoekend in haar starende, indolente ogen. Zodra ze ging spreken bleek Sjaan heel alert. Weliswaar oogt ze als een prijsverliezer, maar is er geestelijk gesproken wel degelijk bij.
Op de toon van iemand die zich verweert, ja, veronderstelde verwijten pareert, riep Sjaan: "Maar ik kom net van Dirk Braspenning vandaan! Ik lig op apegape! Ik krijg ook al intervisie en supervisie. Ik word kostsmisselijk van dat zogenaamde positieve toontje daar. Weet je wel hoe Dirk je uitzuigt! Die is een beetje gek ja!"
"Een beetje?" riep Thomas Bomas, "Een beetje! Die man is knettergek volgens DSM-III.  Een bťťtje gek dat ben jij!"
"Ja en daar voel ik me heel lekker bij!" huilde Sjaans stem defensief boven de popmuziek uit.
Ik vroeg me af waar de logica zat. Diende haar bťťtje gek zijn soms juist tegen het zich niet lekker voelen? Was zij dan een beetje gek tegen wezenlijke knettergekte?

Een nieuwestroming-werker van de Gele Wagen is bereid eisen te stellen aan zichzelf en aan de junk en vormt daardoor een bedreiging voor de levensstijl van de oude kliek, ex-Gele Banaan. Daarom worden er voortdurend conflicten gecreŽerd met gerationaliseerde argumenten, zoals nu van Sjaan over Dirk, waarachter de diep verzwegen angst voor de eisen van de nieuwe tijd de motor vormt. Elke rechtvaardiging is beter dan eigen incompetentie doen blijken.

In mijn functie houd ik me neutraal, omdat ik alle partijen diensten verleen, maar ik zie wel in dat ik met de blinddoek van Vrouwe Justitia voor, verdenking moet koesteren naar de kant van obstructie, leugens, onkunde, en het rijden op fietsen met camera's om, die door klanten zijn 'gescoord'.

"Mens we hebben een peperdure psychiater ingehuurd!" riep Thomas Bomas met zijn grijns op de lip van de katerige Gele Banaan vrouw. Ietwat trillend en bevend joelde ze: "Moet ik die zieleknijper dan in geuren en kleuren over mijn moeite met Dirk gaan vertellen... trouwens wat ik heel knap vond van Dirk was dat hij rustig op zijn bed ging liggen toen ik bij hem was om op zich in te laten werken hoe hij zijn huurschuld op een normale manier af zou kunnen handelen! Nou als je dat jaren niet gedaan hebt dan vind ik dat heel knap!!"
Thomas Bomas keek goedig vaderlijk. "Heeft Dirk trouwens nog excuus aangeboden voor die bedreiging van vorige week?"
"Excuus aangeboden?" viel Sjaan uit, terug in haar kracht, "dat kan je van hem toch niet verwachten..! Dat heeft hij nooit geleerd!"

De andragoog beende thans de trap af, kennelijk zelf aan de beurt voor het psychiatrisch consult.
Op Sjaans afgetobde kroeggelaat was een geroerde uitdrukking verschenen die tendeerde naar sympathie in een door mij onbegrepen richting. Haar hoofd begon wat mee te knikkebollen met het brandnetelritme uit de radio. Betrof het het verbroedering met haar klant, was het triomf over de weggebeende andragoog die samenzwoor met het gemeentelijk beleid, of was het alleen de universele bewustzijnsstaat van voormalige Gele Banaan werkers: hun eeuwige meligheid?

Stichting De Gele Wagen moet, zoals het mooi heet, hulp bieden op fundamenteel vlak tot "instandhouding" van de verslaafde: wonen, eten, slapen en vaste lasten betalen van hun uitkering omdat ze zelf niet met geld om kunnen gaan (meteen in heroÔne omzetten). De randcriminaliteit heeft de autoriteiten en de bevolking inmiddels zozeer verontrust dat er vage plannen zijn tot het legaal verstrekken van onversneden heroÔne, zoals dat thans reeds select gebeurt met morfine, maar in Le Monde lezen de Fransen nu al met veel tromgeroffel: Amsterdam verstrekt gratis heroÔne. Maar die discussie pendelt volgens vaste prik dan weer naar de kretologie over gedwongen afkicken en vice versa tot in eeuwigheid amen.

Op dit moment zaten de klanten beneden in de grote zaal op hun beurt te wachten voor het uitkeringbeheer, zodat ze hun zakgeld konden incasseren. Thomas Bomas liep beneden rond als dompteur. En Sjaan schonk koffie.

Ik had de radio nu helemaal uitgezet en boog mij tussen de telefoontjes door over mijn bestuursnotulen.
Er kwam iemand luid kankerend de trap op, zoals elke week: Alex, in lange bruine leren jas, haren altijd in groezelig staartje. Gaat er vanuit dat de subsidie gegeven wordt voor koffie. Komt te laat uit zijn bed en wordt beneden geconfronteerd met lege thermosflessen. Maar weet dat hij het boven ook niet krijgt want het keukentje hier is voor het personeel. "Godverdomme, kankerlijers, ik vraag het toch beleefd, onbeschofte klootzakken. Geen manieren hebben ze. Je kan me toch gewoon fatsoenlijk koffie geven! Zit er koffie in die tank?"
Thomas Bomas komt achter hem aan klossen. "Ja er zit koffie in maar niet voor jou."

Mijn chef Pijk staat bruusk op van zijn bureau, en gaat pal voor het mijne staan. Net of hij bijna kwaad is zegt hij op gewapende toon: "Wim Heins!"
Als hij zo gedecideerd doet dan schrik ik innerlijk. Door mijn slechte geweten. Want door mijn vele te laat komen en te laat weggaan, ben ik extra meegaand.
"Wim!" klinkt het nogmaals, "in de toekomst gaan we alle binnenkomende post inschrijven. Alles!" Het woord alles klinkt erg dreigend. Er gaat de suggestie vanuit dat je ergens de hand mee hebt gelicht en dat dit nu wordt aangepakt. Het "alles!" klinkt alsof zijn geduld op is en tegenspraak hem uit zijn vel zal doen springen. Hij kijkt je er met van die fixerende grote bevroren ogen bij aan en zijn stem klinkt niet te plaatsen nijdig.
In de Sociale Begeleidingsvergadering speelt hij directeurtje met een houding "omdat ik het zeg", aldus Thomas, en dat wordt daar niet gepikt. Hanekraai houdt zich al een paar dagen ziek wegens het arbeidsconflict met ex-Gele Bananers. Naar de omgeving toe buit Pijk dat uit met een heel verdachtmakende houding: zich genaaid betonen, omdat hij het moet opknappen voor Hanekraai, als een soort loopjongen. Hij deelt zijn ongenoegen met het boekhoudjochie Hans, die zich ook voelt: onderschat, onbelangrijk, niet serieus genomen, kwaad op Hanekraai. Met de hele dag opmerkingen over diens loonschaal. En op Meander, die het tweetal heeft verweten afrondingsverschillen (stuivers) naar eigen personeelspotjes te laten "wegboeken".

Als Meander weg is roept Hans met zijn overtrokken subjectiviteit: "Zelf naait ze de klanten voor tientallen guldens omdat ze te lui is om een aanvullende uitkering voor ze aan te vragen."
Pijk en Hans hebben op Meanders vrije dag ook weer voorschotten gegeven. Omdat ze geen nee kunnen zeggen? Nee omdat ze iets hebben met die klanten, met mensen die buiten hun boekje gaan, en omdat ze vernietigend zijn naar al wie "intolerant" is...

Werkvloer Gele Wagen, 19 maart 1985.
Het rode monster komt de afdeling op en doet nadrukkelijk toneelspelend of ze een poes zoekt en roept pss pss pss maar ze zoekt de directeur Rijk Hanekraai! "Psss psss waar is-ie dan?" En ze kijkt onder de tafels.

Thomas Bomas komt naar boven klossen op zoek naar Stella Maretak die zich niet op haar post bevindt, bij haar cliŽnten/klanten.
Eigenlijk gevoelt zij... in een omgeving van onnutte schepsels geplaatst, eens zo duidelijk... haar nietigheid. Een nietigheid waarvoor zij zich echter een te aristocratisch wezen acht. Vandaar dat zij zo veel mogelijk contact zoekt met de waardevolste mensen in de drugsscene. De mensen die zij het waardevolste om haar vinger kan winden. En mensen met waardevolle titels. Zoals de dokter van de methadonpost. Daar zit ze vele uren te werken met haar mond. En veelvuldig toeft zij bij de Gele Wagen directeur drs. Rijk Hanekraai. Toen ik daar vandaag zonder kloppen binnenviel... was Stella hem aan het aflikken en opvreten. De schaamte is zij zeker voorbij, maar nog verre van de waarheid nabij.

