Terug naar Avonturenoverzicht

 WIM HEINS WERKWILLIG 
 GESTOOMD 

 OP DE AMSTERDAMSE 

 MEGABANENMARKT! 

 

Amsterdam, 22 maart 2002.
Vandaag ben ik vier uur bezig geweest bij het werkverschaffingscircus van de Amsterdamse handophoudersdienst.

Een luxe vakantiebus voor Station Sloterdijk bevatte een wolk nerveuze neerslachtigheid. Net of de inzittenden allemaal op weg waren om tanden te laten trekken zonder verdoving.
Het betrof ouder steuntrekkersvolk met de tobberige uitstraling van berooide minstbedeelden die er ook niks aan kunnen doen.
Daar waren deze uitbetalingsgerechtigden kennelijk zo lang mee doorgegaan dat er nu een feest voor kon worden gevierd.
Hoewel ik reeds meer dan tien jaar tot hun categorie behoor betrapte ik mij op een niet te rechtvaardigen superioriteitsgevoel: alsof ik er alleen maar voor de gein aan mee zat te doen.
Ik koos een plaats naast een zwaar opgemaakte, mollig wordende en vermoeid ogende dame van 45 met een lieftallige zwarte rok. Zij wenste geen oogcontact.

DE MEGABANENMARKT
Na een korte rit kwamen we bij de verbouwde loods. In het atrium van de werkverschaffingstempel stond een handvol in blauwe gewaden geklede priesteressen, geflankeerd door bodybuilders van de luiheidspolitie, die op de rug in koeienletters hadden staan: 'security'.

Met een blik op onze uitnodigingsbrief wist de commissie van ontvangst meteen bij welke vurehouten balie wij ons aan moesten geven.
De ruimte was zo groot als een sporthal en was overspannen door een cognackleurige textiele zoldering waardoor een tot zachter spreken manend licht neerdaalde.
De baliemedewerkers zaten allemaal achter een blauwe iMac-computer van Apple. Ik kreeg een rode kaart. In de kantine zou iemand ons halen die ook een rode kaart in de lucht zou steken. En daar moest je dan achteraan.

Ik schatte bij de koffie mijn kans op een beter gesprek in, en nam plaats bij een middelbare vrouw met schouderlang grijs haar en een barok gevoelig gezicht.
Perfect nietsvermoedend veinsde ik bij haar aangekomen de lege stoel op te merken, en daarna pas hen. "Daag", zei ik vriendelijk. Het andere meisje was chinees en lachte blij, maar vertrok snel nadat ik in conversatie was getreden met de 58-jarige kunstenares die al 32 jaar sinds de geboorte ener dochter van de uitkering genoot.
Ik had al snel het gevoel dat onze geanimeerde kout grote materiële onthechting uitdrukte in vergelijking met de bekommerd rokende armzaligen om ons heen.

Plots zag ik twee heren zitten met fiere gezichten en stropdassen om. Ik kon me ineens volstrekt niet voorstellen dat uitkeringsvee in deze outfit naar dit abattoir zou komen. Mijn intuïtie klopte, want het waren buschauffeurs die na hun bak werkdrank welgemoed een nieuwe lading slachtvee op gingen halen.
"Ik heb er geen zin in hoor," deelde ik de kunstenares mee, "maar dat zeg ik straks niet hardop natuurlijk. In wat voor slavenbaan gaan ze jou tewerkstellen denk je?"
De kunstenares: "Ik zou het liefste iets willen met mensen..."
"Ja dat is met kunst ook," zei ik, "dus wou je na de academie niet voor de klas?"
"Nee."
"Heb je dan soms het gevoel gehad bij het schilderen dat een kracht groter dan jij, de hand van iemand anders de penseel voerde... iets kosmisch."
Dit laatste woord schudde ze van zich af en beaamde dat het in elk geval overgave was, aan iets wat pas in tweede instantie voor de medemens was bestemd.
"Als je hier eenmaal binnen bent," zei ik, "kom je niet meer weg zonder een ketting met hangslot voor de galeien." "We worden behandeld," luidde haar antwoord, "als pillen uit een doordrukstrip."

Gebogen rokende aanstaande dwangarbeiders om ons heen rechtten plots de rug teneinde te ontdekken waarom zij en ik zo vrijgesteld schaterden.

De kunstenares wees op het grote gat in één wand van de kantine waarachter zich een nog gigantischer fabriekshal bevond geheel gevuld met werkstations.

Kennelijk was het nu gedaan met de ingehouden vrede, want het bleek een ter verantwoording geroepen inwoner van luilekkerland inmiddels te machtig geworden. Het vooruitzicht op een strafkorting tenzij hij de handen ging uitsteken, had de galeiboef razend verongelijkt gemaakt. De luiheidspolitie had vier man nodig om de amokmaker af te voeren naar dwangarbeid in de uraniummijnen.

Er verscheen een priesteres met een rode kaart.

