Terug naar Dagboekenoverzicht
Onderdeel van Wim Heins Servicepagina's

 Dagboek over Eva Stralendijs

Eva Stralendijs en Wim Heins (foto: Han Damwichers)

GRONDNULPUNT
Tegenwoordig (september 1990) houden de mediterenden in het Sidhadorp te Lelystad, ook een groepsbijeenkomst om liefst 07.00 uur 's nachts.

Op een kwade morgen deed ik daar na de zogenoemde Transcendente Meditatie, met een ruk mijn ogen open.
In het ochtendzieke licht trof ik er een vrouw aan, de ogen geloken, die op een allegaartje kussens bezig was met 'na-liggen'.
Wat een uitgesproken, aristocratische vrouwelijke lijnen had de schepper aangehouden bij het boetseren van dat gelaat, dacht ik jaloers! Ik was echter een vos met ballen en het gevaar dat ik insnoof vatte ik lichtvaardig op. Als een soort vermaak, alsof het leven op aarde een kermis betrof!
De verschijning op kousenvoeten ontwaakte ineens en babbelde terstond: dat je van het Arbeidsbureau moest solliciteren als je 40 was geweest. Doodmoe van de vroegte, rekenden mijn hersens uit dat dit dus wel haar leeftijd moest betreffen, hoezeer ze ook tien jaar jonger leek.

De verschijning was hier onlangs komen wonen met haar twee onbesuisde zoons, aan wie het uitdrukkelijk verboden was om ruwe woorden in haar kamer te bezigen, wat me buitengewoon aan de vrouw beviel. Ook meteen kwam uit haar relaas het beeld naar voren van iemand die te weinig tijd voor zichzelf kon vinden en oververmoeid was van plicht en taak. Ik ging er 'hulpverlenend' op in en opperde dat zij ten minste 1 of 2 uur per dag voor haarzelf uit moest trekken. Ze zei liever zo gauw mogelijk alles af te krijgen. Ik vroeg bij verlaten van het meditatiezaaltje naar haar naam: Eva Stralendijs.
Door uitgeteerd zonlicht sleepte ik me naar huis.

Dezelfde avond in het Vegetarisch Restaurant vroeg ik me af of de vrouw achter de bar eigenlijk niet dezelfde was als van de meditatie.
Een joyeuze ongebondenheid straalde ze uit, maar met iets eenvoudig toegankelijks. Wat dat betreft paste ze bij de volksaard van vriendelijke afstandelijkheid die zoveel Sidhadorpers kenmerkt omdat ze immers iets hebben op te houden en hebben af te houden?

Zo stond ik tegenover haar als voor een spiegelende vijver die af en toe kabbelde. Rustig en aangenaam, zonder een indruk te geven van de spoken in haar diepte, een ietsje verlokkend, gracieus als de koningin.

De volgende ochtendstond forceerde ik me opnieuw uit bed teneinde de handvol zonderlingen te vergezellen die in het mediterenden-hok hun woordje kwamen denken.
"Ben je toch maar opgestaan?" vroeg de veertigjarige vrouw langs haar neus weg alsof ze me al kende.
Na afloop liep ze naast haar fiets met me op. Voor mijn huis bleven we doorkouten. Ze liet weten te voelen dat mijn energie tot ongeveer mijn schouders goed doorstroomde maar soms niet tot in mijn hoofd waardoor ik wit zag. Ik ging van mijn ene been op mijn andere staan. Ze zei: "Je moet heel erg plassen of je hebt het koud." "Nou ik ga naar boven Eva," deelde ik de grenzeloze doorpraatster mee.
Ik stelde op dat moment een grens aan haar babbelzucht gelet op mijn eigen onuitgeslapen conditie. De diepere innerlijke betekenis hiervan was dat ik besloot met haar toch eigenlijk maar beter geen relatie te kunnen krijgen.

Ik had het gevoel al te makkelijk in een zuigerig contact te kunnen belanden. Verdrinken in een te praatzieke vrouw was een fout die ik niet graag voor de zoveelste keer beging. Waar ligt exact de allereerste beslissing om het wel of niet met iemand te proberen? Als het in de schoot der tijd lag wou ik wel meewerken maar zocht het nu bij haar toch ook weer niet zo dringend op.
Nochtans spruitte de kiem van haar aanwezigheid in het Sidhadorp onder mijn bewustzijnsdrempel verder uit, want ik merkte met haar in gedachte het TM-clubhok wederom te bezoeken, hoe brak en bitter ook het ochtendlicht mijn bewustzijn bedierf.

Zo kwam het dat ze na afloop vroeg: "Lust je soms een kopje thee?" Ik veinsde een korte aarzeling en stemde toe.
Verrast merkte ik in het twee uur durend gesprek, dat zij reuze paranormaal van benadering was.
Ik voelde haar als een heel aanhankelijke/meegaande vrouw maar ook gemancipeerd, waarbij mijn interesse en waardering voor haar groeiden. Na de visite voelde ik haar als een vriendin. Er was een wederzijds beamende houding, alsof ze mij uitnodigde om iets in te vullen in haar leven en alsof ik aangaf daartoe bereid te zijn; alsof er een natuurlijk vroegrijp gevoel leefde van 'nu zijn we met z'n tween'.
In de luwte van toeval en onopvallendheid zorgden we daarna telkens samen op te lopen. Een verwelkomende, toegankelijke houding naar elkaar werd vanzelfsprekend.

Sidhadorp, 20 september 1990.
Vanavond was de door mij ontdekte Eva keukenhulp in het Vegetarisch Restaurant. Ik zwaaide naar haar door de open keukendeur. Haar ogen glansden. "O jullie kennen elkaar," begreep de restauranthouder Guus. "Ja van de groepsmeditatie."
Ik liet Guus mijn lege bord naar de keuken brengen met erop geplakt een briefje: "Eva, sorry dat ik je zure kersen vanmiddag beledigd heb."
Even later kwam ze lachend de keuken uit: "Als darmen je stress verwerken dan moet ik nog heeeel veel poepen."

"Ze heeft haar echtgenoot vaarwel gezegd," meldde Guus. "Ja. Ik wil alleen nog maar vrienden," beaamde ze, en wendde zich tot de mantra van de keuken: Ina, de eeuwig scheppende maaltijdgodin.
"Mag ik u naar huis begeleiden?" vroeg ik Eva. Er was een welwillend magnetisme. Toen ik met haar door de restaurantgang liep zag ik in de spiegels hoe blij ik lachte. Ik hield de pas in en bestudeerde hoe ik er op deze leeftijd uitzag tijdens blij lachen. Gelukkig niet zoals mijn oom Krelis: een jongensachtige broosheid in geforceerde staat, want kennelijk niet ontworpen voor geluk. 