Virtuoos zoals beiden meteen op een gespreksonderwerp overschakelden.
Rijk: "Eh... een kind hebben is eigenlijk helemaal niet leuk. Je hebt geen minuut meer over."
Stella moederlijk in hoofdlijnen prekend met veel woorden als "ja schat, nee lieverd..." onthulde meteen dat in deze fase evenals bij haar Rijks huwelijk kapot zou gaan. En dat de door Rijk verguisde schoonmoeder toch wel een beetje gelijk had toen die er zo tegen was dat diens vrouw ging werken.
Stella stootte zulke tegengestelde meningen er zonder nadenken uit alsof ze het probleem al volledig had doorkauwd. Beiden waren het eens dat de vrouwenemancipatie er nog lang niet was en dat men tegen wil en dank weer in die rolpatronen belandde al wil Rijks vrouw ook eigenlijk het liefst met dat kind op een bank in zon enz. enz.

Even later als ik alleen achter mijn bureau zit komt Stella tevoorschijn uit dit slopende hulpverleningsgesprek.
"Hoehoe... Even zitten hoor..." Ze draagt een wijdvallende bloemrijke tuniek.
Ze vouwt haar handen en strekt zo haar beide armen tussen haar knieŽn naar beneden en of ze het koud heeft slaat ze de ogen ineengekrompen omlaag. Dan legt ze haar hand bezinnend en wat neerslachtig langs haar wang en kantelt het hoofd.
Op verslagen kleutertoon verzucht ze dat die secretaresse van de GGD zo slecht kan typen. En dat ze daarom mij die belangrijke brief wel zou willen geven. "Maar we hebben hier geen briefpapier van de GGD liggen..." verluidt het problematisch.
"Toch ben jij de beste typist ooit Willem. Je kijkt me ongelovig aan droppie, maar je moet er beslist eens over nadenken en dan zal je bemerken dat het toch volkomen waar is schat."
Met andere woorden ze vraagt niet (direct en klaterend zoals Nel zou doen) of ik iets wil typen maar ze tracht die verantwoordelijkheid in mijn eigen schoenen te schuiven!
Ik geef hierop geen ander antwoord dan het berispen van de GGD-typiste.
Stella begon nu half huilerig te klagen dat ze 'niets terug' krijgt van "die inbraak" alsof we daar ooit een woord over gewisseld hebben.
Ik geef weer lousjoege of hoe je dat ook schrijft.

Thomas Bomas roept van beneden dat Stella moet komen voor ene Willem van Buiten. Dat is een verliefde klant die haar nota bene een zilveren ring heeft geschonken met een robijn erin, betaald uit drugsgelden. En die ring heeft ze van die cliŽnt nog aangepakt ook. Sterker: het rode monster draagt hem zelfs openlijk om haar vinger!


De rode wilde kip is toch maar mooi zijn begeleidster, denk ik zwartziek van jaloezie.
Deze Willem van Buiten heeft vandaag een humeurtje als een opgeklopte slagroomtaart. Ik hoorde Stella tegen hem roepen: "Doe je jas eens uit want nu komen volgens mij je vleugeltjes uit!"
Het geld brandde hem in zijn zakken maar nu is gelukkig al het in de gevangenis opgespaarde uitkeringsfortuin alweer over de balk gegooid. Namelijk op de gevangenis-WC telt het zitten ook nog mee! Zo kwam er wel 17.000,= gulden in Willems spaarbot. Maar van dat probleem is hij nu goddank af!
Stella vertelt dit later met een lang gezicht en tussen de schouders heen en weer wiegend hoofd. Ze gluurt ondertussen naar Thomas en trekt veelbetekenend haar wenkbrauwen op.
"Als poep gaat hij door zijn geld heen met zijn grote smoel."

Er gaat door mijn hoofd: Toch is Stella nooit kortaf. Ze is altijd in principe welwillend en positief.
Ze beent wulps het trappetje af. Even later spreek ik haar door de huistelefoon. Ertussendoor moet ze even een andere lijn pakken. Ik hoor dat ze ook in dat gesprek dezelfde innemende houding aanneemt, als waarmee ze bij mij een saamhorige sfeer creŽeert. Meteen komt mijn oorspronkelijke basisgevoel voor haar terug: Ik hou van jou zoals je altijd aardig bent en het goed probeert.

Later vertel ik Stella's collega Nel dat het Leger des Heils naar die menselijke houding een centrum heeft genoemd: Goodwill.
"Ja maar voor niks gaat de zon op," meent Nel. "Toen ik vanmorgen vroeg of dat
rooie spook mijn roosterdienst een uurtje wilde overnemen, zei ze zo goedschiks knikkend mm-mmm! En toen dacht ik: daar zal je wel wat voor terug moeten hebben."
Ik denk na.
Ik herinner me niet dat Stella ooit ergens iets voor terug wilde hebben. Gewoon omdat ze nog nooit iets voor mij heeft willen doen. Het enige wat Stella Maretak doet is hetzelfde als haar klanten:
IEMAND GEBRUIKEN

Terug naar Dagboekenoverzicht

28 juni 1985
Stella Maretak is van de week geslaagd voor de Sociale Academie. Ze had geen enkele moeite gedaan om het ook aan mij te komen vertellen. En vandaag zou ze gebak uitdelen.
Ik kom heel laat uit mijn bed en heb dus ruim de tijd om voor mezelf uit te maken hoe te reageren. Ik heb een gevoel dat ik er nauwelijks notitie van wil nemen. Ik heb heel wat huiswerk voor haar opleiding gemaakt. Maar hoe onvoorwaardelijk je ook handelt, onbaatzuchtig is iets nooit. En daarom had ik zelf haar waardering willen voelen doordat ze het persoonlijk aan mij kwam vertellen. Maar ik hoorde het via via.

Ze draagt vandaag een oranje-geel T-shirt, witte broek, witte sokken en witte grijze sportschoenen in de zelfde linnen uitvoering als haar tas. Arbeiderszakdoek om de hals.

Op de werkvloer zeg ik achteloos: "Nee dank je, ik hou niet zo van gebak." Het dringt wel tot me door dat dit eigenlijk een ogenblik is waarvan ik me vroeger al had proberen voor te stellen hoe dat zou zijn. Ik voel me er ook een beetje verlegen mee dat ik haar niet zoals de anderen feliciteer. Ik voel dat je ook 'verstandig' kunt zijn in plaats van mokkend en isolerend, waar je alleen jezelf maar mee hebt als anderen het niet begrijpen. De kans bestaat zelfs dat Stella het tegen mij uit kan spelen.
Aan de andere kant vind ik het te confronterend om haar te feliciteren. Ik weet nog heel goed dat ze eens opmerkte: jouw naam mag ook wel op mijn diploma komen. Onzin, maar dat gevoel zal erg in gedachten komen als ik haar feliciteer. Dus doe ik het niet. Want iedereen heeft haar bij het feliciteren gezoend. En dat is wat ze met nieuwjaar en verjaardag aan mij juist liefst weigert. Moet ik haar dan zoenen tegen heug en meug? Moet ik dan juist opvallen door het niet te doen?

Even later komt ze alweer met die nerveuze blijdschap en de doos taart in haar handen de werkvloer over en biedt Rijk Hanekraai die naast me staat gebak aan.
"Waarom?"
"Ik ben geslaagd!"
"Gefeliciteerd." Ze tongen met passie likken elkaar schoon. Ik meng me er maar tussen. "Gefeliciteerd maar ik hoef geen gebak."
"Van jou weet ik het."
Haar lachje klinkt moeizaam als kiespijn en wat kakelend als door de telefoon maar toch ook levensecht. Wat weet zij precies? Waarom ik "geen gebak hoef" soms?
Wij zijn allebei mensen die nooit openlijk worden. Omdat wij allebei beschermers zijn van de schone schijn van koek en ei.
Rijk weigert om hem moverende redenen ook gebak.

Het doet me 's avonds verdriet dat ze als een blij geslaagd kind rondhuppelde en dat ik haar niet kon omarmen en kussen omdat ik ook blij voor haar ben en vol waardering. Ik vind het erg dat er tussen ons precies zo'n situatie ontstond als wat ze eens verteld heeft over haar moeder toen ze als kind haar sportdagdiploma had gehaald. En toen die moeder daar niet eens naar wou kijken.