Wij volgden haar naar een filmzaal met videoprojectie. Het was een hersenspoeling tot werkwilligheid. Aan de slag gegane werklozen in de gekste branches passeerden de camera in onvermurwbare levensvreugd, of het nu uitbeenslagers of heftruckers waren.
"Professionele film," zei ik, "en ondanks grootbeeld videoprojectie haarscherp."
"Maar week van tint," zei de kunstvrouw, "om identificatie mogelijk te maken." Ik zette grote ogen op. "Ja denk je dat??"
Nadien werden namen afgeroepen. De kunstenares en ik gingen elk ons weegs, naar aparte werelden van werk, werk en nog eens werk!

Ik belandde bij een werkstation met een klantvriendelijke jongeman. Met zijn heldhaftig maar onschuldig voorkomen en zijn witte kuifje, deed hij mij denken aan één der assistenten in het land Goesting uit de Bommelstrip. In Goesting gebeurt alles wat je wenst op staande voet.
We besloten samen welke vakjes op het flatscreen konden worden aangevinkt: zelfstandig, initiatief, ideeëngenererend, doorzettingsvermogen, taalvaardig, rekenvaardig, onderhandelingstalent... Hier aarzelde ik. Zou ik dit ook laten aanvinken? We besloten ook iets open te laten.
"U hebt nog maar tien jaar een uitkering, dus u bent heel goed bemiddelbaar."
"Zo vind u dat nog maar weinig, tien jaar??" "Ooh ja, ik had gisteren een werkweigeraar die nog nóóit had gewerkt, behalve als toiletjuffrouw, en die heb ik ook bemiddeld."
"Als wat??"
"Als toiletheer, maar dan wit."
"Sapriste!" riep ik, "die gaat er op achteruit!"

De assistent praatte met me mee van mijn verleden als rondvluchtpiloot naar de kennismakingsdag voor buschauffeurs en ik praatte ook weer met hem mee want dat was de truc vandaag. Je kon daar niet mee stoppen. Je kon alleen maar met elkaar meepraten omdat je anders in de boeien werd geslagen door de veiligheidspolitie.

Al de ingetoetste opleidingen, banen en ambities werden drievoudig uitgeprint en ondertekend. Machtigingen, wilsbeschikkingen, brevetten van goedwillendheid, verklaringen van werkwilligheid, akkoordbevindingen en eerlijkheidsbevestigingen: onder alles moest je je levenspoot plaatsen en je dossier was al een centimeter dik.

De functionaris liet een enthousiaste jonge vrouw komen met een stuwende optimistische grondstemming. Ze stelde zich voor als "steward" (want de vrouwelijke functienamen zijn in Nederland afgeschaft). Bij het spreken liet ze haar ogen telkens gloeien. Ik nam afscheid van de jongeman en prees zijn klantvriendelijke inzet van het afgelopen uur.
Nu moest ik met de vrouw mee naar een tafel die afgeladen was met werkfolders. Het ging er alleen maar om dat ik bij een andere afdeling hier een kennismakingsmiddag mocht bezoeken voor adspirant buschauffeurs. "En die begint..." lachte ze, "zometeen!"
Ik was eigenlijk al bekaf. Haar gezicht betrok. "Hee dat is nou jammer," vond ze. "Het begint helaas gisteren. De volgende is pas over twee weken..."

"Wat zou je nou het liefste voor werk doen?" vroeg ze nog eens linea recta, en lachte: "Vliegtuigen besturen?" "Nou in dat geval autobussen," reflecteerde ik. Ze tekende ijverig in mijn dossier aan dat ik gedurende de hele Negentiger Jaren personen had vervoerd door de lucht en ging een fotokopie maken van mijn grote rijbewijs.

Door het gangpad sleurde de luiheidspolitie inmiddels een medelander aan zijn armen over het tapijt. "Okee okee!" riepen de agenten. "Kom maar mee, we gaan een klacht indienen! Wij zullen je helpen, we gaan een klacht indienen!"

De vrouw bracht me naar de uitgang waar we het laatste werkstation passeerden om te worden uitgecheckt. "Wat dacht u toen u hier binnenkwam?" vroeg ze amicaal.
"Het is wel leuk om zoveel aandacht te krijgen, want dan lijkt het net of de aangemeten baan elke dag zo grappig is."
Haar schaterlach overstemde de rauwe kreten van een mollige zwaarbeschilderde vrouw die haar sigaret had willen doven in het gezicht van haar bemiddelaar. Thans voerde de luiheidspolitie haar in handboeien naar een naburig heropvoedingsgesticht, terwijl ik vervolgde: "Hoe zou je je in 1970 de arbeidsbemiddeling hebben voorgesteld in het jaar 2002."
"Dat had je niet kunnen bedenken," haalde ze me de woorden uit mijn mond. "Nee computers met beeldschermen waren er nog niet eens en je moest op de gang drie uur op je beurt wachten tot een heer in een hokje uit een kaartenbak een betrekking voor je opdook. Maar nu is het één groot klantoverhalend avonturenverhaal geworden."
"Ooh maar we zien de cliënten ook als klanten!" juichte ze.
"Het is futuristisch," beaamde ik, "dat je niet met de pet in de hand een genadebrood komt halen. Maar dat je hier in een carrièrefabriek vrijwillig werkwillig wordt gestoomd."

WIM HEINS

Terug naar Avonturenoverzicht