Vegetarisch Restaurant, 22 september 1990.
Eva had iets ondefinieerbaar "geestelijks", toen ze na haar werk in de restaurantkeuken aan de ronde tafel kwam zitten, bij Guus en mij.
"Ik geloof niet in perfectie," zei ze blakend en stellig.
Het volgende wat ik waarnam was dat Guus zijn wijnglas ophield alsof hij toastte, zeggende: "Wanneer heb jij voor het laatst een plens water over je heen gehad?" Hij bewoog het glas met kleine afstandjes alsof hij zijn worp berekende in haar richting, onderwijl aankijkend. Er straalde opgelatenheid vanaf. Er gleed een zin langs mijn tong naar buiten: "Guus, hou het bij de kracht van argumentatie."
Alsof hij op mij reageerde, maar dat was niet zo, haalde hij naar haar uit. Een slordig plengoffer kletste over haar hoofd.
Toen ik in het volgende momentum bij kennis kwam straalden haar ogen sportief. Ze boog diep voorover op haar stoel om het vocht van haar haren te slaan en snelde naar de keuken om zich af te drogen.
"Schrok je?" vroeg Guus. Ik was nog volop bezig te verkennen wat ik voelde. Want toen hij haar dreigde te dopen boodschapte deze situatie mij meteen: wat hij gaat doen hoort thuis in de orde van het stoeien. Stoeien is hoger dan filosofisch spreken want het bevestigt je niet als geest maar als beest. En hier werd kennelijk bewezen dat er tussen die twee een energiekanaal liep van hogere beestelijke orde waarbij ikzelf werd weggeplaatst in de lagere categorie der geesten.
Ik zag opeens in Guus de radicale romancier die vrouwenharten won met grensverleggende uitvallen en brutale zetten. Een niveau waar ik altijd maar niet groot genoeg voor groeide... Ooit hoopte ik ook een echt beest te zijn.
Toen Eva terug was, nog met dauw op haar voorhoofd, vroeg Guus trots hoe ze de doping ondervond.
"Ik vind het hl beledigend." "Ja kom nou! Je eiste met je vinger op tafel een bewijs van perfectie!" "Wij staan niet zo dicht bij elkaar," kwam ze ter zake, "dat je dit kunt maken."
De verdere discussie was wel gemoedelijk en ging over perfectie waarbij ik licht partij koos voor de vrouw.
Guus: "Ik ben iemand en Wim ook, jij weet ik niet, die altijd heel graag na wil denken. Dus niet tegelijkertijd reageren maar achteraf beschouwen. Maar de perfectie komt zonder nadenken uit de directe impuls. Doe het dan nu meteen terug, zoals in een groeigroep."
Ik vroeg de restauranthouder waarom zijn daad perfect zou zijn. Hij omzeilde het antwoord. En toen ik merkte dat Eva het punt eveneens liet liggen zei ik zelf: "Hebben ze jou wel eens in een groeigroep ongevoelde agressie opgelegd? En buiten zo'n groep gelden heel andere verhoudingen dan erbinnen hoor."
"Ja maar de hele wereld is een groeigroep," piepte hij. Ik kwam erop dat zijn daad stress was en dat ZIJ perfect had gereageerd: sportief maar zonder haar gevoelens te verhelen.

Sidhadorp, 23 september 1990.
Vanavond draaide men in het Sidhadorp een videotape van de TM-beweging waarop ik mijn ogen uitkeek omdat het nu eens een professioneel gemonteerde productie was vol afwisselende inserts.
Melodramatisch werd aangetoond dat aan wetenschap en religie in wezen gelijke ambities ten grondslag liggen mits beide zich maar bedienen van dezelfde bron: het transcendente zoals geleerd door Maharishi Mahesh Yogi.

Ik zat naast de restauranthouder Guus op een echte stoel. Aangezien mijn buurman godsdienstpsychologie studeerde had ik mooi een vraagbaak bij de hand. Maar in plaats daarvan te profiteren hechtte ik uitsluitend belang aan mijn vlam Eva waar ik straalverliefd op ben.
Zij zat tegen een pilaar op een leviteermatras en wat ik niet had verwacht: de genezer Han Slijmkreet had zich naast haar gepostvat in een spiritueel vergevorderde lotushouding. Om de haverklap gaf hij tijdens de film uitleg met zijn mond tegen Eva's oor. Ik deed geforceerd of ik het stuitende tafereel niet in de gaten had.
Volgens de videofilm beoogden alle godsdiensten in de grond hetzelfde, alleen dankzij Transcendente Meditatie konden ze dat nog veel beter. Bokkig besloot ik thuis direct in bijvoorbeeld de Islamitische Koran de vierde soera op te gaan slaan waarin staat dat je een vrouw mag aframmelen.

Helaas werd ik buiten direct van mijn apropos gebracht doordat ik nu een man wilde slaan.
Er loopt een rustiek paadje langs de pluimveeboerderij van het restaurant alhier. Omdat het een Vegetarisch Restaurant is komen daar steeds meer kippen uit het ei die niet worden klaargemaakt. Deze zaten thans in het nachthok verzonken in hun monofasische slaap. Slechts twee schimmen hielden zich er klaarwakker op. Han Slijmkreet en mijn verliefdmakende sterretje.
"Tot morgen h," verklaarde de jongen in het Belgisch, "en neem een paraplu mee en dan gaat het niet regenen." "Ja dag Han tot morgen," zei Eva terug.
De genezer verwijderde zich en thans stond ik alleen met Eva in de laan. "Zullen we om het Sidhadorp heenwandelen?" opperde ik sportief.

Langs de vaart in het lantarenlicht ontdekten we een jonge kikker, die ze kinderlijk vertederd bestudeerde. Ik deed wat onverschilliger over de kikker dan feitelijk bij mij past, waaruit ik concludeerde dat ik dus onder regie stond van een stoerheids-automatisme.
Toen we langs het huis van Hilda wandelden, merkte die ons vanaf haar kamerbank op. We zwaaiden blij. Ik verklaarde tot Eva: "Zij is de mooiste vrouw van het Sidhadorp..." Tijdens het uitspreken besefte ik pijlsnel de implicatie van deze zin. Daarom voegde ik er vloeiend aan toe: "...op JOU na."
Ik keek haar aan. Ze bleef naar de grond kijken. Haar momentum vol zwijgen boodschapte leegte. Maar ik keek opnieuw en nadrukkelijker omdat ik verstandhouding zocht in plaats van versierderigheid. En ook omdat ik overwicht voelde door de humor van de zaak. Nu maakte ze een flauwe aantikbeweging met de rug van haar hand zonder duidelijk te kijken waar ze me raakte en daarmee boodschapte ze voor mijn gevoel een mengsel van terechtwijzing en meegevoel, of dit laatste nu uit dankbaarheid voortvloeide of uit medelijden.