 

 THEO DEKEN 
"En nu wil ik weten hoe het in elkaar zit!" buldert hij dikwijls in de grote zaal waar verslaafden op hun beurt wachten. Neen, deze boosheid betreft geen verongelijkte drift over zijn financiŽle positie. Wat hij wil weten is de clou van het leven, het wezen van de waarheid, de kern van de kosmos. Theo Deken, geboren 23-7-1939, is een filosoof. En hij volgt een consequent rechtlijnige realiteit. Want zoals dieren in het wild waakzaam dienen te wezen, zo meent ook Theo na korte uren slaap aanstonds de waakzaamheid der wildernis te moeten betrachten. Daarom slaapt hij onder zijn deken in de open lucht. Volgens het intakeformulier is zijn adres: Portiek Beursgebouw Damrak.
En de Volkskrant schreef (toen hij in een telefooncel werd gevonden): volgens de wijkagent van Bureau Warmoesstraat in de Jaren 80, Max Engelander, heeft Theo nooit gestolen. "Soms was het gruwelijk koud, maar vond je hem toch slapend op straat. Hij was vervuild, maar meestal kon je een praatje aanknopen. Ik denk dat hij op zijn manier gelukkig was."


Foto: Frank Schallmaier

Theo's broer Carel Deken vertelt de Volkskrant dat in de aula verschenen: iedereen die Theo kende van de straat als verslaafde zwerver, en aan de andere kant vrienden uit zijn veelbelovende jazz-verleden. Een politie-agent huilde toen in de aula muziek klonk die Theo veertig jaar daarvoor schreef. Als broekie stond hij al in 1962 met een eigen big band in het Concertgebouw, en kreeg hij de zaal stil met zijn weemoedige compositie Something for Billie.

Maar nu is het nog geen 11 oktober 2000, waarop Theo als 61-jarige zal sterven. Nu komt Theo binnenlopen bij Stichting de Gele Wagen. En daar verneemt men zijn gewillige geweldloze stem. De stem van een heilige bedelmonnik die verkregen munten weer uitdeelt aan kinderen, die kleren in het portiek gebracht door zijn moeder weggeeft aan wie het volgens hem harder nodig heeft.
Midden Jaren 60 verslond hij boeken van Krishnamurti en trok naar India. Wat daar gebeurde is nooit opgehelderd. Maar teruggekomen verwilderde hij. En werd in 1970 ťťn der eerste zwervende junks. Maar verslaafd of niet, geen schepsel heeft hij geschaad. Theo is een wijze, oude ziel met een hoge beschaving zoals opklinkt uit zijn hoffelijke, verzorgde Nederlands. Een ingewijde in spiritualiteit.
Op zachtaardige toon vraagt hij om in ons keukentje "een kopje thee voor mezelf" te mogen zetten.
Deken oogt in zijn fijngevoeligheid kort gekrenkt als ik hem erop wijs dat het keukenhok zit dichtgetimmerd. Maar nadat hij toch bepaalde stafleden zo ver heeft gekregen, staat hij bij het open voorjaarsraam commentaar te leveren op de volgende klant van Meander: Carlos Africana.
"Bemoei je er niet mee!" bijt die van zich af, "dat is een zaak tussen Meander en mij."
"Ach Carlos, dat bedrag is toch genoegzaam bekend," gnuift Theo Deken, "dat gaat toch boven het persoonlijke uit. Dat is toch een bovenpersoonlijk bedrag waar we in alle openheid over kunnen spreken."
"Dat maak ik zelf wel uit en bemoei je er niet mee!"

Theo boeit me wel, omdat hij net zo contemplatief spreekt als ik wanneer ik verliefd ben.

 

 CARLOS AFRICANA 
Maar Carlos Africana intrigeert me ook. Nog zo iemand die zijn naam eer aan doet. Een rijp ogende grijzende man, maar net een wilde, zo uit Afrika in Nederland geÔncarneerd, die onze taal beeldend spreekt, maar zijn vroegere oerwoudmoraal blijft hanteren.
"De rand van je hart dat zijn je ogen, wat daarin gaat dat blijft, altijd!"
Het laatste woord spreekt hij uit met de felheid en bloeddorst van een oorlogskreet.
Meandert telt zijn zakgeld uit terwijl hij voortgaat: "Als een vrouw mij ongehoorzaam is, dan sla ik haar niet! Maar als ze me bedriegt, dan sla ik haar dood!"
Met zijn schorre dominante stem gelijkt hij een man van principes, al roept hij tegelijk de gewone junkensfeer op van bedreiging en pressie. Daarmee kan hij op bepaalde dagen in zijn stijl van harde rechtvaardigheid, uitstekend veinzen dat aan hem over de schreef gaand onrecht is aangedaan. Dan wil hij gewoon geld net als elke verslaafde.
En zijn stokpaardje is vrouwen.
Aan Stella heb ik gevraagd of hij voor vrouwen aantrekkelijk is. Ze dacht voor sommigen wel met zijn gevlei en zijn vele aaien.
Ik heb wel een zekere angst voor zijn primitieve directheid. Zeker omdat hij, zonder ook maar iets van mij te weten, zomaar ongevraagd in mijn gezicht uitroept dat ik een computerdeskundige ben. Hoe kan een wilde uit de rimboe iets afweten van mijn passie voor een nog maar net uitgevonden machine?


 NIEUWJAAR 1985 
2 januari 1985.
"Hopelijk dat in 1985..." begint Pijk van Pijkeren tegen boekhoudjongen Hans.
Maar de sfeer is wat lamlendig nog. Verder dan deze aanvangszin komt de bureauchef niet met goede voornemens.
Er komt een collega de trap op. Hans strekt zijn arm naar hem uit en blijft met uitgestoken hand zo zitten. Het duurt heel lang voordat de collega begrijpt wat de bedoeling is. Als die een nieuwjaarshand heeft gegeven, komen er nog meer mensen binnen die ook een hand krijgen. Maar Hans gaat met de handschudbeweging door, ook als de gegadigden helemaal op zijn. Zo zit hij dan met lodderige blik in de lege ruimte handen te schudden.
"Driehonderdvijfenzestig fijne dagen gewenst, " praat hij door. Pijk: "Je bedoelt 364. Wat kan jij goed rekenen."

De junk Peter Klaterschal komt fris gekleed en gekapt stevige padvindershanden geven. Na een vrouwelijke collega komt hij bij ene Koert. "Waarom geef je hem nou geen zoen?" vraagt Pijk. Vervolgens maakt de junk aanstalten om ook Koert te zoenen. Die blijft het rustig innen en verzucht na de zoen: "Oooh, leuk."

Op uitslaaptijd komt de oude stroming binnen van alle ex-Banaanmensen. Er klinkt een hoog gaapgeluid dat speels wordt uitgevierd in een melodietje. Men legt de benen op de bureaus. Men krijst kinderachtig als indianen. Als laatste van hen verschijnt 'klantenbroeder' Jeen, zoals Meander dat noemt.
Zijn lichtvoetige, haastige, luie stem herhaalt: "Gelukkig Nieuwjaar, jij ook, ja jij ook, jij ook... jij ook." Al langslopend, maar niemand handenschuddend, vervolgt hij: "...jij ook, jij ook, jij ook..."

Op de trap kom ik Nel tegen. Haar zoenen zijn zo ondubbelzinnig. Mijn bril valt er van af. Zo bronstig, bloedig, vochtig, vlezig. Die zoenen zeggen zo duidelijk dat het amicaal is tussen ons dat je geen moment overweegt haar te kunnen versieren.
Maar... waar is eigenlijk Stella,
het rode monster!
Met leedvermaak besef ik dat Stella vandaag weer in een moeilijk parket zou zitten als ze iedereen zou zoenen maar mij zou overslaan!
Die middag terugkomend van een klant begint ze op de werkvloer meteen tegen Hans: "Gelukkig Nieuwjaar schat." Daarna drie zoenen op de wangen van Pijk van Pijkeren, de chef. "Ik vind twee zoenen altijd wel genoeg hoor Stella."
Er staan nog maar weinig collega's op de werkvloer tussen haar en mij. Nu is Stella aangekomen bij Thomas Bomas, en verduidelijkt luid: "Ik zoen iedereen."
Zelf ben ik nu al sterk doortrokken met verlegenheid. Als ik bekijk hoe zij nu vanzelfsprekend met anderen doet wat ik, als verliefde, met uitputtende inspanning voor haar nog niet eens kon verdienen, voel ik me iemand die beschaamd neerkijkt. Al roepend "ik zoen iedereen hoor" belandt ze zo bij mij.
Ik kus haar grote droge wang braaf mee. Om me een houding te geven schrijf ik dit meteen op, in steno, een steek het papiertje op de prikker.
Een paar dagen later staat ze naar mijn papierprikker te staren, met tussen haar schouders heen en weer wiegend hoofd. "Is dat je persoonlijke steno? Het is net Arabisch hŤ?"
Ik papegaai 'ja net Arabisch' en maak veelbetekenende geluidjes. Stella trekt een aantal keren wild haar wenkbrauwen op.

