Onderdeel van KijkAan.nl  

Terug naar Avonturenoverzicht

 

LENTEWANDELING

Het was een lichtgeel stralende windstille lentedag, toen ik voor het eerst aanbelde bij Janine.

Ze vroeg of ze een jas mee moest nemen. Ik adviseerde alleen een sjaal. Dus die jas droeg ze weldra met de mouwen om haar middel gekruist achter haar bips. Er was geen enkele wanklank in mijn gevoel. Want de eerste afspraak is een verkenning zonder gerichte verwachtingen, en er zijn nog geen gewoontes of tradities gevormd.
We hadden ook niet afgesproken waar we heen zouden gaan.

Op de houten hangbrug bij de waterviersprong, was ik bezig een mail aan haar na te vertellen: "Blablabla, en ook hartelijk dank voor de bereidheid tot open communicatie, blablablabla, en voor de open wijze waarop jullie hebben gehandeld... blablaaa."
"Openlucht theater," zei Janine.

Ik kwam tot mijn positieven en stond oog in oog met een dozijn hazewindhonden onder leiding van een kynoloog. Dat kon niet anders, want een doorsnee iemand loopt niet met zo een kudde honden. De dieren maakten snel gebruik van de mogelijkheid om liefde en aandacht van ons op te strijken.

Op het fietspad langs de vaart voelde ik dat mijn benen op en neer gingen tijdens het lopen als de zuigers in een dieselmotor. Mijn heupen kantelden op het ritme zoals bovenop de zuigers de klepstangen worden bediend. Het voelde ge÷lied en het was geheel vrij om zelf zijn tempo te bepalen.
Janine rechts van me liet zich uit over de perfecte dag terwijl haar ludiek van kleurpatronen voorziene wandelschoenen vaardig voortstapten.
Haar verschijning was prominent op het achterliggende pril ontbottende landschap gepenseeld, maar ondanks haar leeftijd was zij niet ten prooi aan overgewicht of deformatie. In tegendeel: de glooi´ngen onder haar zilverglanzende paarse truitje waren jeugdig en wat betreft fysieke conditie leek ze me gezegend met het gestel van een gezond levende verstandige vrouw.

Aan de rand van het bos sloegen we de kustweg in. "We zijn al bijna bij de kringloopwinkel," stelde ik vast en kreeg daarvoor ook instemmende bijval. Omdat ik inmiddels voelde dat ik al heel wat energie had verbruikt, hoopte en verwachtte ik bij restaurant 'Wind en de Wilgen' koffie te kunnen drinken.

Het etablissement kwam net uit zijn winterslaap, zou in mei pas open gaan!
Nergens in het wijd openstaande houten gebouw kwam ik een sterveling tegen. Janine verscheen om een hoek en deelde mee iemand te hebben gesproken die koffie had toegezegd. Ik wees haar waar de toiletten waren en ging op de toegangstreden in de zon zitten. Er kwam een man met een kruiwagen aangestapt. "Mijn vriendin is even naar de WC," verklaarde ik mijn aanwezigheid. Dat ik haar zo noemde gaf me voldoening en het viel me op hoe smeu´g deze term mijn tong afrolde.

We kregen niet alleen koffie maar zelfs een broodmaaltijd. Daarna haalde ik opeens een klein digitaal cameraatje tevoorschijn. Maar ik ging haar niet onaangekondigd kieken en knippen. Dus ik vroeg of ik een foto mocht maken. Besluiteloos overwegend en meer met zwijgen dan met beamen, murmelend, liet ze merken geen overwegende bezwaren te koesteren. Ik vond het leeuwinne-achtig dat zij zich niet wilde laten ringeloren en dus nee wou zeggen, maar dat ze weer te ijdel was om niet op de foto te willen. Zeker gemoedelijk en geslaagd waren dubbelopnamen waarbij ik me tegen haar aanvlijde om er samen op te komen.

Aan het eind van de Bronstweg wist ik het heuveltje met de windmobile van Jeroen Stok te vinden. Ik zag helder voor me hoe burgemeester Gruyters op 12-10-1990 eigenhandig stond te schroeven aan de gedenkplaat en hoe ik de hand van Eva pakte toen we dat heuveltje opklommen.
Was de secondewijzer van de eeuwigheid nu ÚÚn keer rondgedraaid en belandde ik thans op precies dezelfde locatie met een andere vrouw? En wilde de kosmos dat ik nu opnieuw haar hand zou pakken bij het beklimmen van dat heuveltje? En moest het zo wezen dat het nu wel ten goede zou keren of liep ik in een tredmolen van het noodlot met steeds dezelfde afloop?
Gewillig beantwoordde ze mijn greep en bovenop de heuvel liet ik haar weer ongedwongen los.
Ik ging op de grond liggen om haar tegelijk met de windobjecten op de foto te krijgen zonder perspectivische vertekening.

Ik voelde me een beetje parmantig en snaaks toen ik haar liet merken dat kleinhoefblad geen paardenbloem heet. Deze gele lenteboden staken zich her en der boven de zanderige aarde uit die recent als bermen en wallen was aangelegd. Nu ik met Janine was treurde ik niet over hun boodschap van vergankelijkheid, zoals in andere lentes, als het kleinhoefblad mij waarschuwde voor onverrichterzake leven.
Ik pakte telkens haar hand als we schuintes op en af gingen om de nieuwe treinbaan te bekijken. In onze aanblik woonde een heimelijke tot en met openlijke geamuseerdheid en uitdagend welbevinden.

Op de Beginweg zei ik dat ginds het Jagerspad begon. "En op wie moet je dan jagen?" lachte Janine, me brutaal linea recta aankijkend. Ik pakte haar om haar schouders maar ze draaide haar gezicht nuffig weg.

Bij de Agora zei Janine: "Als we naar de bus lopen, en als die ook nog lang op zich laat wachten, dan kunnen we nu beter meteen doorlopen."
"Ja kom mee we gaan lopen schat," zei ik.
Met enige omhaal veinsde ze verbazing en keek of het echt niet zo was afgesproken dat ik 'schat' zou gaan zeggen. Maar of het bij nader inzien toch wel erg leuk gevonden was.
"Je hebt zo'n lief meisjessnoetje," verklaarde ik nader.
"Nou dan ben ik een meisje," reflecteerde ze met een schaakmatte gezichtsuitdrukking.

Hoewel ik echt wel thuis wou wezen, was ik graag bereid het laatste stuk ook te voet af te leggen omdat ik nog een wezenlijk gesprek over relaties wou beginnen waar we in de bus geen tijd voor zouden hebben.

Voorbij de Gordiaan op een parkbank vertelde Janine wat ze wou hebben: verbondenheid in vrijheid.
"Nou," zei ik, "dat lijkt me de definitie van een goede relatie."
We stonden weer op. Het lopen leek steeds meer op een voortzeulen met twee houten benen.

"Onbetaalbaar was het," zei ik voor haar huis. Ik kreeg een kusje op mijn mond en nog wat knuffels. Ze was al bijna achter de schuur toen ik riep: "Wil je nog zwaaien?"
Ja dat was de bedoeling dus dat deden we nog even.
Wim Heins

29 maart 2011

 

Terug naar Avonturenoverzicht