25 september 1990
Vanmiddag fietste ik op de afgesproken tijd naar Eva's huis en wie stond daar op zijn racefiets voor de deur? Han Slijmkreet, de genezer. "Goede middg!" riep ik en zette mijn rijwiel tegen het keukenraam. Eva stond in de deuropening. "Nu echt niet Han," gaf ze de sjamaan te verstaan. "Ik heb een afspraak." De man keek sip.
We gingen naar binnen; onze ogen straalden. "Wat een engerd," stak Eva van wal. Tegen hem lach ik niet meer. Net een slang op een fiets!"
"Is er dan iets gebeurd?" informeerde ik langs mijn neus. "Onder de film kwam hij naast me zitten. Toen heb ik met hem afgesproken. Hij wilde mijn vedische lichaamstype bepalen. Maar zodra ik bij hem binnen was pakte hij mijn hand. Hij gedroeg zich meteen als een arts. Hij voelde de hele tijd mijn pols. Bedolf me onder uitleg, met zijn andere vinger in uittreksels van boeken vol onderstrepingen. Op het eind duizelde ik van de vata en de pieta en de koffie."
Geschrokken lachte ik: "Maar werd hij ook handtastelijk?"
"O hij deed niet anders! Hij praatte geen alinea zonder aan me te zitten, vanuit tientallen boeken. En maar mijn onderarmen en handen voelen en drukken."
Terwijl Eva dit meedeelde wist ze de man met geaffecteerde en walgende beweginkjes na te doen.
"En hij papte mijn wangen tussen twee handen. Ik gooide als een ooievaar mijn hoofd in mijn nek maar dat maakte hem nog niet duidelijk hoe weinig ik er gediend van was."
"Dus die was ongevoelig voor nonverbale signalen?"
Deze term ging langs haar heen: "Nou heb ik helderziende flitsen en meestal zie ik teksten op het televisie-scherm."
"Daar hoef je toch niet helder voor te zijn?"
"Maar zijn TV stond echt niet aan hoor. Ik zag een tekst: Maar je leeft wl op deze aarde."
Ze keek me stralend aan en mijn mond hing open. "Dus ik dacht het kan haast niet anders of dat is voor hem bestemd."
Eva stond op, stak haar neus omhoog en liep met piepkleine stapjes door de kamer. Haar ellebogen pendelden in geremde schokjes heen en weer. "Luister eens meisje, ik heb jou om niks gevraagd!" bootste ze hem na.
Inmiddels was het tot me doorgedrongen dat deze aanbidder bij haar uit de gratie was geraakt.
"Kijk 'ns hier," haakte ik in. "De man is intellectueel wel snugger maar emotioneel is het bijkans een zwakzinnige. Hij zweeft boven de sociale werkelijkheid in een superieur zelfbeeld en hoopt van bovenaf de zelfbevestiging te kunnen afdwingen waar hij onbewust naar snakt."

Na de Vata-thee stapten we op de fiets. Met mij kom je meestal op een vliegveld terecht. Bij mijn vliegschool aten we ijs. Mijn instructeur gaf haar een hand. Ze had af en toe belangstelling voor merkwaardige vliegende constructies, maar sprak ook over het klaar zijn gekomen met lichamelijkheid. "Hoe moet ik me dat voorstellen dan?" polste ik welwillend. Ze vergeleek het met je te barsten vreten aan een hele chocoladewinkel en daarna nooit meer zoets hoeven. Ik voele me innerlijk plotseling leger en zwakker worden terwijl ik uiterlijk monterheid tegen haar probeerde te veinzen.
Al deze dagboektekst nu boekstaven in een poging greep op mijn situatie te krijgen doe ik met grote tegenzin.
Ik sta er moeilijk voor want zij maakt mij in haar eindeloze verhalen over tegenvallende ex-partners duidelijk dat het haar tot her zit om te worden aangesproken als vrouw. Wat een rotkerel was dat toch maar weer die haar alleen maar drom achterna had gezeten!

Ik wil haar vanuit een diepe liefde graag warmte of hulp kunnen geven maar ook zelf uitzicht hebben op groei van intimiteit. Het ziet er naar uit dat ze mij uitzuigt als luisteraar. Dit kwelt en grieft me diep omdat ze volstrekt geen belangstelling heeft voor mijn persoonlijke gevoel. En dit is op zich heel merkwaardig. Ze kan 'door andermans ogen' kijken en voelen en paranormale waarnemingen aflezen van het televisiescherm. Maar voelt ze dan niks door de ogen van iemand wiens aandacht ze voortdurend hevig claimt??

Vrijdagmiddag, 12 oktober 1990.
Bij het Zuigerplasbos is vanmiddag een kunstobject van Jeroen Stok onthuld door de Lelystadse burgemeester: de 'Windwachter'. Het was heerlijk herfstweer dus Eva en ik stapten op de fiets.
Op weg erheen navigeerde ik geroutineerd op een oude luchtvaartkaart, maar Eva klampte voortdurend allemaal onnozel uitziend volk aan om de weg te vragen.

Aan het eind van de Bronsweg bevond zich een schare kunstenaars en ander zichzelf serieus nemend publiek. Op de heuvel stond een paal met gekleurde vlakken die spiritueel meebewogen op de lucht. "Kijk nou toch!" zei ik tegen Eva. "Neem het leven zoals het komt net als tijdens de meditatie. Vertrouw op de stroom zoals aangegeven door deze totempaal."
"Wat bedoel je daarmee?" vroeg ze dunnetjes. "Nou ik moet denken aan een Latijns gezegde: "Fata volentem ducunt, nolentem trahunt."
"Zeg het eens in je moerstaal? Ik verstond alleen vata-thee."
"Vrij vertaald: de noodlotsgodinnen nemen de gewillige bij de hand, de onwillige sleuren zij mee!"

Burgemeester Gruyters schroefde een plaquette vast waarop waarschijnlijk voor alle eeuwigheid stond ingebeiteld dat Eva verliefd op mij moest worden en om dat beter te zien gingen we bovenop een naastliggende heuvel staan. Toen we na de plechtigheid weer omlaag wilden deed ze wat hulpbehoevend vanwege de steilte. "Hand?" vroeg ik. Ze ging er op in. We liepen hand in hand.

In een boerenloods werd de onthulling gevierd. Op de nadronk bevonden zich ook de ex-TM-leraar Peter en zijn makker Leo. "Horen jullie bij elkaar?" vroeg men ons. "Ja eh," sprong ik in, "we horen in hetzelfde Sidhadorp. En we kennen elkaar uit een vorig leven. Maar zij woont hier pas kort. We zitten allebei op een meditatiegroepje."
We kregen zoveel wijn als we wouden. Het gesprek kwam op haar naam. Ze beweerde dat ze mij Adam noemde. Haar lach was zo verleiderlijk als ik nog nooit had gevoeld. Bij het praten draaide ze zo joyeus met haar billen naar de buitenwereld, dat ze zou kwispelen als ze een staart had gehad.
Ik voelde waardering, dankbaarheid, opluchting, bevrijding in me opvloeien en zond deze uit mijn ogen naar de hare. Haar blik gaf antwoord met een ondraaglijke lichtheid.
Ik schonk een volgende wijnfles leeg in onze glazen vanuit dezelfde bron als waaruit alle godsdiensten en wetenschappen zouden dienen te putten, niet wetend of zij mij met dezelfde uiterlijkheid zou laten vallen zodra iets haar niet zinde.

Donderdag 25 oktober 1990.
Na de avond-groeps-TM liep ik met Eva door het Sidhadorp. Bij haar thuis vroeg ik wat zij feitelijk voor mij voelde.
Ze ging op de bank zitten, keek neer en dacht behoedzaam na. "Even kijken hoor, uhhh..."
Ik vond het spannend. Er liep geknevelde energie in me naar boven. Mijn hart klopte sneller, mijn hoofd gloeide geknecht, mijn blik werd minder droog. Ik keek laconiek en melancholiek met grote weke ogen en voelde dat ik ongegeneerd in huilen uit kon barsten.
Ze schatte me in. "Nou eh, je hebt een heleboel capaciteiten... je bent een denker..."
De belachelijkheid van dit antwoord peperde ik haar niet in de neus.
Maar ze vervolgde: "Ik zou willen dat je hier meer als een plumpudding op de bank kwam zitten, als een zoutzak weet je."
"Nou dat is nou niet direct waar jij een appl op doet meiske!" riep ik. "Want jij bent bezig met woorden je verleden uit te kotsen. Dat eist van mij een grote waakzaamheid. Ik heb een geestelijk actieve houding nodig. De concentratie die jij claimt die is met een zoutzak in strijd!"