 

 SUZANNE KOMT TE LAAT  

3 januari 1985
Pijk en Hansje zijn naar huis. Ik ben vanmorgen te laat gekomen net als Meander en de hele onsubsidiabele Gele Banaan stroming, maar die zijn al naar huis. Ik ben nog aan het schrijven, net als Meander. Verder verschijnt de andragoog Thomas met een tas vol psychosociale notulen.

Tien voor half zes. De bel wordt ingedrukt. Door de intercom hoor ik de stem van de voormalig Duitse junkvrouw Suzanne. "Please let me in!" Ik zeg dat we gesloten zijn, maar even later glipt ze toch binnen langs iemand die er nog uit gaat.
"Gute middag," zegt ze op afwezige toon zodra ze boven is. "Ik kom nog even voor mijn geld." "Daar ben je dan te laat voor Suzan," antwoordt Thomas. "Oh nee please, ik heb geprobeerd maar mijn klok is verkeerd gelopen! Ik kan het niet helpen!"
"Wim heeft je door de intercom al verteld dat we dicht waren." "Nietwaar! Hij heeft gezegd je bent wat laat maar je wordt nog wel geholpen! Het is koopavond. Vroeger bij die Gele Banaan mocht je dan tot vijf uur geld halen!"
Meander: "Het is koopavond. De winkels zijn open. En wij zijn gesloten!"
"Maar ik heb het God! God! God! Verdomme echt nodig! Really! Ik moet mijn katten vreten geven. Echt waar! Bitte! Asjeblief! Maak voor 1 keer een uitzondering! Ik vind het echt een beetje te te te stoer en brutaal fascistoÔde!"
Tho: "Suzan dat hoeven we niet van je te pikken!" "Ach asjeblief mijn klok ging een beetje te laat gewoon! Asjeblief gewoon! Ik moet boodschappen kopen gewoon! Eerlijk waar! Asjeblief doe nou normaal! Voor dat ene maffe geeltje!"
"Ja voor dat ene maffe geeltje ga je hier een scŤne staan trappen!" "Ach please je kan toch gewoon dat geeltje uit je la halen of uit je portemonnee voorschieten en een aantekening maken. Dat is toch heel makkelijk voor jou!"
Meander: "Nee dat is niet makkelijk. De kas is opgemaakt. We zijn hier aan het overwerken." "Nee het is too much gewoon! Dat ik voor 1 geeltje hierheen moet lopen weet je wel en dat je het dan niet wil geven! Het is too much gewoon weet je wel!"

De geweldloze vrouw blijft nog een tijdje wachten kennelijk in de hoop alsnog haar zin te krijgen, alsnog ouders onder de indruk te brengen van al te veel verdriet. Haar wangen vallen bleek langs haar kaak, haar mond scherp opgemaakt, oud en ingevallen door reeds aftaaiende tanden.



 JUDO SLAAT MEANDER 
Amsterdam, 3 januari 1985.
Van beneden waar het uitkeringenbeheer bezig is, klinkt plots erbarmelijk vrouwengekerm. Is ťťn van die junkwijven weer ontevreden met haar poen? Ik stop met typen en luister scherp. Er is waarlijk een diepgevoeld, jammerlijk gehuil te herkennen. Op de trap hangt Meander aan een leuning vastgeklemd. De tranen rollen van haar wangen. Ik loop er langs alsof het me niet aangaat om eerst poolshoogte te nemen wie er agressief is teneinde nog erger te voorkomen.

We brengen Meander naar de directeur Rijk Hanekraai. Ze gaat zitten met haar hand op haar oog alsof ze het bloeden wil stelpen. Haar stem klinkt al weer geheel beheerst, kalm, zelfs monter. Meander is geslagen door de desperado en ellendeling Judo S.

Pijk besluit dat Hanekraai het op moet lossen want de sociale begeleider van Judo heeft een snipperdag.
Hanekraai, zelf ook psycholoog, is bereid het op te lossen. Als Meander weg is laat men Judo bij Hanekraai komen. Die is namelijk na zijn daad rustig blijven wachten op het geld dat hij af wou persen. De junk op zijn beurt meent dat hij voor straf bij de directeur moet komen.
Judo vertelt gestoken aan Hanekraai dat hij zich vernederd heeft gevoeld. Want Meander had gezegd: "Kijk me aan Judo. Je vraagt of ik jou een voorschot geef. En jij wil het antwoord weten. Kijk me aan, het antwoord luidt: NEEN."
Volgens Sjaan is aankijken iets intiems, en Meander had dit dan misbruikt door met verfijnd venijn te lispelen: Judootje, jongen, het antwoord is... NEEN!

Hanekraai nodigt na zijn onderhoud met de junk alle belangstellenden uit in zijn kamer, zodat hij in geuren en kleuren kan toelichten hoe hij de dader heeft behandeld.
"De directeur dat maakt indruk," meent Hanekraai, "want junks zijn gevoelig voor autoriteit. Ik heb gezegd: jij hebt een medewerkster van mij geslagen. Nu zit je hier omdat we moeten beslissen wat er nu met jou moet gebeuren. Wil je me helpen om mijn werk te doen, heb ik gevraagd. Ik heb hem een zogenaamde paradoxale opdracht gegeven! Ik heb gezegd: wil je me helpen? Je mag voortaan f.100,= voorschot vragen en niet meer dan een week van tevoren, anders laten we je weghalen, akkoord?"
In plaats van te applaudiseren worden echter alle aanwezigen kwaad.
Want de directie heeft Judo prompt een structureel voorschot aangeboden.
Hanekraai: "Meander heeft me verboden om de politie te bellen. Moet ik dan soms ook een klap krijgen? Ik ben kwaad dat ze het aan mij overlaat en me dan verwijt dat ik me aan haar wensen heb gehouden. Waarom gaat ze meteen naar huis? Omdat ze een gesprek saboteert. Zij kan niet tegen kritiek."
De psycholoog Peter: "Meander heeft inderdaad een overladen voorstelling van eigen perfectie. Ze is dwangmatig consequent. Want waar kan je een junk meer mee choqueren? Het is niet dat zij zo van afspraken houdt hoor, want daar houdt ze zich zelf ook niet aan. Maar om zichzelf langs deze weg te compenseren."
De psycholoog is verder boos omdat Hanekraai hem heeft gepasseerd. De behandelaar had de paradoxale opdracht namelijk zelf al geprobeerd, maar zonder succes. Hanekraai heeft het volgens Peter altijd over magie toepassen, maar hij heeft doodordinair uit lafheid opportunistisch gehandeld. "Je hebt nu structureel ingebouwd dat we in de toekomst de politie moeten bellen en dat we Judo uit het uitkeringbeheer moeten gooien, namelijk omdat nu al zeker is dat deze verslaafde opnieuw grenzen zal zoeken en weer zal gaan dreigen. Judo is gewoon beloond voor een klap, die hij bovendien een week van tevoren had aangekondigd."

Volgens Peter vindt Judo het zelf ook heel naar. Maar het is nou eenmaal een jongen die op de gekste ogenblikken geld nodig heeft. Hij zal je in alles gelijk geven, vinden dat hij het niet had moeten doen en beloven dat het nooit meer zal voorkomen, maar de grens zoeken zal hij gegarandeerd opnieuw.
Hanekraai: "Dan doet het er ook niet toe waar je die legt. Dan maar bij de deur."
Peter: "Judo is een linke jongen. Hij heeft al mensen neergestoken en tanden uitgeslagen. Judo is een jongen die altijd zal proberen om anderen de verantwoordelijkheid te geven. Als we hem eruitgooien dan is het onze schuld dat hij weer rottigheid uit gaat halen in zijn eigen beleving."
Hanekraai: "Voor hetzelfde geld is het onze schuld als we wachten tot hij een klap heeft uitgedeeld. Wil jij zonder tanden verderleven?"

