Terug naar Avonturenoverzicht

 DE ADORABELE 
 OOGCHIRURGE
 


ABLATIO RETINAE
Donderdag 28-1-2004 zag de oogarts in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis Amsterdam dat ik links een gescheurd netvlies had, dat aan het loslaten was. De gele vlek (macula) waarmee je feitelijk scherp kijkt zat echter nog op zijn plaats. Hij belde het Academisch Medisch Centrum en riep voldaan: "Ik heb hier één ablatio voor jullie met een aanliggende macula, dus voor een spoedoperatie."
Ik met de metro erheen.

Het was een vrouwelijke chirurg, dus met een rokje (blauw, tot vlak boven haar knieën) en halflang donker stijl haar, overeenkomstig de klassiek-kosmische beginselen voor een vrouw.
Er volgde opnieuw bezichtiging van mijn zielespiegel via een optisch werktuig.

 

Geestdriftig en positief legde ze uit hoe ze mij aan ging pakken. Een rond vrouwelijk gezicht waarin uiteraard de daadkracht en wilskracht geboetseerd waren waarop haar beroepshouding berust.

"Na verdoving haal ik eerst het glasvocht uit je oog, dat heet vitrectomie, met een heel dun naaldje, dat is maar 1,52 mm dik. Daarna ga ik je oog bevriezen, met cryocoagulatie, op de plaats waar de loslating zit, zodat er littekenweefsel ontstaat waardoor het weer tegen de achtergrond aan kan groeien. En tenslotte, om het netvlies aangedrukt te houden, vul ik je oog met gas, of zal ik lucht gebruiken?"

Vingerbijtend met mijn gezicht vlak voor het enthousiast vertellende gelaat van de vakvrouw trachtte ik het verhaal in te prenten.

"Maar we hebben de oogdruk nog niet gemeten," zei een arts-assistent.
"Ooh in het OLVG wel," haakte ik in, "rechts 18 en links 19."
De indrukwekkende chirurge riep: "Mooi zo, een goede patiënt ben jij."
Ze tikte mij bevestigend aan.
"Als je even op die bank gaat liggen..."
Ik gehoorzaamde en ze vervolgde, terwijl ze met een vinger onder mijn linker oog wrikte: "Ja ik weet dat het geen feest is, maar als ik het zo voel gebruik ik toch maar geen lucht."
"Doet u het niet pneumatisch dokter?"
"Ja maar ik gebruik toch gas. Denk je dat je het aankan met plaatselijke verdoving of wil je onder narcose?"
Ik nam mijn kin weer tussen duim en wijsvinger, monsterde haar uiterlijke adel, en vroeg: "Het oog wordt helemaal stilgelegd neem ik aan? Is het erg onaangenaam?"
"De meeste patiënten vinden van niet. De verdoving geeft even wat druk."
"Geniet het de voorkeur?"
Ze draaide haar hoofd heen en weer, hief haar handen wat op, en riep: "Dat geniet verre de voorkeur! Anders moeten we eerst een narcotiseur bestellen!"
"Okee!" riep ik, tuk haar operatie nu helder te kunnen volgen.
Ik wees op mijn rechter oog en informeerde: "Kan ik hiermee dan naar alles blijven kijken?"
"Nee..." zei ze, alsof het haar voor me speet, "je krijgt een operatielaken over je heen."

Omdat ik het thuis al aan zag komen had ik mijn pyama bij me. Ik ging op zaal in bed liggen en was nu een ziekenhuispatiënt, even later rijdend door gangen en liften. Ik werd even neergezet op de High Care. De oxazepam 10 mg die ik eerst had afgeslagen nam ik toch maar in.

In de OK had de boeiende chirurge zich verkleed in olijfgroen met een niet-islamitisch bedoelde blauwgroene badmuts om haar haren aan het oog te onttrekken.

Op de smalle operatietafel onder een tweepersoons Zeiss-microscoop zei de carrièrevrouw, terwijl ze een dekentje over mijn romp en benen legde: "Dat is toch wel chique dat je door je eigen chirurg wordt toegedekt."
"Een plotselinge onverwachte luxe..." liet ik weten.

Een andere oogarts die ook chirurg wou worden druppelde de voorverdoving in mijn oog, bedoeld om de echte verdoving minder rottig te maken.
"Houdt u van Vivaldi?" wou hij weten, doelend op de achtergrondmuziek. "Zo lang het klassiek blijft heb ik er geen last van," zei ik, "maar van popmuziek zou ik uit mijn dak gaan."
Een OK-verpleegster legde een zuurstofslangetjes aan naar mijn mijn neusgaten en even later was mijn gezicht ingepakt. In het deklaken werd een kijkgat opengetrokken. Het zicht links was waterig.
"Nu komt de echte verdoving," zei de knappe chirurge die links van mij stond.
Ze stak iets onder mijn ooglid naar binnen waarbij ik het gevoel kreeg dat er een oliefant postvatte.
"Dat is een heel onaangename druk!" kreunde ik uit.
"Ja maar dat duurt niet lang," besloot de vakvrouw.

Ik voelde nog wel dat ze een spalk in mijn oog plaatste om de oogkas goed bloot te leggen.
Door de atropine uit het OLVG waren mijn pupillen nog lekker groot zodat de geleerden goed door hun sterrenkijker naar mijn binnenste konden gluren. "Tjonge," zei de assistent-oogarts, "het is wel een knaller van een indicatie."