Dit antwoord schreeuwde om verandering van onderwerp, waar Eva zeer gewiekst in was.
"Ik heb de verkeerde mantra ontvangen," stak ze van wal. "Het is toevallig een Twents woord dat me heel erg aan vislucht doet denken. Ik ga zelfs haringstallen ruiken. Gatverdamme! Kan je dat begrijpen? Stel dat je bijvoorbeeld als mantra hebt 'meiske, meiske...' en dat je een enorme hekel hebt aan dat woord... Begrijp je dat?"

Ik hoorde haar praten maar voelde haar woorden niet. "Eigenlijk kan ik het niet volgen," bekende ik. Terwijl ze voortredeneerde besefte ik het inhoudelijk heus wel te begijpen. Maar dat me ontging waarom ze het tegen me zei en dat ik daarom geen interesse had. Als ik haar bekeek en ook aanvoelde terwijl ze sprak ontwaarde ik een docente die met veel dwingend aplomb tegen me zat aan te praten. Het riep een gevoel van kleinheid en onmacht bij me op. Ik keek haar veel in de ogen maar voelde geen communicatie. Eerder verborg ik me achter ons oogcontact dan dat ik me er bloot in kon geven.

Nu ging ik haar bekijken alsof zij mijn dochter was en ik iemand die kon voelen vanuit 'onvoorwaardelijke liefde'. Thans zag ik een meisje dat het erg druk had met de verdediging van haar kasteel.
"Het maakt me niet uit of een man in een kroeg meteen met me naar bed wil... bed... walgelijk woord... Of in zijn achterhoofd heeft dat het misschien over twee jaar zal gebeuren of daarop hoopt..." orakelde ze.
"En daarom ben ik naar het Sidhadorp gekomen met het vaste idee om me alleen nog aan geestelijke liefde te wijden."

Ik schaterde. "Dat hoort niet bij je. Dat kan je niet. Wat je wel kan is uit elkaar trekken van het liefde- en lustprincipe zoals Freud dat noemt."

Ik zei tegen het Goddelijke Licht (waar ik niet in geloofde): "Help, geef inzicht. Wat moet ik hier? Is zij het of ben ik het zelf die geholpen moet worden?"
Daarbij wierp ik blikken op de plafondspot waar helle lichtstralen aan ontsnapten.
Haar oudste zoon banjerde binnen . Ik had er geen zin meer in, keek op mijn horloge en vertrok naar de groeps-TM voor het avondgemurmel. Ze liet me niet eens uit. Ik voelde me verongelijkt, misbruikt, boos. Het moet toch maar dringend afgelopen zijn, want waar moet dit naartoe?


Vrijdag 2-11-90 voelde ik me na mijn vliegles met instructeur Wingdip bepaald aan de beterende hand.
Eva belde aan. Vanmorgen had ze tegen haar oudste gezegd: "Hij kan wel leuk zijn verhalen voorlezen vind je niet?" Maar de lummel had geantwoord: "Ach kom hij spoort toch niet!" Eva had hem daarop bestraffend toegesproken. Toen had de aap een houding aangenomen met twee van die vangklare handjes en gezegd: "Wat moet je, kom dan, kom dan!" En gaf zijn moeder zelfs een duw. Ze krabde hem in zijn gezicht en gooide hem op straat. Daarop ging hij naar zijn werk bij de bijna bankroete elektrische autofabriek en zij ging een half uur huilen.
De jongeman heeft volgens Eva altijd kritiek. Als ik een oubollige conformist was geweest dan had hij gezegd: "Bah wat is die vogel saai."

Ik besloot om Eva een ingelijst biljet van f.100,= te sturen compleet met onherkenbaar Sinterklaasgedicht.
Terug van de Hema met de fotolijst zette ik de pen op papier en begon: "Ik heb nog nooit een vrouw mijn tong onthouden, waarmee ik immers zoete woorden knauw. Zolang ik jou beoog, blijft tussen ons niets droog omdat ik net zo erg van jou als van champagne hou..."

Dit ging helemaal mis. Ik moest oude Sinterklaasgedichten van mijn vader terugzoeken om mijn eigen stijl kwijt te raken. Want elke woordspeling die herkenbaar door haar kon worden ingevuld moest achterwege blijven. Ik scheurde een bladzij met Maharishi's foto uit de internationale TM-catalogus en typte met de daisywheelmachine op de achterkant een knorrig rijm. Het drong tot me door dat het bedoeld leek om afkomstig te zijn van de genezer Han Slijmkreet, immers net als ik dingend naar haar hand.

"Beste Eva,
Het is alreeds weer enkele jaren dat jij niet meer gelooft in al mijn grijze haren. En nu je ook nog op een spellingscursus bent is je geleerdheid zeker zonder end? Maar nu wil ik jou toch wel eventjes vertellen dat WIJSHEID boven kennis is te stellen. Neem deze les van Sint en Piet maar aan, dan zal het in je leven heus wel gaan. En, oh, dan dit nog beste meid: wil jij wel dat jouw wijsheid werkelijk gedijt? Bekommer je dan eens minder om je mooi gezicht maar kies het hoogste eerst en word verlicht!
Jij kent met jouw bewustzijn ons niet goed daar jij de meditatie nog zo lang niet doet. Wij zien vaak door de schoorsteen heen naar die juffrouw daar alleen, lezend in die keukenmeidendingen. Die trekken je omlaag naar foute kringen van schrijvers die niet sporen, die doen alsof ze tot TM behoren en dergelijke gekken die feitelijk jouw zuiverheid bevlekken. Neem weer de macht terug over je eigen stuur en sluit een alliantie met de regering der natuur. SINT NICOLAAS."

Ik deed de ingelijste f.100,= en het gedicht in een envelop en toen de post door het Sidhadorp kwam betaalde ik hem f.5,= om het bij Eva door de brievenbus te gooien.

Sidhadorp, 20 november 1990.
Omdat de gevorderde mediterende Virginia te laat was voor het levitatieprogramma in de grote dome, sloop ze ruim op tijd binnen bij het gewone meditatiegroepje voor de ochtend-TM.
Alsof wij reeds sliepen zo stilletjes zocht ze een stoel en tilde haar lange gitzwarte haren vanuit de nek over de rugleuning heen.
Hoe meer zielen het zieltogende handjevol gewone mediterenden kwamen versterken des te liever. De mediterende Eva verscheen niet.
Het is Virginia niet ontgaan dat mijn bewustzijn popelt om naar een lichter niveau van leven getild te worden. Met andere woorden: dat ik verliefd op Eva ben. Virginia is gisteren bij Eva op visite geweest en vertelde na de TM toen de anderen weg waren alles aan mij door.