 

KEES LOOD's BEHANDELHOEKJE
Bij doorlichting van deze case, die voldeed aan de intakecriteria uit ons cliŽntenprofiel, valt een manipulatieve attitude op en een minieme frustratietolerantie. CliŽntgericht brainstormend wordt evident dat het deviant gedrag voortvloeit uit een affectief verwaarloosde privťsfeer. Daarom wordt een serie voorwaardenscheppende, counselende gesprekken gekozen bij een therapeut met een groot empathisch vermogen om escalatie en rolverwarring in de pathologische sfeer te voorkomen en om een coŲperatieve basisinteractie te bevorderen. Met follow-up en relatietraining zien we sociaal evenwicht in de prognose. De feed-back op deze statement kan zijn dat de hulpverlening die zo outreachend naar cliŽnt toe bezig is, zelf met een brok onverwerkte frustratie komt te zitten, waarvoor supervisie is geÔndiceerd om burn-out uit te stellen daar het steeds gaat om de mens achter het patroon.

 

 

 EHBO-MIDDAG 
Woensdag hadden we een EHBO-oefenmiddag. Ik liep naar beneden en in de grote zaal passeerde ik Stella Maretak. Ik zei: "Daag." Zij reageerde of ik lucht en zij doof was. Even later in de Sociale Begeleidingskamer kreeg ik voor het eerst die dag contact met haar toen ik haar meedeelde: "Ik kom ook." Ze viel uit: "Natķķrlijk kom jij ook. Ik heb je trouwens vorige week al verteld waarom jij ook komt!"
Ik aarzelde perplex tussen afgeblaft en overgewaardeerd voelen.
Toen de les daadwerkelijk begonnen was kwam Stella nog eens binnen en zocht een lege stoel. De enige lege plek was naast mij, daarnaast was de deur. "Ik ga dicht bij de deur zitten," zei ze nadrukkelijk, waarop er door mijn hoofd ging: "Of ze vindt het hier eng en wil kunnen vluchten, of ze geeft zo aan niet vrijwillig naast mij te gaan zitten om mij."
Wat haar motief ook was, die enige lege stoel liet haar in wezen helemaal niets te kiezen. Maar de implicatie dat ze noodgedwongen naast me kwam te zitten stak als een netel in mijn ziel.
Zodra ze gezeten was begon ze tegen me te fluisteren. "Ik heb liever dat je je muil houdt," fluisterde ik terug, onmeetbaar en onbewijsbaar net iets luider dan nodig, zodat bijvoorbeeld Rijk Hanekraai, de directeur, die volgens orders van het bestuur vaker zijn gezicht diende te tonen bij het gewone voetvolk, kon horen hoe familiair ik toch maar met haar was.
De arts was inmiddels met zijn uitleg begonnen.
Stella kende de leerstof beter dan de arts, getuige haar gefluisterd commentaar. "Hij vergeet te kijken of ze een kunstgebit heeft," siste ze toen de dokter het beademen van de pop voordeed.
Toen Thomas het aandoenlijk geopende meisjesmondje van de plastic pop was wezen kussen, siste ze: "Wim jij bent aan de beurt."
Als ze zo graag wou dat ik nu ging dan wou zij dus na mij, met andere woorden: nadat de arts de mond van de pop ontsmet had waren de eventuele overblijvende resten spuug mijnerzijds haar liever, dan die van een ander. Deze overweging speelde zich gedurende een fractie af in mijn hoofd.
Toen het haar beurt was geweest om de pop te beademen haastte ze zich tegen me te fluisteren: "Ik vind het zo eng als iedereen kijkt, dat valt niet mee voor een verlegen en onzeker iemand."
"Dat voel jij, niemand denkt daaraan."
"Ja maar žk zit er toch mee!"
"Dat moet je niet uitspreken."
Stella ging een stuk elastiek nerveus als een hoofdband om haar wilde rode baren heen leggen.

Bij het oefenen van de hartmassage ontstond de mogelijkheid om met zijn tweeŽn te werken: de ťťn op de borst pompen en de ander iedere 5 seconden beademen. Ik dankte de schepper in een schietgebed dat het gedachtenleven van de mens niet automatisch op diens stembanden geschakeld staat (of op een beeldschermpje in het voorhoofd) want ik was er ongaarne op betrapt dat ik me koortsachtig afvroeg of Stella wel of niet met mij zou moeten en/of willen samenwerken.

Waarschijnlijk wil ze met Thomas, dacht ik, maar eigenlijk was dat kosmisch sadistisch, want ik hield veel meer van haar dan die onverschillige... die zou nooit hele nachten met haar telefoneren...
"Nu op een echt mens oefenen," fluisterde Stella, "Willem ga maar liggen."

 

 PERSONEELSBLAD 'ONDER DE KLAPROOS' 
Zonder ook maar de geringste dienstorder, doch vermits mij de publiciteitsgeilheid ingeworteld was, heb ik een geesteskind het licht doen zien, toepasselijk genaamd: "Onder de Klaproos". Dit uiteraard naar 'onder de roos' (sub rosa) en naar de klaproos als bron van opiaten. Als personeelsblad dicht het een marktgat en voor mij is het een voorwendsel om mezelf op reportage te sturen in de baas zijn tijd en zo artikelen te schrijven die uiteindelijk
Stella, mijn roodharige vlam, dienen te overtuigen van mijn evidente genie.

HEBBEN MANNEN HULP NODIG?
JA, bijvoorbeeld als een man 'achterloopt' bij zijn vrouw: ze ontwikkelt zich van hem vandaan. Op zoek naar wie ze is en wat ze wil stelt ze alles ter discussie. Hij blijft zitten waar hij zit maar voelt zich ook niet goed. Zijn vrouw is het trekken aan hem moe. Als hij daarentegen in een 'manvriendelijke' praatgroep wat verder wil komen krijgen ze allebei lucht.

Lees het gehele artikel...


Hier een column door de andragoog Thomas Bomas in de Klaproos met een warmhartig gemoed, leesbaar te lezen door erop te klikken:


Tekst: Zal ik jullie eens vertellen wanneer ik zo verbaasd ben geweest als nooit tevoren? Dat was toen ik nog dacht te weten hoe de wereld in elkaar zat. We liepen via Tuschinski naar de auto terug. Die stond bij de Amstel geparkeerd. Op dat ene stukje Utrechtsestraat liepen een paar meiden. Van die opgepoetste wrakken...
Lees alles...


Hier uit het kamp van de oude Gele Banaan een:

KERSTOVERWEGING
voor de Klaproos
door Marco van de Mensa

Kerstmis is het walgelijkste feest dat er bestaat. Als je de knop omdraait zie je ťťn en al getoffelemoon. Het wijwater loopt van de beeldbuis. Al die dominees met stropdassen die het kindje Jezus vereren zitten te kwijlen als pedofielen. Twee dagen vrede op aarde. Dan wordt er niet geschoten, maar ondertussen geilen wie er 27 december dan als eerste weer de trekker overhaalt.
Godsdienst is opium, neem liever een stick. Kerstmis vier ik voor mijn cliŽnten. Daar doe ik het voor, want wie ben ik? Als je cliŽnten hebt moet je ze opvangen ook. Maar zelf vind ik 't het meest schandalige feest dat er ooit is uitgevonden.
Die gereformeerden en katholieke kliek!
Van mij mogen ze die mensen afschieten naar de maan. Want met ons atheÔsten en zondaars zou de wereld er stukken prettiger uitzien. Kijk maar naar Khomeiny. Nee bij mij thuis geen kerstballen en kaarsen. Ik heb altijd kastanjes, dat zijn heidense dingen. Ik walg van naastenliefde. Weet u waarom ze Christus aan het kruis hebben genageld?
Ze hadden hem toch ook kunnen verdrinken? Wat zegt u, kruisigen is de doodstraf voor slaven? Nee! Als ze hem hadden verdronken dat moesten alle katholieken slapen met een aquarium boven hun bed.
MARCO

Nog een stuk lezen van Marco?
Klik
hier voor Politiek Commentaar...