 


"Ja, daarom moesten we de meeting bij Jansen ook opofferen; het is wel leuk dat je daar nog eens iemand spreekt, maar dit gaat voor."
"Als je dit vaak doet," zei de assistent, "dan kan je het in veel kortere tijd."
"Nou overhaasten mag ook niet," vond ze.

Ik had al een tijdje het gevoel dat er in de assistent rechts van mij, in wiens aura ik ook lag, een jongen zetelde die graag de bevestiging van de chirurge wilde ontvangen, wat ik me reuze goed voor kon stellen.
Hij deed zijn best toen hij gemotiveerd vervolgde:
"Nou ik bedoel dat je dan in een goede cadans van werken komt waarin het steeds meer routine wordt. Het gaat er niet om dat je iets snel probeert te doen maar dat je in een goede cadans komt te zitten."
"Ooh ja, hmm, inderdaad," zei de attractieve vrouw, half verdiept in het doorboren van mijn oogwit.
Er klonk een zacht gierende machine. Ik meende wel te voelen dat ze zo'n buis in mijn oog drong zoals waarmee men bouwterreinen opspuit.

"Ja Jansen is naar dat congres in Zwitserland geweest, maar ik weet dat hij daar niet echt moest zijn, de rotzak," vond de oogchiruge, "hij hoefde alleen maar een praatje te houden."
"Hij moest wel een praatje houden?!" riep de assistent, "nou dat is toch wel eng!"
De carrièrevrouw bracht uit: "Ach, pfff, kom nou, dat is zo gebeurd. Ja, het is wel een rotzak. Meneer ik leun even op uw neus anders kan ik er niet bij."
Ik zei: "Mmm-mm."
"Mag ik water," vroeg ze aan het achtergrondpersoneel.

Ik voelde me rustig en had er geen last van. Wel jammer dat ze niet beter uitlegde in welk stadium ze was.
"Kijk maar even mee hoor," zei ze tot de assistent, doelend op het tweede oculair van de microscoop.
"Goh wat wordt het mooi schoon en helder," vond hij.
"Ik heb het glasvocht nu weggezogen hoor," zei de vrouw, tot mij bedoeld, en tot het bedieningspersoneel: "Okee mag ik gas?"

Ze stak weer een pen in mijn oog. Ik verkrampte me om aan te geven dat ik bij nog meer ongemak niet instond voor mijn reflexen.
"Ja even," zei ze, "en als het echt pijn doet krijg je extra verdoving. En wil iemand die CD even vermoorden?"
De Vier Jaargetijden waren inmiddels wat fortissimo geworden. Een verpleegster zei: "Ja het moet een rustgevende operatie zijn."

De assistent zei over de nieuwe CD: "Dit is de Wolga."
Omdat ik het sneu voor hem vond zei ik maar niet van onder het laken:
"Helemaal niet, dat is de Moldau."
Misschien kon hij de schoonheid nog overhalen met hem te trouwen. Ik wou dat niet tegenwerken door zijn gebrek aan kennis van kunstgeschiedenis open te rijten.

"Nog tien vijftien minuten hoor meneer," deelde ze me mee, "dan ga ik zo de conjunctiva sluiten."
"Gôh," vervolgde ze. The Onedin Line. Dat was ook zulke muziek, van een TV-serie toen ik een kind was."
Ik dacht: "Dus in 1972 was jij een kind?"
"Wou je altijd al chirurg worden?" vroeg de assistent.
"Nee op mijn 24e was ik afgestudeerd en pas later ontdekte ik dat ik retina-chirurgie erg leuk vond. Mag ik een schaartje, doet er niet toe hoe groot."

Men was klaar. Het laken ging weg en ik kon weer kijken. "Blijft het geopereerde oog dicht?" vroeg ik toen ze me afplakte. "Ja dat moet nog... het is verdoofd, zo nou, je hebt het goed gedaan."

"Dank u wel. En ik heb er ook geen spijt van dat ik alleen maar plaatselijke verdoving heb gevraagd."
Meteen reageerde ze: "Maar als je daar wèl spijt van had dan had ik dus héél wat bij je goed te maken!"
Ze gaf me een enorm sexy tik tegen mijn benen.

Het tweetal reed me terug naar zaal. In de lift zei de bella donna: "Je wordt door je chirurg naar zaal gereden, bij gebrek aan verplegers."
Ze leek me duidelijk positief trots op haar specialisme.
"En hoor ik bij de 80% waar de operatie in de eerste keer lukt denkt u?"
"Dat weet ik over twaalf weken."
Ik mocht haar enorm, al wist ik dat ik haar idealiseerde, want of het zicht links terug zou komen moest ik nog maar zien. Maar zeker was ik geïmponeerd door haar slagvaardigheid, toewijding, virtuositeit en lef.

"Ik weet een nieuw wachtwoord voor op mijn computer," grapte ik, "cycloop."
"Nee die hebben één oog in het midden," meende de knapperd.
"Morgen mag u naar huis; haalt iemand u op?"
"Ja ik heb het al doorgegeven aan mijn blindegeleide-kat."

WIM HEINS

 

 

Terug naar Avonturenoverzicht