"Ze vindt het heel vervelend dat er een anonieme aanbidder is," verklaarde Virginia. "Die heeft haar een ingelijst briefje van f.100,= gestuurd. Jij bent de grootste verdachte." "Caramba!" riep ik, "wat voordelig dat de dader onbekend is. Nu kan ik de eer ervoor opstrijken en met zijn veren pronken!" "Nee dat kan je niet, want ik heb haar verzekerd dat jij er te gierig voor bent." "Dat zeg je tegen iemand die jou gratis masseert."
Virginia snoof. "Eva gaat er vanuit dat iemand anders uit het dorp het heeft gedaan, al weet ze niet wie. Iemand die niet mediteert, want zo noemde Sinterklaas zich in het gedicht."
Ik zei niks maar dacht: "Die tuttel zit op een cursus Nederlands uit Mavo maar ze kan niet eens lezen wat er staat. Ze heeft geen grein gevoel voor understatement."
"Eva zit ermee," zei Virginia, "dat er een mafkees rondloopt die haar ingelijst bankpapier opstuurt."
Hierbij voelde ik in Virginia's houding dat zij steun genoot van iemand anders, voor een soort 'samenzwering'.
"Als ik je hoor," zei ik, "heb je met Eva weer een opgeklopte 'anti-Wim-sfeer' zitten creren."
"Jij wil me alleen maar masseren," zei Virginia, "dus jij bent geen echte man."
"Dat is zo bot," kaatste ik terug, "jij bent geen echte vrouw."
Ze had haar antwoord klaar: "Gisteravond zag ik op TV een programma over operaties tegen impotentie. Als jij zo'n operatie hebt gehad, mag ik dan eerst?"
"Die grap is zo wrang," liet ik haar weten, "ik vind je niet alleen geen echte vrouw, ik vind je zelfs een echte man."
Ik zag aan Virginia's hele houding dat ze dit opvatte als een bevrijdend compliment, want ze lachte blij met diep glanzende koolzwarte ogen.

Terug naar Dagboekenoverzicht

Na de ochtend-TM smachtte ik naar koffie en op de werkkracht daarvan ging ik mijn vlieglesdagboek herlezen en naar het vliegveld toe.

En toen ik in de Piper Cadet naast de instructeur zat pakte ik de checklist en begon: "Carburator voorverwarming: uit. Mengsel: rijk. Primer: geborgd. Ontstekingssystemen: beide. Brandstofpomp: aan, check druk... pitotverwarming: hmmm. Zekeringen: hmm-hngg. ELT-hm-mm-mm..."
"Mag ik ook iets vragen?" vroeg de instructeur, "waarom stap je over op onverstaanbaar mompelen?" "Omdat het dan net lijkt of ik heel ervaren ben. Dat staat stoer."
Toen we klaar voor de start stonden keek ik nog eens goed uit naar landende vliegtuigen en zei: "Nou ik zie niks." "Dan mag je niet vertrekken," zei de instructeur, "want we vliegen volgens de Visual Flight Rules." Nog een grap: hij had een andere leerling die tweede violist was en nu tweede vlieger wou worden.

Vanavond op de avond-TM zat de genezer Han Slijmkreet bij de gewone mediterenden, naar verluidt omdat hij voor de levitatie-dome te laat was gekomen. Maar volgens mij omdat hij Eva wou zien. Alleen die ontbrak. Buiten stapte hij gelijk met mij op de fiets en begon met een Belgische zachte 'g': "In het begin als ik die Eva en jou samen zag dan dacht ik nou dat wordt wel wat."
"Nu niet meer dan?!"
"Ach ja ik twijfel nu een beetje. Ach het is een leuk ding. Ze heeft vandaag zitten werken bij ons in het ayurvedisch magazijn. We hebben invalkrachten vermits er zieken zijn h. En ja natuurlijk, je bent stapelgek op haar. Ik zeg dat nou maar zo langs m'n neus weg h en ik weet het ook allemaal niet goed. Ze ziet er aardig uit natuurlijk. Echt waar een heel leuk ding."
"Je verzwijgt iets. Vertel de waarheid anders lanceer ik een Belgenmop zoals de reden waarom Belgen de F16 hebben gekozen." "O ja is dat waar, wat is dan de reden dat de F16 is gekozen, immers als opvolger van de Starfighter vermits die zo vaak neerstortte nietwaar?"
"Nee het was omdat de Belgen dachten dat F16 de prijs was."

Inmiddels waren we Slijmkreets huis ruim gepasseerd en mijn huis ook. "Ik fiets maar wat rond hoor," zei de genezer. "Het is lekker weer. Ik wil even een luchtje scheppen."
"Waarom wordt het niks tussen Eva en mij?" vroeg ik vijandig.
"Ja ik denk zo bij mezelf als ik jou zie, jij bent een heel rustig bespiegelend menstype weet je niet? En soms kan je er niks van zeggen. En een ander begrijpt dan maar niet wat mensen in elkaar zien. Toegegeven, die Eva heeft ogen als een engeltje en de uitstraling van een sterretje maar dat wil nog niet betekenen dat het klikt al is het een leuk ding weet je niet?"

We gingen uiteen en ik dacht: ze heeft op zijn werk natuurlijk ook zitten etaleren dat ze zich niet als mijn vriendin afficheert.

Vanavond in het Vegetarisch Restaurant zat Eva aan de ronde stamtafel recepten over te schrijven uit een ayurvedisch kookboek. Naast haar zat ene Bjrn gebak met slagroom te eten. Ze maakte deze Scandinavir parmantig wijzend duidelijk dat slagroom volgens haar de potentie bevorderde. Je kon aan zijn hele kop zien dat Eva hem geen lor interesseerde. Bjrn woont tijdelijk bij mij op de trap. Hij is ingenieur bij de elektrische autofabriek. Maar die is nu over de kop gegaan, want voor een schoon milieu is het nog te vroeg. Omdat hij geen Nederlands verstaat kon ik aan de andere kant van Eva gezeten een onderonsje beginnen.
"Ik werk nu bij de kruidensortering," zei ze trots. "En wie ontmoet ik daar?" "De kwakzalver Han Slijmkreet," zei ik somber. "Ik heb hem goed de oren gewassen," beweerde ze. Ik helde gentrigeerd naar haar over. "Ik heb hem flink ingepeperd dat ik uitgekeken ben op mannen."

Mijn bord eten werd voor mijn neus geplaatst. Ik voelde een zachte met het leven verzoende uitstraling van mijn gezicht afkomen. Ook Virginia zette zich aan de ronde tafel. Eva las uit haar boek: "Karmijn werkt op de uterus... Wat is uterus?" "Baarmoeder," deelde ik mee. En Virginia meteen: "Ach bah jij moet altijd vieze woorden..."
Ene Peter Pokema kwam ook eten, waarbij Eva meteen schulden aan hem afbetaalde: een biljet van f.100,=
Tegen mij zei Eva: "Ik heb geld teruggekregen van het gasbedrijf."
Ik riep: "Geloof je het zelf? We hebben hier geen gas."
Virginia bestelde koffie.
"Is de koffie gratis?" vroeg ik aan de restauranthouder Guus. Waarop Virginia kraaide: "H bah doe niet zo vervelend daar heb ik toch zo'n hekel aan. Guus ik wil graag betalen hoor."
Ik bestelde koffie voor mij en Eva en riep: "En ik wil ook graag betalen Guus." "Nou jij leert snel," zei de exploitant. "Als je zo doorgaat dan bereik je vanavond nog..." Hij keek naar Eva. "...je einddoel."

Snel leidde ik haar aandacht af naar iemand die binnenkwam door te roepen: "Eva dit is nou Henk Sparrenpiek waar ik het gisteren over had."
Ik keek in haar grote tegen angstige ontstemming aanglanzende ogen.
"Henk Sparrepiek, dit is Eva."
Happig stak genoemde zijn hand uit, wat Eva met een uiterst wuft gebaar beantwoordde, haar blik hooghartig afwendend op een manier die alleen maar theatraal bedoeld betaamde te zijn.
"Als je aan iemand voorgesteld wordt dan moet je hem aankijken," zei de restauranthouder. "Ach jij hebt altijd opmerkingen. Kijk jij nou maar voor je!"