Daartegenover uit het kamp van de nieuwe Gele Wagen de inzending:

DODE LUCHT (door Klaas)
In het algemeen verspreiden hulpverleners veel mist en toen er nog rookpauzes waren in de medewerkersvergadering van de Sociale Begeleiding kon je nog zien hoe belachelijk roken was omdat sommigen daar niet op konden wachten en de vergadering voortijdig verlieten. Iedereen kan stoppen met roken als hij beseft dat mensen er last van hebben, allereerst hijzelf, al heeft hij dat niet makkelijk in de gaten vanwege het verslavende karakter van roken en omdat de reclame hem leert: steek er nog maar ťťn op want er zitten er toch 40 in een pakje shag.
Zelf heb ik gewerkt in een ruimte van 2x2 meter en dat is een omstandigheid die bijdraagt aan het stoppen met roken. Zelfs de cliŽnten die in dat hokje bij ons kwamen hielden zich voorbeeldig aan het rookverbod. Er hing een bordje aan de muur: "De hulpverlener die hier rokend binnenhuppelt, wordt er 1-2-3 weer uitgeknuppeld."
Het is begrijpelijk dat mensen naar hun sjek grijpen met in hun achterhoofd de reclameslogan dat er toch 40 in zitten. Per jaar sterven 16000 mensen door roken, 100 keer zo veel als door 'drugs'.
Moeten deze 16000 soms ook redeneren: stop ons maar in een massagraf, dat is voordelig, er zitten er toch 40 in?
KLAAS


Door HIER te klikken komt u bij een inzending van MariŽtte Kester uit haar psycho-analytische verkenningen, eveneens kopij voor het personeelspamflet van DE GELE WAGEN.
Narcistisch noodlijdende ouders maken alsof-kinderen.
"Methadon als Navelstreng naar de Realiteit"

 

Vooruitlopend op de komst van steeds meer Surinaamse drugsverslaafden in Amsterdam interviewde De Klaproos Frieda Tol met als resultaat:
Winti-geloof en Drugshulpverlening
vol info over esoterische begrippen als in harmonie zijn met je Kra, treef en Fjo Fjo als werkzame vloek.
Lees het artikel Onder de Klaproos...

 


 

 STAFDAG SOCIALE BEGELEIDING 
17 april 1985
Vanmorgen ben ik chauffeur op de Gele Wagen-bus (wie anders heeft er een bus-rijbewijs?) en ik moet personeel oppikken voor het Centraal Station. Dat is weer eens wat anders dan cliŽnten verhuizen in dat ding.
Ruimschoots te laat arriveren we met de Gele Wagen op de stafdag in het Bosbaanrestaurant.
"We waren allemaal op de afgesproken plek hoor!" verklaren wij tot de collega's die al klaar zitten, "alleen we hebben elkaar niet opgemerkt. Daarom zijn we toch veel later vertrokken dan in de dienstregeling stond."
"Wat kan jŪj leuk uit de hoek komen zeg!" roept Stella, spert haar mond open en ademt tegen de glazen van haar bril.
Ook de directeur kijkt niet kwaad. In plaats van fronsend staat zijn gezicht ontspannen en geamuseerd, als ware hij voldaan dat de dag een aanvang neemt.
Als ik eindelijk in mijn volgende functie (notulist) eveneens mijn draai heb gevonden, kennelijk onvoldoende in de gelegenheid geweest om mijn roes uit te slapen en zich slechts tegen mijn zin de moeite getroostend om bij het gapen de hand naar mijn muil te brengen, wordt de dag officieel geopend door voorzitter Thomas.

"Ik wou de praktische punten maar laten liggen," stelt deze monter, waarop Stella hem over haar bril heen een verbiedende blik toezendt. Onverwijld begint Bomas vervolgens ontelbare flipoverbladen vol te krassen.
Kurt Dwarswaard, die scheef en defensief op zijn stoel zit, verwijt de voorzitter met de hand voor de mond sprekend, dat er in de schriftelijke begeleiding voor de stafdag geen woord stond over de toekomst van de Gele Wagen.
Hierop begint de voorzitter koortsachtig met viltstift op de flipover te piepen. Stella steekt rillend de vingers in de oren en kijkt rond of iemand haar begrijpt. Daarbij stuit haar blik op de schouder van psycholoog Peter. Met een pinnige beweging verwijdert zij een haar van diens colbert.

DISCUSSIE
In fris gewassen taal en de armen over elkaar opent een subsidiabele Gele Wagen jongen, zelfs afgestudeerd criminoloog, de discussie. "Wat willen we? Therapeutisch? Aandacht? Gezelligheid?"
Kurt Dwarswaard: "In de eerste maand moet je uitzoeken of je in iemands psyche gaat duiken."
Peter: "We springen altijd ad hoc op dingen in." Kurt: "Daar ben ik het zelfs meer mee eens dan je het zelf met jezelf eens bent." Hij steekt een peuk op. Meander vraagt hoe laat het is.

LUNCH
Na de lunch valt het de stichtingsmensen op dat de lampjes aan de muur er cosequent uitzien als opgestoken Gele Bananen. "In dienst doen ze kamfer door het eten!" grinnikt de arbeidstherapeut. "Kwart over twee en nu al gezellig!" constateert Rijk Hanekraai. Geruime tijd worden blikken naar de lampen geworpen en wordt er gegrinnikt en geschaterd. Hanekraai: "In dit kwarter had ik drie cliŽnten kunnen helpen!" Voorzitter THO neemt het woord. "Na deze elfstedenochtend gaan we verder..." Hanekraai: "Dat maken we zelf wel uit!" Als bij toverslag wordt de aandacht van het gezelschap weer naar de schemerlampen aan de muur toegezogen die inderdaad sprekend lijken op naar boven stekende bananen. "Wat zouden ze hier door het eten hebben gedaan?" roept Kurt en toont zijn onvervangbaar gezellige grime. Hanekraai: "Hier steken ze er nog eens een lampje bij op!" THO: "We eindigden vanmorgen een beetje met de vraag..." Allen: "Ha ha ha!" "Namelijk met deze vraag!! Wat is er met onze cliŽnten mogelijk!" Stella: "Meander jij mag beginnen!"
Meander: "Dat bepaal ik zelf!"

Er valt een stilte van vijf minuten. Hanekraai: "Daar bestaat namelijk kennis over." Peter: "Ik heb heus niks tegen kennis hoor."
De notulist wordt wakker geschud. Hij heeft gesnurkt. Het is theetijd.

CONTINUITEIT
De veiligheid binnen de stichting is niet alleen afhankelijk van de huisvesting maar ook van de continuÔteit in de hulpverlening. Stella geeft voorbeelden. Als zij afwezig is moet de cliŽnt bijvoorbeeld te woord worden gestaan: door John de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige (inderdaad koen en betrouwbaar), door de Tewerkgestelde Erkende Gewetensbezwaarde stagiair (kijkt instemmend neer met armen over elkaar), door Marga (zuigt in afwachting van rookpauze op Gele Wagen-balpen), door Kurt (kijkt bescheiden neerwaarts en stuwt een ferme rookwolk uit), door Meander (kijkt kritisch), of door Thomas (kuif door de war).

EVALUATIE
Hanekraai wil om tien voor vijf naar huis omdat er op dat moment een tevreden gevoel heerst. Kurt brengt dit voorstel onmiddellijk in praktijk en beent naar de deur. Als evaluatie wordt openlijk confronterend uitgesproken wie er wie deze dag vervelend vond.
Stella vond degene het vervelendste die net weg liep. Hanekraai vond Kurt ook het vervelendste. Allen vonden Kurt het vervelendste. De criminoloog: "Er wordt wel gezegd dat tegenstrijdige dingen elkaar nog niet noodzakelijkerwijze behoeven uit te sluiten. Dus we zijn het eigenlijk wel eens en inzoverre we het niet eens zijn hebben we elkaar daarentegen dus niet begrepen."
Hanekraai is er een voorstander van dat alles, wat dan ook, wordt uitgesproken. Daarop ontstaat er ruzie over de vraag of de dag eigenlijk inderdaad geslaagd is verlopen. De stoel van de arbeidstherapeut schraapt huidverstrakkend over de vloer omdat hij bruusk opstaat teneinde naar iemand uit te halen.

Ach och, wat is de geschiedenis van de Gele Wagen anders dan een historie vol conflicten? Er moet alcohol aan te pas komen om de gemoederen tot bedaren te brengen. Een suggestie van eendracht en verbroedering krijgt dan weer geleidelijk de overhand, en maar liefst de helft van de deelnemers is bereid tot een groepsfoto voor de Gele Wagen.


 

MAANDAGMORGEN
Het bestuur heeft erg gelachen om de nieuw voorgestelde stichtingsnamen en ze allemaal afgekeurd. Rijk Hanekraai verordonneert me om vijfentwintig nieuwe te bedenken, want het ex-Gele Banaan personeel voelt zich door de huidige naam "Gele Wagen" nog steeds voor aap gezet.
Vervolgens flaneert Hanekraai met wapperende regenjas over de werkvloer het pand uit voor een vergadering met de wethouder. Ik begin te typen.