21 november 1990.
Vanmorgen werd ik vroeger dan nodig wakker door een bedrijvig gestommel. Toen ik slaapdronken uit het raam keek zag ik dat mijn tijdelijke buurman Bjrn zijn appartement ontruimde en zijn auto vollaadde met alles wat hij mee ging nemen. Caramba, dacht ik, die gaat naar Scandinavi terug, maar niet in een auto op elektra. Ik vroeg me af of ik hem eigenlijk gedag wou zeggen. Hij stond beneden al klaar voor vertrek en keek om zich heen. Moest ik niet het raam open doen om Bjrn een goede reis te wensen? Besluiteloos gluurde ik langs de gordijnen. Ik zag dat hij rondkeek of hij nog iemand zag. Daarop stapte hij in en zette koers naar zijn land. Ik ging op de rand van mijn bed zitten. Het was een opgeruimde vent. Waarom waren er geen mensen om te zwaaien, uit hart voor zijn werk, al was de elektrische autofabriek ook mislukt, zoals zoveel TM-projecten. Ik wilde zo graag naar beneden rennen en roepen: "Bye bye Bjrn, I wish you bless and bliss and a good journey and dream in colour!" Maar hij was al uit het Sidhadorp verdwenen.
Ik legde mijn handen tegen mijn ogen want ik voelde zo een diep verdriet.
Hij moest eens weten nu hij noordwaarts zoefde, dat zijn buurman, die nauwelijks meer met hem had gehad dan een hallo-contact, nu zo lang en zo bitter om hem huilen moest. Omdat hij helemaal alleen vertrok.

In de krampachtige balans van het dagelijk leven volg ik de waarheid van naar beste weten aangenomen streven.
Ik ben een vrager en een graver, mijn redenaties zijn niet wrakkig, maar toch ervaar ik al mijn handelen als oppervlakkig torsen van een juk.
Een permanente druk, waaruit ik in kortstondige verlichting kan verzinken, door voor het vegetarisch eten eerst een halve lieter Alfabier te drinken.
Nog beter evenwel voelt overgave aan verliefdheidsfilmprogramma's in je hoofd: alsof de bliss-blokkade valt te transcenderen door een voor jou geschikt godinnetje te adoreren.
Zelfs wanneer je weet dat zij zich helemaal niet laat versieren, blijft het lijken of er door een foutje van de satan ergens een paradijsdeur is gaan kieren.

Dus na de avondmaaltijd in het Vegetarisch Restaurant, heb mijn vlam die Eva heet maar eens getest met wat ik noem "strategische negatie".
Om zo te zien of dit haar prikkelde mijn aandacht naar zich toe te trekken.
Ik keek haar aan de ronde tafel dus niet langer aan en ondervroeg een pukkelige beta-doctoraalstudent omtrent techniekhistorie van recorders.
Hij beschreef hoe de tand des tijds zich vergreep aan snaren en verbindingsriemen.
Onderwijl weerklonk een Bach-cantate, waarin het stiltepunt verlokt tot mijmering terwijl het tuchtig metrum daarentegen aanspoort om te waken voor gevaar.
"En deze kunststof snaren zijn elastisch," zo zei de intellectueel.
Maar Eva riep met een ontwapenende zangerige, licht nasale stem: "Het lijkt nu net muziek waar wij heel vroeger nog op dansten."
"Dit is noodzakelijk om slippen over loopwielen te reduceren, maar zonder dit volledig uit te sluiten, omdat bij vastlopen de motoras zijn draaiing uiteraard..."
Ik kreunde om mijn blik op hem gemotiveerd geconcentreerd te houden, terwijl ik uit mijn ooghoek zag hoe Eva naast de tafel kinderlijk spontaan op Bach de twist begon te dansen.
Haar armen maakte pendelende klokkenluidende bewegingen, haar plooirok danste van haar doorbuigende knien af onder het twisten van elastisch kantelende heupen. Verduiveld zeg, dat iemand met zo weinig lichaamsdeining toch zo volledig uit kan drukken wat in 1964 ooit bestond!
"Dit delicate onderdeel," zei de student, "waarzonder het raderwerk stagneert, is door de elasticiteit echter aan uitdroging ten prooi."

Wow, Eva moest haar expressie-kracht wel linea recta uit het transcendente betrekken... Was zij verlicht?
"En deze uitdroging betekent dat de snaar de tand des tijds veel slechter kan doorstaan dan een metalen onderdeel..."
Ik hoorde haar maillot tussen haar dijen knisperend schuren en toen ik opkeek vroeg ik me af of deze glanzende kinderogen werkelijk zo steenkoud waren als het stralend natte ijs dat ik er inmiddels in had leren kennen.
"Na enkele decennia blijkt dat de snaar bij inschakeling van het voordien nog werkende apparaat dan ook in stukken is gebroken," meende de knaap.
"Ja dat spreekt boekdelen!" riep ik en voelde mijn blikken ledig, mijn woorden schreeuwend zinloos, en als gehypnotiseerd door Moeder Natuur maakte ik mij ijlings los: "Bedankt voor je uitleg!"

Het was onverdraaglijk dat dit goedwillende onderricht voor mij de doodsheid had, van een door superfosfaat-uitstoot verdord rosarium.

Snel en op astrale vleugels voegde ik me nu bij Eva die aan de bar met kleingeld haar consumpties afbetaalde. Tegen de restauranthouder begon ze: "Guus, mijn zoon heeft nu een meisje. Kun jij mij vanavond ook vertellen wat verliefdheid eigenlijk is?"
"Kind, laat ik zo zeggen..."
"Als je eenmaal verliefd bent gaat dat dan nog over?" vervolgde ze scherp, "hoe beschrijf jij verliefdheid en op wie ben jij eigenlijk zelf verliefd!"
"Kind, laat ik zeggen eerder verliefd te zijn op het leven."
"Verdorie! Geef toch eens een normaal antwoord als ik wat vraag!"
Met zijn woorden kokhalzend in haar verkeerde keelgat wendde ze zich weer tot de gasten aan de ronde tafel: "Die geeft zich nou voor psychiater uit!"

Ik sprong als een nar achter haar aan. "Zal ik het zeggen?!" riep ik langs haar schouder tot het publiek. "Verliefdheid is alsof je een injectie krijgt van een heeele zware drug die je onuitsprekelijk warm en vol maakt van binnen alsof het leven nu pas voor het eerst leuk gaat worden!"
Men lachte. Ik zag Eva ook meelachen maar dat was een lach met de waakzaamheid van iemand die ooit bij het betalen van leergeld is getild.

"Verliefdheid is een diepgevoelde begoocheling van samenhoren. Zelfs als het walgelijk smaakt als wonderolie ervaar je het tegen beter weten in welgevallig als honing op je tong!"
Men had zijn lectuur en kwark-lepels terzijde gelegd en keek mij fronsend aan.
"Dit door de leegte tasten, dit onverbiddelijk eenzame verlangen naar versmelting maakt al wat er omheen draait tot overlevings-poppenkast."

Eva stond er onthand naast en wriemelde aan haar ceintuur, waarna ze op merkwaardig ziedende toon over haar schouder tot Guus uitviel: "Die jongen geeft tenminste normaal antwoord hoor je wel!"

Mijn antwoord kon weliswaar normaal klinken, zelf was ik dit geenszins, waarbij ik aanteken het Sidhadorp te beschouwen als een Open Inrichting, vermits er hier ook nergens normale mensen vallen te bespeuren.
"Immers niets is warmer en hoopgevender dan zich te wanen in de laatste poort naar een gelukzalige bewustzijnslaag," vervolgde ik, "al blijkt die achteraf ook honderd maal vergulde duisternis te zijn."
"Nou goedenavond," zei Eva, "zo kan het wel weer."

Toen ze achterop mijn fiets zat en we tussen de paaltjes doormoesten bij de kapotte lantaren, vroeg ik achterom: "Aan welke kant zitten je benen?" "Altijd rechts."
Ik voelde aan de pols die ze om mijn middel had om zich in evenwicht te houden. Inderdaad: haar horloge. Al zag ik nog niet hoe laat het was.

Lelystad, 8 oktober 1992
De laatste uren slaap waren als onder water willen blijven in een warm bad dat bij elke keer ontwaken iets meer is leeggelopen.
Sirenegeschal verstoorde mijn laatste ondiepe dommeling.
Twee brandweerwagens kropen bedaard het grindpad over in onze richting. Ik slingerde kleren aan en liep naar buiten. Het elektrahuisje bij de oude dames-levitatiezaal had zijn deur uitgetrapt. "Maar als je daar toevallig stond was je wel dood," zei iemand.

Een kwartier voor ik bij haar zou zijn belde Eva aan.
"Kan ik bij jou mijn haar even fhnen want ik heb geen stroom."
Voor mijn huiskamerspiegel legde ze uit alleen zo die haargolf naar binnen voor elkaar te krijgen. "De vorige keer is mijn haar op een manier geknipt dat het vanzelf naar binnen viel maar de laatste keer heeft die kapster het niet goed gedaan," sprak ze voort, "ik legde haar heel duidelijk uit hoe ik het wou hebben. Terwijl het toch achtenveertig gulden kostte..."
Eva besloot: "En dat vind ik helemaal niet leuk!"
Ze zei dat laatste met haar kinderstem, die zo gekwetst en verdrietig klonk dat ik al weer begonnen was me in te houden doordat ik immers niet spontaan mocht roepen: "Oh lieve schat hier heb je achtenveertig gulden ga het maar gauw over laten doen!"
In plaats daarvan voelde ik me wat onhandig rondlopen nog spullen inpakkend. "Nou dan ga ik weer," zei ze. "Ja ik kom zo," zei ik terug.

"Als je moe word wil ik ook wel rijden hoor," zei ze op de A6. Ze had last van de stank in deze leenauto en morrelde aan de luchtinlaat. Het was toch niet de sportbalsem waarmee ik mijn gezicht had ingesmeerd die ze rook? Ze besloot te gaan vragen aan de eigenaar van de auto: Wie is er hierin doodgegaan?

"Ik hoop dat je in het Sidhadorp blijft," zei ik, de hoek omdraaiend naar het Purmerendse Arbeidsbureau. "Ja," klonk ze wetend, "maar daar heb ik geen zin in - en dat zal ook niet gebeuren." Het is die stellige toon, die eigenlijk geen tegenspraak duldt, waarmee ze zoveel vaststelt, om niet te zeggen: waarmee ze zich bij zoveel zaken erboven stelt.
De stoep oplopend zei ze: "Zal ik meteen mijn slipje naar beneden doen?"
"Oh werkt dat zo?" wist ik niet beter te zeggen.
In het moderne arbeidsbureau zaten bemiddelaars discreet afgeschermd met clinten bij hun computer. Wachtenden lazen en fluisterden. Een milde stress vulde het etablissement.
"Wil jij niet gaan werken?" zei ze opgewekt alsof het een spelletje was. Ik fluisterde mijn beroep in haar oor: "Uitkeringsfraudeur." Langs haar lippen welde een lach.
Ze voelde zich er goed, vond het leuk en de bemiddelaar aardig. Ik merkte ook een extra warmte die ik zelf uitstraalde toen ik aan de balie een Gele Gids voor haar vroeg. Ik was een voller mens naar anderen door mijn verliefdheid en mijn rol voor haar. Bij de uitgang pakte ik ook twee linnen draagtasjes met het embleem van het Arbeidsbureau. "Wat moet jij daar mee?!" riep ze uitdagend. Ik lachte breed, niet alleen omdat ze dolde over mijn werkschuwheid, maar vooral omdat het een persoonlijke noot was: een impuls van gevoelscontact.
We parkeerden bij de oude kern, die ze herhaaldelijk "knus" had genoemd. Lukraak betrad ze broodjeswinkels, vooral cafs en restaurants om te vragen of er werk was, totdat Hotel Noordzon haar doorliet naar de directie.

Ik wachtte op het plein voor het stadhuis. Trouwgasten die na de plechtigheid wat alcohol gebruikten schuivelden met hun glaasje het bordes op.
Door de straat er tegenover viel mijn oog op een toren, niet met een windhaan maar met een zwaan. Echter in plaats van fier opgericht hield deze zijn hals hol omlaag alsof iemand eraan was gaan hangen - maar daarna ook weer geprobeerd had hem terug te buigen. Het dier had hierdoor een kokhalsende, stikkende, bijna stervende houding. Bevreemd voelde ik dat de sculptuur op de toren aansloot bij de zieke kant van mijn leven. Eva kwam naar buiten.

Daarop begon de stadhuistoren zich te ontlasten van bevende bronzen klanken die even ingehouden toetraden als kerkvolk bij het uitgaan van een dienst. De klokken speelden: "Daar komt de bruid". Niet in de gebruikelijke toonzetting, welgemoed en vol vertrouwen, maar bitter van heimwee, alsof de beiaardier het huwelijkseinde vanuit zijn hogere positie reeds kon schouwen.

Of misschien werd een echtscheiding vandaag de dag ook wel ten stadhuize bezegeld compleet met passend ritueel. Luidden er nu doodsklokken over echtelieden die als trapesespelers de greep op elkaar hadden gemist? Het was met deze droevige klanken of de hemel op mijn schouder klopte.
"Hoor je dat!" riep ik tot Eva, "ze spelen de buidsmars in mineur! Heerlijk! Zalig!"
Ze moest lachen, ik weet niet waarom - alleen om mijn plotse spontaniteit? "Kom eens hier kijken Eva," riep ik met mijn arm om haar schouders, "kijk eens daar naar die stervende zwaan!"
Toen ze zich mee liet tronen schoot ze nog verder in de lach. Met mijn andere hand geopend wees ik omhoog. "Wat drukt hij het prachtig uit, samen met die wanhopige muziek: een dier dat zoveel moet lijden! Zo pijnlijk is het leven!"
Haar lach was nu uitgevloeid en haar gezicht betrok. Ze wierp een schuwe blik op een oudere man die half omgedraaid zijn weg vervolgde. "Die denkt dat we gek zijn!" murmelde ze.
"Verbazingwekkend!" ging ik door, "hij speelt het echt in de donkerste tonen!"
Eva zweeg zorgelijk en ging er niet op in.

"Waar kijk je naar?" vroeg ze op de dijk Enkhuizen-Lelystad.
"Dat langzame knipperlicht is de vuurtoren van Urk. Om de vijf seconden geloof ik."
Ze telde het. "Ja om de vijf seconden."

We parkeerden voor de keukendeur van het restaurant.
Ina het etensbrein zei: "Ik krijg nog honderd gulden van je."
"Is dat het eerste waar je aan denkt als je me ziet?"
"Ja dat is het eerste."
"Ik geef je het autosleuteltje straks wel anders komt het in de maaltijden."
"Was het wel een leuke dag?"
Ik knikte. "Dus het was een rotdag?"
Voor de lol zei ik nog ja ook.