NIEUWE NAMEN
1.  Stichting Reuzenkabouter
2.  Stichting Witte September
4.  Stichting Mene Tekel
5.  Stichting Panta Rei
6.  Stichting Eureka
7.  Stichting de Kleine Prins
8.  Stichting de Sneeuwbal
9.  Stichting Scintilla
10. Stichting de Kleine Reus
11. Stichting Laagtij
12. Stichting Modus
13. Stichting de Kleine Wetering
14. Stichting Haverklap
15. Stichting Amaryl
16. Stichting Werkkring
17. Stichting Drijfgas
18. Stichting Koekoeksnest
19. Stichting de Gele Draak
20. Stichting Havergort
21. Stichting Oeruurei
22. Stichting Voorjaarsgewei
23. Huiverflits van Weten
24. Spelonken Nachtpoes
25. Lage Drempels Hoge Hakken

"Ja zo gaat hij goed!" klinkt het jolig van boven. De andragoog Thomas Bomas heeft ongemerkt achter mijn rug de etappe gevolgd en voelt kennelijk een feest van herkenning in de laatste wanhopige probeersels.

Thomas laat drie, met zwalkende zwierschaatsen volgeschreven, rapportages onder mijn neus neerdwarrelen, om over te typen. Verslaglegging overleden cliŽnten.

naam: Erica Stillehei
geboortedatum: 9-10-43 te Amsterdam
overlijdensdatum: 17-2-84
leeftijd: 40
huisarts: Walgemoed
methadonverstrekking: GG&GD Nieuwe Prinsengracht 41, aldaar ook morfine verstrekt
inkomsten: AAW
gebruik: heroÔne, cocaÔne, speed, hasjisch

CliŽnte was opgenomen in het morfineverstrekkingsexperiment, en kreeg dus de aan dat experiment verbonden intensieve begeleiding. In concreto hield dit contact met de Gele Wagen voor haar in dat ze de maaltijdvoorziening regelmatig bezocht, dat haar uitkering werd beheerd en dat ze een maal per week een gesprek had met haar maatschappelijk werkster.
Morfine was voor cliŽnte een grote teleurstelling. Ze dacht dat normaal leven voor haar mogelijk zou zijn als ze een bepaalde hoeveelheid inspuitbare opiaten verstrekt zou krijgen. Dit viel haar na een paar maanden tegen. Toen is ze gestopt met spuiten en ze is haar methadon gaan afbouwen, tegelijk met de in haar methadon opgeloste impromen. CliŽnte werd hierdoor minder suf. Het leven nam voor haar echter niet in waarde toe. Ze had er geen plezier meer in en voelde eigenlijk niets, zo schreef ze in haar afscheidsbrief. Ze trok hieruit haar consequenties en maakte, waarschijnlijk met de opgespaarde methadon en slaappillen, een eind aan haar leven.

Inmiddels staat Thomas Bomas in conclaaf met de dwarskijkende klant Alex de Griek, die namelijk na een jaar herstellingsoord, trouw bezocht door zijn sociale begeleidster Nel, terug is in de stad. Vandaag probeert hij bij ieder staflid aan geld te komen. Hij heeft onze werkvloer thans weten te bereiken met achter hem aan Thomas Bomas die Prinsengrachtdienst draait. De reus trekt en passant een blanco Goedgedragintentie uit zijn schoudertas, waar Alex de Griek grif zijn krabbel onder plaatst.
Het valt Alex dan ook tegen dat Thomas hem het gevraagde geld vervolgens weigert, omdat dit de afspraken met Nel doorkruisen kan.

Alex: "Ik kan vandaag niet gaan jatten omdat ik namelijk ziek ben. Ik vraag gewoon een beetje begrip!"
Thomas: "Kijk jongen, wat Nel in een half jaar met jou heeft opgebouwd dat ga ik nu toch niet in 1 minuut in elkaar laten donderen! Dan zou ik wel gek zijn!"
"Luister ik ben ziek!"
"Dan zou ik wel gek zijn hoor je dat! Nou ga je mee naar beneden een kop koffie drinken want hier moeten ze werken."
Alex: "Ik heb gisteren voor tachtig gulden dope gekocht en daar ben ik nu nog ziek van, ken je je dat voorstellen?" (schokt geŽmotioneerd).
Thomas: "Dan moet je nu naar de dokter. En verder wat jij met Nel geregeld hebt daar ga ik me niet mee bemoeien. Morgen is ze er weer dus dan kan je je paspoort aan haar gaan vragen."
Alex: "Ja dan neem ik het in eigen beheer! Dat hebben jullie dan bereikt. Dan hebben jullie dus mooi werk gedaan!"
Thomas: "Nou ga je mee naar beneden Alex?"
Alex gaat "in de houding" staan staren, zijn ogen vreemd omhoog gedraaid. Dan: "Waar is Nel nu?"
Thomas: "Thuis, dat weet je even goed als ik."
"Okee dan bel ik haar thuis op."
"Nee dat kan helemaal niet. Ze is vandaag vrij. Dan ga je iemand niet opbellen. Nou ga je mee dan nemen we een bak koffie en dan mag je naar de dokter."

 

naam: Rein Vos
geboortedatum: 9-3-53 te Amsterdam
overlijdensdatum: 16-11-84
leeftijd: 31
huisarts: Van Ommegang
methadonverstrekking:  GG&GD
inkomsten: AAW
gebruik heroÔne, cocaÔne, speed, diverse tranquillizers, barbituraten en andere pillen en alcohol.

Na zeer veel verschillende opnames bij zeer veel verschillende hulpverleningsinstanties kwam cliŽnt bij de de Gele Banaan en later de Gele Wagen. CliŽnt hing vrijwel iedere dag rond bij de Gele Wagen. Hij at op de mensa, kwam op visite bij de slaapvoorziening en z'n geld werd beheerd.
Hij kreeg ook regelmatig huisbezoek en indien nodig repareerde de Gele Wagen zijn kachel of ruiten. Tevens was er het aanbod om samen met hem zijn huis te renoveren. Daar kwam echter niets van. CliŽnt wilde liever weg in verband met problemen met omwonenden.
CliŽnt kon eigenlijk niet op een gewone manier met mensen omgaan. Hij had dit in zijn jeugd niet geleerd. Hij probeerde zijn medemensen zo veel mogelijk te gebruiken. Dat ging hem steeds moeilijker af. Hij draaide zichzelf steeds vaster in eigen netten. Gebruikte daarbij ook steeds regelmatiger diverse pillen die hij van een huisarts kreeg. Op een gegeven dag had cliŽnt een brandje tijdens zijn slaap. Hij was daarvan geschrokken. De Gele Wagen heeft samen met hem een en ander wat opgeruimd en hem tijdelijk in de slaapvoorziening opgenomen. CliŽnt heeft daar 1 nacht vertoefd en is toen weer naar zijn woning teruggekeerd. Toen wij hem de volgende anderhalve dag niet zagen is zijn vaste begeleider bij hem thuis gaan kijken. De politie was er al, gebeld door buren die langdurig zijn honden hoorden blaffen, en tevens kwamen de brandweer en de ambulance. Zijn ijskoude lichaam lag versteend achter de voordeur die wij open moesten wrikken. Als doodsoorzaak wordt verondersteld een combinatie van te veel pillen en alcohol. We vermoeden dat dit toch min of meer bewust door cliŽnt is ingenomen.

 

TIEN GOEDE REDENEN OM
HEROINE TE BLIJVEN GEBRUIKEN

1. Zonder heroÔne kan ik niet slapen en niet wakker blijven.
2. Als ik een beetje neem kan ik helder nadenken over afkicken.
3. Ik moet niet laf zijn en ook "ja" durven zeggen.
4. Er is geen bewijs dat heroÔne het leven niet verlengt.
5. Vraatzucht is ongezond en met heroÔne eet je minder.
6. Dankzij heroÔne heb ik geen problemen meer met het andere geslacht.
7. Dankzij heroÔne heb ik geen behoefte aan alcohol.
8. Het is beter je voorraadje op te maken.
9. Ik kan heroÔne aan.
10. Als ik vandaag niet vrij ben om "ja" te zeggen, hoe kan ik dan morgen vrij zijn om "nee" te zeggen?

Uit: The Diary of a Drug Friend, Aleister Crowley, anno 1922.