Zo thuiskomen bij het restaurant met de sfeer van Ina en haar blije geloof in het Sidhadorp-ideaal, waar werk en vriendschap door elkaar horen te lopen, zou me metterdaad een goed gevoel moeten geven.
Maar ik merkte dat een gevoel pas goed kon zijn als ik het kon verbinden met een liefde. En zeker niet de liefde voor het TM-ideaal.

Ik mediteerde uitgeteld met Eva bij haar thuis.
Toen we vervolgens weer naar het restaurant liepen gewaagde ze van een licht en blij gevoel onder de meditatie.
Ik bromde dat ik altijd alleen maar zat te wachten op oneindig. Wel eens met: tranen, wat boeren...
Haar aandacht sprong weg naar een plots opduikende prioriteit: een grappige jonge kat! Voor de vorm aaide ik hem ook en vervolgde: "...en gapen, maar dieper gaat het niet."
Ze riep dat het al heel wat was en genoot van de ontelbare lampjes in de buitenverlichting op het restaurant: dat deed haar denken aan het Leidse Plein!

Tafels bleken gereserveerd voor buitenlandse TM-leraren, op Maharishi's instructies acuut verschenen met eigen bussen ter promotie van de wereldreddende meditatie-techniek.
"These seats are reserved, do you mind to sit somewhere else?" vroeg een vrouw aan de ronde tafel. "No I don't," zei ik, liever alleen zittend met mijn vlam.
"Als jullie aan die tafel in de hoek gaan zitten," zei Guus, "dan kan niemand daar wat tegen doen." Zo kwamen we helemaal in de verte pal naast elkaar te zitten.
Ze zwaaide even joyeus naar Peter Pokema die binnenkwam. Ik zag dat de dorpelingen die ons ontwaarden in hun hoofd conclusies trokken, welke mij hoewel onjuist genoegen deden.
De buitenlandse TM-leraren kwamen ook binnen. Het waren veelal slanke, vreedzaam uitziende, als heer geklede jongens met goed gevulde schedels die tevreden en introvert tafelden.
"Allemaal typische TM-leraren," zei ik tegen Eva. "Ja," zei ze, "ik mis iets aan ze. Iets wat je niet mist aan Peter Pokema."
"Die Peter Pokema kijkt ook zijn ogen uit," meende ik.
Ik voelde dat mijn innerlijke kramp behoorlijk ontdooide en dat ik weer een stuk beter bij mezelf geraakte.
"Er is hier wel een positieve vibratie," vond ik, "ze zijn misschien niet warm. Maar evenmin agressief of negatief."

Eva schold op Peter Pokema's stukje in de restaurantkrant over de Bijlmerramp. "Deva's en blava's en trava's!" klonk ze boos, "waarom kan iemand geen gewone taal uitkramen!?"
Roeland kwam binnen. Ze had een uitgesproken oordeel over hem: iemand die ondergeschikten zou onderdrukken maar naar boven zou likken. Een heel gemeen mannetje.
Ze was als een speels kind in een wat baldadige en ook negatieve stemming. "Zou dat vette wijf nou echt niet verder dan een meter voor zich uit kunnen kijken," vroeg ze net iets te luid. De corpulente dame staarde je door haar dikke brilleglazen inderdaad wezenloos aan.
Ik stelde me vaderlijk op als tegen een ondeugend meisje, legde een arm om haar schouder en fluisterde in haar oor dat ze zachter moest spreken anders kon het pijnlijk wezen omdat er in deze sekte maar n dik persoon voorkwam. "Nee, weet je wat pijnlijk is?" wist ze het beter. "Je op straat niet gedag willen zeggen, dt is pijnlijk."
Ik lachte wat. Ik voelde me met haar op een rebels eilandje zitten. Bij de dikke vrouw werd de administratie van de campagne bijgehouden. Van een elektronisch rekenapparaat stak de stekker in een stopcontact aan het plafond pal boven tafel. "Hebben jullie een rechtstreekse verbinding met de hemel?" schreeuwde Eva schor.

Ina bracht ons een tweede portie leeftocht en vroeg opnieuw: "Maar was het echt wel een leuke dag?"
"Wat ben ik moe," zei Eva. "Nog even rustig thuis zitten, met een kop koffie."

Toen we aan de bar stonden vroeg ik Eva, die geen woord Engels verstond, om even een simultaanvertaling te produceren van de Engelse speech die juist gehouden werd over de spirituele voortgang dankzij Transcendente Meditatie.
Ze luisterde steeds ernstig en gaf dan weer: "Zodat 's winters de waterleiding buiten nog mooi kan... en als het in het dorp komt kan de weg vrijgemaakt... als het mooi weer is dat Maharishi dan naar Lelystad komt... beste vrienden tot slot..."

Buiten ging ik gearmd met haar lopen, maar dat voelde al gauw niet erg spontaan, en daarna pakte ik Eva's hand. "Nee niet hand in hand," zei ze, "dat is te dichtbij."
Ik sloeg mijn hand voor mijn mond en liep zo verder. "Als je met een vriend gaat wandelen," zei Eva, "of met je moeder, dan ga je toch niet hand in hand lopen? Dan kom je te dichtbij. Snap je? Nee je begrijpt het niet. Wat ben je nou weer aan het denken? Jij denkt altijd zo veel."
"Ja, nou, goed," hakkelde ik, "weet je, ik val na zo'n intensieve dag steeds in zo'n leegte en daarin heb ik zo'n behoefte aan intimiteit."

Binnenshuis zei Eva: "Ze zijn allemaal hetzelfde. Je mag gaan tot hier (hand onder hart) en niet lager want er zit bij allemaal een pik aan en ze willen allemaal neuken!"
Juist nu kwam haar zoon binnen die meteen riep: "Nou kan het wat minder!" Hij banjerde linea recta naar de aanrecht en smeerde brood.

Ik riep tegen Eva: "Maar wat jij benoemt dat is de categorie waar ik niet in thuis hoor!"
"Voor mij hoor je er wel in, je doet het alleen intelligenter."
Ze liep de trap op. Terwijl ze boven met voorwerpen smeet vertelde ik haar zoon beknopt hoe de dag was verlopen.
Ze kwam beneden en vond dat ik moest gaan. "Ik brand een kaars voor je," zei ik tegen haar rug. "Brand maar een kaars voor jezelf. Je hebt het harder nodig dan ik!"
"Dan brand ik twee kaarsen."
"Nee wil je dat niet doen dat vind ik niet prettig."

11 oktober 1992.
Er werd nadrukkelijk op mijn bel geprest. Ik keek uit het slaapkamerraampje. Beneden stond Eva met haar zoon en riep omhoog: "Ik wil mijn CD terug, Ramses haalt hem op."
"Nou kom maar gewoon boven want ik vreet je toch niet op?"
Ik deed het raam alweer dicht. Zij schreeuwde: "Klootzak lul!"
In het zaaltje op de begane grond liep juist een TM-verdiepingscursus. Hadden die cursisten geen last van haar? "Hufter, akelige kloterige boerenlul!" hoorde ik door de dichte ramen. Mijn huisbel werd zowat stukgedrukt.

1993
Eva Stralendijs is onlangs uit het Sidhadorp wegverhuisd naar Alkmaar.
Van de kwelling haar niet te zien, en van de kwelling haar wl te zien, werd ik hiermee voorgoed bevrijd.
Een ware femme fatale.

Weblinks:
Sidhadorp Lelystad
Meditatiedagboek


Terug naar Dagboekenoverzicht