 

 KLANTEN DIE JE DOODWENST ZOMER 1985 

De hele dag hebben er doffe dreunen geklonken in het pand van de Gele Wagen.
Tussen telefoongemekker, rekenmachinegehinnik en normale zeurgeluiden door, begint het keihard dichtslaan van de buitendeur beneden, telkens merkwaardiger op te vallen.
Dan denk je: "Maakt er nou weer iemand amok?"

Gooien met stoelen en omtrappen van meubilair in de grote zaal onder onze werkvloer wordt al zo gewoon. Dat doet geen zeer, net als schelden.

Vanmorgen escaleerde dat geluid een keer zo drastisch, gecombineerd met barstende geluidseffecten en neerregenend glas, dat er wel weer genoeg reden was om maar eens naar beneden te rennen. Dat deed ik niet eens. Want als je zo'n uitbarsting hoort is het toch al gebeurd. Je komt dan beneden als brandweer na de brand. Mijn eigen bureauchef Pijk van Pijkeren  doet dat toch zelf ook al lang niet meer.
Zijn boekhoud-Hansje ging echter wel.
Dus allah, op mijn dooie akkertje kuierde ik na het beŽindigen van mijn telefoongesprek dus ook maar eens naar de trap.

Lees het tussenverhaal door HIER te klikken.

Vervolg:
"Nee Nel, ik zou er ook geen krimp om laten, in tegendeel, ik zou er dankbaar voor zijn, zonder schuldgevoelens. Frans Berekenik en Peter van Roeien mogen vannacht hersenbloedingen krijgen en morgen koud in hun eigen sappen worden aangetroffen. En hun bestaan in de hel voortzetten en daar in de mensa hun bord zwavel eten met zoutzuur en peper."

"Ben ik geen slechte hulpverleenster Wim? Wat is dit in godsnaam?? Wat daar beneden gebeurde, dat mensen tegen de grond worden geslagen, die schrik en die angst op staande voet, die terreur, dat is zo walgelijk! Ik snap niet wat hier gebeurt!"

Ik snap het wel. Dit is gewoon het voorportaal van de hel. De toestand die ontstaat als harmonische levenskracht zo lang wordt gefnuikt dat alle hoop omslaat in duisternis en barbarij, in blinde ik-gerichte woestenij. Dat is al een heel gewone toestand op aarde. In tientallen landen en honderden gevangenissen heerst verschrikking en demonie. Een uitloper daarvan bereikt de Gele Wagen. Dan word je je bewust dat er achter het zonnige weer, ijsjes etende kinderen en dagjesmensen een wereld bestaat van onuitsprekelijke verkrachting en persoonlijke achtervolging.
WIM HEINS

 

naam: Derry Plas
geboortedatum: 17-6-28
overlijdensdatum: 6-5-83
leeftijd: 54
huisarts: Solleman
methadonverstrekking: GG&GD
inkomsten: AAW
gebruik: sinds 1966 palfium/opium
sinds 1970 vnl. heroÔne

Was in de Gele Banaan-tijd een trouwe klant van de gebruikersruimte en at ook wel op de mensa. Van de Gele Wagen hield hij zich nogal afzijdig, kwam wel eens voor een praatje maar daar bleef het in feite bij. Stond eigenlijk op de nominatie om als Gele Wagen-cliŽnt uitgeschreven te worden.
CliŽnt was een zonderling, hing tegen de penose aan, en presenteerde zich altijd met foto's en andere relikwieŽn als een voormalige SS-er. Uit dit verleden verklaarde hij ook zijn problemen met buurtbewoners. CliŽnt heeft diverse korte gedwongen opnames in de psychiatrie gehad naar aanleiding van het dreigen met geweld of het kort en klein slaan van huisraad. Na afloop van de IBS liep hij dan weer weg. De psychiater constateerde daarbij paranoÔde hallucinaties bij een waarschijnlijk psychopathische man. Zijn laatste opname met IBS in het psychiatrische ziekenhuis Santpoort was tussen 15 en 20 april. Daarna is hij nog een aantal malen methadon wezen ophalen. De laatste keer op 29 april. Op 6 mei kregen we bericht van zijn overlijden, waarschijnlijk aan een overdosis.

 

VOOR ALLE JUNKS
When the night has been to lonely
and the road has been too long,
and you think that love is only
for the lucky and the strong:
just remember in the winter,
far beneath the bitter snow
lies the seed that
with the sun's love
in the spring becomes a rose.
BETTE MIDLER

 

 

 TWINTIG JAREN LATER 


4 juli 2003, Amsterdam.

Ik zat in het BethaniŽnklooster te luisteren naar een gratis lunchconcert, Debussy en Chopin, preludes en nocturne, luidruchtig fortissimo als filmmuziek.
Ik bedacht er situaties bij en zag beeldjes van Stella Maretak, uit mijn foto-album. Ik fantaseerde dat ik haar onverwacht tegenkwam en ook puur spontaan tegen haar zou gaan dichten.
Daarom trok ik mijn kladblokje en schreef op, namens haar, in de ik-vorm:


Ik ben een grote gulzige spreeuw
die gierig geil nog vůůr een meeuw
de kruimels pikt die ik dan ruig
noodlijdende naar binnen zuig.


Toen ik na afloop naar buiten ging zag ik vanaf het trapbordesje een rijzige dame schrijden, met lichtgrijze ragebol, van wie ik wist dat het Stella was!
Ik besloop haar en riep achter haar rug:
"Daag rood monster!"

Ze kromp ietwat ineen, draaide zich om en blikte in mijn triomfantelijke postzegel.
"Ooh Wim, wat zie je er goed uit," zei ze, "wat word jij mooi oud."
"O dank je... Ja, ik ben een laatbloeier."
Mijn gedicht was ik vergeten, ik schakelde over op een natuurlijk gevoel van liefde, dat eventjes wederzijds ruimte leek te krijgen toen we een kort moment zwijgend in elkaars blik verwijlden.
"Hoe is het mogelijk, dat je me herkent!" riep ze, "mijn verslaafden konden me al na drie weken niet meer herkennen!"
"Ja hoor, ik wel, uit duizenden. En ik sta bekend om mijn goeie geheugen toch?"
Ik nam aan dat dit laatste haar eigenlijk niet heel gelegen kwam en ze praatte eraan voorbij.

Ik voelde wel een magnetisme, schijnbaar wederzijds, een fysieke emotionele vibratie, alsof we zo zouden kunnen gaan zoenen. Ik had het gevoel dat ze me wel een beetje aantrekkelijk vond.
Toen er regenspatjes gingen vallen opende Stella een zwarte paraplu en hield die op. Zonder afspraak pakte ik de kromme onderkant alsof ze die aangaf. Even later hield ze hem zelfs los; "heb je hem?" Nu hield ik de plu vast.

Ik dacht: ze gebruikt mij om de plu vast te houden maar dat wil ik ook want ik wil jegens haar de ridderlijke rol spelen. In mijn dagelijks gedachteleven is zij een gebruikster gebleven. Ik was erop bedacht dat ik dwangmatig in het oude patroon zou schieten, maar liet het ook toe vanuit het basisgevoel dat zij en ik iets met elkaar horen te hebben. Het was gemakkelijk om het voortouw te nemen. Ik stelde snelle betrokken vragen.

Ze was op 17-9-1997 opgehouden met roken ten tijde van haar chemokuur wegens longkanker. Eťn long was heel zwak en bij de ander hadden ze een lob weggehaald. Er tikte een tijdbom in haar lichaam.

Ik zei: "Sinds de Gele Wagen heb ik nooit meer in loondienst gewerkt."
"Goed zo, zo mag ik het horen."

Bij Stella thuis was nu haar thuishulp werkzaam, daarom bleef ze buiten, anders had ze gezegd kom kijken hoe het binnen is. "Ander keertje," zei ik, en dacht: mag ik nu wel bij je "over de vloer"?
Ze moest tegen half twee naar huis.

Ik neigde naar haar toe en legde mijn linker arm om haar schouder. Ik voelde dat de eenzijdigheid van mijn handeling spoorde met vroeger.
Nu bereikte mijn mond haar rechter wang. Ik drukte een kus op haar koele huid die ik een fractie langer liet duren, twee fracties, drie fracties, tot de ontlading ervan in de erkenning van haar waarde voor mij.

Ik had de gelegenheid om op haar wang te kussen gestolen. Ik stapte weg en keek om: die gegeven kus maak je nooit meer ongedaan.

Wim Heins

 



Terug naar Dagboekenoverzicht